Uitvoerende mandatarissen: fiscale behandeling wedde
Situering
Burgemeesters, schepenen, voorzitters van een bijzonder comité voor de sociale dienst, OCMW-voorzitters (randgemeenten en Voeren) en districtsburgemeesters en -schepenen verdienen voor de uitoefening van hun mandaat een wedde. Deze wedde is vergelijkbaar met het loon van een werknemer. De specifieke regels over het statuut van lokale mandatarissen (burgemeester - schepen,voorzitter bijzonder comité en OCMW-voorzitter) bepaalt de hoogte van het loon.
Het bestuur (de gemeente, het OCMW of het district) betaalt maandelijks niet het volledige loon uit, maar een nettobedrag: de brutowedde verminderd met de persoonlijke sociale bijdragen en de bedrijfsvoorheffing.
De mate waarin dergelijke afhoudingen gebeuren, is wettelijk vastgelegd. De hoogte van de bedrijfsvoorheffing hangt onder meer af van de gezinssamenstelling (kinderen ten laste of niet), en van de vraag of de echtgenoot of echtgenote van de uitvoerende mandataris zelf een inkomen verdient.
De ingehouden bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de personenbelastingen die de mandataris na afloop van het jaar moet betalen.
Na afloop van het inkomstenjaar bezorgt de gemeente, het OCMW of het district aan de uitvoerende mandatarissen een zogenaamde fiche 281.10. Die vermeldt het betaalde loon, eventuele kostenvergoedingen en de ingehouden bedrijfsvoorheffing. Een kopie van dat document gaat naar de belastingdiensten.
Kostenregeling
Net als elke andere belastingplichtige heeft een lokale uitvoerende mandataris het recht om van zijn belastbaar inkomen de kosten af te trekken die hij heeft gemaakt om zijn inkomen te verdienen, de zogenaamde beroepskosten. Ze hebben de keuze tussen twee systemen: een beroep doen op het wettelijke kostenforfait, of de werkelijk gemaakte kosten bewijzen.
Opgelet: vanaf aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025) bestaat het speciale kostenforfait voor burgemeesters, schepenen, voorzitters van het bijzonder comité en OCMW-voorzitters niet meer. De betrokken mandatarissen kunnen er dus voor hun belastingaangifte geen beroep meer op doen. Dat is het gevolg van het federale regeerakkoord van 31 januari 2025(opent nieuw venster). Bij omzendbrief van 18 maart 2025(opent nieuw venster) werd beslist dat de afschaffing ingaat vanaf aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025).
Wettelijk kostenforfait
Een eerste mogelijkheid voor de kostenregeling is een beroep doen op het wettelijke forfait, dat ook voor de andere loon- en weddetrekkenden bestaat. Wie de werkelijke kosten niet bewijst, geniet automatisch het wettelijke forfait. De bedragen van dat forfait worden jaarlijks geïndexeerd. Concreet betekent dit voor inkomsten 2025 – aanslagjaar 2026: 30% van het inkomen, met een maximum van 5930 euro.
Werkelijke beroepskosten
Een tweede mogelijkheid bestaat erin de werkelijke beroepskosten als mandataris te bewijzen en, in de mate dat de belastingcontroleur ze aanvaardt, van het belastbare inkomen af te trekken. Mogelijkheden hier zijn: kosten voor verplaatsingen in functie van de uitoefening van het mandaat, kantoorbenodigdheden, telefoon- en internetkosten, abonnementen, noodzakelijke lidmaatschappen, gedeeltelijk gebruik van privé-huisvesting, aankopen van kantoormeubilair of PC (afschrijven over verschillende jaren), relatiegeschenken.
Dergelijke kosten komen uiteraard maar voor aftrek in aanmerking voor zover het bestuur ze niet terugbetaalde, en voor zover de mandataris voldoende kan aantonen dat ze noodzakelijk zijn voor zijn of haar mandaat. Dit laatste betekent vaak dat de mandataris hierover een afspraak maakt met de belastingcontroleur, naar aanleiding van de controle van de belastingaangifte.
Wegens de vele vragen hierover, gaan we dieper in op de fiscale aftrekbaarheid van twee specifieke kosten van mandatarissen: verkiezingsuitgaven en giften of bijdragen aan politieke partijen.
Verkiezingsuitgaven
De wetgever heeft de verkiezingsuitgaven sterk beperkt, zowel op het niveau van de partijen die aan de verkiezingen deelnemen, als voor individuele kandidaten. Hoewel het duidelijk gaat om kosten die je als mandataris maakt om een inkomen te verwerven of een bestaand inkomen te behouden, aanvaardt de fiscus verkiezingsuitgaven niet als fiscaal aftrekbare beroepskosten. Dat blijkt ook uit een brief van de FOD Financiën van 10 december 2013 aan de VVSG. Deze brief verwijst ook naar een arrest van 21 maart 2013, waartegen de FOD cassatieberoep had ingesteld. Het Hof van Cassatie verbrak dit arrest en verwees de zaak door naar het Hof van Beroep van Bergen. Dat Hof stelt dan weer in een arrest van 16 september 2016 dat de kosten voor verkiezingspropaganda die de belastingplichtige maakt om zijn kansen te verhogen om een nieuw mandaat te krijgen, niet inherent zijn aan de uitoefening van zijn mandaat en dat deze kosten een persoonlijk karakter hebben. De kosten zijn bijgevolg niet aftrekbaar als beroepskosten. Dit is trouwens ook het standpunt van de administratie.
Bijdragen of giften aan politieke partijen
De meeste mandatarissen moeten een deel van hun wedde als politicus afstaan aan de partij of lijst die hen heeft voorgedragen. Deze bijdragen of giften zijn fiscaal aftrekbaar als beroepskosten, voor zover twee voorwaarden tegelijkertijd vervuld zijn:
- de mandataris bewijst de werkelijke beroepskosten (en doet dus geen beroep op het wettelijke kostenforfait);
- de mandataris kan aantonen met partijstatuten of andere dwingende bepalingen dat de bijdrage verplicht is voor verkozenen op een bepaalde lijst; puur vrijwillige giften aan een politieke partij zijn net als voor andere belastingplichtigen niet aftrekbaar.
Combinatie met andere inkomens
Veel burgemeesters, schepenen, voorzitters van het bijzonder comité of OCMW-voorzitters hebben naast hun mandatariswedde nog een ander inkomen (bijvoorbeeld als werknemer of als zelfstandige). Bij de combinatie van een inkomen als mandataris met een ander werknemersinkomen, moet de belastingplichtige voor de totaliteit van die gelijkaardige inkomens kiezen voor hetzelfde kostensysteem: ofwel voor beide werken met de werkelijke kosten, ofwel het wettelijke forfait (met een absoluut maximum van 5930 euro voor aanslagjaar 2026 - inkomsten 2025). Een combinatie van beide kostensystemen is niet toegelaten.
Opgelet: wie naast het lokale mandaat ook een inkomen als zelfstandige of uit een vrij beroep verdient, kan voor dat tweede inkomen (dat via deel 2 van de aangifte moet worden ingediend) wel kiezen voor een systeem van kostenaftrek dat afwijkt van dat van het mandatarisinkomen.
Belastingaangifte
In de loop van het voorjaar reikt de gemeente, het OCMW of het district aan de uitvoerende lokale mandataris een fiche 281.10 uit. Die bevat alle gegevens die nodig zijn om de belastingaangifte in te vullen. De gegevens van de fiche gaan ook rechtstreeks naar de belastingdiensten en komen daardoor automatisch op de vooraf ingevulde (digitale) aangifte. Alle vermelde bedragen komen terecht in vak IV van het aangifteformulier (deel 1)(opent nieuw venster).
Wedde
De wedde die de mandataris heeft verdiend, staat bij code 250 op de fiche. Het gaat om het bedrag na aftrek van de door het bestuur afgehouden persoonlijke sociale bijdragen. Dat bedrag hoort (samen met eventuele andere beroepsinkomsten) thuis in rubriek 1250-11 (resp. 2250-78) van vak IV van de aangifte.
Beroepskosten
De beroepskosten die je als aangever wil aftrekken van het belastbare inkomen vul je in in rubriek 1258-03 (resp. 2258-70) in vak IV. Wat in dat vak moet komen, hangt af van het gekozen systeem (supra):
- Doe je een beroep op het wettelijke kostenforfait? Dan vul je hier niets in. Bij een blanco rubriek 1258-03 (resp. 2258-70) gaan de belastingdiensten ervan uit dat je voor dat wettelijke forfait kiest. De berekening gebeurt automatisch en het bedrag verschijnt op het aanslagbiljet.
- Geef je de werkelijke beroepskosten aan? Vul hier het totale bedrag in. Bij de aangifte voeg je vervolgens een lijst met een toelichting bij de kosten die je wil aftrekken.
Bedrijfsvoorheffing
Zoals gezegd, houdt het bestuur bij de uitbetaling van de wedde bedrijfsvoorheffing in en stort die als een voorschot op de te betalen personenbelasting door naar de fiscus. Die (ingehouden) bedrijfsvoorheffing staat naast code 286 op de fiche 281.10. Op de aangifte moet ze, eventueel samen met de bedrijfsvoorheffing van de andere beroepsinkomsten, worden ingevuld onder rubriek 1286-72 (resp. 2286-42).
Uitvoerende mandatarissen: fiscale behandeling presentiegelden
Veel uitvoerende lokale mandatarissen verdienen niet alleen een wedde, maar ook presentiegelden. Ze krijgen die dan bijvoorbeeld als provincieraadslid, als lid van de politieraad, als lid van de bestuursorganen van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, woonmaatschappijen.
Het is belangrijk (en fiscaal interessant) om een onderscheid te maken tussen de wedde als mandataris enerzijds en de presentiegelden anderzijds.
Werkelijke kosten of forfait?
Ook bij de aangifte van de presentiegelden kan je beroepskosten inbrengen, met opnieuw twee systemen: het wettelijke kostenforfait of de aangifte van de werkelijke beroepskosten.
Let op. De schalen voor het wettelijke forfait voor beroepskosten bij baten (de inkomstencategorie waar presentiegelden bij horen) zijn niet dezelfde als die voor werknemers (zie hoger).
Voor aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025) gaat het om:
- 28,7% van de eerste schijf van 7540 euro
- 10% van de inkomensschijf 7540 euro tot 14.970 euro
- 5% van de inkomensschijf 14.970 euro tot 24.920 euro
- 3% van de inkomensschijf boven 24.920 euro
met een absoluut maximum van 5210 euro.
Let op. Voor alle inkomsten die je invult in het vak van de baten, geldt hetzelfde kostensysteem. Een advocaat die daarnaast ook presentiegelden als raadslid ontvangt, moet ofwel kiezen voor het wettelijke forfait voor de totaliteit van de inkomsten uit baten, ofwel voor de werkelijke kosten. De beide systemen combineren mag niet.
Belastingaangifte
Voor presentiegelden krijgt een belastingplichtige normaal gesproken een fiche 281.30 van het bestuur waar men de prestaties heeft geleverd. Woonmaatschappijen daarentegen reiken hiervoor een fiche 281.20 uit, zoals bleek uit een mededeling van 18 februari 2015 van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW).
De bedragen op de fiche 281.30 moeten op het aangifteformulier terechtkomen in vak XVIII (baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden). Dit vak hoort bij deel 2 van het aangifteformulier(opent nieuw venster). Voor de fiche 281.20 geldt dat je de inkomsten vermeld bij de code 400 in de aangifte in de personenbelasting bij vak XVI (bezoldigingen van bedrijfsleiders) invult.
Papieren of elektronische aangifte
Dien je de aangifte nog op papier in? Dan vraag je deel 2 zelf aan via het telefoonnummer dat op deel 1 van de aangifte staat.
Vul je je aangifte elektronisch in via Tax-on-Web? Dan heb je deel 2 automatisch.
Vergeet niet om het eventuele papieren exemplaar tijdig aan te vragen, want je moet de papieren aangifte tijdig indienen. Voor het aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025) zijn de uiterste indiendata(opent nieuw venster) 30 juni 2026 (op papier) en 15 juli 2026 (digitaal).
Presentiegelden
De toegekende presentiegelden (op fiche 281.30 vermeld onder 6.a) komen onder rubriek 1650-96 (resp. 2650-66) van vak XVIII van de aangifte. Het onder 6.a vermelde bedrag bevat ook de eventuele terugbetaling van gemaakte kosten (nog eens apart vermeld onder 9.). De inkomsten vermeld op fiche 281.20 vul je in in rubriek 1400-55 (resp. 2400-25) van vak XVI.
Beroepskosten
Zoals gezegd heb je als mandataris de keuze om van de presentiegelden de werkelijke beroepskosten af te trekken, dan wel een beroep te doen op het wettelijke kostenforfait.
Kies je voor de werkelijke beroepskosten? Vul het totale bedrag in bij rubriek 1657-89 (resp. 2657-59) van vak XVIII (respectievelijk in rubriek 1406-49 (resp. 2406-19) van vak XVI). Uiteraard voegt je bij de aangifte een overzicht van die beroepskosten. Ook de beroepskosten die het bestuur heeft terugbetaald (vermeld onder 9. op fiche 281.30) komen in aanmerking voor aftrek, want anders zou je hierop belast worden.
Kies je voor het wettelijke kostenforfait? Dan moet je het bedrag niet zelf berekenen. Wanneer je geen werkelijke kosten invult, houden de belastingdiensten automatisch rekening met het wettelijke forfait. Dat wordt berekend op het volledige in rubriek 1650-96 (resp. 2650-66) van vak XVIII (resp. rubriek 1400-55 (resp. 2400-25) van vak XVI) vermelde bedrag (dus inclusief de door het bestuur terugbetaalde kosten).
We herhalen dat belastingplichtigen die ook andere 'baten' aangeven (bijvoorbeeld uit een vrij beroep) voor de totaliteit van die inkomsten één kostensysteem moeten toepassen, dus ofwel de werkelijke kosten aangeven ofwel werken met het (automatisch toegekende) wettelijke forfait.
Bedrijfsvoorheffing
De uitbetaler van de presentiegelden is verplicht bedrijfsvoorheffing af te houden, als voorschot op de later te betalen belastingen. Het bedrag staat vermeld onder rubriek 10. van fiche 281.30 en moet je invullen in rubriek 1758-85 (resp. 2758-55) van vak XIX. van de aangifte. Op fiche 281.20 staat de ingehouden bedrijfsvoorheffing onder rubriek 14. Dat bedrag vermeld je in rubriek 1407-48 (resp. 2407-18) van vak XVI.
Opgelet met sociale bijdragen op presentiegelden
Maak je als mandataris voor presentiegelden gebruik van de rubriek 'baten' op het aangifteformulier? Dan loop je veel kans dat het Rijksinstituut voor Sociale verzekeringen van Zelfstandigen (RSVZ)(opent nieuw venster) je nadien vraagt om op dat bedrag sociale bijdragen te betalen. Die vraag is het gevolg van het automatisch doorgeven van de bedragen vermeld onder 'baten' door de Fiscus aan het RSVZ. Het is wel duidelijk dat op presentiegelden van politieke mandatarissen geen sociale bijdragen verschuldigd zijn. Je moet dus aan het RSVZ (elk jaar opnieuw) het bewijs leveren dat het om presentiegelden ten gevolge van een politiek mandaat gaat.
De fiscus kan presentiegelden voor uitvoerende mandatarissen ook anders behandelen
Op basis van een parlementaire vraag van Servais Verherstraeten van 6 december 2004(opent nieuw venster) gaat de fiscus er ook soms van uit dat je verdiende baten als uitvoerende mandataris bij het beroepsinkomen (deel 1 van de aangifte) moet voegen. Ze worden in dat geval fiscaal dus niet apart als baten behandeld. Nochtans gaat het vaak niet om inkomsten die voortvloeien uit het feit dat je burgemeester, schepen, voorzitter van het bijzonder comité of OCMW-voorzitter (Voeren en zes randgemeenten) bent, maar wel uit je mandaat als raadslid of bestuurder. We stellen vast dat de belastingdiensten hier heel verschillend mee omgaan.
Ook het Secretariaat van de Geïntegreerde Politie, gestructureerd op twee niveaus (SSGPI, de dienst die onder meer instaat voor het sociaal secretariaat van de lokale politiezones) volgt die redenering. In een document(opent nieuw venster) over de behandeling van presentiegelden voor de politieraad, maakt het SSGPI een onderscheid tussen presentiegelden toegekend aan uitvoerende mandatarissen (die hiervoor een fiche 281.10 krijgen) en presentiegelden voor raadsleden (fiche 281.30).
Raadsleden: fiscale behandeling presentiegelden
Raadsleden verdienen geen wedde als mandataris, maar krijgen per zitting een presentiegeld. Daarnaast hebben ze eventueel nog een inkomen uit een andere beroepsactiviteit. Bovendien kunnen raadsleden uiteraard presentiegelden van verschillende bronnen combineren (bijvoorbeeld gemeenteraad, politieraad en raad van bestuur intercommunale of welzijnsvereniging).
De fiscale behandeling van de presentiegelden van raadsleden is volledig identiek aan die van de presentiegelden van uitvoerende mandatarissen (zie hoger). Dat geldt ook voor presentiegelden van leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Er bestond een tijd verwarring over de vraag of ook de presentiegelden van districtsraadsleden als 'baten' moeten worden beschouwd. In een antwoord op een mondelinge vraag van Bart Tommelein van 8 juli 2008 antwoordde Staatssecretaris Clerfayt hierop het volgende: 'De presentiegelden van districtsraadsleden zijn wel degelijk te beschouwen als baten in de zin van art. 23 §1, 2° en 27 WIB. De minister van Financiën heeft dit al duidelijk gemaakt in antwoord op een mondelinge vraag van de heer Borginon van 22 juni 2004. Er is dan ook geen sprake van discriminatie ten opzichte van de gemeenteraadsleden. De wedden die aan de voorzitters van de districtsraden en aan de leden van het bureau van deze raden worden toegekend, moeten wel als bezoldigingen worden beschouwd.'
Experts
-
MarianVerbeekStafmedewerker politieke werking en organisatie -
PieterVanderstappenStafmedewerker politieke werking en organisatie -
DAVIDVANHOLSBEECKStafmedewerker statuut lokale mandatarissen -
JanLeroySenior expert data en analyse
Meer info over deze kennispagina?
Contacteer onsPraktijkvoorbeelden
-
-
Participatietraject meerjarenplan 2026-2031 Stad Menen
Bestuur en burger -
Vernieuwde stadhuis Mortsel: stuk stad met dak erop
Bestuur en burgerPublieke ruimteEnergie en klimaatKlimaatadaptatie -
DigiKar brengt digitale hulp dichtbij in Klein-Brabant
ArmoedeDigitale transformatieDiversiteit en gelijke kansenKinderen en gezinnenBestuur en burgerIntegrale veiligheidLokaal sociaal beleidMaatschappelijke dienstverlening -
Plenty bouwt windmolen via burgerparticipatie in Hannuit
Bestuur en burgerDuurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's)Energie en klimaat -
De vijf pijlers van duurzame ontwikkeling drijven het meerjarenplan van Gistel
Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's)SamenwerkingBestuur en burger -
Kontich gaat voor een duurzaam meerjarenplan met de kapstokken van ESG en SDG’s
Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's)SamenwerkingBestuur en burger -
Heuvelland vertaalt de mondiale Agenda 2030 naar lokale beleidsdoelstellingen
Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's)SamenwerkingBestuur en burger -
Het meerjarenplan van Harelbeke: van gefaseerde opbouw naar sterke SDG-integratie
Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's)SamenwerkingBestuur en burger -
Behapbaar duurzaam beleid: Van 17 SDG’s naar 5 pijlers in Berlaar
Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's)SamenwerkingBestuur en burger -
Communicatie- en gedragsveranderingstraject Slim naar Antwerpen
Energie en klimaatMobiliteitCommunicatieBestuur en burgerOpenbare werken en wegenbeheerSamenwerking -
SDG-bril zorgt in Berlare voor een inclusief en participatief meerjarenplan
Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's)SamenwerkingBestuur en burger
Kennispagina's
-
-
Participatie aan lokaal mondiaal beleid
SamenwerkingBestuur en burgerDuurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's) -
-
-
-
-
Europese subsidies voor lokale besturen
SamenwerkingBestuur en burgerDigitale transformatieCirculaire economieEnergie en klimaatKlimaatadaptatieMilieuMobiliteitPublieke ruimteGemeentelijk waterbeleidWonenDiversiteit en gelijke kansenVreemdelingenEconomieWerk, sociale economie en activeringLokaal sociaal beleidPersoneelsbeleidVrije tijdZorg en gezondheid -
-
-
-
-