Vaststelling landbouwschade door schattingscommissies: gemeenten aan hun lot overgelaten
Wanneer een landbouwramp zich voordoet, doen landbouwers een beroep op de gemeente om hun schade te komen vaststellen. Daartoe roept de gemeente de zgn. ‘commissies tot vaststelling van schade aan teelten’ bijeen.
Met de droogte deze lente riep de Boerenbond de gemeenten op om deze schattingscommissies opnieuw op pad te sturen. 
Naar aanleiding daarvan merken de gemeenten dat zij de schattingscommissies niet meer correct samengesteld krijgen omdat de federale en Vlaamse overheidsdiensten hun kat sturen. Moet de gemeente dit doen? Is het niet efficiënter dat dit rechtstreeks met de Vlaamse overheid afgehandeld wordt?
Hoe werkt de 'commissie tot vaststelling van schade aan teelten'?
Voor de schattingscommissies grijpt men nog steeds terug op de “herziene en geactualiseerde richtlijnen van juli 2010” (Inforum 337076) destijds uitgevaardigd door de federale overheidsdienst (FOD) Economie. Deze richtlijnen zouden nog steeds van toepassing zijn. Niemand kan echter bevestigen op welke rechtsgrond die richtlijnen zijn gebaseerd. 
Volgens die richtlijnen zou de schattingscommissie moeten bestaan uit vijf leden:
     •    “De Burgemeester, of zijn afgevaardigde, Voorzitter; 
     •    De bevoegde dienstchef van de plaatselijke controle der directe belastingen of zijn gemachtigde; 
     •    De Gewestingenieur van de buitendiensten van de Afdeling “Structuur en Investeringen” van het ALV [=Agentschap Landbouw en Visserij van de Vlaamse overheid], hierna “Gewestingenieur” genoemd; 

     •    Een expert-landbouwer, door de Burgemeester aangewezen; 
     •    Een expert-landbouwer op voorstel van de Gewestingenieur aangewezen.”
De gemeente zorgt dus voor twee leden maar de schattingscommissie kan pas vaststellingen doen met drie aanwezigen.
Hoe reageren de federale en Vlaamse overheidsdiensten?
Gemeenten willen wel dienstbaar zijn voor hun ondernemers maar hebben weinig know-how in huis over schade aan gewassen en beschikken niet rechtstreeks over de nodige informatie (bv. wie teelt wat waar). Gemeenten krijgen ook bij niemand gehoor om de schattingscommissies te bevolken of de gemeenten te ondersteunen bij hun taak:
     1)    De FOD Financiën en de FOD Economie stellen dat zij niet meer bevoegd zijn voor landbouwrampen nu dit door de zesde staatshervorming een Vlaamse bevoegdheid is geworden. De FOD Economie stelde in 2010 de richtlijnen vast en de FOD Financiën moet volgens die richtlijnen deelnemen aan de schattingscommissies.
     2)    Het (Vlaamse) departement Landbouw stelt dat zij niet meer bevoegd zijn voor rampen vanaf begin dit jaar nu deze taak binnen de Vlaamse overheid is overgedragen naar het departement Kanselarij en Bestuur. “De ambtenaren van het Departement Landbouw en Visserij zullen vanaf 2020 niet meer deelnemen aan schattingscommissies.” staat te lezen op de website van het departement Landbouw.
     3)    Het ‘team Rampenfonds’ (departement Kanselarij en Bestuur) laat weten dat ook zij niet kunnen deelnemen omdat zij geen buitendiensten hebben. Bovendien is teeltschade voor hen een aflopend verhaal: tegen 2025 valt dit volledig onder de ‘brede weersverzekering’; de tussenkomst van het rampenfonds wordt stapsgewijs afgebouwd. Voor de richtlijnen over de schattingscommissies verwijzen ze naar de FOD Economie, waarmee de cirkel rond is.
Overheidsdiensten die willen werken op basis van de input van de schattingscommissies (Rampenfonds, FOD Financiën, Mestbank,…) zouden de gemeenten ook moeten bijstaan bij het vaststellen van de schade. Dat houdt o.a. in dat zij niet eenzijdig mogen beslissen om niet langer deel te nemen aan de schattingscommissies en tegelijk wel verwachten dat de commissies ook zonder hun medewerking zal blijven zorgen voor de input voor hun processen.
Reeds in 2016 waarschuwde de Raad van State dat de samenstelling en werking van de schattingscommissie rechtsonzeker is want nergens in regelgeving gedefinieerd. Volgens hetzelfde advies is er geen rechtsgrond om de medewerking van de gemeenten of van de federale overheid te verplichten. (advies Raad van State 23.11.2016 nr. 60.318/1 § 10.2) De schattingscommissie en de medewerking van de gemeente is op dit moment dus erg gebrekkig geregeld. De “richtlijnen” hebben een onzekere rechtsgrond en hanteren achterhaalde terminologie. Daardoor voelt blijkbaar niemand zich er nog door gebonden.
Moet de gemeente de schattingscommissie bijeenroepen?
De gemeente kiest zelf of ze de schattingscommissie bijeenroept of niet, de commissie is facultatief. (advies Raad van State 23.11.2016 nr. 60.318/1 § 10.2) De gemeente begaat geen fout als ze de schattingscommissie niet bijeen roept. (Hof van Beroep Antwerpen 25.10.2004, Inforum 224477) Het departement Landbouw  bevestigde ons dat er geen wettelijke basis is om de gemeenten te verplichten de schattingscommissie bijeen te roepen. Als een gemeente geen schattingscommissie samenroept, is het aan de landbouwer om zelf een expert aan te stellen. Een aangifte kan rechtstreeks bij het team Rampenfonds van het departement Kanselarij en Bestuur. 
Anders dan de Boerenbond stelt, gebruikt het Vlaams Rampenfonds  de vaststellingen van de schattingscommissies niet meer bij het onderzoek voor de erkenning van een ramp. De vaststellingen dienen alleen ter ondersteuning van een individuele aanvraag tot tegemoetkoming. 
Daarnaast worden de vaststellingen van de schattingscommissies ook door andere overheidsdiensten aanvaard. 
Voor de FOD Financiën zijn die vaststellingen alleen relevant:
1° als de ramp erg lokaal was. "Algemeen voorkomende weersverschijnselen zoals droogte, zonnebrand, vorst enz. komen gelijkmatig over het hele land of een hele regio voor en de schade aan een bepaalde teelt weerspiegelt zich in de semi-brutowinst zoals opgenomen in de forfaitaire grondslag van aanslag voor die bepaalde teelt. Dus, bij het bepalen van de semi-brutowinst is rekening gehouden met alle algemeen voorkomende verliezen en minderopbrengsten, zelfs die wegens abnormale weersomstandigheden"
2° voor belastingplichtigen die de forfaitaire grondslag van aanslag volgen. Voor zij die een boekhouding volgen o.b.v. reële cijfers komt minderomzet door schade aan teelten tot uiting in de vaststelling van de werkelijke omzet.
Ook de Mestbank (VLM) beraadt zich in hoeverre ze vaststellingen van de schattingscommissies willen aanvaarden om af te wijken van bodemstaalnames. Het is in elk geval niet hun bedoeling dat gemeenten louter om die reden de schattingscommissie zouden bijeen te roepen.
Kan dit efficiënter?
Gemeenten moeten die dossiers nu nogal archaïsch op papier afhandelen, waardoor de betrokken gemeentelijke diensten zwaar worden belast. Zijn gemeenten het best geplaatst om tussenschakel te zijn in het beoordelen van teeltschade? Tussen landbouwers en de Vlaamse overheid gebeurt nu al veel informatie-uitwisseling rechtstreeks en digitaal. Is het dan niet voor iedereen efficiënter dat dergelijke dossiers, die alsmaar frequenter lijken voor te komen, geautomatiseerd en rechtstreeks met de Vlaamse overheid afgehandeld worden? 
Info en reacties voor vvsg-leden: Steven Verbanck