Twee personeelscategorieën

In een lokaal bestuur werken twee personeelscategorieën. Afhankelijk van de personeelscategorie ontvangt de medewerker een ander pensioen. De medewerkers die statutair aangesteld zijn, ontvangen een ambtenarenpensioen. De medewerkers die een arbeidscontract hebben, krijgen een werknemerspensioen. Niet alleen (de hoogte van) het pensioen is verschillend naargelang de medewerker statutair of contractant is, ook de verschuldigde socialezekerheidsbijdragen (zie schema hieronder).

Sinds de kinderbijslag door zesde staatshervorming naar de gewesten overgeheveld werd, worden alle de socialezekerheidsbijdragen sinds 2015 in een globale bijdragevoet ondergebracht. Daarvan worden de bijdragevoeten afgetrokken voor socialezekerheidssectoren die niet van toepassing zijn (bijv. de bijdrage voor beroepsziekten in de private sector). Ze wordt aangevuld met bijdragevoeten die specifiek voor de sector gelden (bijv. de bijdrage voor beroepsziekten in de lokale overheidssector). (1)

Bijdragevoet op salaris statutaire medewerker volgens type overheidswerkgever (2019)

Bijdragevoet
Statutairen (2019)

Federale overheid, gemeenschappen en gewesten Lokale besturen

Werkgeversbijdrage

Persoonlijke bijdrage

Werkgeversbijdrage

Persoonlijke bijdrage

Basisbijdragevoet

17,82% (2)

11,05%

23,07% (4)

11,05%

Niet toepasselijke sectoren

-13,97% (5)

/

-13,97% (6)

/

Beroepsziekten lokale besturen

/

/

+0,17%

/

Asbestfonds

+0,01%

/

+0,01%

/

Pensioen

/

/

+34% (7)

/

Bijzondere bijdrage kinderbijslag

+1,40%

/

/

/

Loonmatigings-bijdrage (8)

+5,89%

/

+6,20%

/

Totaal (excl. bijzondere bijdrage werkloosheid)

11,15%
(5,26% fed. overh.)

11,05%

49,48%

11,05%

Bijdragevoet op salaris contractueel aangestelde medewerker volgens type werkgever (2019)

Bijdragevoet
Contractanten (2019)
Federale overheid, gemeenschappen en gewesten Lokale besturen Private sector
Werkgevers-
bijdrage
Persoonlijke
bijdrage
Werkgevers-
bijdrage
Persoonlijke bijdrage Werkgevers- bijdrage Persoonlijke
bijdrage
Basis-
bijdragevoet
24,82% (9) 13,07% (10) 23,07% (11) 13,07% (12) 19,88% (13) 13,07% (14)
Niet toepasselijke sectoren -1,30% (15) / -1,30% (16) / / /
Beroepsziekte lokale besturen / / +0,17% / / /
Asbestfonds +0,01% / +0,01% / +0,01% /
Bijzondere bijdrage kinderbijslag +1,40% / / / / /

Loonmatigings-bijdrage (17)

+6,98% / +6, 91% of 7,31% / +5,12% /
Totaal (excl. bijzondere bijdrage werkloosheid (18))

30,51%
(24,93% fed. overh.)

13,07% 28,86% of 29,26% 13,07% 25,00% 13,07%

Persoonlijke bijdrage

Voor de contractanten van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten zijn de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen gelijk aan 13,07% (exclusief loonmatigingsbijdrage), waarvan 7,50% voor de rust- en overlevingspensioenen van de werknemers. Van het salaris van de statutaire medewerkers wordt slechts 11,07% afgehouden.

Werkgeversbijdrage

De globale basiswerkgeversbijdrage voor de plaatselijke en provinciale overheidsdiensten wordt voor de contractanten vastgesteld op 28,86 of 29,26% op het salaris, afhankelijk van het toepasselijke vakantiestelsel. Daarvan is 8,86% 'afkomstig' van de tak rust- en overlevingspensioenen van de werknemers (wettelijk pensioen). De pensioenbijdragen voor de tweede pensioenpijler zitten niet in deze percentages maar komen erbovenop.

De werkgeversbijdrage die op het salaris van het statutair aangesteld personeelslid verschuldigd is, loopt anno 2019 op tot (minstens) 49,48%, afhankelijk van het gekozen vakantiestelsel. Vanaf 2022 gaat het om (minstens) 50,98% op de statutaire loonmassa, aangezien de werkgeversbijdrage voor pensioenen vanaf dan wordt opgetrokken naar 43%, zo besliste de federale regering op 22 november 2019. Dus voor elke euro loon komt er nog minstens de helft bij aan werkgeversbijdragen. Daarnaast dragen tegen dan wellicht 447 lokale besturen in Vlaanderen (tegenover 368 in 2019) een responsabiliseringsbijdrage, zo blijkt uit prognoses van de VVSG.

De financiering van de lokale ambtenarenpensioenen (basisbijdragevoet en responsabiliseringsbijdrage) wordt hier uitgebreid toegelicht.

Inning door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid

De inning van de socialezekerheidsbijdragen gebeurt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Enkel wanneer het lokale bestuur voor de financiering van zijn ambtenarenpensioenen niet aangesloten is bij het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen, zal de Rijksdienst hiervoor geen (pensioen)bijdragen ontvangen. Zelfs bij aansluiting bij het Gesolidariseerde Pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen blijft het administratieve beheer en/of de betaling van de ambtenarenpensioenen door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening mogelijk. Dat betekent dat het Gesolidariseerd pensioenfonds voor de provinciale en lokale besturen instaat voor de financiering van de lokale ambtenarenpensioenen, maar de betaling van de pensioenbijdragen en/of de uitbetaling van het pensioen aan de gepensioneerde ambtenaar wordt toevertrouwd aan een instelling. (19)

(1) Wet 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid, BS 6 juni 2014.

(2) Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 0%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%.

(3) Sector gezondheidszorgen 3,55% en persoonlijke bijdrage pensioenen 7,50%.

(4) Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 5,25%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%.

(5) Niet toepasselijke sectoren: 1% beroepsziekten private sector; 0,30% arbeidsongevallen private sector; 8,86% werknemerspensioenen; 2,35% uitkeringen arbeidsongeschiktheid; 1,46% werkloosheidsuitkeringen.

(6) Niet toepasselijke sectoren: 1% beroepsziekten private sector; 0,30% arbeidsongevallen private sector; 8,86% werknemerspensioenen; 2,35% uitkeringen arbeidsongeschiktheid; 1,46% werkloosheidsuitkeringen.

(7) Basispensioenbijdrage 2018 besturen aangesloten bij het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen, zonder inzet van reserves.

(8) Loonmatigingsbijdrage 5,67% + 5,67% op rest RSZ-bijdragen verschuldigd voor het globaal beheer van de sociale zekerheid. Voor de Gemeenschappen en de Gewesten komt dat op 5,98%, voor de statutaire medewerkers van de lokale besturen op 6,20%. De loonmatigingsbijdrage is niet verschuldigd door de federale overheid als werkgever.

(9) Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 7%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%.

(10) Sector gezondheidszorgen 3,55% + sector arbeidsongeschiktheidsuitkeringen 1,15% + sector werkloosheid 0,87% + sector pensioenen 7,5%.

(11) Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 5,25%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%.

(12) Sector gezondheidszorgen 3,55% + sector arbeidsongeschiktheidsuitkeringen 1,15% + sector werkloosheid 0,87% + sector pensioenen 7,5%.

(13) Sector gezondheidszorgen 3,80%; ziekte- en invaliditeitsuitkeringen 2,35%; werkloosheid 1,46%; arbeidsongevallen 0,30%; beroepsziekten 1%; pensioenen 8,86%; kinderbijslag 7%; bijzondere bijdrage Fonds voor collectieve uitrusting en diensten 0,05%; betaald educatief verlof 0,05%; bijdrage actieve begeleiding werkzoekenden 0,05%, verminderd met 5,04% Taxshift (vanaf 2018).

(14) Sector gezondheidszorgen 3,55% + sector arbeidsongeschiktheidsuitkeringen 1,15% + sector werkloosheid 0,87% + sector pensioenen 7,5%.

(15) Niet toepasselijke sectoren: 1% beroepsziekten private sector; 0,30% arbeidsongevallen private sector.

(16) Niet toepasselijke sectoren: 1% beroepsziekten private sector; 0,30% arbeidsongevallen private sector.

(17) Loonmatigingsbijdrage 5,67% + 5,67% op rest RSZ-bijdragen verschuldigd voor het globaal beheer van de sociale zekerheid. Voor de Gemeenschappen en de Gewesten komt dat op 6,98%; voor de lokale besturen op 6,91% tenzij het vakantiestelsel private stelsel gevolgd wordt : dan komt er 0,40% bij (6,91% +0,40%) . De loonmatigingsbijdrage is niet verschuldigd door de federale overheid als werkgever.  Voor de profitsector geldt een loonmatigingsbijdrage van 4,27% + 4,27% op de resterende RSZ-bijdragen, wat op 5,12% neerkomt. Zie art. 38 §3bis RSZ-wet 29 juni 1981.

(18) De bijzonder bijdrage voor de werkloosheid van 1,69% is verschuldigd door elke werkgever met meer dan 10 personeelsleden in dienst en die het vakantiestelsel private sector toepast.

(19) Zie art. 2, eerste lid, 1° Wet 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen.

Links

RSZ-bijdragen (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid - instructies voor de werkgever)