Lies Engelen-13.Fruit kennisnetwerk.png
Provider image

Door de coronacrisis kopen mensen veel meer dan tevoren hun voedingsmiddelen bij zogenaamde korteketenboeren. Ze hebben meer tijd om stil te staan bij waar hun voeding vandaan komt, steunen graag de lokale economie en willen gezonder eten.

Als consumenten hun voedsel rechtstreeks bij de boer kopen, kunnen boeren zelf hun prijs en aanbod bepalen. Ook voor consumenten is de korte keten alleen maar positief. Volgens de seizoenen eten heeft minder impact op onze natuur, het komt je gezondheid ten goede, want de seizoensgroenten en -fruit bevatten de vitamines die je op dat moment nodig hebt. In de korte keten betaal je een eerlijke prijs, want er gaan geen winstmarges naar tussenpartijen. Het eten is veel smakelijker, doordat het in het seizoen geteeld is. Bovendien leer je je boeren weer kennen.

 

Een lange zomer voor de korte keten

Door de coronacrisis gaat de Week van de Korte Keten dit jaar niet door, maar staat de korte keten de hele zomer in de kijker. Het logistieke platform Boeren & Buren lanceert een zomercampagne #blijfbijons om het succes van korte keten ook postcorona vast te houden. #dagboer verzamelt de verhalen van boeren die agro-ecologische principes inzetten. Het werkt daarvoor samen met topfotografen en journalisten. Vlaanderen wil ruimte voor lokale voedselproductie met een bewarend grondbeleid. De Vlaamse overheid zoekt de omslag naar duurzame voedselproductie en leefbare landbouw als onderdeel van een geïntegreerd lokaal voedselbeleid, zo staat in haar Beleidsnota Klimaat. Ook Europa gelooft in de korte keten. In de recent gepubliceerde Farm to Forkstrategie is duidelijk dat het hart van de EU green deal de ‘van boer tot bord-strategie’ is. De VVSG organiseert lerende netwerken en trajecten voor medewerkers van steden en gemeenten. Meld je ook aan bij steven.desair@vvsg.be

Keuze voor vrijheid en kwaliteit

Zo geniet ik zelf ook wekelijks van een divers aanbod groenten van boer Matthias Van Buggenhout (30), de vierde generatie op boerderij Seizoensmaak. Jarenlang verbouwde deze boerderij een beperkt aantal gewassen in samenspraak met de veiling. ‘Jij geeft je producten op de veiling af, en de keurder bepaalt de prijscategorie op basis van esthetische eisen.

In de veilingzaal geldt de wet van vraag en aanbod. De prijs start bij de prijscategorie en daalt tot er een van de inkopers van de supermarkten afdrukt. Voor de inkopers is het dus een sport om voor de supermarkten die prijs zo laag mogelijk te houden. Zo gebeurde het regelmatig dat er door een overaanbod lager wordt geboden dan de productieprijs. Helaas merkt de consument niets van die prijsschommelingen. Consumenten kennen de realiteit achter de prijs op hun kassaticket niet. Als boer probeer je de kostprijs te drukken door meer te produceren. Maar zoals we net geleerd hebben, doet overaanbod de prijs kelderen. Het is een straatje zonder eind.’

Een aantal jaren geleden besloot Matthias Van Buggenhout een andere weg in te slaan, kleinschalig te produceren en rechtstreeks aan de klant te verkopen. Hij wou vooral ook weer zijn eigen prijzen bepalen. Hij koos voor meer economische zekerheid en stabiliteit. Hij koos voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Hij koos voor vrijheid.

 

De prijs van de vrijheid

Vandaag is zijn omzet tijdens deze vreemde periode met tweehonderd procent gestegen. Mooi toch? Alleen zit boer Matthias tijdens de corona- ‘hoogdagen’ nog elke week met zijn handen in het haar. Een verdubbeling van de verkoopcijfers is bij boeren namelijk niet zo eenvoudig als ‘een plus een is twee’. Er komt veel meer bij kijken. Matthias Van Buggenhout doet letterlijk alles van A tot Z. Van administratie, HR, logistiek, oogsten, sales, verpakken tot en met zaaien. Hij hanteert de structuur van een groot bedrijf, maar dan gecomprimeerd in een ambachtelijk beroep. Als je zo klein bent en zoveel hooi op je vork moet nemen, dan kun je niet zomaar twee keer zo snel schakelen. Wat betekent die tweehonderd procent omzet als je je kosten nauwelijks kunt dekken?

Boer Matthias schakelde de tussenpartijen, zoals de veiling en de supermarkten, uit om meer marge voor zich houden, maar hij heeft hierdoor nu meer kosten omdat hij alles voor eigen rekening neemt. Stel dat zijn werkelijke kosten om een preistengel te produceren één euro bedragen, maar hij verkoopt die aan tachtig cent, dan verliest hij dus twintig cent per preistengel. Een stijging in verkoop is dan vooral niet wenselijk. Waarom verkoopt hij die preistengel dan niet gewoon aan anderhalve euro?

Die vraag brengt ons weer bij de wet van vraag en aanbod. Matthias Van Buggenhout wil toch niet te ver afwijken van de prijzen van de supermarkten, want dan krijgt hij de naam duur te zijn. Hij betaalt een prijs voor de beperkte vrijheid die hij heeft gekocht door afstand van de veiling te nemen. Zijn onderneming heeft het moeilijk om te concurreren met kwantiteit en efficiëntie. Het is David versus Goliath.

 

Twee maten

Concurreren met multinationals met duizenden werknemers, waar mathematische modellen het aankoop- en verkoopbeleid bepalen is een brug te ver voor het kleine economische model van Matthias Van Buggenhout. Schaalgrootte dicteert de wet in deze maatschappij. Die invloed zie je zelfs terugkeren bij de coronaregels, die kleine boerenmarkten verboden, maar grote supermarkten met dagelijks duizenden klanten wel toelieten. Twee maten, twee gewichten. Begrijp me niet verkeerd, we moeten inderdaad steeds meer monden voeden. En dat moet betaalbaar zijn voor iedereen.

Supermarkten en industriële revolutie in de landbouw zijn innovatieve oplossingen geweest voor die vraag. Alleen zijn er met die evolutie veel verborgen kosten mee in het proces geslopen. De impact van pesticiden op onze gezondheid en de natuur bijvoorbeeld. Stel je voor dat we die verborgen gezondheidskosten en het verlies van natuurrijkdom kunnen berekenen en toevoegen aan de prijs van gangbare producten. Onze voeding zou onbetaalbaar worden. Zou het dan niet (financieel) gezonder zijn de keuze te maken voor kwalitatief hoogwaardige voeding die toegankelijk is voor iedereen?

 

Pionieren

Het korteketenmodel kan een belangrijke rol spelen in de transitie naar een ander voedselsysteem. Alleen moeten deze pionierboeren ondersteuning krijgen om te groeien. Overheden, onderzoeksinstellingen, burgers en bedrijven, ze kunnen meedenken met Matthias Van Buggenhout en hem helpen om ons van smakelijke, gezonde, lokale voeding te voorzien op een duurzame manier voor hem, onze maatschappij, onze natuur en onze centen. Niet alleen tijdens deze crisis, ook in de postcoronaperiode.

Begin alvast met je lokale seizoensboer(en) op te zoeken, help misschien eens mee. Waardeer hun beroepstrots en passie. Ze beoefenen een van de oudste beroepen ter wereld, cocreëren onze natuur en ons landschap, stimuleren het toerisme en de horeca met typische streekproducten en bepalen de identiteit van een regio. Denk maar aan de Boechoutse appels, de Mechelse asperges, de mattetaarten van Geraardsbergen of Brabants grondwitloof. Tijd om deze onderbetaalde helden, deze Don Quichotes een podium te geven.

‘Als bedrijf willen we in de toekomst niet meer land gebruiken, maar het land wel beter gaan gebruiken, optimaal gebruik maken van de seizoenen en de natuurlijke eigenschappen van de planten,’ zegt Matthias Van Buggenhout. ‘Uiteindelijk willen wij, de kleinere producenten, de grote steden kunnen voeden. Maar hiervoor hebben we ook ondersteuning nodig. Die moet komen van de consument, maar ook van de overheid en de gemeenten. Alleen dan kan ons model meegenomen worden in de plannen voor de stedenbouw, in het beleid van de overheid. Ik hoop dat in de toekomst mensen zich meer bewust worden van waar hun eten vandaan komt, hoe het verbouwd is en waarom dat zo ontzettend belangrijk is.’ •

 

Steven Desair is VVSG-stafmedewerker lokale voedselstrategie, daarnaast is hij sociaal ondernemer van Eatmosphere, Mary Pop-In en #dagboer STEVEN 
Voor Lokaal 07-08 | 2020