people-690810_1920.jpg
Provider image

Lokale besturen experimenteren met gelote burgerpanels, -raden, kabinetten en -jury's met als bedoeling de betrokkenheid van inwoners bij het lokale beleid te verhogen. Een steekproef van de bevolking wordt intensief betrokken bij de beleidsbepaling, -beslissing, -uitvoering en/of evaluatie. Wat kunnen we leren uit deze experimenten?

Wat is een geloot burgerpanel?

De term 'mini-publics' bundelt een grote variëteit aan deliberatieve processen waarbij burgers uitgekozen worden aan de hand van aselecte rekruteringsmethoden. Voorbeelden hiervan zijn onder meer burgerpanels, burgerjury’s, burgerraden, burgerdialogen en G1000/G100 initiatieven.

Er zijn dus verschillende vormen mogelijk, maar enkele kenmerken hebben deze innovatieve vorm van burgerparticipatie gemeenschappelijk:

1. Een deliberatief proces

Deelnemers aan een burgerpanel krijgen objectieve info over een bepaald beleidsonderwerp waarna ze deelnemen aan open discussies en na afloop conclusies of aanbevelingen opstellen.

2. Een representatieve steekproef (loting)

In de mate van het mogelijke bestaan de deelnemers van het burgerpanel uit een steekproef. Deze steekproef is representatief voor de populatie waarop het initiatief betrekking heeft. Deze aselecte manier van recruteren (via loting) onderscheidt burgerpanels van andere vormen van deliberatieve burgerparticipatie.

3. Een aggregatie van opinies

Tijdens een burgerpanel is de uitwisseling van argumenten en de opinievorming erg belangrijk. De klemtoon ligt op consensusvorming eerder dan de eigenlijke besluitvorming. Aan de hand van een burgerpanel wil je op een alternatieve manier op een geïnformeerde en doordachte wijze input verzamelen voor het (politieke) beleids- en besluitvormingsproces.

Meer info in het onderzoeksrapport van het Instituut voor de Overheid - KU Leuven.

Lokale praktijkvoorbeelden

4 concrete tips gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek

Onderzoekers van het Instituut voor de Overheid aan de KU Leuven formuleren vier concrete tips voor lokale besturen die plannen hebben om met burgerpanels aan de slag te gaan.

  • Tip 1: Start vanuit een goede organisatie

Om de continuïteit en het succesvol verloop van een mini-public te waarborgen, is het belangrijk dat een bestuur/organisatie voldoende budget vrijmaakt om voorzieningen zoals infrastructuur (bijvoorbeeld het huren van een ruimte waar het mini-public kan plaatsvinden), ICT en eventuele andere onkosten te dekken. Daarnaast is het aangewezen om enige vorm van managementstructuur op te zetten en indien mogelijk een permanent secretariaat te installeren van waaruit het initiatief wordt aangestuurd en opgevolgd (zie bijvoorbeeld het Ostbelgien Model).

  • Tip 2: Voorzie voldoende neutrale kennis en expertise

Om ervoor te zorgen dat mogelijke kennisdiscrepanties geminimaliseerd worden (zo kan vermeden worden dat enkele participanten de debatten eenzijdig domineren) en de deelnemers voldoende bedreven zijn in het te bespreken onderwerp alvorens de debatten aanvatten, is het van belang dat organisatoren voorafgaand aan engedurende het proces academische/praktische expertise ter beschikking stellen. Hierbij dienen ze (ten minste) op volgende zaken te letten: (1) de expertise dient diverse (en waar mogelijk neutrale) bronnen te belichten die verschillende opvattingen, feiten en assumpties omtrent het onderwerp voorstellen en (2) indien deelnemers er om verzoeken, is het opportuun dat bijkomende informatie wordt aangeleverd.

  • Tip 3: Verzeker de betrokkenheid van burgers

Verzeker de betrokkenheid van burgers door (top)ambtenaren en politici te betrekken bij het mini-public, zowel bij het ontwerp van de procedures als bij de eigenlijke debatten zelf. Hierdoor stijgt de geloofwaardigheid van het proces, waardoor burgers zich sneller zullen engageren en langer betrokken blijven. Geef deelnemers daarnaast de kans om na afloop van het traject een gezamenlijke verklaring op te stellen waarin een gedragen advies wordt geformuleerd aan het betrokken bestuur.

  • Tip 4: Garandeer een impact op het beleid

In de praktijk zijn er legio voorbeelden beschikbaar van mini-publics die goed georganiseerd werden, maar slechts een zeer geringe (of zelfs geen) impact hebben op het toepasselijke beleidsproces. Neem daarom voorafgaand aan de opstart van het mini-public richtlijnen aan die de behandeling van de aanbevelingen van het mini-public vastleggen. Een meer verregaande oplossing houdt in dat er institutionele afspraken worden gemaakt die de impact van een mini-public (voor zover dit mogelijk is) juridisch verankeren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de oprichting van een speciale gemeenteraadscommissie die de geformuleerde adviezen in een openbare zitting behandelt of de verplichte agendering van de verworven conclusies op de gemeenteraad/schepencollege.

Raadpleeg het wetenschappelijk onderzoek

Raadpleeg het hoofdstuk over burgerpanels, als onderdeel van het rapport Innovaties in de lokale democratie. Right to Challenge, e-participatie en mini-publics (2020) uitgevoerd door Victor De Groof, Robbe Van Hoof en Prof.dr. Trui Steen, Instituut voor de Overheid - KU Leuven. Dit rapport wordt volledig vrijgegeven op 11 maart 2021. 

Webinar over gelote burgerpanels

In samenwerking met het Instituut voor de Overheid - KU Leuven organiseerde de VVSG op 11 februari 2021 een webinar over burgerpanels (en digitale democratie). Enerzijds lichten de onderzoekers hun bevindingen toe over hun internationaal vergelijkend onderzoek over burgerpanels. Anderzijds delen Gent en Huldenberg hun praktijkervaring boordevol tips naar lokale besturen. Het tweede deel van de webinar zoomt in op digitale vormen van burgerbetrokkenheid. 

De opname van de webinar, de ppt en vraag-en-antwoord maar ook het volledige onderzoeksrapport vind je via deze link terug

Lees meer

Toolkit loting. Een uitgave in het kader van www.lokale-democratie.nl (2017)