2022Lokaal09 - De toekomst.png
Provider image

Staf Henderickx stelt in zijn huisartsenpraktijk een sterke toename vast van obesitas, verhoogde bloeddruk, diabetes, ook bij kinderen. ‘De voedingsindustrie is meer en meer een chemische industrie geworden die met ultrabewerkte voeding inspeelt op onze natuurlijke drang naar vet, zoet en zout. De gevolgen van dat model worden steeds duidelijker, het zadelt ons op met gigantische gezondheidsproblemen en enorme maatschappelijke kosten.’

Staf Henderickx is huisarts en auteur. In zijn in 2017 verschenen boek Van mammoet tot Big Mac brengt hij inzicht in de gezondheidsproblemen veroorzaakt door ultrabewerkte voeding en in het landbouw- en productiesysteem dat eraan ten grondslag ligt. Hij schrijft regelmatig opiniestukken over dit onderwerp, onder meer voor Knack. Hij is een van de sprekers op de VVSG-voedseldag van 27 september in Leuven.

‘Als jonge huisarts voerde ik in de jaren tachtig met collega’s en studenten onderzoek naar de milieuvervuiling door zware metalen in de Noorderkempen, naar de impact op de gezondheid van de arbeiders en naar hoe die metalen via de landbouw in de voeding kwamen. Het leidde tot het boek De zoete dood, dat nogal wat ophef veroorzaakte. Later zag ik in mijn praktijk steeds meer mensen met slaap- en vermoeidheidsstoornissen en psychosomatische klachten. Daaruit vloeide een tweede studie voort en het boek Dokter, ik ben op, over werkstress. De laatste jaren zie ik meer en meer mensen met obesitas, hoge bloeddruk en diabetes, zelfs jongeren. Op zoek naar de oorzaak kwam ik uit bij de ultrabewerkte voeding. Daarover schreef ik Van mammoet tot Big Mac. Ik wil als huisarts niet alleen pillen voorschrijven. Ik wil op zoek gaan naar de oorzaken van gezondheidsproblemen. Mijn vertrekpunt is altijd: wat is goed voor de gezondheid?’

gezondheid?’ ‘Gezondheid steunt op vijf pijlers: beweging, contact met de natuur, sociaal contact, slaap en voeding. Op al die vlakken is er sinds de industrialisering heel veel veranderd. Kijken we naar de voeding, dan zijn we geëvolueerd naar een industrieel systeem van landbouw, productie en distributie. Begrijp me niet verkeerd, industrialisering op zich is niet het grote probleem. Mijn grootouders waren boeren, dat was een bikkelharde stiel. De mechanisering heeft veel verbetering gebracht. Maar er is ook veel verloren gegaan. De landbouw is geëvolueerd naar een Amerikaans model van grote monopolies, gestimuleerd en gesubsidieerd door het Europese en het nationale beleid. Boeren moeten gigantische investeringen doen om in dat systeem mee te kunnen. Het toenemende gebruik van kunstmeststoffen en pesticiden maakt de grond kapot. Ook de voedingsindustrie is in handen van mastodonten. Eigenlijk is het voor een stuk een chemische industrie geworden. Onze smaak wordt voortdurend bedrogen. Aardbeismaak bijvoorbeeld wordt gemaakt met een veertigtal chemische bestanddelen.’

‘De voedingsindustrie is razendsnel veranderd. Ons DNA daarentegen evolueert maar zeer traag, dat is nog grotendeels dat van de jager-verzamelaar en het is geprogrammeerd om zoet, vet en zout voedsel lekker te vinden. Voor de jager-verzamelaar was dat maar beperkt beschikbaar, hij at vooral vegetarisch. Nu spelen de voedingsgiganten in op wat we van nature lekker vinden door massaal veel te zoet, te vet en te zout ultrabewerkt voedsel te produceren. Dat leidt tot enorme gezondheidsproblemen, nu beginnen we steeds meer de gevolgen te zien van dat scheefgegroeide systeem. We moeten weer naar een veel duurzamer model, gebruik makend van de vele voordelen van de industriële vernieuwing.’

‘We moeten beginnen bij de kinderen en hun andere smaak- en voedingsgewoonten aanleren. In Zweden en Finland lopen mooie projecten in scholen. Kinderen krijgen er gratis een gezonde maaltijd, ouders wordt gevraagd te helpen met koken. Zo sla je twee vliegen in één klap: de kinderen leren gezond eten, de ouders leren gezond koken. Het is niet voor niets dat Zweden en Finland de enige landen zijn waar het obesitasprobleem bij kinderen kleiner wordt. Gezonde voeding kost misschien iets meer, maar de maatschappelijke kosten op langere termijn van obesitas en andere gezondheidsproblemen ten gevolge van het massaal eten van ultrabewerkt voedsel zijn vele keren groter.’

voedsel zijn vele keren groter.’ ‘Ook ons koopgedrag aanpassen is belangrijk. Dat geldt voor gezinnen, maar evengoed voor scholen, administraties, bedrijven. We weten dat aan de verleiding van zoet, vet en zout moeilijk te weerstaan is, dus moeten we ze ook niet aanbieden. Haal de zoete dranken uit de automaten, bied water aan. Vergroot het aandeel groenten in maaltijden. Kies voor de originele producten en niet voor bewerkte voeding. We moeten ook weer meer zelf koken. Ik besef dat dit niet eenvoudig is voor tweeverdieners in een arbeidsmarkt die steeds meer flexibiliteit vraagt. Elke dag koken is voor de meeste mensen niet haalbaar. Maar als je het een paar keer per week doet en telkens iets te veel klaarmaakt zodat je enkele porties in de koelkast of de diepvries kunt steken, dan kom je al een heel eind.’

‘Lokale besturen hebben ook een grote rol in het stimuleren van de korte keten, waar het aanbod per definitie bestaat uit niet of nauwelijks bewerkte producten. Zelf kunnen gemeenten zoveel mogelijk lokaal kopen, ze kunnen markten van lokale producenten ondersteunen, ze kunnen de bevolking bewust maken van het belang van gezond kopen en eten. Zo kunnen ze de evolutie van de landbouw in de richting van een meer duurzame en biologische productie ondersteunen.’ —

 

Bart Van Moerkerke is redacteur Lokaal
Voor Lokaal 09 | 2022