Personeel en aansprakelijkheid

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid medewerkers

Personeelsleden die schade berokkenen bij de uitoefening van hun dienst zijn enkel aansprakelijk voor hun bedrog, zware schuld en voor lichte schuld die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. Contractuele en statutaire personeelsleden worden op dit vlak op dezelfde voet behandeld.

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid werkgever-lokaal bestuur

Werkgevers-lokale besturen zijn aansprakelijk voor de schade die hun personeelsleden aan derden berokkenen bij de uitoefening van hun dienst, op dezelfde wijze waarop aanstellers aansprakelijk zijn voor de schade aangericht door hun aangestelden. Een aangestelde is iemand die in ondergeschikt verband voor een ander – de aansteller – werkt (art. 1384, lid 3 Burgerlijk Wetboek).

Gevolgen:

  1. Het volstaat dat de fout gebeurde tijdens en naar aanleiding van de opdracht van de aangestelde. Zelfs al pleegde de aangestelde een handeling die buiten zijn opdracht viel, dan nog zal de aansteller aansprakelijk zijn voor de schadelijke gevolgen van de fout, omdat deze laatste gebeurde tijdens de diensturen en met zijn opdracht een, zij het onrechtstreeks en toevallig, verband vertoonde.
  2. Het personeelslid zal samen met het bestuur voor de rechter verschijnen. De werkgever van het betrokken personeelslid is immers burgerlijk aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn aangestelde, het personeelslid dus. Als burgerlijk aansprakelijke partij kan (en mag) het bestuur hetzij vrijwillig, hetzij gedwongen tussenkomen. Naast het personeelslid zal ook het lokaal bestuur zijn argumenten voor de rechter kunnen formuleren. Een en ander verstevigt de positie van de medewerker. Uiteindelijk zal bij een eventuele strafrechtelijke veroordeling van de medewerker, deze laatste, in solidum met het bestuur, aansprakelijk gesteld worden voor de burgerlijke belangen. Dit houdt in dat het slachtoffer de effectieve betaling van de geleden schade hetzij van het personeelslid, hetzij van het bestuur kan vorderen. Omdat de financiële draagkracht van een bestuur in beginsel groter is dan deze van het personeelslid is de kans groot dat het slachtoffer de betaling vordert van het bestuur.
    Op grond van artikel 4, eerste lid, Voorafgaande Titel van het Wetboek Strafvordering, wordt aangenomen dat de benadeelde zich burgerlijke partij kan stellen tegen de daders, de mededaders en de medeplichtigen van een misdrijf, en ook tegen degenen die op grond van artikel 1384 B.W. voor deze personen burgerrechtelijk aansprakelijk zijn.

Gerechtelijke procedure

Als er een gerechtelijke procedure volgt, stellen de personeelsleden hun werkgever hiervan in kennis. De werkgever- bestuur kan (vrijwillig) of moet (gedwongen) in het geding tussenkomen.

Verhouding werkgever-bestuur en medewerker

Tussen werkgever-bestuur en personeelslid geldt dezelfde regel dat het personeelslid slechts moet instaan voor schade berokkend aan het bestuur, als dit door bedrog, zware schuld of een lichte schuld die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. Alvorens het bestuur procedeert tegen haar personeelslid, moet het een minnelijke schikking voorstellen.
Indien het personeelslid, ondanks deze verlichting van aansprakelijkheid, de schade veroorzaakt aan de werkgever-bestuur moet vergoeden, kan het bestuur beslissen dat de schade slechts gedeeltelijk moet worden vergoed.

De verschuldigde schadevergoeding mag ook afgehouden worden van het loon.

Context

De wet doet geen afbreuk aan de toepassing van andere wetten of decreten die de aansprakelijkheid regelen voor bepaalde categorieën personeelsleden.

Schematisch overzicht

 

Statutairen

Contractanten

Aansprakelijkheid personeelslid

Art. 2 Wet 10.02.2003

Art. 18 WAO

Aansprakelijkheid werkgever tegenover derden

Art. 3 wet 10.02.2003

Art. 3 Wet 10.02.2003

(cfr. privé-sector: Art. 1384 B.W.)

Technische fiche

  • Wet 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen, B.S. 27 februari 2003
  • Art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet 3 juli 1978 (contractuele personeelsleden)
  • Art. 23 Loonbeschermingswet 12 april 1965
  • Art. 1382 en 1384 derde lid Burgerlijk Wetboek