Vluchtelingen uit Oekraïne

naar de overzichtspagina

Recht op OCMW-steun 

Maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon)

De toekenning van het statuut tijdelijk ontheemde en de bijbehorende tijdelijk bescherming betekent dat de betrokkene ingeschreven wordt in het vreemdelingenregister en een elektronische A kaart krijgt die geldig is tot 4 maart 2023  (verlengbaar). Houders van een A kaart hebben recht op maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon) ten laste genomen door de POD MI met een verhoogde terugbetaling (zie verder). Ze hebben ook recht op alle aanvullende maatschappelijke dienstverlening zoals alle andere rechthebbenden op maatschappelijke integratie en/of maatschappelijke dienstverlening. Uiteraard moeten ook de andere toekenningsvoorwaarden (o.a. behoeftigheid vastgesteld in het sociaal onderzoek) vervuld zijn.

Verhoogde terugbetaling van het equivalent leefloon

De OCMW's staan voor een immense opdracht. Wij vragen ondersteuning van de federale en Vlaamse overheid. Financieel maar ook door een gecoördineerde aanpak, snelle beslissingen en heldere communicatie over de maatregelen om deze crisis in goede banen te leiden. Lees hier onze brief aan premier Alexander De Croo.

De federale overheid is alvast niet doof gebleven voor de vragen van de OCMW's. De wet van 18 mei 2022 (publicatie staatsblad 15 juni 2022) voorziet een verhoogd terugbetalingspercentage van het equivalent leefloon dat toegekend wordt aan tijdelijk beschermde vluchtelingen uit Oekraïne. Deze wet trad met terugwerkende kracht in werking op 4 maart 2022. 

Normaal wordt het equivalent leefloon aan 100% terugbetaald. Voor de tijdelijke beschermden uit Oekraïne komt er gedurende de eerste 4 maanden een terugbetaling aan 135% van het toegekende equivalent leefloon. Vanaf de vijfde maand wordt dat 125% en dat voor de volledige duur dat de betrokkene een equivalent leefloon ontvangt als tijdelijk beschermde. Het gaat over het toegekende equivalent leefloon. Indien het OCMW beslist om een lager bedrag dan het leefloon toe te kennen (zie verder), dan krijgt het OCMW ook slechts 135% en 125% van dat bedrag terugbetaald. Indien de betrokkene na het einde van de periode van tijdelijke bescherming in België blijft, moet er een ander verblijfsrecht aangevraagd worden en geldt de daarbijbehorende terugbetaling van het (equivalent) leefloon. De extra middelen zijn forfaitair en kunnen worden ingezet voor administratieve kosten, personeelskosten en allerlei andere noden. Er komt geen controle achteraf op de besteding.

Aan de hand van de specifieke code K "ontheemde" in Novaprima (operationeel vanaf 29 maart) kan de POD MI de dossiers achteraf oplijsten en de verschuldigde bedragen aan het OCMW overmaken. Let op, de verhoogde terugbetaling aan 135% wordt toegekend aan de eerste 4 ingediende kostenstaten. Als opeenvolgende OCMW’s bevoegd zijn, wordt er dus niet gekeken naar de chronologische toekenning van het equivalent leefloon. Wie eerst zijn kostenstaat indient, krijgt de eerste 4 maanden 135% terugbetaald. De OCMW’s die hun kostenstaten nog niet ingevoerd hebben in Novaprima, doen dat dus best zo snel mogelijk. In juli zal de POD MI de berekening uitvoeren met de ingediende kostenstaten. 

Lees ook de Omzendbrief van 2 juni 2022, de Echo van 18 maart 2022 en de Echo van 25 mei 2022 alsook de communicatie van de Ministerraad van 1 april 2022

Lees meer over alle Steunmaatregelen voor lokale besturen.

Veelgestelde vragen over de toekenning van equivalent leefloon

De POD MI heeft een pagina Oekraïne aagemaakt waar een aantal principes worden toegelicht. Hier vind je ook de Omzendbrief van 2 juni 2022, de veelgestelde vragen, de presentatie en de opname van het webinar van 24 maart 2022 alsook een informatiebrochure in 6 talen waaronder het Oekraïens voor tijdelijke beschermde vluchtelingen uit Oekraïne.

We gaan kort in op een aantal van de veelgestelde vragen. De POD MI beantwoordt evenwel nog heel wat andere vragen.

  • Vanaf wanneer kan het equivalent leefloon worden toegekend? Het recht op maatschappelijke dienstverlening (equivalent) leefloon gaat zoals steeds in vanaf de dag van de hulpvraag. Er moeten 2 voorwaarden vervuld zijn: 1) de betrokkene heeft een attest van tijdelijke bescherming en 2) de betrokkene heeft zich al aangemeld bij de gemeente en kan dat ook aantonen ofwel met de bijlage 15 ofwel met een andere bewijsstuk zoals bijvoorbeeld een afspraakbevestiging. De gemeente moet in principe de bijlage 15 onmiddellijk afleveren als de tijdelijke beschermde zich aanmeldt maar in de praktijk lukt dat niet altijd en wordt er soms gewerkt met een afsprakensysteem. Daar houdt de POD MI ook rekening mee voor het openen van het recht op equivalent leefloon. In principe wordt maatschappelijke dienstverlening niet met terugwerkende kracht toegekend. De hulpvraag is het startpunt. Van dat principe kan afgeweken worden als er voor het openen van het recht op equivalent leefloon schulden ontstaan zijn die een impact hebben op de mogelijkheid om nu en in de toekomst menswaardig te leven. In dat geval kan het OCMW die alsnog ten laste nemen met terugbetaling door de POD MI op voorwaarde dat er voldoende bewijsstukken voorgelegd kunnen worden.  Lees ook de Omzendbrief van 2 juni 2022 waarin toegelicht wordt dat er bij de toekenning van equivalent leefloon niet in dagen gerekend wordt zoals bij de toekenning van leefloon. Er kan m.a.w. een bedrag gelijk aan het volledige bedrag van het leefloon toegekend worden voor slechts een deel van de maand indien het sociaal onderzoek de behoeftigheid aantoont. DE POD MI betaalt dan toch het volledige bedrag equivalent leefloon terug aan het OCMW. -  Tijdelijk beschermden krijgen pas een rijksregisternummer bij de inschrijving in het vreemdelingenregister. Voor de toekenning van het equivalent leefloon voorafgaand aan de inschrijving in het vreemdelingenregister kan er een bisnummer worden aangemaakt. Dat is vooral een oplossing indien er veel tijd verstrijkt tussen de aflevering van het attest van tijdelijke bescherming gevolgd door het aanmelden bij de gemeente en de inschrijving in het vreemdelingenregister na de woonstcontrole door de gemeente (zie Statuut Tijdelijk Ontheemde). Voor mensen die hun attest tijdelijke bescherming meteen ontvangen in het registratiecentrum op de Heizel, zich gaan aanmelden bij de gemeente en kort nadien ingeschreven kunnen worden, is het aanmaken van een bisnummer minder aangewezen. Zo kunnen we voorkomen dat er later problemen ontstaan wegens een teveel aan bisnummers die niet altijd aan het juiste rijksregisternummer gekoppeld kunnen worden. Andere optie is dat het OCMW voorschiet uit eigen middelen en het dossier nadien administratief in orde brengt zodra het rijksregistnummer er is. Het is wel belangrijk dat de gastgezinnen waar momenteel nog het merendeel van de mensen onderdak krijgt, weten dat de mensen, zodra ze hun attest van tijdelijke bescherming hebben, niet alleen zo snel mogelijk naar de gemeente moeten gaan maar ook naar het OCMW om hun hulpvraag in te dienen.
  • Welke categorie kan worden toegekend? Bij de toekenning van maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon) moet het OCMW die hulp toekennen die op basis van een sociaal onderzoek nodig is om de menselijke waardigheid te waarborgen. Het OCMW heeft dus heel wat beslissingsmarge om voor elke hulpvrager een individueel gemotiveerde beslissing te nemen. In de praktijk passen de OCMW's meestal naar analogie de regels voorzien voor de toekenning van maatschappelijke integratie (leefloon) toe. Niet alleen om de werklast beheersbaar te houden maar ook omwille van de gelijke behandeling van gelijke situaties van behoeftigheid. Bovendien neemt de POD MI maximaal het bedrag ten laste zoals bepaald en berekend volgens de regels voorzien voor maatschappelijke integratie (leefloon). Wanneer tijdelijk beschermden opgevangen worden bij gastgezinnen stelt zich de vraag welke categorie toegekend kan worden zowel voor het rechthebbende gastgezin als voor de rechthebbende opgevangen tijdelijk beschermden. Uitgangspunt is dat gastgezin en opgevangen gezin apart beoordeeld worden.  Nadelige gevolgen voor de gastgezinnen worden maximaal vermeden. (Ook voor andere socialezekerheidsuitkeringen wordt er geen rekening gehouden met de opgevangen Oekraïense vluchtelingen. Dat werd alvast bevestigd voor werkloosheid, loopbaanonderbreking, tijdskrediet, arbeidsongeschiktheid en Groeipakket. Zie verder onder Andere sociale rechten.) Voor het gastgezin blijft de categorie best ongewijzigd gedurende de eerste 3 maanden (aanbeveling van de POD MI). Na 3 maanden beoordeelt het OCMW de feitelijke situatie opnieuw. Vaak zal er niets veranderd zijn en dan blijft de categorie voor het gastgezin behouden. Is er wel iets veranderd aan de feitelijke situatie (bijv. er is een relatie ontstaan en dus is er een feitelijk gezin), dan houdt het OCMW daar desgevallend rekening mee. Voor de opgevangen tijdelijk beschermden verwijst de POD MI naar de feitelijke situatie die vastgesteld wordt in het sociaal onderzoek. Bij de beoordeling houdt het OCMW rekening met de band tussen gastgezin en opgevangen persoon /gezin (Is er een familieband? Zijn het onbekende mensen?). Het gebruikelijke criterium "het onder hetzelfde dak wonen van personen die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen" wordt toegepast. Meer info over het criterium in deze VVSG-nota (onder punt 1). Net als bij het gastgezin beoordeelt het OCMW de feitelijke situatie opnieuw na 3 maanden. De POD MI overloopt een aantal voorbeelden. Belangrijk is dat het OCMW een sociaal onderzoek doet en een gemotiveerde beslissing neemt. De POD MI zal de beslissing van het OCMW over de toegekende categorie niet in vraag stellen bij de inspectie. De terugbetaling door de POD MI wordt zoals vermeld wel begrenst door de regels voorzien voor maatschappelijke integratie (leefloon). Lees ook de algemene omzendbrief maatschappelijke integratie voor meer details en voorbeelden. - De vraag kan rijzen of de bij een gastgezin opgevangen tijdelijk beschermden niet steeds als dakloos beschouwd moeten worden. Volgens de algemene omzendbrief maatschappelijke integratie heeft een dakloze persoon die tijdelijke en kortstondig bij familie of vrienden wordt opgevangen, recht op een leefloon als alleenstaande op voorwaarde dat er een GPMI wordt opgemaakt. Er zijn dus 2 voorwaarden om categorie alleenstaande toe te kennen aan een dakloze persoon: 1) noodopvang van korte duur en 2) een GPMI afsluiten. Noodopvang van korte duur houdt in dat de dakloze persoon niet de bedoeling heeft om voor langere termijn bij zijn familie of vrienden te blijven. Het OCMW moet dus in zijn sociaal onderzoek peilen naar de intenties van het gastgezin en het opgevangen gezin. Dat is niet zo eenvoudig te beoordelen. Situaties zijn veranderlijk. Het opgevangen gezin zal misschien wel graag naar een eigen huurwoning verhuizen maar als het alternatief een collectieve opvanglocatie of een containerwoning in een nooddorp is, dan blijft het opgevangen gezin misschien liever bij het gastgezin. Een gastgezin biedt ook ondersteuning die in de andere opvang- of huisvestingsmogelijkheden niet altijd gegarandeerd kan worden. Bovendien kan een opgevangen gezin erop hopen om op korte termijn te kunnen terugkeren naar Oekraïne waardoor het gezin geen stappen naar andere huisvesting plant. Verder moet er een GPMI opgesteld worden waarin de stappen afgesproken worden om een einde te maken aan de dakloosheid. Bij de toekenning van maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon) is het opstellen van een GPMI geen verplichting. De vraag is of de OCMW's momenteel de ruimte hebben om voor alle opgevangen gezinnen een individueel GPMI op maat op te stellen. Temeer omdat de situaties nog erg veranderlijk zijn. Rekening houdend met deze voorwaarden zal het niet zo vaak om een situatie van dakloosheid gaan voor de toekenning van een categorie alleenstaande.
  • Hoe worden de bestaansmiddelen berekend? Ook voor de berekening van de bestaansmiddelen worden de regels voorzien voor de berekening van het leefloon naar analogie toegepast. Zoals hierboven wordt toegelicht, geldt dat voor de maximale terugbetaling door de POD MI maar is dat geen verplichting voor het OCMW. Het is in de praktijk de meest voorkomende werkwijze met het minste extra werklast. Als gastgezin en opgevangen tijdelijk beschermden geen feitelijk gezin vormen en geen ascendenten/descendenten zijn, dan zijn het andere samenwonenden en wordt er geen rekening met de bestaansmiddelen gehouden. Als gastgezin en opgevangen tijdelijk beschermde na verloop van tijd een feitelijk gezin zouden vormen (dus een relatie beginnen), dan worden de bestaansmiddelen wel aangerekend. Als het gaat over ascendenten descendenten beslist het OCMW om de bestaansmiddelen al dan niet aan te rekenen.
  • Kan er een vergoeding voor de opvang/huisvesting aangerekend worden? Ja dat kan. Vlaanderen heeft daarvoor ook richtbedragen bepaald die richtiggevend zijn voor de lokale besturen (lees meer op Regelgeving Wonen).  Het opgevangen gezin kan die vergoeding zelf rechtstreeks aan het gastgezin betalen. Het OCMW kan de vergoeding ook inhouden op het toegekende equivalent leefloon en aan het gastgezin storten op voorwaarde datr opgevangen gezin daarvoor toestemming gegeven heeft. Er kan een opvangovereenkomst gesloten worden tussen gastgezin en opgevangen gezin en daarnaast kan het OCMW het opgevangen gezin een formulier laten ondertekenen waarin die toestemming gegeven wordt. Er kan ook een driepartijendovereenkomst gesloten worden tussen gastgezin, opgevangen gezin en OCMW waarbij de toestemming in die overeenkomst gegeven wordt. De POD MI heeft een modelformulier opgesteld om toestemming te geven (in NL, Fr, UKR en RU). - In FAQ 8.4. van de POD MI staat dat er geen huisvestingskost aangerekend mag worden als het gaat om een collectieve opvang die georganiseerd wordt door het OCMW (sporthal, recreatiecentrum,…) omdat er dan er geen sprake is van het betrekken van een woning als hoofdverblijfplaats. Hiermee verwijst de POD MI naar wat we noodopvang na een ramp zouden kunnen noemen. Bijvoorbeeld veldbedden die naast elkaar in de sporthal of zo geplaatst worden. Het gaat dus om plekken die normaal niet dienen om in te wonen. Het gaat niet over opvang in leegstaande woonzorgcentra, hotels enz. Daar kan wel een opvangkost/huisvestingskost aangerekend worden.
  • Is de huisvesting een bestaansmiddel (voordeel in natura)? Als de regels voor de berekening van het leefloon naar analogie worden toegepast, kan de huisvesting als voordeel in nature worden aangerekend als 2 cumulatieve voorwaarden vervuld zijn: 1) het gaat om kosten voor huisvesting die de hoofdverblijfplaats van de hulpvrager is en 2) de kosten worden ten laste genomen door een derde (dat kan een OCMW of een ander openbaar bestuur zijn) waarmee de hulpvrager niet samenwoont (zie Hoofdstuk 5.8 “Voordelen in natura” van de algemene omzendbrief RMI). Zoals toegelicht wordt bij de 2 vorige vragen, is het OCMW niet verplicht om de regels van het leefloon naar analogie toe te passen. Het OCMW kan op basis van een grondig sociaal onderzoek een gemotiveerde beslissing nemen en een lager bedrag dan het leefloon toekennen. Dat betekent evenwel ook dat het OCMW slechts 135% en 125% van dat lagere bedrag van de POD MI zal terugkrijgen. Wat niet mag, is het volledige bedrag equivalent leefloon toekennen zodat de volledige verhoogde terugbetaling gevrijwaard is en dan een inhouding doen op dat equivalent leefloon voor de kosten van het OCMW. Daar is geen wettelijke basis voor tenzij het OCMW de verhuurder/aanbieder van de huisvesting is en het over de huur/vergoeding van die huisvesting gaat.


  • Wat met  niet-begeleide minderjarige tijdelijk beschermden (NBM)? Ook NBM krijgen een attest van tijdelijke bescherming waarmee ze zich bij de gemeente kunnen aanmelden. De gemeente levert een bijlage 15 en een elektronische A kaart af aan de NBM. Dat er (nog) geen voogd werd aangesteld is geen reden om de afgifte van deze documenten te weigeren. De NBM heeft ook recht op maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon en aanvullende maatschappelijke dienstverlening) want er is geen leeftijdsvoorwaarde in de OCMW-wet. Ook dat recht is niet gekoppeld aan de toewijzing van een voogd door de Dienst Voogdij (er is een groot tekort aan voogden waardoor de wachttijd oploopt). Lees meer op Niet-begeleide minderjarigen.

  • Hoe moet het sociaal onderzoek gevoerd worden? Een sociaal onderzoek is belangrijk, niet alleen voor de controle op de toekenning van hulpverlening maar ook om na te gaan of de opvang bij het gastgezin wel goed verloopt, welke noden er zijn, dat er geen misbruik is, enz. Tijdens de eerste 3 maanden vanaf de hulpvraag gaat het over een sociaal onderzoek ‘light’. Het kadastraal inkomen en het recht op ziekteverzekering in Oekraïne moeten niet nagekeken worden want het zal bijzonder moeilijk zijn, zelfs onmogelijk, om de situatie in Oekraïne te checken. Na die eerste 3 maanden moet het sociaal onderzoek naar beste vermogen verder aangevuld worden. Er moet dan ook een huisbezoek gebeuren als dat nog niet gebeurd is. Het nagaan van de behoeftigheid betekent het nagaan van de behoeftigheid hier in België.  Zoals steeds geldt dat alleen rekening mag worden gehouden met de bestaansmiddelen waarover de tijdelijke beschermde daadwerkelijk kan beschikken. Het is nog steeds bijzonder moeilijk om informatie over de situatie in Oekraïne te checken. Wordt een uitkering of loon nog gestort? Heeft de betrokkene toegang tot zijn banktegoeden? enz. Het OCMW kan de hulpvrager bevragen maar een negatief bewijs voorleggen is lastig. Het OCMW kan de hulpvrager zoals steeds een verklaring op erewoord m.b.t. zijn financiële situatie laten ondertekenen. Als de betrokkene verklaart dat er nog inkomsten uit Oekraïne zijn, dan moet er rekening mee worden gehouden. Het OCMW kan de rekeninguittreksels opvragen maar dat mag niet systematisch gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld bij het verstrijken van de eerste 3 maanden of als er indicaties voor zijn maar het mag niet recurrent gevraagd worden. Wat het kadastraal inkomen in Oekraïne betreft, aangezien het onmogelijk is om de waarde van het onroerend goed te bepalen, hoeft het OCMW er geen rekening mee te houden. Indien evenwel blijkt dat het onroerend goed verhuurd wordt en de betrokkene daadwerkelijk huur ontvangt, moet er wel rekening mee worden gehouden door toepassing van de regel voor het huren van onroerend goed. Na de evaluatie van de situatie na de eerste 3 maanden, werkt het OCMW verder zoals in andere dossiers. Het is niet nodig om elke  3 maanden een controle te doen. Als er indicaties zijn dat de situatie gewijzigd is, moet het OCMW wel de nodige opvolging verzekeren.

  • Wat met de interpretatie van dakloosheid en de installatiepremie? De vraag of de opgevangen tijdelijk beschermden dakloos zijn, wordt beoordeeld in functie van de situatie op het moment van het vertrek naar de eigen woning. Dat deze mensen ingeschreven worden voor hun hoofdverblijfplaats op het adres van het gastgezin, speelt geen rol bij de beoordeling van de dakloosheid door het OCMW. Voor de toekenning van een installatiepremie is het belangrijkste element het installeren van de woning. Bij opvang bij burgers zal er niet meteen een nood zijn aan middelen om zich te installeren. De installatiepremie kan toegekend worden als de mensen later een eigen woning betrekken (in welke vorm dan ook, kan eventueel een containerwoning zijn waar de mensen voor langere tijd gaan wonen). Het is nog niet duidelijk of er een beperking in de tijd staat op de kwalificatie als dakloze bij de opvang bij burgers.  - De tijdelijk ontheemden worden in Novaprima gecodeerd met de specifieke code K "ontheemde". De dakloosheid kan niet worden aangeduid (niet voorzien in systeem m.b.t. maatschappelijke dienstverlening). 

  • Wat met de medische kosten in de periode voor de aflevering van het attest van tijdelijke bescherming? Er zijn 2 opties. Ofwel toekenning van dringende medische hulp. Ofwel de kosten voorschieten en nadien terugvorderen van het ziekenfonds. Beide opties brengen een zekere bijkomende werklast met zich mee. In de optie dringende medische hulp moet er een bisnummer en een medische kaart in Mediprima worden aangemaakt. In de andere optie vraagt het terugvorderen bij het ziekenfonds ook heel wat werk. Zie verder onder andere sociale rechten.
  • Welk OCMW is bevoegd? Voorafgaand aan de inschrijving in het vreemdelingenregister is het OCMW van de gewoonlijke verblijfplaats (feitenkwestie) bevoegd tenzij één van de andere uitzonderingen van toepassing zou zijn. Als de hulpvrager bijvoorbeeld dakloos is, is het OCMW van de feitelijke verblijfplaats bevoegd. Zodra de hulpvrager in het vreemdelingenregister ingeschreven is, is het OCMW van de plaats van inschrijving voor het hoofdverblijf in het vreemdelingenregister bevoegd voor een tijdelijk beschermde hulpvrager (artikel 2, §5 van de wet van 2 april 1965). Er is geen continuïteitsregel voorzien. Bij een verhuis wijzigt de inschrijving en dus ook de bevoegdheid. Let wel, de bevoegdheid zal met enige vertraging zal wijzigen t.o.v. de feitelijke situatie. Het vraagt enige tijd om de inschrijving te wijziging en het OCMW moet naar de werkelijke inschrijving op de dag van de hulpvraag kijken. Er kan wat tijd verstrijken tussen de dag van hulpvraag en het sociaal onderzoek. Het is mogelijk dat de gemeente in die tussentijd de inschrijving aanpast. De inschrijving voor het hoofdverblijf gebeurt met terugwerkende kracht tot de datum van het aanmelden bij de gemeente. Het OCMW moet daarom ook naar IT 251 kijken waar de datum van de effectieve adreswijziging staat. Een voorbeeld. Als de betrokkene op 5 april vraagt om ingeschreven te worden in gemeente A en de gemeente A wijzigt de inschrijving op 12 april, dan zal er toch 5 april staan bij de inschrijving in de IT 001 en 020 en niet 12 april. Als de hulpvraag werd ingediend op 8 april maar de check van de hoofdverblijfplaats gebeurt op 13 april, dan ziet de maatschappelijke werker dus het nieuwe adres in gemeente A staan. Door naar IT 251 te kijken, stelt de maatschappelijk werker vast dat het nieuwe adres werd ingevoed op 12 april en dat het op 8 april, de dag van de hulpvraag nog het vorige adres in gemeente B was. Dan is gemeete B bevoegd. -  Deze bevoegdheidsregel geldt ook voor de hulpvraag m.b.t. de huurwaarborg. De bijzondere bevoegdheidsregel voorzien in artikel 2, §8 van de wet is niet van toepassing want er is geen vertrek uit een opvangstructuur voor verzoekers internationale bescherming. Dat is een knelpunt voor OCMW's met een collectieve opvang voor gevluchte Oekraïeners op hun grondgebied.

Noodopvang, crisishuisvesting en duurzame huisvesting

Voor de personen die bij de registratie aangeven dat zij een opvangnood hebben en die de dag van de registratie niet kunnen doorstromen, zal er door Fedasil voor 1 à 2 nachten noodopvang geboden worden in verschillende locaties in Brussel. Na de registratie en de eventuele noodopvang stromen de mensen door naar de crisishuisvesting op lokaal niveau. Fedasil doet die toewijzing aan de hand van de housing tool.  Aan de lokale besturen wordt gevraagd om enerzijds zelf een aanbod crisishuisvesting te doen en anderzijds in kaart te brengen wat er door andere organisaties en burgers aangeboden wordt in de gemeente. In een volgende fase zullen de mensen dan doorstromen naar meer duurzame huisvesting. De Vlaamse overheid vraagt aan de lokale besturen en andere mogelijke aanbieders van duurzame huisvesting om hun duurzame aanbod zo snel mogelijk te registreren in de Vlaamse huisvestingstool. Op termijn wil Vlaanderen de tussenstap via de crisishuisvesting overslaan en meteen aan duurzame huisvesting kunnen toewijzen. Voorlopig is er echter nog niet voldoende aanbod. Meer informatie over noodopvang, lokale crisishuisvesting, duurzame huisvesting, de federale housing tool, de Vlaamse huisvestingstool en het mogelijke aanbod op Crisishuisvesting

Een aandachtspunt is het (her-)huisvesten van tijdelijk beschermden die hun opvangplaats verliezen. Ze moeten zich niet opnieuw aanmelden in het registratiecentrum op de Heizel in Brussel. Het gaat zowel over mensen die niet langer bij hun gastgezin kunnen blijven, ongeacht of ze aan dat gastgezin toegewezen werden door Fedasil of er op eigen initiatief terechtgekomen zijn als over mensen die de eerste lokale crisishuisvesting waar zij verblijven moeten verlaten, ongeacht of ze aan die plaats toegewezen werden door Fedasil of er via een andere weg terechtgekomen zijn. Om voor deze mensen een nieuwe plek te vinden, hebben de lokale besturen toegang gekregen tot de federale housing tool en de Vlaamse huisvestingstool. Het is niet de bedoeling om deze mensen terug naar het registratiecentrum op de Heizel te sturen om (opnieuw) door Fedasil toegewezen te worden aan een lokale crisishuisvesting. Er moet ter plaatse een oplossing gevonden worden met tussenkomst van de lokale coördinator. Dat kan opnieuw een gastgezin zijn, een andere plaats in crisishuisvesting of meteen een meer duurzame huisvesting. Deze illustratie van de Vlaamse Taskforce schetst het samenspel tussen housing tool en Vlaamse huisvestingstool. De herhuisvesting door het lokale bestuur werd nog niet meegenomen.

Meer info over noodopvang, de huisvestingstool en huisvesting van tijdelijk beschermde vluchtelingen? 

Crisishuisvesting

Verblijfsdocumenten en inschrijving

Bij de registratie zullen de mensen een attest van tijdelijke bescherming ontvangen en daarmee kunnen ze zich bij de gemeente aanmelden. Er wordt per persoon een attest afgeleverd, ook voor elk kind. De gemeente zal de mensen dan een bijlage 15 geven in afwachting van de afgifte van de elektronische A kaart. De bijlage 15 is 45 dagen geldig. Op de bijlage 15 wordt het laatste vakje aangekruist waardoor de bijlage 15 dezelfde waarde heeft als de A kaart. De bijlage 15 vermeldt dat de toegang tot de arbeidsmarkt onbeperkt is. De A kaart is geldig tot 4 maart 2023 (verlengbaar). Voor kinderen jonger dan 12 jaar wordt een identiteitsbewijs voor buitenlandse kinderen onder de 12 jaar afgeleverd als de ouders (of de voogd) dat vragen (zelfde duur als de A kaart).

Na een positieve woonstcontrole zal de gemeente de mensen inschrijven in het vreemdelingenregister (IT 210). Als het geplande verblijf te kort is, moet er geen woonstcontrole gebeuren en kan de betrokkene onmiddellijk worden ingeschreven. Uitgangspunt is een gewone inschrijving op de hoofdverblijfsplaats. Dat geldt bijvoorbeeld bij een gastgezin of in andere woonvormen waar volgens de algemeen geldende regels een inschrijving mogelijk is. Een voorlopige inschrijving is bedoeld voor woonvormen die eigenlijk niet bedoeld zijn voor een inschrijving. Dat zijn dan de sporthallen, culturele centra en dergelijke meer. Voor tijdelijke en zeer kortdurende situaties zoals noodopvangcentra kunnen gemeente en OCMW afspreken dat de beste oplossing voor de betrokkenen in dat geval een referentieadres bij het OCMW is. Deze laatste optie is een afwijking van het standpunt van het Rijksregister dat een eerste inschrijving in België niet mogelijk is op een referentieadres. Lees meer in de aanvulling bij de omzendbrief van het Rijksregister. 

De inschrijving gebeurt op de datum van het attest van tijdelijke bescherming. In het IT 202 wordt de code "2.3.0 - tijdelijke bescherming" worden opgenomen, ook op datum van het attest van tijdelijke bescherming.  In het IT 205 wordt de code "3 - ontheemden" vermeld. Er komt ook tijdelijk een nieuwe code wonen (LOG) 06 "tijdelijke bescherming" in IT 141 (gezinssamenstelling) in het Rijksregister. Dit laat toe om de Oekraïense onderdanen die bij burgers worden opgevangen, qua gezinssamenstelling te onderscheiden van het gastgezin. De nieuwe code is operationeel 28 maart 2022.

Meer informatie in de Omzendbrief van 9 maart 2022 van het Rijksregister (met update i.v.m. geldigheid A kaarten) en in de aanvulling (i.v.m. datum IT's, IT gezinssamenstelling, woonstcontroles en inschrijving) met Bijlage - instructies IT 120.

OPGELET: Door de hoge aantallen vluchtelingen uit Oekraïne die zich aanbieden heeft tot en met 9 maart niemand in het registratiecentrum Bordet een bewijs van (pre-)registratie of tijdelijke bescherming ontvangen. Vanaf donderdag 10 maart hebben de mensen in principe wel een bewijs van pre-registratie ontvangen in het registratiecentrum Bordet. Vanaf maandag 14 maart zullen zij meteen het attest tijdelijke bescherming ontvangen in het registratiecentrum op de Heizel. Zie Statuut Tijdelijk Ontheemden voor meer info over de registratie en de impact daarvan op de OCMW-dienstverlening.

Voor de volledigheid vermelden we nog dat mensen met een aankomstverklaring in principe onder de huidige regelgeving geen rechten openen op maatschappelijke dienstverlening (of andere sociale rechten zoals ziekteverzekering). Voor de medische kosten is er intussen wel een oplossing (zie verder hieronder bij ziekteverzekering).

Terugkeer naar Oekraïne

Wat als tijdelijk beschermde Oekraïners zeggen dat ze naar Oekraïne willen terugkeren? Wat moet er dan gebeuren. De vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden omdat de intenties van de betrokkenen vaak (nog) niet duidelijk zijn. Ook niet voor henzelf. 

De vraag of de mensen definitief willen terugkeren of niet is niet altijd gemakkelijk te beantwoorden. Er zijn de mensen die zeggen dat ze willen gaan kijken hoe de situatie in Oekraïne is en ter plekke zullen beslissen of ze al dan niet terugkeren naar België. Er zijn de mensen die zeggen dat ze definitief willen terugkeren maar die na enkele weken toch weer in België op de stoep staan. Er zijn de mensen die zeggen alleen op bezoek te gaan en dan laten weten dat ze waarschijnlijk toch zullen blijven als de situatie niet verslechtert. Het is dus niet evident om een correcte beslissing te nemen m.b.t. de situatie.

We zetten een aantal aspecten op een rijtje.

Het statuut tijdelijke bescherming voor tijdelijk ontheemden verschilt van het statuut erkend vluchteling. Met de A kaart en een geldig paspoort kunnen tijdelijk beschermden reizen binnen Schengen en terugkeren naar België binnen de geldigheid van de A kaart. Een paspoort kan aangevraagd worden bij de ambassade. Zonder A kaart is een visum nodig om te reizen binnnen Schengen. Tijdelijk beschermden kunnen dus naar Oekraïne gaan voor een bezoek. Als ze naar andere landen buiten Schengen willen gaan en die landen vragen een visum, dan moeten ze dat aanvragen zoals alle andere reizigers. Hier lees je meer over reizen.

In principe moeten de tijdelijk beschermden dus wel terugkeren voor het einde van de geldigheid van de A kaart. Toch kunnen ze ook na het verstrijken van de A kaart nog terugkeren naar België want ze reizen visumvrij (in prinicpe mits biometrisch pasoort maar momenteel wordt daar soepel mee omgegaan). Bij aankomst moet er dan wel opnieuw een statuut aangevraagd worden want er is maar gedurende 1 jaar recht op terugkeer (dus binnen de geldigheid van de A kaart) voor dit statuut. Hier lees je meer over het recht op terugkeer. Of dat dan mogelijk is, zal ook afhangen van de beslissing op Europees niveau om het statuut al dan niet te verlengen en onder welke voorwaarden. 

Als mensen het hebben over een bezoek, ter plekke gaan kijken en dan verder zien enz. dan kunnen we uitgaan van een afwezigheid van minder dan 3 maanden. Dan moet er m.b.t. het verblijfsrecht niets gebeuren. Als de afwezigheid langer duurt dan 3 maanden, dan moet de betrokkene dat op voorhand aan de gemeente melden. Dat is in principe een voorwaarde voor het recht op terugkeer. In de praktijk gebeurt die melding zeker niet altijd. Met melding zal de gemeente gemakkelijker overgaan tot het herinschrijven zonder eerst de toestemming van de DVZ te vragen. Zonder melding kan de gemeente ook onder bepaalde voorwaarden zelf beslissen om over te gaan tot herinschrijving maar in de praktijk wordt dan vaak de toestemming van de DVZ gevraagd. Het kan even duren voor de DVZ de aanvraag tot herinschrijving kan behandelen dus dat is te vermijden. De gemeente heeft ook als taak om de situatie op te volgen. Als vastgesteld wordt dat iemand niet meer op het opgegeven adres verblijft en niet kan worden vastgesteld waar de betrokkene intussen verblijft, dan kan de gemeente overgaan tot een afvoering van ambtswege. Dat heeft heel wat nadelige gevolgen voor de betrokkene. Rekening houdend met de onduidelijke situatie waarin heel wat tijdelijk beschermden verkeren, kan een afvoering van ambtswege best vermeden worden zolang er niet quasi zeker komt vast te staan dat de mensen niet meer zullen terugkeren. Hier lees je meer over afwezigheid tot 3 maanden en tussen 3 maanden en 1 jaar. 

De OCMW-wet voorziet geen specifieke regeling voor een verblijf in het buitenland. De hulpvrager is er wel toe gehouden om "elke nuttige inlichting nopens zijn toestand te geven, alsmede het centrum op de hoogte te brengen van elk nieuw gegeven dat een weerslag kan hebben op de hulp die hem wordt verleend" (artikel 60, §1 OCMW-wet). De hulpvrager moet m.a.w. meewerken aan het sociaal onderzoek alsook een afwezigheid of een vertrek melden aan het OCMW. Uit de praktijk blijkt dat de hulpvragers (en hun gastgezinnen) daar niet altijd bij stilstaan of van op de hoogte zijn. Wat te doen als het OCMW vaststelt dat de hulpvrager er niet meer is? De regels voor een verblijf in het buitenland voorzien in de RMI-wet kunnen een houvast bieden maar het OCMW kan ook beslissen om die RMI-regeling helemaal buiten beschouwing te laten. We zitten immers in de maatschappelijke dienstverlening die minder strikt geregeld is. De leefloonregeling houdt in dat, als de mensen een equivalent leefloon ontvangen, het OCMW op de hoogte moet worden gebracht zodra de afwezigheid langer dan een week duurt wat quasi steeds het geval zal zijn bij een reis naar Oekraïne. Als de maximale termijn van verblijf in het buitenland verstreken is (4 weken), kan het equivalent leefloon geschorst worden. Het OCMW kan ook beslissen om verder te betalen in uitzonderlijke omstandigheden. Als het OCMW beslist om de RMI-regeling als houvast te gebruiken, moet de beslissing om het equivalent leefloon tijdelijk te schorsen gemotiveerd worden op basis van een sociaal onderzoek naar de concrete nood in de individuele situatie. Er kan niet naar de RMI-wet verwezen worden als motivering. Als het OCMW de RMI-regeling niet volgt, is er geen duidelijk houvast meer en kunnen andere termijnen en overwegingen mee het beleid van het OCMW bepalen. Ook dan moet het OCMW een individueel gemotiveerde beslissing nemen op basis van het sociaal onderzoek naar de nood aan hulp om de menselijke waardigheid te waarborgen. Als het OCMW van oordeel is dat de hulpvrager definitief teruggekeerd is, moet het equivalent leefloon stopgezet worden. Als de betrokkene daarna alsnog terugkeert, moet eerst nagegaan worden of hij nog een verblijfsrecht heeft. Daarna kan de betrokkene ook een nieuwe hulpvraag indienen. In de FAQ van de POD MI staat verder nog: " Als hij België definitief verlaat, is niet langer voldaan aan de voorwaarde van verblijf in België om aanspraak te kunnen maken op maatschappelijke dienstverlening. Het recht op maatschappelijke dienstverlening kan niet worden geëxporteerd. Indien hij tijdelijk in het buitenland verblijft, is het aan het OCMW om geval per geval te beoordelen of de voorwaarden om aanspraak te maken op maatschappelijk dienstverlening al dan niet vervuld blijven (staat van behoeftigheid, verblijfsvoorwaarde in België, werkbereidheid in geval van toekenning van financiële maatschappelijke dienstverlening, ...)."

Ook voor andere prestaties als Groeipakket, ziekteverzekering, enz. zal de situatie bij de start van de afwezigheid onduidelijk zijn. Zolang de inschrijving behouden blijft, blijven ook de meeste rechten gevrijwaard.

M.a.w. tenzij duidelijk is dat de terugkeer definitief is, komt het er vooral op aan om in contact te blijven en even af te wachten wat er verder gebeurt.

Voor informatie over vrijwillige terugkeer met Fedasil: Statuut tijdelijk ontheemden.

Op zoek naar andere sociale rechten? 

Sociale rechten

Een bankrekening openen

Tijdelijk ontheemden hebben heel wat sociale rechten zoals hierboven wordt toegelicht. Om die rechten op een efficiënte manier te kunnen realiseren, moeten de mensen een bankrekening kunnen openen. Jammer genoeg is er enige onduidelijkheid over het openen van een bankrekening. 

Febelfin liet al op 9 maart 2022 via een communicatie op de website weten dat Oekraïense vluchtelingen met een attest van tijdelijke bescherming (en dus a fortiori met een bijlage 15) gebruik kunnen maken van de basisbankdienst. Een voordeel van de basisbankdienst is dat die dienst toelaat om basisverrichtingen uit te voeren aan een beperkt tarief. Daarnaast gelden de bestaande identificatieregels voor het openen van een bankrekening ook voor de basisbankdienst. De bank zal vragen naar de naam en voornaam, geboortedatum en -plaats en de woonplaats. Toch wordt er ook verwezen naar de A kaart in de communicatie van banken. Tijdens een gesprek met Febelfin werd bevestigd dat het attest van tijdelijke bescherming volstaat en dat er niet op de A kaart gewacht moet worden. 

Intussen kreeg de VVSG signalen van lokale besturen dat bankkantoren voor deze mensen naar een socialebijstandsrekening (SBR) verwijzen.  Een SBR betekent meer werk qua begeleiding voor het OCMW. Bovendien zijn er ook kosten aan verbonden voor het OCMW. Of een SBR het juiste instrument is, moet geval per geval beslist worden. Indien de betrokkene begeleiding nodig heeft bij het beheer van zijn financiën, dan kan dat uiteraard een goed instrument van begeleiding zijn. Een SBR naar voor schuiven als het geschikte instrument voor alle vluchtelingen uit Oekraïne is een stap te ver. Het is immers de bedoeling dat deze mensen zo snel mogelijk zo zelfstandig mogelijk hun financiën kunnen beheren. Bijkomend voordeel van de basisbankdienstrekening is verder dat die omgezet kan worden naar een gewone bankrekening terwijl een SBR verbonden blijft aan een centralisatierekening bij het OCMW. Als de betrokkene later van de SBR wil overstappen naar een gewone bankrekening, moet er dus een nieuw rekeningnummer aangevraagd worden met alle administratieve rompslomp vandien.Tijdens ons gesprek met Febelfin werd bevestigd dat de basisbankdienst aan de noden van deze mensen voldoet en dat het niet de bedoeling is om deze mensen door te verwijzen naar het OCMW met het oog op het openen van een SBR. 

Febelfin verstuurde op 29 maart 2022 nog een interne communicatie naar alle banken om deze principes nog eens op een rijtje te zetten. Febelfin streeft naar een zelfde toepassing en interpretatie van de regeling door alle banken. Indien er problemen zijn die niet opgelost geraken, kan er een klacht ingediend worden bij de klantendienst/klachtendienst van de bank (contactgegevens moeten op de website van de bank staan). Indien de problemen daarna nog aanhouden, kunnen we het concrete geval aankaarten bij Febelfin. 

Wat de keuze van de bank betreft, uiteraard kiezen de mensen vrij hun bank. Mensen die bij een gastgezin opgevangen worden, zullen waarschijnlijk door het gastgezin geholpen worden bij het openen van een rekening bij die bank. Als er nog een keuze gemaakt moet worden, is de nabijheid van een kantoor ook een nuttig criterium. Daarbij kan er ook aan de kleinere banken gedacht worden (en niet alleen aan de meest gekende grootbanken).

Hier vind je informatie in het Oekraïens (ook in NL, FR en ENG) over basisbankdienst (flyer, FAQ en nieuwsberichten) en over jobs in de financiële sector.

Lees meer over impact oorlog op bankzaken bij Febelfin

 

 

Je bent een lokale mandataris of je werkt voor een lokaal bestuur en je hebt een vraag over OCMW-dienstverlening en andere sociale rechten? Neem contact met Fabienne.Crauwels@vvsg.be