Er is de afgelopen jaren door heel wat betrokken actoren constructief nagedacht over de herbestemming van kerken. We moeten nu op de ingeslagen weg verdergaan. De Vlaamse regering reikt daarvoor alvast enkele nuttige instrumenten aan. Zo krijgen lokale besturen meer hefbomen om een kerkenbeleidsplan af te dwingen. Vanuit de VVSG staan we hier positief tegenover, al pleiten we voor een meer fundamenteel debat over de financiering van de lokale geloofsgemeenschappen.

Dat de Vlaamse overheid ook financiële ondersteuning wil geven voor de herbestemming van gebouwen die worden onttrokken aan de eredienst, daar waar de steun in het verleden beperkt bleef tot werken voor nevenbestemming, vinden we vanuit de VVSG eveneens positief. Herbestemming, in het bijzonder wanneer het gaat om private functies, ligt begrijpelijkerwijze gevoeliger. Maar we mogen dit ook niet uit de weg gaan voor kerken waarvoor een publieke of gemeenschapsfunctie niet voorhanden ligt. In 2011 werkte toenmalig Vlaams minister van Binnenlands Bestuur en Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois een visienota uit: ‘Een toekomst voor de Vlaamse parochiekerk’.

De nota heeft in de afgelopen tien jaar richting gegeven aan het debat over de neven- en herbestemming van onze parochiekerken. Vandaag, tien jaar later, breien Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers en Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele een vervolg hieraan met een nieuwe visienota. Daarmee wil de Vlaamse regering een versnelling hoger schakelen, en dat is nodig. Verderop in deze editie van Lokaal haalt Niek De Roo, de voorbije zes jaar coördinator van het Projectbureau Herbestemming Kerken, enkele cijfers aan: in Vlaanderen zijn er de afgelopen jaren zo’n honderd van de meer dan 1700 kerken aan de eredienst onttrokken.

In Nederland verwacht men over tien jaar nog zo’n tien procent van de Rooms-Katholieke kerken te zullen behouden. Dit alles is een onherroepelijk voortvloeisel van de geschiedenis. De huidige organieke en financiële band tussen de lokale besturen en de lokale geloofsgemeenschappen gaat al terug tot de periode vlak na de Franse Revolutie. In een poging om de relaties met de Katholieke Kerk te normaliseren sloot Napoleon Bonaparte het Concordaat van 15 juli 1801 met paus Pius VII. In de twee eeuwen die daarop volgden, is de wereld niet stil blijven staan. Een eerste evolutie was de stelselmatige uitbreiding van het aantal erediensten waarvoor de overheid financieel tussenkomt. Al in de negentiende eeuw volgden de israëlitische, anglicaanse en protestants-evangelische eredienst. In de twintigste eeuw werden daaraan de islamitische en orthodoxe eredienst toegevoegd.

Een tweede, meer recente evolutie is dan de secularisering in Vlaanderen. Door de sterke afname van zowel het aantal priesters als het kerkbezoek in Vlaanderen werd de vraag naar het gebruik van onze meer dan 1700 kerken steeds prangender. Uiteraard speelt voor de lokale besturen een financieel motief: is het nog mogelijk of wenselijk om financieel bij te passen voor gebouwen die amper worden gebruikt en dreigen te verloederen? Maar het debat over de toekomst van onze kerken is ook fundamenteler dan dat. Kerken hebben nu eenmaal een grote symbolische en religieuze waarde en zijn beeldbepalend in een dorp of stad, vaak zelfs voor wie zelf nooit een voet in het kerkgebouw zet. Ook wanneer ze hun godsdienstige basisfunctie verliezen, blijft hun bestemming de buurt en de gemeente fascineren en mobiliseren. Zo kunnen ze in een nieuwe invulling vaak sites van verbinding blijven.

 

Kris Snijkers is algemeen directeur van de VVSG
Voor Lokaal 11 | 2021