DSCF1893.jpg
Provider image

Vlaamse gemeenten en afvalintercommunales experimenteerden de voorbije jaren al met ondergrondse afvalinzameling. De ervaringen hieruit leveren ondertussen een schat aan informatie en aanbevelingen op. Zo weten we nu dat ondergrondse afvalinzameling geen snel en goedkoop alternatief is, maar dat het wel interessant kan zijn in gebieden met veel toerisme, veel verkeer of met een hoge dichtheid van woningen.

IVAREM, de afvalintercommunale van de streek rond Mechelen en Lier, heeft al vijftien jaar ervaring met ondergrondse inzameling, zowel voor restafval als voor selectieve fracties, vooral in een stedelijke omgeving.

Dat deze werkwijze niet gratis is, weten ze daar heel goed. Ten eerste zijn er de investeringen in de ondergrondse containers zelf en in de voertuigen die ze leeg kunnen maken. Daarnaast vergt het kiezen en klaarmaken van de juiste locatie studiewerk en voorbereiding, grondwerken bijvoorbeeld. Verder is er de nodige administratieve opvolging, het onderhoud en de reiniging van de ondergrondse installatie en de bovengrondse inwerpzuil. Ook het leegmaken van de container kost geld door inzet van zowel personeel als voertuigen.

Afhankelijk van het type ondergrondse container spreek je gauw over een investering van 9000 tot 12.500 euro. Technisch onderhoud varieert van 320 tot 370 euro per jaar voor systemen zonder toegangscontrole tot een bedrag tussen de 1000 en de 1150 euro per jaar voor containers met toegangscontrole. De ondergrondse bak reinigen kost 240 tot 475 euro per jaar, afhankelijk van de ingezamelde fractie. De opvolging kan oplopen tot 750 euro per jaar. Tel daarbij de ledigingskosten en de overhead, en dan is de kostprijs vergelijkbaar met de prijs van inzameling aan huis.

In zo’n vergelijking is het nuttig rekening te houden met het aantal gezinnen dat bediend wordt door de ondergrondse inzameling. Jos Boeckx, directeur IVAREM, waarschuwt dat je de kosten van ondergrondse inzameling maar beter op voorhand goed schat: ‘In het gunstigste geval, dat is wanneer je voldoende inwoners kunt bedienen met het inzamelpunt, is de inzameling van restafval ondergronds financieel interessant in vergelijking met de inzameling aan huis in een container waarbij het afval gewogen en per gewicht afgerekend wordt. Maar voor bijna alle selectieve fracties (papier en karton, pmd en glas) is die inzameling twee- tot driemaal duurder dan ophalen aan huis.’ Zeker voor een relatief beperkt aantal mogelijke gebruikers is ondergronds inzamelen altijd duurder, ook bij restafval.

 

Doelgericht gebruik als dienstverlening op maat

Toch kiezen lokale besturen voor ondergrondse inzameling. De afvalintercommunale van de Antwerpse Kempen, IOK Afvalbeheer, stelt vast dat in haar werkingsgebied het aantal wooneenheden per vierkante kilometer in het centrumgebied stijgt. Het aantal assistentiewoningen en sociale woningen neemt toe. Ook is er een behoefte aan collectieve inzamelsystemen in gevallen van projectontwikkeling in dorpskernen.

In het verleden gingen nogal wat private projectontwikkelaars ondoordacht te werk. Griet Bossaerts van IOK Afvalbeheer: ‘Niet zelden zagen we nieuwe projecten met ondergrondse inzamelsystemen die we achteraf niet konden ledigen. Soms was de afvalinzameling zelfs niet conform de wettelijke regels voor selectieve inzameling. Private ontwikkelaars kozen voor systemen waarvan het volume niet in verhouding stond tot het aantal gebruikers. De communicatie met die gebruikers was vaak ondermaats, net zoals de kwaliteit van de selectieve fracties. Of men plaatste een systeem zonder toegangscontrole, waardoor de deur wagenwijd open stond voor misbruik.’

IOK Afvalbeheer trok daarom de coördinatie naar zich toe. Zo leiden zij nu alle nieuwe projecten en staan ze in voor alle mogelijke subsidieaanvragen (bij de OVAM, Fost Plus, maar ook bij de VMSW voor sociale woonprojecten). Bij private bouwprojecten regelen ze de juiste randvoorwaarden in de gemeentelijke bouwverordening of in de omgevingsvergunning. Bij IOK Afvalbeheer nemen ze ondergrondse inzameling in overweging vanaf vijftig woongelegenheden om de kosten zo goed mogelijk te spreiden. Een ondergronds inzamelpunt moet gemakkelijk te ledigen zijn van op de openbare weg. Gebruikers moeten binnen een straal van honderd meter wonen. In zeven jaar tijd heeft IOK Afvalbeheer geïnvesteerd in 116 ondergrondse inzamelcontainers. En er staan er momenteel nog veel op stapel: 41 voor restafval, 28 voor papier en karton, 17 voor pmd.

Jos Boeckx:
'Voor bijna alle selectieve fracties (papier en karton, pmd en glas)
is ondergrondse inzameling
twee- tot driemaal duurder dan ophalen aan huis.'

Toeristen als bijzondere doelgroep

Nieuwpoort begon met ondergrondse afvalinzameling omwille van het toerisme. De stad heeft 6000 wooneenheden voor vaste bewoning, maar ook 10.000 wooneenheden voor tweede verblijf en toerisme. Nieuwpoort zamelt restafval traditioneel in via plastic restafvalzakken en kent grote problemen met meeuwen, net zoals alle overige kustgemeenten. Doordat de meeuwen de restafvalzakken openpikken, veroorzaken ze veel zwerfvuil.

Toeristen vertrekken op willekeurige tijdstippen en zetten hun afval dan buiten, ook als het niet de dag van de vuilnisophaling is. En tijdens vakantiedagen neigen bezoekers ertoe hun sorteergedrag van thuis te vergeten. Om de dienstverlening voor toeristen te verbeteren en de problemen door het gedrag van de meeuwen te verminderen begon Nieuwpoort eerst met ondergrondse containers in de toeristische zones te werken. Bewoners van de meer residentiële zone sorteerden hun afval al zeer goed, dus daar was er minder behoefte aan. De stad verlaagde de inzamelfrequentie van restafval echter van wekelijks naar tweewekelijks en dat botste er op veel weerstand. De inwoners uit de residentiële wijken begonnen ook gebruik te maken van de ondergrondse containers in de toeristische zone.

Inwoners en bezoekers kunnen nu wit en gekleurd glas, restafval, pmd, papier en karton naar de sorteerstraten brengen. Enkel restafval is betalend. Om geurproblemen te vermijden zijn er geen ondergrondse containers voor gft. De inwerpopeningen zijn aangepast aan het afval. Er is geen toegangscontrole. Voor restafval gebeurt de betaling met muntstukken. Voor alle soorten bezoekers, bewoners en vakantiegangers, is dit het eenvoudigste en meest toegankelijke systeem. De Nieuwpoortse schepen Kris Vandecasteele heeft veel ervaring met de plaatsing van ondergrondse containers. Die is niet eenvoudig: ‘Het vergt veel overleg met de directe omwonenden.  

 

Kris Vandecasteele:
'De sorteerstraten mogen niet te dicht bij de bewoning liggen, 
maar ook niet te ver van de gebruikers. Het is telkens
een hele klus goed bereikbare plaatsen te vinden, want
je moet de containers ook vlot kunnen ledigen.'

De sorteerstraten mogen niet te dicht bij de bewoning liggen, maar ook niet te ver van de gebruikers. Het is telkens een hele klus goed bereikbare plaatsen te vinden, want je moet de containers ook vlot kunnen ledigen. Daarbovenop komen nog de technische uitdagingen, zoals de aanwezigheid van grondwater, rioleringsbuizen, kabels of archeologische resten.’ Van de honderd mogelijke sites die de stad onderzocht, waren er maar dertig geschikt. De stad heeft momenteel 21 afvaleilandjes.

In een kustgemeente komen er dan nog specifieke omstandigheden bij. Zo is het bij storm moeilijk de containers op de zeedijk leeg te maken, een windkracht van 5 à 6 beaufort is de grens. Verder zijn er altijd mensen die afval achterlaten naast de container en zijn er mensen die al eens proberen de opening van de inwerpzuil te forceren.

De handhaving gebeurt met één verplaatsbare camera. Bij inbreuken past de stad gemeentelijke administratieve sancties toe. Voor Nieuwpoort zijn de ondergrondse sorteerstraten wel degelijk een besparing. Vroeger gebeurde afval ophalen ’s nachts, wat sowieso duurder is. De kwaliteit van de selectieve inzameling is ondertussen verbeterd, en de hoeveelheid restafval is gedaald.

Maar het blijft een forse investering. Een probleem waar de stad nu nog mee worstelt, zijn mensen die zich juridisch verzetten tegen de komst van sorteerstraatjes. Het gebeurt dat inwoners via de rechtbank gelijk krijgen. De rechter is dan van oordeel dat het stadsbestuur de collectieve overlast die de afvaleilandjes kunnen veroorzaken, niet mag afwentelen op een beperkte groep van de bevolking, namelijk de omwonenden.

 

Ook een instrument voor meer netheid?

Afvalintercommunale IBOGEM bekijkt samen met haar gemeenten Kruibeke, Zwijndrecht en Beveren sinds 2010 hoe ze de ondergrondse inzameling kan integreren in haar beheer van huishoudelijk afval. Vooral bij nieuwe projecten en verkavelingen spelen de gemeenten daar proactief op in, maar er zijn ook projecten bij bestaande hoogbouw.

IBOGEM voert de sorteerstraten vooral in omwille van de mobiliteit. Dit is een regio met veel verkeersproblemen, het loont er om de afvalwagens uit de spits te halen. IBOGEM zamelt bij elke sorteerstraat glas, pmd, papier en karton, restafval maar ook gft in. Die laatste fractie vergt bijzondere aandacht. Zeker in de zomer is extra onderhoud van de inwerpzuil absoluut nodig. Ook IBOGEM ziet dat mensen hun afval soms naast de inwerpzuilen achterlaten en probeert dat onder controle te houden met cameratoezicht. ‘Maar gelukkig zien we in sommige wijken nu minder sluikstorten dan voordat we de ondergrondse afvalcontainers gebruikten,’ zegt Wim Beeldens, directeur van IBOGEM.

 

Christof Delatter is VVSG-senior-stafmedewerker afvalbeleid.
Voor Lokaal 1 | 2020

 

Dit artikel is een impressie van twee sessies op de VVSG-Inspiratiedag lokaal afvalbeleid die plaatsvond op 7 november 2019 in Gent.