De Wet van 26 mei 2002 over het recht op maatschappelijke integratie (RMI-Wet) garandeert iedereen het recht op maatschappelijke integratie, via tewerkstelling en/of een leefloon. Het OCMW is verantwoordelijk voor het waarborgen van dit recht.
Voorwaarden
De voorwaarden om een recht op maatschappelijke integratie te openen/een leefloon te ontvangen, zijn de volgende.
Gewoonlijk en bestendig op het Belgisch grondgebied verblijven. Bij uitzondering en na het inlichten van het OCMW mag een cliënt zich maximaal één maand op jaarbasis in het buitenland bevinden. Uitzondering hierop zijn bijvoorbeeld. leefloongerechtigde Erasmusstudenten.
Elke meerderjarige
Elke Belg heeft recht op maatschappelijke integratie, en de wet bepaalt dat ook bepaalde categorieën niet-Belgen hier recht op kunnen hebben.
Het sociaal onderzoek gaat na of de cliënt over voldoende bestaansmiddelen beschikt. Het bekijkt onder meer eigen inkomsten, zoals beroepsinkomsten, roerende en onroerende goederen en voordelen in natura. Woont de cliënt samen met een partner of met onderhoudsplichtige personen, dan neem je ook hun bestaansmiddelen mee volgens de geldende regels. Ook het groeipakket dat de bijslagtrekkende ouder voor de aanvrager ontvangt, telt mee in de gevallen die de regelgeving bepaalt. Sommige middelen zijn vrijgesteld, zoals andere financiële steun van het OCMW.
Hoe je bij samenwoonst de bestaansmiddelen beoordeelt en hoe je inkomsten uit een IBO of IBO+ meeneemt in de berekening van het leefloon, lees je verder op deze pagina onder ‘Sociaal onderzoek’.
De cliënt wordt geacht inspanningen te leveren om werk te vinden of een opleiding te volgen. Maatschappelijk werkers hebben daarbij ruime beslissingsvrijheid om te beoordelen of een cliënt werkbereid is en hoe dit moet worden aangetoond. Afwijking van deze voorwaarde is mogelijk omwille van gezondheidsredenen of redelijkheid.
Wil je meer weten over hoe je dit als sociaal werker kan beoordelen? Neem dan zeker eens een kijkje in dit document: Beoordeling werkbereidheid
Gezien de OCMW hulpverlening het laatste vangnet is binnen de sociale zekerheid, zal een cliënt eerst alle andere sociale rechten (bijvoorbeeld werkloosheidsuitkering) moeten uitputten.
De cliënt kan worden verwacht onderhoudsgeld te vorderen van eventuele onderhoudsplichtigen. Het OCMW kan deze stap ook namens de cliënt ondernemen.
Normaal gesproken maakt het OCMW met elke cliënt wederzijdse afspraken en stelt het doelstellingen op, met de focus op werk. Deze worden vastgelegd in het GPMI, een contract dat door zowel de cliënt als het OCMW wordt ondertekend.
Sociaal onderzoek
Bij elke aanvraag maatschappelijke integratie of leefloon voert een maatschappelijk werker van de sociale dienst van het OCMW een sociaal onderzoek. Zo krijgt het OCMW een beeld van de leefsituatie van de cliënt op financieel, materieel en sociaal vlak. De cliënt bezorgt daarvoor de nodige informatie. De maatschappelijk werker gaat in het sociaal onderzoek ook na of de leefloonaanvrager aan alle wettelijke voorwaarden voldoet. Daarvoor legt die een huisbezoek af en raadpleegt die de gegevensstromen van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (KSZ).
De maatschappelijk werker maakt een sociaal dossier en een sociaal verslag op. Met het oog op afspraken op maat in het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI) beschrijft dat verslag ook de capaciteiten van de cliënt. Het sociaal verslag bevat ook een voorstel van beslissing over de toekenning of weigering van het leefloon.
Bestaansmiddelen bij samenwoonst
Vanaf 1 maart 2026 wijzigt bij het sociaal onderzoek de manier waarop je de bestaansmiddelen beoordeelt wanneer de cliënt samenwoont met onderhoudsplichtige personen. Je houdt dan ook rekening met de bestaansmiddelen van die onderhoudsplichtigen. Je berekent hun inkomsten op dezelfde manier als die van de leefloonaanvrager.
Daarnaast houd je ook rekening met het groeipakket dat de bijslagtrekkende ouder voor de aanvrager ontvangt.
De omzendbrief van 16 januari 2026(opent nieuw venster) verduidelijkt de aanpassing. Een overzicht van alle wijzigingen, de inwerkingtreding, gebruik van billijkheidsredenen, hoe de afstammingsband vastgesteld wordt en welke info je kan opzoeken in het rijksregister vind je verder in de Nota inkomstenberekening bij samenwoonst.
De POD Maatschappelijke Integratie maakte ook een FAQ (opent nieuw venster)op ter verduidelijking. Daarin vind je o.a. terug dat de indexering van het leefloon geen vorm van herziening is. De POD Maatschappelijke Integratie bereidt nog een bijkomende FAQ voor naar aanleiding van de vele vragen.
IBO en IBO+ bij leefloon.
De individuele beroepsopleiding (IBO), een vorm van opleiding op de werkplek, is hervormd. Sinds 1 januari 2026 betaalt de werkgever de IBO-premie rechtstreeks aan de kandidaat. Die premie is volledig vrijgesteld bij de berekening van het leefloon, voor maximaal zes maanden.
Voor kwetsbare werkzoekenden, onder wie ook gedetineerden, bestaat er een IBO+. In dat geval betaalt VDAB de premie volledig en komt de werkgever niet tussen. Die IBO+-premie neem je volledig mee in de berekening van het leefloon.
Voldoet de betrokkene aan de wettelijke voorwaarden, dan kun je op die ontvangen IBO+-premie wel de vrijstelling voor socio-professionele integratie (SPI) toepassen.
De POD Maatschappelijke Integratie verduidelijkt dat in een infofiche(opent nieuw venster). Meer uitleg over de hervormde IBO vind je op het extranet van VDAB(opent nieuw venster).
Leeflooncategorieën
Er zijn drie categorieën leefloongerechtigden.
Samenwonenden
Personen die onder hetzelfde dak wonen en hoofdzakelijk gemeenschappelijk een huishouden doen. Via het sociaal onderzoek worden feiten verzameld om te kunnen vaststellen of de leefloonaanvrager samenwonend is.
Alleenstaanden
Personen waarbij uit het sociaal onderzoek blijkt dat ze niet samenwonen en geen gezin ten laste hebben.
Personen met een gezin ten laste
Personen die samenwonen met minstens 1 ongehuwd minderjarig kind, dat ze effectief financieel ten laste hebben.
Leefloonbedragen
De leefloonbedragen zijn met ingang van 1 maart 2026
- Samenwonend: 893,65 euro per maand (10.723,75 euro per jaar)
- Alleenstaand: 1.340,47 euro per maand (16.085,64 euro per jaar)
- Gezinslast: 1.811,57 euro per maand (21.738,88 euro per jaar)
Equivalent leefloon
Personen die geen recht hebben op een leefloon, omdat ze niet voldoen aan een van de voorwaarden, maar die wel in een vergelijkbare situatie zitten als een leefloongerechtigde, krijgen financiële steun equivalent aan een leefloon. Die personen moeten wel hun werkelijke verblijfplaats hebben in België en behoeftig zijn. Meestal moeten ze ook nog voldoen aan de voorwaarden van werkbereidheid, het uitputten van andere sociale rechten, het vorderen van onderhoudsgeld en het maken van afspraken in een GPMI.
Wie beslist over het toekennen van leefloon?
Het is het Bijzonder Comité van de Sociale Dienst (BCSD) dat de beslissingsbevoegdheid heeft over individuele dossiers maatschappelijke dienstverlening.
De decretaal vastgelegde bevoegdheden van het BCSD worden bepaald in artikel 113 van het Decreet Lokaal Bestuur (DLB). Er zijn vier aan het BCSD (of haar sub-comités) toegewezen bevoegdheden :
- De besluitvorming over alles wat te maken heeft met maatschappelijke dienstverlening
- De besluitvorming over alles wat te maken heeft met maatschappelijke integratie
- De bekrachtiging van beslissingen van de voorzitter van het BCSD
- Het geven van (niet-bindend) advies
Geïndividualiseerd Project Maatschappelijke Integratie (GPMI)
Samen met vrijwel elke leeflooncliënt zal het OCMW een GPMI opmaken. Het is een overeenkomst (in de meeste sociale diensten is de term ‘contract(je)’ legio) met daarin wederzijdse afspraken tussen cliënt en OCMW en is in eerste instantie verplicht af te sluiten met het oog op activering van of werk voor de cliënt, tenzij er gezondheids- of billijkheidsredenen aanvaard worden om geen GPMI af te sluiten. In dat geval is het echter toch mogelijk om facultatief een GPMI af te sluiten met afspraken over bepaalde levenssituaties van de cliënt.
De voornaamste elementen voor een GPMI zijn:
- Wordt opgemaakt in overleg met de cliënt.
- Bevat zowel afspraken en doelstellingen voor de cliënt als voor het OCMW.
- Deze afspraken zijn op maat van de cliënt en haalbaar voor de cliënt.
- Is in begrijpbare taal opgesteld.
- Wordt opgemaakt binnen de drie maanden na toekenning van een leefloon.
- Wordt minstens drie maal per jaar (minstens tweemaal in persoonlijk contact) in overleg met de cliënt geëvalueerd.
- Genereert extra 10% bovenop de basissubsidie die een OCMW ontvangt per leefloondossier.
Het sociaal verslag
In het sociaal verslag leg je altijd de link tussen de feiten van het dossier en de geldende wetgeving. Om je daarbij te helpen, maakten we per beslissing in leefloondossiers een helder overzicht van wat minimaal in een sociaal verslag moet staan.
Personenbelasting
Er komen enkele fiscale veranderingen aan voor van (equivalent) leefloongerechtigden en de personenbelasting. We geven hier de actuele stand van zake en passen deze aan zodra er nieuwe informatie bekend is.
Fiscaal ten laste
De wet van 18 december 2025,(opent nieuw venster) verandert de voorwaarden om fiscaal ten laste te kunnen zijn van een persoon (zie ook de omzendbrief(opent nieuw venster)). Iemand die (equivalent) leefloon ontvangt kan niet langer voor de personenbelasting fiscaal ten laste zijn van iemand.
Deze wijziging beïnvloedt de personenbelasting van de persoon bij wie de (equivalent) leefloongerechtigde als persoon ten laste stond opgenomen. Een persoon ten laste bij de personenbelasting verhoogt namelijk de belastingvrije som. Door het wegvallen van een persoon te laste, valt deze verhoging weg. Daardoor kan het zijn dat deze persoon (meer) belastingen moet betalen of dat zijn belastingteruggave lager is.
Een jongere die fiscaal ten laste is van bijvoorbeeld zijn ouders zal door het ontvangen van een leefloon, impact hebben op de hoogte van de personenbelasting die zijn ouders zullen moeten betalen. Het is daardoor belangrijk om (equivalent) leeflooncliënten en hun ouders te informeren over deze gevolgen, op het moment van de (equivalent) leefloonaanvraag.
Deze wijziging gaat retroactief in nl. voor de inkomsten van 2025, en dus voor aanslagjaar 2026. Voor aanslagjaar 2026 is het belangrijk dat de ouders (of andere personen bij wie de (equivalent) leefloongerechtigde ten laste staat) geïnformeerd worden dat de (equivalent) leefloongerechtigde niet meer als persoon ten laste mag worden aangegeven in de belastingaangifte.
De administratie financiën ontvangt via de POD Maatschappelijke Integratie leefloongegevens. Op basis van deze gegevens wordt in het voorstel van vereenvoudigde aangifte voor aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) automatisch rekening gehouden met de wetswijziging, zodat personen die een (equivalent) leefloon ontvangen daarin niet als persoon ten laste worden opgenomen.
Belastbaarheid leefloon
Het wetsontwerp 'tot hervorming van de personenbelasting'(opent nieuw venster) dat is ingediend in de Kamer en dat nu voorligt ter bespreking voegt het (equivalent) leefloon toe aan de lijst van belastbare inkomsten zoals opgenomen in het Wetboek Inkomstenbelasting (WIB). Deze wijziging zou dan ingaan vanaf inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027).
Door deze hervorming van de personenbelasting zou vanaf volgend aanslagjaar 2027, inkomstenjaar 2026, (equivalent) leefloon principieel belastbaar zijn. Wanneer mensen alleen (equivalent) leefloon ontvangen, zou er geen personenbelasting betaald moeten worden. Dit komt o.a. door het verhogen van de belastingvrije som en het behoud van de bijkomende toeslagen voor het eerste en het tweede kind.
Door de voorziene invoering van de belastbaarheid van het (equivalent) leefloon zullen er fiscale fiches uitgereikt moeten worden. In principe ligt deze verplichting bij de uitbetalingsinstelling, het OCMW. Dit zou een zware administratieve werklast meebrengen.
De VVSG signaleerde dit probleem en volgt dit verder op. Er wordt o.a. door de POD-mi bekeken of centrale oplossingen mogelijk zijn. Het doel is te vermijden dat extra taken bij OCMW’s terechtkomen.
Expert
-
PETERHARDYStafmedewerker
Meer info over deze kennispagina?
Contacteer onsPraktijkvoorbeelden
-
-
Sociale woonwijken als groenblauwe parels
Energie en klimaatGemeentelijk waterbeleidKlimaatadaptatieLokaal sociaal beleidMilieuMobiliteitOpenbare werken en wegenbeheerWonenZorg en gezondheid -
Atelier Henri – een warme ontmoetingsplek in Sint-Henricus
Zorg en gezondheidLokaal sociaal beleidSamenwerking -
Regionale strategie rond dak- en thuisloosheid in de Westhoek
WonenLokaal sociaal beleidArmoede -
Regionale winteropvang voor dak- en thuislozen in de Westhoek
WonenLokaal sociaal beleidArmoede -
Zonnepanelen op huurwoningen
Energie en klimaatArmoedeDuurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's)SamenwerkingWonenLokaal sociaal beleid -
Zorgzame buurt via buurtgerichte gezinszorg in Leuven
Zorg en gezondheidArmoedeLokaal sociaal beleidMaatschappelijke dienstverleningSamenwerkingWonen -
Free Wielie - gratis tweedehandsfietsen voor kwetsbare volwassenen
Energie en klimaatMobiliteitLokaal sociaal beleidCirculaire economie -
Zorggroep Orion verbindt kinderopvang met zorg en onderwijs
Zorg en gezondheidLokaal sociaal beleidKinderen en gezinnenDiversiteit en gelijke kansen -
Stress Less helpt leerlingen omgaan met stress en faalangst
Kinderen en gezinnenZorg en gezondheidLokaal sociaal beleid -
Project Banneux: Een zorgzame kledingloop voor senioren
AfvalArmoedeCirculaire economieLokaal sociaal beleidZorg en gezondheid -
DigiKar brengt digitale hulp dichtbij in Klein-Brabant
ArmoedeDigitale transformatieDiversiteit en gelijke kansenKinderen en gezinnenBestuur en burgerIntegrale veiligheidLokaal sociaal beleidMaatschappelijke dienstverlening
Kennispagina's
-
Huisvesting voor erkende vluchtelingen via het PATHS-project
VreemdelingenWonenLokaal sociaal beleid -
Diversiteit, toegankelijkheid en inclusie in de kinderopvang
Kinderen en gezinnenArmoedeLokaal sociaal beleid -
Toeleiding naar collectief maatwerk
Werk, sociale economie en activeringMaatschappelijke dienstverleningLokaal sociaal beleid -
-
Beperking werkloosheidsuitkeringen in de tijd
Maatschappelijke dienstverleningLokaal sociaal beleidWerk, sociale economie en activering -
Energiearmoede
ArmoedeEnergie en klimaatWonenMaatschappelijke dienstverleningLokaal sociaal beleid -
De-minimis en verplichte staatssteunregistratie
FinanciënLokaal sociaal beleidVrije tijdMilieuWerk, sociale economie en activeringKinderen en gezinnenEconomie -
OCMW-dienstverlening voor vreemdelingen
VreemdelingenArmoedeMaatschappelijke dienstverleningLokaal sociaal beleid -
Samen voor sterke sociaal werkers op het OCMW
Maatschappelijke dienstverleningLokaal sociaal beleidArmoedePersoneelsbeleid -
Inclusief lokaal beleid voor alleenstaanden
Diversiteit en gelijke kansenLokaal sociaal beleidZorg en gezondheid -
-
Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid – Individuele hulpverlening
Maatschappelijke dienstverleningArmoedeVreemdelingen