In sommige gemeenten is vandaag al meer dan de helft van de bewoners van buitenlandse herkomst. Dit stelt lokale besturen voor de grote uitdaging een positief klimaat van samenleven in diversiteit te ontwikkelen, met een duidelijk kader van regels en afspraken en aandacht voor emancipatie, zelfredzaamheid en een gelijkwaardige participatie aan onze samenleving.

De strategie krijgt vorm in het inburgerings- en integratiebeleid. Voor inburgering ligt de regie duidelijk op het Vlaamse niveau. De Vlaamse regering stelde in haar regeerakkoord belangrijke wijzigingen voor. Zo wordt de doelgroep ingeperkt, worden de cursussen maatschappelijke oriëntatie en de lessen Nederlands betalend voor de inburgeraar en komt er een vierde pijler onder de vorm van een traject van veertig uur sociale netwerking en participatie.

In deze editie van Lokaal leest u de reactie van drie schepenen op de wijzigingen. Een vernieuwing van het inburgeringsbeleid is welkom. Ook de aandacht voor meer digitalisering en betere kwaliteit in de inburgeringstrajecten is positief. Voor de lokale besturen zijn er echter ook enkele duidelijke bezorgdheden. Dat de inburgeraars in de toekomst ook een deel financiële verantwoordelijkheid moeten dragen, mag niet betekenen dat de kosten van het Vlaamse naar het lokale niveau worden doorgeschoven.

Aangezien nogal wat inburgeraars beperkte financiële mogelijkheden hebben, komt die vrees wel op bij de lokale besturen. Alternatieve mogelijkheden, zoals maatschappelijk zinvol werk, kunnen hiervoor een oplossing bieden. De vraag is ook welk effect het betalend maken van de inburgeringscursus zal heben op de groep van mensen die niet verplicht is om het inburgeringstraject te volgen. Denk maar aan burgers afkomstig uit een andere EU-lidstaat. Goede communicatie over de effectieve waarde van het inburgeringstraject is op dit vlak essentieel.

De ontwikkeling van een vierde pijler in het inburgeringstraject is een positieve stap. Veel lokale besturen nemen al initiatieven om nieuwkomers kennis te laten maken met het lokale verenigingsleven of vrijwilligerswerk. Dat ze daarover de regie krijgen is een goede zaak. Vraag is wel hoe dit traject vorm wordt gegeven en welke ondersteuning lokale besturen zullen krijgen om deze intensieve trajecten te begeleiden en op te volgen, zeker nu ze verplicht worden.

Naast het inburgeringsbeleid kijken lokale besturen ook uit naar de verdere organisatie van het integratiebeleid. De VVSG wil graag een meer strategische benadering. Dit betekent dat er een verschuiving nodig is van kleine, tijdelijke projectsubsidies naar een beleid dat inzet op meer duurzame en brede beleidsinitiatieven waarin de regietaak van de lokale besturen ten volle wordt erkend.

 

Kris Snijkers is algemeen directeur van de VVSG
Voor Lokaal 07-08 | 2021