Veertien lokale besturen hebben ondertussen formeel het traject voor nieuwe fusies ingezet. Op nog meer plaatsen zijn gesprekken in de coulissen aan de gang, zelfs dus in West-Vlaanderen, dat zich tot nu toe Asterixgewijs had verzet tegen de oprukkende fusies. Wij West-Vlamingen zijn het gewend om eenzelvig in de loopgraven te zitten en er alleen uit te komen als het eigen (financieel) belang onder hoogspanning staat. Het effect van de bespreekbaarheid van fusies door de zeven pioniers woog voor mij zwaarder dan de maatschappelijke zinvolheid van elke fusie.

Kruisem is nu alweer in gesprek met Oudenaarde en ook in Aalter is te horen dat de schaal groter had moeten zijn. De chaotische evolutie van het fusiedebat baart mij nu wel steeds meer zorgen. Het dreigt te ontsporen. Er zullen altijd emoties aan te pas komen, dat is ook niet slecht. De balans tussen emotie en ratio dreigt echter helemaal zoek te raken, door de perverse effecten van de regelgeving, het gebrek aan objectieve voorbereiding, het gebrek aan tijd voor grondig debat en de afwezigheid van aansturing door de Vlaamse overheid.

De fusie met enkele huizenblokken (genaamd Borsbeek) laat Antwerpen toe nog maar eens de afbouw van de schuldenlast door alle Vlamingen te laten dragen. De (afgesprongen) fusie met Boortmeerbeek zou ook Mechelen dat ticket hebben gegeven. Dit is onbehoorlijk bestuur en het ondermijnt de geloofwaardigheid van het fusiedebat. Voor deze goedkope truc van zelfbediening van de grotere steden was de financiële bonus van de fusie nooit bedoeld. Minister Somers en de echte burgemeester van Mechelen zitten elkaar hier behoorlijk in de weg. De overhaaste regeling voor de vorming van districten bij nieuwe fusies werpt een slagschaduw over de operatie. Verkiezingen voor districten, weer overal partijpolitiek gedoe en andere coalities binnen de nieuwe gemeente: met die politieke pasmunt bezwaren we de bestuurskracht van fusies.

Als alleen de emoties uit de Vlaamse onderbuik overheersen, dan is primitieve ranzigheid troef, zeker als fusie en stad in dezelfde zin voorkomen. Boortmeerbeek = ‘Makakkenbeek’. ‘De Stemming’ zat er meteen goed in. Als emotie domineert, krijgen nietszeggende maar goed klinkende stereotypes vrij baan. In LaPoHoSta klinkt het manhaftig dat ze willen vermijden deel te zijn van ‘de stadstaten’ in Vlaanderen: dus liever geen fusie met Ieper, Diksmuide of Roeselare. De stadstaat Diksmuide, die titel hadden ze zichzelf daar nog niet toegedicht. En de moedige oppositie roert zich overal door alleen maar emotioneel tegen fusie te fulmineren. Goedkoop succes in het dorpscafé. Fusies maken we voor de volgende veertig jaar en we doen dat in het belang van het lokale bestuur, niet voor het kortetermijnbelang van labiele coalities en van tijdelijke politici die tegen dan al lang vergeten zullen zijn. Wat overigens voor de jonge inwoners van LaPoHoSta tot opluchting moet leiden.

De kwaliteit van de onderbouwing van het debat is ondermaats, waardoor emoties ongekaderd spelen. Waar zou een fusie toe kunnen leiden, wat kunnen we als gemeente zelf niet meer of niet goed genoeg meer? Welke meerwaarde zou fusie kunnen hebben voor ruimtelijke ordening, wonen, zorg, cultuur, publieke ruimte…? En, zeker ook: welke risico’s zijn er en hoe kunnen we die vanaf het moment van voorbereiding opvangen? Wat laten we dan finaal aan voor- en nadelen doorwegen? De emoties laaien nu hoog op, maar die zijn beperkt tot de besloten kringen van de lokale politiek en die toeteren luid in de media. Ondertussen beseft 95% van de burgers niet eens wat er aan de orde was. Misschien zijn die 95% rationeler, verstandiger en meer op de lange termijn gericht dan politici? Om dat kansen te geven is tijd en goede voorbereiding nodig. Meer meerstemmigheid, minder stemmingmakerij.

De afwezigheid van sturing door de Vlaamse overheid geeft vrij baan aan de emoties en lokale toevalligheden. De Vlaamse overheid heeft zelf voor al haar ambities minder maar veel sterkere lokale besturen nodig. Dat overstijgt het belang van de individuele lokale besturen. Misschien is een fusie rond Mechelen zeer zinvol, maar dan niet (alleen) met Boortmeerbeek? En zou een fusie tussen Staden en Roeselare zo vreemd zijn? Er is nu behoefte aan Vlaamse sturing voor dossiervorming en voor het tekenen van wenskaarten: eerst informerend en inspirerend, geleidelijk meer dwingend. Met de referentieregio’s en de eerstelijnszones tekenen zich de geografische contouren van zinvolle fusies af. De Vlaamse overheid heeft het terrein klaargemaakt en het startschot gegeven, ze kan niet langer vanaf de zijlijn passief toekijken. Bij deze dus: een oproep tot de Vlaamse regering. Een emotionele oproep. —

 

prof. dr. Filip De Rynck is columnist van Lokaal
Voor Lokaal 06 | 2022