lokaal_20230101_14_integriteit.png
Provider image

Integriteitsbeleid maakt de grijze zone waarin lokale politici en medewerkers van steden en gemeenten hun werkzaamheden verrichten, kleiner. Hierdoor wordt het werken voor hen veiliger, wat dan weer het individuele zelfvertrouwen vergroot en het imago van het bestuur en de politiek kan verbeteren. Politicologe Sofie Hennau en integriteitscoördinator Heidi Paesen wikken en wegen, in Hasselt en daarbuiten.

Politicologe Sofie Hennau onderzoekt aan de Universiteit Hasselt de werking van gemeenteraden en colleges in Vlaamse steden en gemeenten. Maar allebei worden we helemaal stil, als projectmanager organisatiebeheersing Heidi Paesen uitlegt hoe de stad en het OCMW Hasselt drie jaar geleden aan een integriteitsbeleid zijn begonnen en wat ze tot nu toe al hebben gedaan.

Heidi Paesen: ‘We zijn eerst aan de slag gegaan met de deontologische code voor het personeel. Er bestond een oude code, maar we hebben er een nieuwe geschreven die toepasbaar is voor de hele organisatie, dus niet alleen voor de administratie in het stadhuis maar ook voor de kinderopvang, de stedelijke basisscholen, de technische uitvoeringsdienst en de woonzorgcentra. Deze code is goedgekeurd door de vakbonden en de gemeenteraad, net zoals het integriteitscomité dat in oktober 2020 het licht zag en dat maandelijks bijeenkomt. Hierin zetelen de algemeen directeur, het hoofd HR, een jurist en ikzelf als integriteitscoördinator. Meestal behandelen we meldingen over collega’s maar ook integriteitsvragen komen aan bod, zoals of je mag ingaan op bepaalde uitnodigingen voor events.’

 

Zijn er veel meldingen of vooral veel vragen?

Heidi Paesen: ‘Vooral veel vragen, over uitnodigingen voor evenementen en nu met de jaarwisseling over geschenken van leveranciers, maar er zijn ook vragen over omgaan met de arbeidstijd of nevenwerkzaamheden. Ook meldingen door personeelsleden gebeuren af en toe. Als zo’n melding gegrond is, volgt er een onderzoek en indien nodig een sanctie. Toch hoeft sanctioneren niet altijd. Soms volgt uit een melding ook een goed gesprek of een algemene sensibilisering. Medewerkers zijn zich niet altijd bewust van zaken die niet mogen, zoals afgeschreven stadsmaterialen mee naar huis nemen of een voertuig van de stad gebruiken voor privéverplaatsingen. Dan is het belangrijk die persoon daarover aan te spreken en de afspraken nog eens voor de hele organisatie duidelijk te maken via een sensibiliseringscampagne.’

 

Welke campagnes zijn er al gebeurd?

Heidi Paesen: ‘We hebben een sensibiliseringscampagne over het aannemen van geschenken en uitnodigingen gehad, maar ook over het respecteren van de arbeidsuren, en vorige zomer eentje over alcoholgebruik op de werkvloer. In de toekomst kan dat gaan over belangenconflicten of de omgang met sociale media. We laten onze sensibiliseringscampagnes afhangen van de vragen en meldingen die binnenkomen. Zo proberen we in te spelen op actuele thema’s.’

‘Daarnaast organiseren we een opleidingstraject voor leidinggevenden en houd ik workshops voor de diensten, die variëren van een tot drie uur. In die tijdspanne leg ik uit wat het integriteitsbeleid betekent, waarom het bestaat, wanneer belangen met elkaar in conflict komen of wat je moet doen als er een collega over de schreef gaat. We gaan dan ook aan de slag met concrete dilemma’s die uiteraard anders zijn voor de dienst facility dan voor het woonzorgcentrum en weer anders voor de groendienst of de buitenschoolse kinderopvang. We leggen het stappenmodel uit, waarbij ze telkens opnieuw een keuze moeten maken.’

‘We zetten sterk in op integriteit en proberen het te laten leven in de organisatie. Vooral voor de buitendiensten van de stad is dat niet altijd evident. Het wordt voor hen duidelijker als we langskomen en een toelichting geven met concrete voorbeelden.’

Sofie Hennau: ‘Ik ben onder de indruk van de initiatieven die Hasselt neemt om de integriteit te doen leven in de organisatie, ook dankzij de dilemma’s.’

 

Bestaat hiervoor ook animo in de gemeenteraad?

Heidi Paesen: ‘Vanuit de dienst organisatiebeheersing waar ik deel van uitmaak, nemen we jaarlijks de cijfers van het integriteitsbeleid, zoals het aantal meldingen, de vragen en de sensibiliseringscampagnes op in het jaarrapport organisatiebeheersing. Ook tijdens de verenigde commissie proberen we kort in te gaan op deze cijfers.’

Sofie Hennau: ‘Sinds de inwerkingtreding van het Gemeentedecreet moet elke gemeenteraad over een deontologische code beschikken. Onze onderzoeken tonen aan dat zowat alle Vlaamse gemeenten intussen aan die verplichting voldoen. Wel zijn er indicaties dat het document niet in alle besturen even hard leeft. Heel wat gemeenten gebruiken het voorbeeld dat de VVSG ter beschikking stelt, eventueel doen ze enkele aanpassingen. Dan kan deze taak toch al afgevinkt worden op het to-dolijstje van het bestuur, daarna verdwijnt het meestal in de lade. Er wordt zelden over het belang ervan gesproken, net zomin over wat wel of niet kan. Het is zeker geen gangbare praktijk.’

Heidi Paesen: ‘Voor veel lokale besturen is het niet evident om continu met integriteitsbeleid bezig te zijn.’

Sofie Hennau: ‘Je moet er natuurlijk de mensen en de middelen voor hebben. Er komen heel veel uitdagingen op lokale besturen af. Het is continu afwegen waar ze prioriteit aan geven. Het decreet Lokaal Bestuur verplicht besturen om een deontologische code aan te nemen, zowel voor personeel als voor mandatarissen. Lokale besturen krijgen veel autonomie om die codes vorm te geven. Wat goed is, zo kunnen ze eigen accenten leggen en een code op maat maken. Een stad als Hasselt heeft immers andere uitdagingen dan een kleinere gemeente. De keerzijde van de medaille is wel dat het een intensief proces wordt.’

Heidi Paesen: ‘Ik ben er ongeveer een derde van mijn tijd mee bezig. Het hoeft dus heus geen fulltimebaan te zijn. Ik behandel de vragen en meldingen, werk sensibiliseringscampagnes uit, geef workshops en bereid de integriteitscomités voor. Vanuit de VVSG is er ook een lerend netwerk voor integriteitscoördinatoren, waarmee we een aantal keren per jaar samenkomen met zo’n tien personen uit lokale besturen. Die sessies zijn altijd zeer leerrijk en het zou fijn zijn mochten er vanuit andere lokale besturen nog medewerkers aansluiten. We merken daar dat het voor lokale besturen niet evident is om bezig te zijn met integriteit. Dikwijls zijn er andere prioriteiten. Soms is er bijvoorbeeld een crisis of een audit van Audit Vlaanderen nodig om als bestuur echt rond integriteit te gaan werken.

Sofie Hennau: ‘Dat klopt inderdaad. Crisissen creëren vaak een window of opportunity, een unieke gelegenheid om veranderingsprocessen in gang te zetten. Churchill heeft het ook al gezegd: never waste a good crisis. Toch wacht je als stad of gemeente beter geen crisis af. Je handelt beter preventief, al was het maar om imagoschade te voorkomen.’

Heidi Paesen: ‘Juist. Om de twee maanden is er bij ons een traject voor alle nieuwe medewerkers, dan zie ik hen ook een half uurtje, zodat ze meteen mee zijn met dit integriteitsverhaal. Ik benadruk dan altijd het belang van integriteit, ook voor de reputatie van stad en OCMW. Ik begin mijn presentatie meestal met enkele krantenkoppen. Dan is het meteen duidelijk waarom we aan integriteit werken. Als medewerker werk je liever niet bij een organisatie met een slecht imago of met een negatieve organisatiecultuur.’

 

Zulke krantenkoppen verschijnen ook over politici.

Sofie Hennau: ‘Dat klopt. Onderzoek toont ook aan dat die niet zonder gevolgen blijven. Kiezers uit gemeenten met schandalen hebben beduidend minder vertrouwen in het gemeentebestuur dan kiezers uit gemeenten waar geen schandalen aan de oppervlakte zijn gekomen. Sterker nog, de impact blijft niet beperkt tot de eigen gemeente, maar schandalen stralen ook af, niet alleen op de buurgemeenten, maar ook op het Vlaamse en federale niveau. Bovendien hebben de wantoestanden een sterkere impact op het vertrouwen van mensen die de integriteit van politici sterker in twijfel trekken. Hoelang een schandaal impact heeft op het vertrouwen, zullen we opnieuw meten in 2024.’

‘De voorbije maanden doken er regelmatig politieke schandalen op, in verschillende lokale besturen. Het is onduidelijk of er vandaag meer schandalen zijn dan vroeger. Dat kan, maar het feit dat er meer over wordt gepraat, dat het meer in de media komt, kan ook een gevolg zijn van toenemende aandacht en gevoeligheid voor het onderwerp. Audit Vlaanderen bestaat nu tien jaar en je ziet dat er meer klachten worden ingediend, maar is dat omdat er meer wanpraktijken zijn of omdat Audit Vlaanderen beter bekend is? Omdat mensen gevoeliger worden voor dit thema? Zijn de schandalen van vandaag slechts het topje van de ijsberg of zien we al de hele berg? Dat is een vraag die heel moeilijk te beantwoorden is.’

Heidi Paesen: ‘Cijfers zijn inderdaad moeilijk te interpreteren, ben je minder goed of slecht bezig als er meer meldingen zijn? Meer meldingen kan immers ook betekenen dat er meer integriteitsbesef is binnen de organisatie en dat medewerkers weten waar ze terecht kunnen met meldingen. We willen de medewerkers een veilige werkomgeving bieden en stellen instrumenten ter beschikking om deze kwesties bespreekbaar te maken. Daarom hebben we op het intranet een quiz waarin je je kennis kunt testen over het aanvaarden van uitnodigingen. We vinden transparantie ook heel belangrijk. Daarom rapporteren we ook jaarlijks in algemene termen aan de medewerkers over het aantal vragen en meldingen die we ontvangen en de acties die we daaraan koppelen.’

 

Zeggen wat niet mag, het opgeheven vingertje, roept dat geen weerstand op bij politici en bij het personeel?

Heidi Paesen: ‘Het klopt dat integriteitsbeleid gepaard gaat met een aantal regels en richtlijnen, maar tegelijk biedt het ook een houvast bij moeilijke situaties waarin medewerkers terecht kunnen komen. Mag je als medewerker een uitnodiging van een leverancier voor een event aanvaarden? Of wat doe je als medewerker van de groendienst, als een dame van tachtig je vraagt of je de haag op haar privéperceel even mee kunt snoeien? Dat zijn moeilijke situaties voor medewerkers. Als organisatie beseffen we dat medewerkers soms in moeilijke situaties terecht kunnen komen en we vinden het belangrijk dat ze zich dan niet eenzaam voelen. We zetten dus zowel in op de controlerende kant als op de stimulerende kant van integriteitsbeleid.’

Sofie Hennau: ‘Die aanpak kun je naar de politici vertalen. We moeten af van de gedachte dat een deontologische code alleen maar dient om mandatarissen op de vingers te tikken. Integendeel, een goed uitgebouwde en gedragen deontologische code is net een belangrijk houvast voor lokale mandatarissen. Hij schept een duidelijk kader waarbinnen zij hun mandaat kunnen opnemen en creëert op die manier een veilige omgeving voor hen. Als er binnen organisaties aandacht is voor bestuurlijke integriteit, ga je nog heel zelden met het vingertje moeten zwaaien. Dat is de situatie waarnaar we moeten evolueren.’

Heidi Paesen: ‘Het is niet fijn om in een organisatie te werken waar anderen de kantjes eraf lopen of gedragingen stellen die deontologisch niet oké zijn. Die cultuur wil je niet, dat heeft een negatieve invloed op het welzijn van alle medewerkers.’

 

Hoe staan jullie tegenover het nieuwe klokkenluidersdecreet?

Heidi Paesen: ‘Het is belangrijk dat medewerkers meldingen van integriteitsschendingen door collega’s kunnen doen. Anders blijven bepaalde zaken onopgemerkt en kunnen ze niet opgelost worden. Binnen stad en OCMW Hasselt hebben we nu twee jaar een meldingsregeling en die heeft haar nut al bewezen. In het kader van het nieuwe klokkenluidersdecreet zullen we nog een aantal aanpassingen moeten doen, maar de basis voor onze meldingsregeling is al gelegd. Voor veel lokale besturen zal dit nieuwe klokkenluidersdecreet wel een hele uitdaging worden. Op korte termijn moeten ze veel zaken uitwerken.’

Sofie Hennau: ‘Die aandacht is positief. Maar je mag niet onderschatten hoeveel capaciteit, geld en middelen dit betekent voor kleine en middelgrote besturen van wie de emmer al aan het overlopen is. Daarom stel ik me vragen bij de haalbaarheid. Zo’n invoering gebeurt niet snelsnel, het moet zich enten op de organisatiecultuur. Het Gemeentedecreet is vijftien jaar in werking en in heel veel besturen is dat proces van implementatie en verandering nog volop aan de gang, vindt het managementteam bijvoorbeeld nu zijn positie. Er is dus tijd voor nodig.’

 

Is een deontologische commissie een goed idee voor alle gemeenten?

Sofie Hennau: ‘Minister Bart Somers denkt eraan voor de politici een deontologische commissie in alle gemeenten in het leven te roepen. Dat liet hij vorige zomer weten, nadat Audit Vlaanderen 86 meldingen gerapporteerd had over mogelijke onregelmatigheden bij de lokale besturen. Op papier lijkt het me een zeer goed idee. Wel roept het voorstel vragen op hoe dit praktisch vormgegeven zal worden. Denk bijvoorbeeld aan de samenstelling. Hoe voorkom je dat in die commissie het politieke spelletje de bovenhand haalt? Wie zal ze leiden? Kunnen we besturen verplichten om externe experten op te nemen in een dergelijke commissie? En ik klop steeds op dezelfde nagel, maar heeft een kleinere gemeente er de capaciteit en de middelen voor?’

 

Antwerpen heeft een bureau voor integriteit. Is dit dan een goed idee voor alle gemeenten?

Heidi Paesen: ‘Een bureau voor integriteit zoals in Antwerpen is voor de meeste lokale besturen wellicht niet haalbaar. Wel is het van belang dat er binnen de organisatie iemand verantwoordelijk is voor het integriteitsbeleid, ook al hoeft dat niet voltijds te zijn. Daarnaast is het belangrijk dat er bij het managementteam en de algemeen directeur voldoende draagvlak is voor integriteit en deontologie. Werken aan integriteit mag geen one shot zijn. Je moet het warm houden en het continu onder de aandacht brengen. Soms moet je medewerkers ook voor risico’s behoeden. Ze staan daar niet altijd bij stil.’

Sofie Hennau: ‘Dat geldt ook voor lokale politici. Ook politici zijn zich dikwijls niet bewust van de risico’s die ze lopen en de problemen die ze kunnen ervaren. Transparantie is belangrijk, maak het bespreekbaar.’

‘Door de grijze zone zo klein mogelijk te maken, krijgen ze een veilig kader waarbinnen ze als lokale mandataris hun rol kunnen vervullen en zelfzeker kunnen optreden. Dat zou pas constructief zijn voor de uitoefening van hun mandaat. De deontologische code is dan de stok achter de deur. De opmaak van de code moet het startpunt zijn van een positief en constructief debat over integriteit. Als je niets doet aan integriteit, komt het als een boemerang terug in je gezicht.

 

Hoezo?

Sofie Hennau: ‘Schandalen hebben niet alleen impact op het vertrouwen in de politici maar ook op het stemgedrag. We zagen in 2018 dat mensen die hun vertrouwen in lokale politici hadden verloren, meer extreme stemmen uitbrachten bij de gemeenteraadsverkiezingen. De electorale gevolgen voor de politici kunnen dus groot zijn.’

‘Het zou ook helpen als de gemeenteraad meer ademruimte zou krijgen, en meer ondersteuning. Hun controlerende rol is van groot belang, maar daarvoor komen gemeenteraadsleden vandaag tijd en ondersteuning tekort. Nu kunnen raadsleden niet in de diepte gaan. De pijnpunten zijn al jaren bekend, maar er gebeuren weinig fundamentele veranderingen. Investeren in een sterke gemeenteraad zou er dus ook toe kunnen leiden dat er meer aandacht komt voor integriteit en deontologie. Het is dus zeker de moeite waard om een onderbouwd en constructief debat te voeren over de inhoud van die deontologische code, en die te laten opvolgen door een sterkere gemeenteraad.’ —

 

Marlies van Bouwel is redacteur Lokaal
Beelden Stefan Dewickere
Voor Lokaal 01 | 2023

Interesse in een opleiding tot integriteitscoördinator