Hier vind je een overzicht van de veelgestelde vragen. Vind je jouw vraag hier niet terug? Stel jouw vraag via het online formulier of neem contact op met Netwerk Klimaat. Wij helpen jou graag verder. 

Dit overzicht zal naargelang de vragen worden aangepast.

 

1. Moet je als gemeente het Lokaal Energie- en Klimaatpact jaarlijks ondertekenen?

Neen, het is voldoende om het klimaatpact één keer te ondertekenen. 

2. Tot wanneer kan mijn gemeente het Klimaatpact ondertekenen om aanspraak te maken op de financiële middelen van 2021?

Dit jaar heb je nog tot en met 29 oktober 2021 om het klimaatpact te ondertekenen. Je doet dit aan de hand van een beslissing op de gemeenteraad.

3. Moet je acties uitvoeren uit de 4 werven of mag je er ook voor kiezen om acties uit te voeren uit maar 2 werven?

Het uiteindelijk doel is het behalen van alle doelstellingen in alle steden en gemeenten tegen 2030. Als lokaal bestuur weet je zelf hoe je het best zo efficiënt mogelijk de verschillende doelstellingen kan behalen.  Je kan dus zelf bepalen wat de eigen prioriteiten zijn en kiezen waar je eerst op zal gaan inzetten.

4. Is het Lokaal Energie- en Klimaatpact een resultaatsverbintenis of een middelenverbintenis?

Het gaat hier om een inspanningsverbintenis. De wederzijdse engagementen staan duidelijk in het pact en de financiële ondersteuning wordt gekoppeld aan het ondertekenen van het Pact. Het betreft een trekkingsrecht met 50% cofinanciering: we hanteren het “1 euro voor 1 euro”-principe. Op geaggregeerd niveau vragen we dat de totale uitgaven voor klimaatacties minstens het dubbele van de verkregen subsidie bedraagt.

5. Kunnen de doelstellingen op termijn bijgestuurd worden of komen er nog doelstellingen bij?

Momenteel staat er nog geen update in de steigers.

6. Is er een voorbeeldbeslissing die gemeenten kunnen gebruiken om te agenderen op college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad?

Ja, de VVSG maakte een voorbeeldbeslissing op die je kan gebruiken voor de agendering en goedkeuring.

7. Wat wordt er bedoeld met een sloopbeleidsplan? Hoe ziet een sloopbeleidsplan eruit?  

Een sloopbeleidsplan is een begrip dat voorkomt in het Vlaams Energie- en Klimaatplan (p. 91: “Daarnaast zal de Vlaams minister van Binnenlands Bestuur in overleg met de lokale besturen de lokale sloopbeleidsplannen en lokale sloopfondsen bespreken.” Dit kadert in het onderdeel dat gaat over het stimuleren van slopen en herbouw van oudere woningen met een slechte energieprestatie en beperkt comfort. Voor sommige woningen of gebouwen kan het energetisch zinvoller en technisch haalbaarder zijn om te slopen en te herbouwen in plaats van te renoveren.

De Vlaamse overheid heeft nog geen concrete invulling gegeven aan dit begrip, dus de vraag hoe zo’n sloopbeleidsplan er kan of moet uitzien, kan nog niet beantwoord worden. De verwachting is dat een ondersteuning van lokale besturen op dat thema deel zal uitmaken van één van de komende werkprogramma’s van het Netwerk Klimaat. Het engagement voor de opmaak van een sloopbeleidsplan is geformuleerd tegen 2030. 

8. Wat is de uiterlijke deadline voor het afbouwen van de heffing op pylonen van windmolens?

De heffing moet ten laatste tegen het einde van de legislatuur zijn afgebouwd, dit wil zeggen dat de deadline hiervoor 31 december 2025 is.

 

8. Wat is het referentiejaar voor deze doelstellingen?

Voor de vier werven moeten de doelstellingen gehaald worden in 2030 en vertrekken we vanaf begin 2021. Er zijn echter nog andere engagementen binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact zoals de 40% CO2-reductie in het eigen patrimonium en infrastructuur (excl. onroerende erfgoed). Hier gebruiken we 2015 als referentiejaar. Bij de 2,09% jaarlijkse primaire energiebesparing wordt vertrokken vanaf het jaar 2020. 

9. Wordt 2020 gebruikt als het referentiejaar voor de doelstellingen omtrent primaire energiebesparing (2,09%)? In coronajaar is er een gemiddelde besparing van 20% op energieverbruik. Hoe ga je hier mee omgaan?

Externe factoren zoals Corona (lage bezettingsgraden), maar ook warme en koude winters, elektrificatie (denk bv. aan smart bords in scholen)… beïnvloeden het energieverbruik zonder dat dit een structurele verbetering/verslechtering van de energieprestatie van de gebouwen inhoudt. Het is dus zeker aangewezen om de juiste datacorrecties uit te voeren. VEKA, het Vlaams Energie & Klimaat Agentschap, werkt hiervoor de methodiek uit.

10. Sommige steden en gemeenten ondertekenden het Burgemeestersconvenant in 2009 en realiseerden daardoor reeds flinke reducties in eigen patrimonium t.o.v. 2005. Is vergelijkingspunt 2015 absoluut?

Dit jaartal werd gekozen naar analogie met de doelstellingen voor de gebouwen van de Vlaamse overheid. Voor een overgrote meerderheid van de steden en gemeenten zou een vroeger referentiejaar niet werkbaar zijn aangezien verbruiksgegevens weinig volledig bleken voor de periode ervoor.  We begrijpen de frustratie, maar hopen op begrip voor een vergelijkbare basis te creëren die werkbaar is voor alle lokale besturen.

11. Kan je als gemeente samenwerken met andere gemeenten?

Samenwerkingen tussen de gemeentes onderling, samenwerkingen met partners zoals lokale stakeholders, intercommunales, provincies… worden sterk aangemoedigd. Elk lokaal bestuur kan de eigen troeven uitspelen om zo gezamenlijk de finish te halen. De werven werken als communicerende vaten, sommige werven zal je samen aanpakken andere apart of op een ander moment.

Let wel: volgende zaken zijn individuele verbintenissen:

  • Het ondertekenen van het Burgemeestersconvenant 2030 of 2050;
  • Het niet heffen van belastingen op windmolens;
  • De verLEDding van de openbare verlichting tegen 2030;
  • De 40% CO2-reductie op het eigen patrimonium (incl. technische infrastructuur, excl. onroerend erfgoed);
  • DE 2,09% jaarlijkse primaire energiebesparing vanaf 2020 op het eigen patrimonium (incl. technische infrastructuur, excl. onroerend erfgoed)

12. Indien je samenwerkt met andere gemeenten, hoe worden deze projecten dan opgevolgd?

De eigen uitgaven in functie van het samenwerkingsverband, kan je aantonen via je eigen jaarrekening door deze te koppelen aan de code “ABB-LEKP-2021”.

13. Moet je dan al groep van gemeenten de totaalsom van de individuele doelstellingen per gemeente en per werf halen? Moet het samenwerkingsverband per werf dezelfde zijn?

Je kan met de omliggende lokale besturen de doelstellingen gezamenlijk behalen, dat kan je als een ‘totaalsom’ zien. We moedigen deze samenwerking over gemeentegrenzen sterk aan. Zoals in de tekst van het Pact als voorbeeld is opgenomen, zal het in de ene gemeente gemakkelijker zijn om meer vergroening door te voeren en in de andere gemeente zal deelmobiliteit sneller kunnen uitbreiden. Wat telt, is handen uit de mouwen steken om op koers te geraken en daarbij iedereen mee te betrekken.

 

1. Ben ik als gemeente verplicht om zelf een financiële inbreng te doen?

Ja, er wordt gewerkt met een 50% cofinanciëring, deze eigen middelen mogen ook gaan om personeelskosten. Op deze manier toon je ook jouw engagement als gemeente. 

2. Hoe weet ik hoeveel financiële steun mijn gemeente zal ontvangen?

Het volledige budget wordt jaarlijks verdeeld onder de gemeenten die het klimaatpact ondertekenden. Het definitieve bedrag zal ten laatste 1 december 2021 bekend gemaakt worden. Wil je wel al een indicatie hebben van het minimale te ontvangen budget, dan kan je het overzichtsdocument financiële ondersteuning raadplegen. De verdeling gebeurt voor 80% op basis van het aantal inwoners én 20% op basis van het Gemeentefonds. 

3. Wanneer ontvangt mijn gemeente het subsidiebedrag?

Het Agentschap Binnenlands Bestuur betaalt uiterlijk op 30 april 2022 het subsidiebedrag uit.

4. Wanneer dient een gemeente ten laatste een actielijst over te maken om de financiering niet te mislopen. Bij de beslissing eind oktober blijkt dit nog geen verplichting te zijn. Wanneer dan wel? 

Als lokaal bestuur dien je enkel de deadline van 29 oktober 2021 te halen, dit wil zeggen de indiening van de beslissing van de Gemeenteraad. Daarna heb je automatisch recht op de financiële ondersteuning. Het exacte bedrag zal 1 december bekend gemaakt worden.

De gemeenteraadsbeslissing wordt opgeladen voor 29/10/21 via het Digitaal Loket (Digitaal loket (vlaanderen.be). Hier zie je ook de mogelijkheid om de middelen te verdelen over de verschillende mogelijke klimaatacties. De acties en de bijhorende indicatieve investeringswaarde zijn ter ondersteuning van de opmaak van de eigen plannen, maar houdt geen verplichting in.

5. Is er een financieel engagement van Vlaanderen voor de gehele periode 2021-2030? Of is er alleen zekerheid over €24 miljoen voor 2021?

We hebben voor de komende jaren telkens €10 miljoen aan recurrente middelen als vast engagement. Budgettaire engagementen kunnen aangepast worden in functie van het algemeen begrotingsbeleid. Daarnaast is het de bedoeling om hier ook telkens middelen uit het Vlaams Klimaatfonds aan toe te voegen. Dit bedrag fluctueert jaarlijks, gezien dit gekoppeld is aan het ETS-systeem. Er kunnen dus nog geen uitspraken worden gedaan over de extra middelen, boven op de recurrente.

6. Zijn er ook andere financieringskanalen of -instrumenten die aangegeven worden, die ook rechtstreeks verband houden met de doelstellingen van het Klimaatpact?

Ja, er worden binnen de Vlaamse regering door verschillend bevoegdheden middelen ter beschikking gesteld; denk hierbij aan de €150 miljoen voor de fietspaden, de €15 miljoen voor de laadpalen, de €10 miljoen voor de deelmobiliteit en de €40 miljoen voor de Noodkoopfondsleningen. Via het Netwerk Klimaat zullen jullie hier ook over op de hoogte worden gebracht, bv. als er nieuwe calls, oproepen of dergelijke komen. Het doel is om dus duidelijk te maken welke bestaande financieringskanalen er zijn die je kan inzetten voor de doelstellingen in het Pact. Dit alles wordt een optelsom samen met de middelen gekoppeld aan het klimaatpact.

7. Wat houdt dat trekkingsrecht concreet in: Iedere gemeente kan beschikken over ondersteuning tot de pot op is, of krijgt iedere gemeente een vooraf bepaald aandeel?

Het volledige budget wordt verdeeld onder de zogenaamde pactgemeenten (gemeenten die het lokaal energie- en klimaatpact ondertekenen). Op de website vind je het overzicht met de minimale bedragen. Indien niet alle gemeenten het lokaal energie- en klimaatpact ondertekenen, zal het bedrag herverdeeld worden onder de uiteindelijke pactgemeenten en dus toenemen. Het bedrag wordt per gemeente volledig betaald tegen 30 april 2022.

8. Mag je investeringen met terugwerkende kracht opgeven?

Enkel indien de actie uitgebreid wordt. Het is sowieso al zeer goed nieuws dat jullie reeds aan de slag zijn met deze investeringen! Deze subsidie dient nu als een ‘boost’ te worden gezien om deze acties te vermeerderen. De focus van deze subsidie dient dan ook zo veel als mogelijk te liggen op additionele acties en uitgaven. Alle acties sinds 1 januari 2021 tellen mee voor de doelstellingen en zullen uiteraard al uitgaven hebben gekend. Investeringen die reeds uitgegeven zijn voor de ondertekening en die gekoppeld worden aan klimaatacties die na ondertekening van het Pact verder worden uitgebreid, kunnen globaal wel meetellen. De code zal nl. op niveau van de klimaatactie worden gekoppeld (en niet per individuele uitgave). 

9. Wat telt als investering? Kan je bijvoorbeeld een VTE aanwerven, cruciale haalbaarheidsstudies financieren, lokale premies of lokale klimaatfondsen versterken?

Ja! Het zijn niet louter investeringskosten die gesubsidieerd kunnen worden. Flankerende uitgaven, zoals de samenwerking met een andere partner alsook de eigen personeelskosten kunnen hiermee gefinancierd worden. Het is aan jullie, de lokale besturen, om te beslissingen hoe je zo efficiënt mogelijk de doelstellingen bereikt. Het LEKP biedt een heel flexibel model. Er wordt wel gevraagd om de verschillende acties (waaronder werkings-, personeel- en investeringskosten vallen) te koppelen aan de code “ABB-LEKP-2021” (de code zal in overeenstemming zijn met het jaartal). Op die manier krijgt ABB geaggregeerd zicht op de totale uitgaven en de gerealiseerde hefboom.

10. Moeten wij aantonen achteraf hoe we deze subsidie aangewend hebben? Ook als dit maar voor 1 werf was?

Koppel in de BBC de uitgave aan de code “ABB-LEKP-2021”. We krijgen op die manier een geaggregeerd overzicht, maar we zullen niet individueel project per project de kostenstructuur kennen. Dat is ook niet nodig. We focussen op de realisaties. 

 

11. Hoe toon je cofinanciering aan?

Door de acties waarvoor je uitgaven deed, te koppelen aan de code ABB-LEKP-2021. Zo zien we of minstens het dubbele bedrag als de subsidie is uitgegeven.

12. Dient de cofinanciering en de middelen uit het pact over dezelfde werf te handelen? Of kan de gemeente bv met eigen middelen inzetten op één actie/werf en met de middelen van het pact een andere actie/werf uitvoeren?

Ja, dat is mogelijk. Je bent als lokaal bestuur volledig vrij om hier beslissingen over te maken. Je kan een planning maken over de verschillende werven en jaren heen en daarna kiezen hoe je de middelen op de meest efficiënte manier kan inzetten. Er is dus geen verplichte verhouding tussen de verschillende werven.

13. Het pact gaat over cofinanciering van nieuwe investeringen, is dit dan vanaf de datum van intekening, aanvraag, goedkeuring of uitbetaling?

Het is de bedoeling dat de middelen voornamelijk worden besteed voor nieuwe uitvoeringen en acties vanaf de ondertekening van het Pact (dus vanaf intekening).

14. Is de financiering vanuit het Klimaatpact combineerbaar met andere subsidies? Bv. aanplant bomen.

Ja, op complementaire en dus aanvullende wijze kan dit zeker. Een gemeente moet er uiteraard goed over waken de dezelfde actie nooit tweemaal wordt gesubsidieerd. Op geaggregeerd niveau vragen we dat de totale uitgaven voor klimaatacties minstens het dubbele van de verkregen subsidie bedraagt. Bij individuele acties kunnen subsidies dus wel degelijk gecombineerd worden.

 

15. Kunnen de middelen voor 2021 in 2022 besteed worden?

Ja, de middelen, de €24.324.010, zijn vastgelegd in het jaar 2021. Dat wil zeggen dat de pactgemeenten deze middelen in 2022 ontvangen. Uiteraard kunnen jullie de transacties ook nog doen in de loop van 2022. Het opvolgen van de cofinanciering, zal ook bekeken worden voor het jaar 2022 (via de jaarrekening).

16. Kunnen de middelen voor 2021 ook nog in 2023 besteed worden?

Het doel is dat de middelen voor 2021 zo veel mogelijk in de loop van 2022 besteed worden, aan de hand van de rapportering zullen we ook zicht krijgen op de bestedingsgraad. Indien het reeds bestede bedrag significant laag is, kan er wel gevraagd worden om dit te verduidelijken. Indien dan blijkt dat er in de loop van 2022 eerder voorbereidend werk is geleverd en de effectieve besteding volgt in 2023, dan kan dit een voldoende verklaring zijn.

17. Budget dat dit jaar gebruikt is voor bv. boomplantacties voordat de gemeente het pact ondertekende. Tellen deze dan mee of niet?

Je kan dit sowieso meenemen in de voortgang van de doelstellingen (alle realisaties trouwens, sinds 01/01/2021). Het is uiteraard wel de bedoeling dat deze subsidie een boost geeft zodat er extra stappen gezet worden (nieuwe uitgaven) bovenop wat al voorzien was.

18. Komen acties, maatregelen genomen in 2021 ook in aanmerking?

Ja, de doelstellingen die in het Lokaal Energie- en Klimaatpact vermeldt staan moeten behaald worden in 2030. We starten echter vanaf 2021 met het Klimaatpact en dus ook het ondernemen van acties. Maatregelen die je dus hebt genomen sinds 1 januari 2021 tellen dus ook mee.

1. In verband met de gemiddelde jaarlijkse primaire energiebesparing van minstens 2,09% in gemeentelijke gebouwen: Is dat een gemiddelde berekend over de ganse periode (2021-2030) en dus pas te evalueren in 2030?

Ja, dit kan je zien als een gemiddelde te bekijken vanaf 2020. De doelstelling is namelijk gekoppeld aan de energie-efficiëntierichtlijnen waarin een energie-efficiëntieverbetering van 27% tegen 2030 werd geformuleerd. Dit is dan teruggerekend, waaruit dan de 2,09% per jaar werd vastgelegd. Voor de centrale overheid werd dit verscherpt naar 2,5% per jaar.

2. Hoe moet dit worden geïnterpreteerd bij nieuw verworven gebouwen en/of recente nieuwbouw?

Deze zitten uiteraard ook mee in de scope: gebouwen worden verkocht en aangekocht. Gebouwen die verkocht worden, kennen een renovatieverplichting (alle niet-residentiële gebouwen vanaf 2022), maar als lokaal bestuur kan je nog extra elementen vragen in de verkoopsvoorwaarde (dat is een eigen keuze uiteraard en kan bv. gaan rond circulariteit). Dergelijke gebouwen gaan dan uit de scope van het patrimonium, nieuwe gebouwen worden er dan weer aan toegevoegd. Het gaat dus altijd over alle gebouwen die je in eigen bezit of beheer hebt.

1. Je kan het Lokaal Energie- en Klimaatpact enkel ondertekenen als je het Burgemeestersconvenant 2030 ondertekent. Dus bij beslissing van het college om het burgemeesterconvenant niet te ondertekenen kan je het klimaatpact ook niet ondertekenen?

De intentie om dit jaar te ondertekenen volstaat.

2. Moet mijn gemeente het Burgemeestersconvenat 2030 of de hernieuwde versie ondertekenen?

Het is voldoende om het Burgemeestersconvenant 2030 te ondertekenen, dit is cruciaal om het Klimaatpact zelf te kunnen ondertekenen. Indien jouw gemeente het Burgemeestersconvenant nog niet ondertekende, dan heb je nog tot het najaar (herfst) om dit te doen, een intentie hiertoe volstaat.

Let wel! Je hebt nog maar een beperkte periode de tijd om het Burgemeestersconvenant 2030 te ondertekenen, nadien zal je verplicht zijn om de vernieuwde versie te ondertekenen. Zodra we de effectieve einddatum weten, zullen we dit communiceren.

3. Kan je wel intekeken op het Lokaal Energie- en Klimaatpact als je het Burgemeestersconvenant 2050 ondertekend i.p.v. het Burgemeestersconvenant 2030?

Ja, gezien de doelstellingen in het Burgemeestersconvenant 2050 ambitieuzer zijn, dan deze in het Burgemeestersconvenant 2030 is dit ook voldoende. De focus bij de vernieuwde versie ligt namelijk op het behalen van klimaatneutraliteit in 2050, waarbij de tussentijdse doelstellingen voor 2030 nog bepaald moeten worden én deze minstens even hoog moeten zijn als de nationale, regionale doelstellingen.