lokaal_20230501_48_boa.png
Provider image

Met het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) wil de Vlaamse regering in elke Vlaamse gemeente een geïntegreerd aanbod van opvang en activiteiten realiseren. De lokale besturen krijgen daarvoor de regie en vanaf 1 januari 2026 ook financiële middelen in handen. De ambities van de Vlaamse regering zijn niet min, de uitdagingen voor de lokale besturen al helemaal niet. De VVSG blijft daarom de belangen van de lokale besturen verdedigen.

In het decreet BOA staat het kind centraal. Samen met de verschillende partners stippelt het lokale bestuur het lokale BOA-beleid uit. Ze realiseren een toegankelijk en betaalbaar opvang- en activiteitenaanbod met speelmogelijkheden en ontplooiingskansen voor elk kind in de gemeente.

Vanaf 1 januari 2026 krijgen alle lokale besturen hier Vlaamse subsidies voor. Bij de goedkeuring van het decreet besliste de Vlaamse regering om de beschikbare middelen voor buitenschoolse opvang te herverdelen over de Vlaamse steden en gemeenten op basis van objectieve cijfers: het aantal kinderen dat in de gemeente woont en naar school gaat. Met die subsidies moet het lokale bestuur het lokale opvang- en activiteitenaanbod financieren. Daardoor zullen sommige lokale besturen meer subsidies ontvangen dan vroeger. Een aantal lokale besturen investeerden in het verleden zelf veel in het aanbod buitenschoolse opvang op hun grondgebied. Met het decreet BOA krijgen die lokale besturen daar nu voor het eerst Vlaamse middelen voor, op basis van de lokale situatie. Dit creëert lokale kansen om de buitenschoolse opvang aantrekkelijker en meer divers te maken.

Maar daartegenover staat dat heel wat lokale besturen subsidies die Opgroeien vandaag inzet in de gemeente, zullen zien verdwijnen. Een derde van de lokale besturen moet zelfs meer dan 40% van de middelen die vandaag in hun gemeente ingezet worden voor buitenschoolse kinderopvang, inleveren. Deze lokale besturen hebben wel recht op een tijdelijke compensatiesubsidie. Maar omdat de toekomstige subsidie afhankelijk zal zijn van het aantal kinderen dat in de periode 2023-2025 in de gemeente woont en naar school gaat, is het nog niet exact duidelijk welke lokale besturen recht zullen hebben op de tijdelijke compensatiesubsidie. En zelfs met de tijdelijke compensatiesubsidie blijft het voor hen een enorme dobber om het bestaande opvangaanbod in stand te houden met zo’n verlies aan financiële middelen.

 

Financieel groeipad

Een aantrekkelijk en gevarieerd aanbod ontwikkelen op maat van elk kind kost geld. De regie voeren en bruggen bouwen tussen partners en sectoren eveneens. Hoe kun je vrijetijdsactoren stimuleren om mee te werken aan het lokale beleid buitenschoolse opvang en activiteiten, als je geen financiële wortel ter beschikking hebt om hen te verleiden? Dat is grotendeels afhankelijk van hun goodwill en het lokale engagement. De VVSG stelt vast dat de huidige middelen duidelijk onvoldoende zijn om elk lokaal bestuur in staat te stellen de ambities van het decreet waar te maken. Daarom beloofde de Vlaamse regering een budgettair groeipad, maar dat blijft tot nu toe wel zeer beperkt. In september 2021 voegde ze 6,3 miljoen uit het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding toe aan het toenmalige budget van 100 miljoen euro. Deze investering paste in het uitbreidingsbeleid voor kinderopvang en ze kon dankzij het relanceplan ‘Vlaamse veerkracht’ versneld doorgevoerd worden. Afgezien daarvan krijgen de lokale besturen tot nu toe geen zicht op een verder budgettair groeipad om de doelstellingen van het decreet BOA te realiseren.

 

Aan de slag met toegankelijkheid

De subsidie die lokale besturen vanaf 1 januari 2026 ontvangen, is gedeeltelijk afhankelijk van het aantal kwetsbare gezinnen in de gemeente. Een sterk aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten moet immers toegankelijk zijn voor zoveel mogelijk kinderen in de gemeente. Vanaf 1 januari 2030 zal de subsidie gebaseerd worden op het effectieve bereik van deze doelgroep aangevuld met de doelgroep kinderen met een specifieke zorgbehoefte.

De Vlaamse regering besliste echter nog niet over de invulling van deze indicatoren toegankelijkheid. Daardoor wachten we nog steeds op een definitie van ‘kwetsbare gezinnen’ en ‘kinderen met een specifieke zorgbehoefte’. Ook de financiële middelen die daartegenover zullen staan, kennen we nog niet. Opnieuw brengt dat onzekerheid met zich mee. Lokale besturen bereiden zich volop voor om klaar te zijn tegen 2026, maar weten nog niet wat dit zal betekenen voor het luik toegankelijkheid. De VVSG vraagt daarom via verschillende fora dringend de nodige beslissingen te nemen. Om werk te kunnen maken van een toegankelijk lokaal aanbod van goede kwaliteit zullen deze financiële middelen voldoende hoog moeten zijn.

 

Regie voeren

De regie BOA is de verantwoordelijkheid van het lokale bestuur. Dat kent het lokale landschap en de behoeften van de inwoners immers het best. Het aanbod daarop afstemmen door in overleg te gaan en samen te werken met de verschillende lokale partners vraagt echter tijd en middelen.

Uit de vele contacten met het werkveld leren we dat het niet evident is om lokaal de regie BOA te voeren. 42 lokale besturen ontvangen nu, tijdens de overgangsperiode, al een subsidie om de doelstellingen van het decreet in de praktijk om te zetten. Met die middelen kunnen ze bijvoorbeeld iemand aanwerven die de regiefunctie ontwikkelt. Een BOA-regisseur die partners samenbrengt, de eerste stappen zet in de richting van de lokale visie, een omgevingsanalyse maakt, in kaart brengt wat ouders en kinderen nodig hebben, proefprojecten coördineert enzovoort.

En de overige 258 Vlaamse steden en gemeenten? Die ontvangen op dit ogenblik geen middelen om hun BOA-beleid voor te bereiden en uit te rollen. In die lokale besturen gaan de subsidies vandaag nog rechtstreeks naar de organisatoren buitenschoolse kinderopvang. Ze zijn dus aangewezen op hun eigen middelen om stappen te zetten naar een lokaal beleid BOA. In de meeste lokale besturen is er wel al een trekker aangeduid, maar gezien de hoge werkdruk en de beperkte financiële middelen is dit meestal geen evidente opdracht.

 

Toekomstperspectief nodig

We concluderen dat er bijkomende financiële inspanningen en een duidelijk financieel groeipad van de Vlaamse regering nodig zijn om de doelstellingen van het decreet te realiseren. Beleid uittekenen zonder dat er voldoende budget tegenover staat, is heel moeilijk. De VVSG vraagt daarom dat de lokale besturen zo snel mogelijk vernemen welk budget er beschikbaar is voor toegankelijkheid, welke lokale besturen in aanmerking zullen komen voor een compensatiesubsidie en hoe het financieel groeipad eruit zal zien. Daarbij aansluitend wil ze ook een objectief onderzoek naar de middelen die op lokaal niveau nodig zijn om de waardevolle ambities van het decreet waar te maken.

We verwachten een engagement van de Vlaamse regering om te investeren in ondersteuning en begeleiding van lokale besturen bij hun regieopdracht. De VVSG tracht op eigen initiatief als ondersteuner op te treden, onder andere door een vormings- en begeleidingsaanbod uit te werken. Daarnaast kunnen lokale besturen terugvallen op het inspiratiekader BOA en de ‘STERK GEZIeN’-informatiesessies van Opgroeien. Deze ondersteuning vanuit Vlaanderen is te beperkt en staat niet in verhouding tot de opdrachten, de ambities en de verwachtingen van het decreet BOA.

Toch staat de VVSG vierkant achter de doelstellingen van het decreet BOA. Elk kind heeft recht op een gevarieerd aanbod van opvang en activiteiten op zijn of haar maat. We zien dat heel wat lokale besturen zich al op de toekomst aan het voorbereiden zijn. De lokale besturen realiseren vandaag al veel moois, maar er ligt nog een pak werk te wachten. —

 

Rika Verpoorten is VVSG-stafmedewerker kinderopvang | Beeld Stefan Dewickere
Voor Lokaal 05 | 2023

Bekijk ons opleidingsaanbod voor BOA op https://www.vvsg.be/kennisitem/vvsg/vorming