Radicalisering is een omstreden concept en kan allerlei vormen aannemen. (Gewelddadige) radicalisering is:

“een proces waardoor een individu of een groep dusdanig beïnvloed wordt dat het individu of de groep in kwestie mentaal bereid is om extremistische daden te plegen, gaande tot gewelddadige of zelfs terroristische handelingen. Het adjectief “gewelddadig” wordt hierbij gebruikt om een duidelijk onderscheid te maken tussen enerzijds niet strafbare denkbeelden en de uiting hiervan en anderzijds de misdrijven of handelingen die een gevaar zijn voor de openbare veiligheid die gepleegd worden om deze denkbeelden te realiseren of de intentie tot het plegen van deze misdrijven of handelingen”

Deze definitie is echter abstract en daarom kan het zinvol zijn om te werken met specifieke kenmerken, aandachtsgebieden of signalen van radicalisering. Een lokaal bestuur kan eerstelijnswerkers ondersteunen om de juiste kennis en tools in handen te hebben om radicalisering te herkennen. Het is bovendien van belang dat een goede beoordeling wordt gemaakt van de signalen die binnenkomen om een passende persoonsgerichte aanpak op te stellen.

Het detecteren van radicalisering is des te complexer omdat er geen eenduidig profiel bestaat. Mannen en vrouwen van verschillende leeftijden en achtergronden, en zelfs hele families, kunnen vatbaar zijn voor radicalisering. Er zijn wel een aantal algemene beschermende factoren en risicofactoren die we kunnen onderscheiden.

Rol van het lokaal bestuur

Een belangrijke rol is weggelegd voor het lokaal bestuur. Gemeenten en OCMW's staan het dichtst bij de burger, kunnen het snelst signalen detecteren en, indien nodig, reageren wanneer personen of groepen dreigen te vervreemden of radicaliseren. De lokale instituties vormen tevens het eerste aanspreekpunt voor diensten en organisaties die met dit thema worden geconfronteerd. Bovendien hangt een radicaliseringsproces af van individuele facturen, waardoor een aanpak op maat noodzakelijk is (Van Broeckhoven, 2015).  

In de lokale aanpak staat kortom een combinatie van preventie, interventie en nazorg centraal, waarbij lokale besturen en partners uit de veiligheids- en sociale sector met elkaar samenwerken. De burgemeester speelt hierin als eindverantwoordelijke voor de openbare orde en veiligheid een cruciale rol, maar uiteindelijk is de gemeentelijke aanpak een verantwoordelijkheid van het volledige college van burgemeester en schepenen. De lokale verantwoordelijkheden kunnen opgedeeld worden in drie fasen:

 

1. Preventie van radicalisering: acties gericht op het voorkomen van polarisering, het wegnemen van de voedingsbodem, het vergroten van de weerbaarheid en door vroegtijdige signalering. Het wegnemen van de voedingsbodem (a) gebeurt zoveel mogelijk via het bestaande gemeentelijke sociale, activerings- en integratiebeleid. Vroege signalering en het vergroten van de weerbaarheid (b) gebeurt ook via bestaande netwerken en structuren zoals de scholen, de opvoedingswinkel, de sociale wijkteams en jeugdwerk. Meer specifiek kan een lokaal bestuur vanuit preventief oogpunt volgende maatregelen nemen:

  • Omgevingsanalyse opmaken
  • Sensibilisering van beleids- en eerstelijnsactoren
  • Inclusief beleid voeren
  • Middenveldorganisaties activeren en ondersteunen

2. Persoonsgerichte aanpak: geradicaliseerden en (potentiële en tegengehouden) uitreizigers signaleren en aanpakken gebeurt via de Lokale Integrale Veiligheidscel (LIVC)  met partners (c). In dit overleg vervult de gemeente een regierol. Meer specifiek kan een lokaal bestuur vanuit persoonsgericht oogpunt volgende maatregelen nemen:

  • Signalen bespreken in de LIVC
  • Persoonlijke netwerkanalyse opstellen
  • Risico inschatting maken op basis van informatie van veiligheids – en sociale diensten
  • Ketenregie en casemanagement opstarten
  • Familieondersteuning aanbieden

3. Re-integratie en nazorg: Het bieden van nazorg en re-integratie aan terugkeerders en veroordeelde extremisten gebeurt via een maatwerkplanplan op maat,  opgevolgd in de LIVC (d). Daarnaast bestaat er ook een handelingsperspectief voor lokale besturen bij gesneuvelden (e). Meer specifiek kan een lokaal bestuur in het kader van een integraal veiligheidsbeleid volgende maatregelen vooropstellen:

  • Bemiddelen in buurtconflicten
  • Oprichten van een Lokale Integrale Veiligheidscel (LIVC) en afspraken maken over de samenwerking en informatie-uitwisseling met veiligheids- en sociale partners
  • Werken aan reintegratietraject
  • Risico inschatting maken van recidive op basis van informatie van veiligheids – en sociale diensten
  • Familieondersteuning aanbieden

Voor meer informatie en tips kan u terecht op Handvaten Lokale Aanpak Radicalisering met bijlagen.pdf