Scroll naar beneden voor de lijst met documenten

Einde Groeipakket met terugwerkende kracht voor erkend vluchtelingen

Op 25 april 2020 werd het Besluit van de Vlaamse Regering gepubliceerd. Het treedt in werking de 10de dag na publicatie waardoor er vanaf 4 juni 2020 geen recht meer is op gezinsbijslagen (Groeipakket) met terugwerkende kracht tot het indienen van het verzoek internationale bescherming voor erkende vluchtelingenkinderen. Volgens artikel 2 van het oorspronkelijke BVR Rechtgevend Kind van 5 oktober 2018 (BS 18 december 2018) ontstond het recht op gezinsbijslagen voor het kind dat erkend vluchteling is vanaf de datum van de aanvraag van de vluchtelingenstatus. Vanaf 4 juni 2020 ontstaat het recht op gezinsbijslagen voor het kind dat erkend vluchteling is vanaf de datum waarop de beslissing van erkenning van de vluchtelingenstatus wordt genomen. Voor de OCMW's was de toekenning met terugwerkende kracht een knelpunt. Als het kind uit een opvangstructuur kwam, stelde zich de vraag af en hoe er rekening moest worden gehouden met de toegekende som gezinsbijslagen. Als de ouders van het kind intussen maatschappelijke dienstverlening in de vorm van een equivalent kinderbijslag hadden gekregen, stelde zich de vraag naar de terugvordering van het door het OCMW toegekende bedrag of de subrogatie in de rechten van de ouders. Voor deze groep hulpvragers bij het OCMW zal dit knelpunt uitdoven. Voor Unieburgers blijft de toekenning met terugwerkende kracht en het bijbehorende knelpunt bestaan alsook bij herinschrijving na afvoering van ambtswege en na vernietiging van een DVZ-beslissing door de RVV waardoor de vreemdeling terug in zijn oorspronkelijk rechten wordt hersteld.

Mediprima: Nieuwe bevoegdheidsregel, 45-dagentermijn wordt 60-dagentermijn, invoering financiële sanctie voor OCMW's en ander nieuws

In het staatsblad van 1 april 2020 stond de wet van 29 maart 2018 tot wijziging van de artikelen 2 en 9ter van de wet 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (Inforum nr. 324021). De wet is op 11 april 2020 deels in werking getreden (10de dag na publicatie). De nieuwe bevoegdheidsregel, de wijziging van de 45-dagenregel in 60-dagenregel en de invoering van een financiële sanctie voor de OCMW's die geen of een onvolledig sociaal onderzoek gevoerd hebben, zijn al van toepassing. De nieuwe opdrachten van de Hulpkas ZIV zullen pas operationeel worden als de vereiste uitvoeringsbesluiten er zijn. 

Volgens de nieuwe bevoegdheidsregel voorzien in artikel 2, §9 van de wet van 2 april 1965 blijft het OCMW dat een beslissing Mediprima genomen heeft, bevoegd tijdens de hele geldigheidsperiode van deze beslissing Mediprima. Dat OCMW is ook bevoegd voor alle andere hulpverlening dan de medische aan de hulpvrager. Indien de bevoegdheid wijzigt tijdens de geldigheidsperiode van de beslissing Mediprima kan het OCMW zijn beslissing Mediprima voor de toekomst intrekken. De geldigheidsperiode van de beslissing Mediprima eindigt als het OCMW de beslissing Mediprima ingetrokken heeft en het dossier overgemaakt heeft aan het bevoegde OCMW. Wanneer er evenwel tijdens de geldigheidsperiode van de beslissing Mediprima een hospitalisatie van de betrokkene is, blijft hetzelfde OCMW bevoegd voor de ononderbroken duur van de hospitalisatie, ook als de hospitalisatie de geldigheidsperiode van de beslissing Mediprima overschrijdt. 

Voor beslissing Mediprima wordt de 45-dagentermijn nu een 60-dagentermijn. Dat geeft de OCMW's meer tijd om hun sociaal onderzoek te doen en een correcte beslissing te nemen.

Ten slotte wordt de mogelijkheid ingevoerd om een financiële sanctie op te leggen aan OCMW's die geen of een onvolledig sociaal onderzoek gevoerd hebben of die nagelaten hebben om de hulpvrager aan te sluiten bij een ziekenfonds (of de HZIV). Deze sanctie komt in de plaats van de vroegere terugvordering door de POD MI. Die terugvordering is nu immers niet meer mogelijk omdat de betalingen niet langer via het OCMW maar via de Hulpkas ZIV lopen.

Deze wetswijziging komt aan bod in punt 6.3 in de FAQ van de POD MI (exit-strategie vanaf 18 mei 2020) en in de vroegere FAQ van de POD (nummer 19). Lees meer in de omzendbrief van de POD MI

Ander Nieuws (omwille van de corona-maatregelen)

Om de zorgverleners niet bijkomend te belasten, wordt de verplichting van het attest dringende medische hulp tijdelijk opgeschort. Voor alle medische zorg verleend tussen de periode van 14 maart tot en met 31 mei 2020 is geen attest dringende medische hulp vereist met het oog op de terugbetaling ervan door de Staat. Voor nieuwe behandelingen opgestart vanaf 1 juni 2020 moet er terug een attesten DMH zijn. Als een behandeling werd opgestart tussen 14 maart en 31 mei en wordt voortgezet na 1 juni, is het attest DMH niet verplicht. Zie punt 6.1 in de FAQ van de POD MI (exit-strategie vanaf 18 mei 2020) en in de vroegere FAQ 15 van de POD MI.

Ook de voorwaarde dat de hulpvraag ondertekend moet worden door de hulpvrager wordt tijdelijk opgeschort en wel tot de ziekenhuizen hun raadplegingen, onderzoeken en niet-dringende tussenkomsten kunnen hervatten. De POD MI zal de ambulante en hospitalisatiekosten dus ook terugbetalen als de aanvraag niet ondertekend werd door de patiënt. Zie punt 6.5 in de FAQ van de POD MI (exit-strategie vanaf 18 mei 2020) en in de vroegere FAQ 30 van de POD MI.

Ten slotte vermelden we nog dat de OCMW’s tijdelijk beslissingen voor een langere periode mogen indienen in MEDIPRIMA. De POD MI wijst er wel op dat de OCMW’s op regelmatige wijze moeten nagaan of hun beslissing nog steeds conform is aan het statuut van de hulpvrager en dat ze de ontvangen mutaties moeten behandelen. Zie punt 6.2 in de FAQ van de POD MI (exit-strategie vanaf 18 mei 2020) en in de vroegere FAQ 16 van de POD MI.

Geen bevel meer als schorsend RVV-beroep nog mogelijk is: praktische gevolgen voor OCMW-hulpverlening

De werkwijze van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en de gemeenten m.b.t. het afleveren van een bevel om het grondgebied (hierna bevel) te verlaten is gewijzigd. Als er tegen de beslissing van de DVZ of de gemeente nog een schorsend RVV-beroep kan worden ingediend, mag er tegelijk met die beslissing geen bevel meer afgeleverd worden. De meest voorkomende beslissingen die niet langer gepaard gaan met een bevel, zijn beslissingen m.b.t. het verblijf van EU-burgers en hun familieleden (bijlagen 20 en 21) en m.b.t. gezinshereniging met een derdelander (bijlagen 14 en 14ter). Ook al wordt er geen bevel meer afgeleverd, toch moet de gemeente de betrokkene op de datum van de beslissing (en dus met terugwerkende kracht) afvoeren wegens verlies van verblijfsrecht. Het bevel wordt dan pas afgeleverd als de beroepstermijn verstreken is wanneer er geen beroep werd ingediend of als de RVV het beroep verworpen heeft. Dat bevel zal een bijlage 13 zijn. Het is ook mogelijk dat er een bevel herleeft dat voordien in een andere procedure afgeleverd werd. Voor het recht op OCMW-hulpverlening wijzigt er in theorie niets.

In de praktijk is er wel een probleem voor de opvolging van de dossiers door het OCMW. De bijlage 13 wordt immers niet in het Rijksregister of de KSZ vermeld. Hoe moet het OCMW dan weten wanneer de steunverlening stopgezet kan worden? Ook de opvolging van oudere bevelen die eventueel herleven is niet realistisch. In de praktijk blijkt verder ook nog dat de DVZ momenteel slechts in bepaalde gevallen (bijv. problemen openbare orde of fraude) een bijlage 13 betekent als de beroepstermijn RVV verstreken is zonder ingediend beroep of als de RVV het beroep afgewezen heeft.

Een ander aandachtspunt voor de OCMW's is dat de steunverlening (equivalent leefloon) door het OCMW ingeval van een bijlage 20 of bijlage 21 (dus bij EU-burgers, hun familieleden en de familieleden van een Belg) ook pas stopgezet mag worden als de procedure afgesloten werd met een betekende en verstreken bijlage 13. Concreet gaat het dan over steunverlening (equivalent leefloon) aan een wegens verlies van verblijfsrecht afgevoerde hulpvrager. De POD MI zal daarom een foutcode sturen na 2 maanden. Het computersysteem voorziet bij een afvoering wegens verlies van verblijfsrecht immers slechts automatisch voor 2 maanden verder recht op equivalent leefloon. Nadien moet dit manueel ingevoerd worden. Dat gebeurt telkens voor een beperkte periode (3 maanden) omdat er steeds moet worden nagekeken of er intussen geen bevel betekend werd. Het OCMW kan dus na 2 maanden equivalent leefloon blijven toekennen maar dit zal manueel aangepast moeten worden door de Front Office. De POD MI geeft dan telkens een verlenging van het recht op steun voor 3 maanden.

Voor meer informatie verwijzen we naar de VVSG-nota's over het Recht op maatschappelijke dienstverlening bij een bijlage 35 en Geen bevel meer als er nog een schorsend RVV-beroep mogelijk is.

Nuttige VVSG-nota's

Opleiding

26 nov '20