De VVSG kan zich vinden in de meeste voorstellen om de organieke regels voor gemeentelijke fusies aan te passen. Ze heeft wel veel vragen bij het plan om, als het fusiebestuur niet tijdig kan worden geïnstalleerd, te werken met parallelle politieke organen.
Context
De Vlaamse regering evalueerde het bestaande fusiekader en stuurt dat ook bij. Dat gebeurt in twee fasen. Op 19 juni 2026 keurde de Vlaamse regering een besluit goed over de financiële ondersteuning van gemeentelijke fusies. Het besluit omvat onder andere de regels voor een gedeeltelijke schuldovername. Hierover heeft de VVSG al eerder een standpunt ingenomen. Daarnaast komt er een aanpassing van de organieke bepalingen over fusies in het decreet lokaal bestuur. Daarover gaat dit VVSG-standpunt, dat het Bestuursorgaan van de VVSG op 21 oktober 2026 innam.
Rechtspersoonlijkheid
Bij de fusies van 2019 kregen de fusiegemeenten (respectievelijk OCMW’s) een nieuwe rechtspersoonlijkheid en verdween die van de oude besturen. Bij de fusies van 2025 was dat aanvankelijk ook het plan, maar op vraag van vooral de grotere besturen creëerde het Vlaamse parlement de mogelijkheid dat de fusiegemeenten de keuze kregen tussen enerzijds een nieuwe rechtspersoonlijkheid voor de fusiegemeente (en een voor het fusie-OCMW) en anderzijds het behoud van de rechtspersoonlijkheid van één van de fuserende gemeenten (en van het verbonden OCMW), uitgebreid naar de andere gemeenten (en OCMW's). De ontwerptekst verankert deze keuzemogelijkheid nu in het decreet lokaal bestuur. De VVSG steunt dit.
Definitieve fusiebeslissing valt vroeger
Voorafgaand aan een fusie, zijn er twee formele raadsbesluiten nodig: een principiële fusiebeslissing en een definitieve fusiebeslissing. Na die laatste gaat het dossier naar de Vlaamse overheid voor een bekrachtiging van de fusie bij decreet. Bij de fusies van 2019 en 2025 moest de definitieve fusiebeslissing uiterlijk op 31 december van het tweede jaar voor de fusie vallen, dus ten laatste op 31 december 2017, respectievelijk 2023.
Nu wordt voorgesteld om dit een jaar te vervroegen, dus naar 31 december van het derde jaar voor de fusie, of 31 december 2028 voor fusies in 2031. Gemeenteraden die meer tijd willen, kunnen de Vlaamse regering gemotiveerd zes maanden uitstel vragen. Deze aanpassing is een rechtstreeks gevolg van de evaluatie van de laatste fusies, waarbij een aantal gemeenten aangaven dat de periode tussen de definitieve fusiebeslissing en de fusiedatum te kort was om voor een degelijke voorbereiding. Ook met dit voorstel gaat de VVSG akkoord.
Lopende zaken
Vandaag start voor gemeenten (en OCMW’s) met fusieplannen na de definitieve goedkeuring van de fusiebeslissing door de respectieve gemeenteraden een periode van lopende zaken. Dat betekent dat de besturen voorafgaand moeten overleggen over handelingen die niet behoren tot de lopende zaken. Zo vermijden ze dat het fusiebestuur bezwaard wordt door eenzijdige beslissingen van een van de fusiepartners.
De Vlaamse regering wil zoals gezegd de uiterlijke datum voor de goedkeuring van de definitieve fusiebeslissing vervroegen. Om te vermijden dat dit leidt tot een (te) lange periode van lopende zaken, is er nu het voorstel om die pas te laten ingaan vanaf de bekrachtiging van de fusie door het Vlaamse Parlement. Uiteraard belet niets (en is het zelfs aangewezen) dat besturen met fusieplannen ook vóór die datum zwaarwichtige beslissingen met elkaar afstemmen.
De periode van lopende zaken eindigt in het ontwerp van decreet op de fusiedatum, dus op 1 januari na de verkiezingen, zonder regeling voor het geval waarin, ten gevolge van een niet afgehandeld bezwaar tegen de verkiezingsuitslag, de installatie van de politieke organen van het fusie-bestuur niet op 2 januari kan plaats vinden en de ‘oude’ organen, elk voor hun deel van het grondgebied bevoegd blijven. Die zouden dan, zonder enig overleg, opnieuw beslissingen kunnen nemen over handelingen die niet behoren tot de lopende zaken.
De VVSG stemt in met het voorstel van aanpassing van de periode van lopende zaken, maar wil die laten lopen tot het fusiebestuur is geïnstalleerd.
Start fusiebestuur op 1 januari
Een nieuw fusiebestuur gaat van start op 1 januari volgend op de gemeenteraadsverkiezingen voor de nieuwe raad. De installatie van de nieuwe politieke organen vindt dan plaats op 2 januari, en niet, zoals bij de andere gemeenten, op een van de eerste vijf werkdagen van december.
Het decreet lokaal bestuur bepaalt vandaag dat die fusiedatum wordt uitgesteld als, ten gevolge van een klacht tegen de gemeenteraadsverkiezingen, de installatie van de politieke organen niet op 2 januari kan gebeuren. In 2024 waren er klachten tegen de verkiezingen in fusiegemeenten Hasselt en Wingene. Uiteindelijk waren die op tijd afgehandeld voor een normale installatie van de politieke organen op 2 januari, maar het heeft niet veel gescheeld.
Uit een analyse door de betrokken gemeenten en het Agentschap Binnenlands Bestuur bleek dat een uitstel van de fusie naar een latere datum dan 1 januari 2025 problematisch zou zijn geweest. Dat had vooral te maken met tal van digitale vaak gekoppelde toepassingen die klaar stonden voor de nieuwe gemeente (en het OCMW) en niet zomaar teruggedraaid zouden kunnen worden.
Daarom stelt de Vlaamse regering nu voor om de geplande start van de fusiegemeente (en het fusie-OCMW) in elk geval te laten doorgaan, ook al kunnen de nieuwe politieke organen ten gevolge van een klacht nog niet geïnstalleerd worden op 2 januari. Tot die installatie, blijven de raden, de oude colleges en vast bureaus, en de burgemeesters en BCSD-voorzitters bevoegd, maar dan enkel voor het grondgebied van ‘hun’ prefusiegemeente. Deze oude politieke organen vergaderen ook apart, maar zullen uiteraard in een aantal gevallen identieke beslissingen moeten nemen.
De VVSG heeft naar aanleiding van dit ontwerp haar eerdere vraag herhaald om er alles aan te doen dat klachten tegen de verkiezingen tijdig worden afgehandeld, zodat de politieke organen op de geplande datum (2 januari voor fusiegemeenten) effectief kunnen worden geïnstalleerd. Zo kan de termijn om klacht in te dienen bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen ingekort worden, kan er veel strenger toegekeken worden op de ontvankelijkheidsvereisten, kan men klachten met betrekking tot fusiegemeenten prioritair behandelen en kan de termijn waarna de klacht verworpen is als er geen uitspraak is verkorten van 35 naar 30 dagen.
Daarnaast gaat de VVSG akkoord met het voorstel om de fusiegemeente in elk geval te laten starten, ook wanneer de nieuwe politieke organen nog niet kunnen worden geïnstalleerd.
De VVSG heeft wel grote vragen bij het voorstel om, in afwachting van de installatie van de politieke organen van het fusiebestuur, de oude politieke organen van de respectieve fuserende gemeenten (en OCMW’s) bevoegd te laten blijven ‘wat de eigen bevoegdheden betreft, voor het grondgebied van de samengevoegde gemeente waarin ze hun bevoegdheden hebben uitgeoefend’. Tal van lokale beslissingen of vertegenwoordigingen (aanstellen personeel, diverse overheidsopdrachten, het voeren van gerechtelijke procedures, afvaardiging in een samenwerkingsverband, …) zijn immers niet zo maar toe te wijzen aan het grondgebied van een van de oude gemeenten. Vragen dat beide bevoegde organen dan dezelfde beslissing zouden nemen, is niet vanzelfsprekend, want wat gebeurt er als dat niet lukt? Bovendien kan dit leiden tot vertragingen waardoor bepaalde termijnen worden overschreden.
Bovendien bevat een pak federale en regionale wetgeving uitdrukkelijke verwijzingen naar ‘de’ burgemeester, ‘het’ college van burgemeester en schepenen, ‘de’ gemeenteraad, ‘de’ voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst’, enz. Het is juridisch bijzonder riskant dat deze rollen tijdelijk door twee of meer parallelle organen zouden worden uitgeoefend. Is er 100% garantie voor de rechtsgeldigheid van die beslissingen?
Daarnaast rijst de vraag of het mogelijk (en wenselijk) is dat oude politieke organen voor hun deel van het grondgebied van de fusiegemeente nog reglementswijzigingen zouden doorvoeren. Ook de bescherming van data en de persoonlijke levenssfeer is in een periode met één bestuur en twee of meer parallel bevoegde organen (bijvoorbeeld twee of meer bijzondere comités voor de sociale dienst met één sociale dienst) is een belangrijk aandachtspunt als deze constructie wordt gevolgd.
Daarom vraagt de VVSG dat ook de piste van een ‘eenhoofdige’ politieke overgangsstructuur van de fusiegemeente wordt onderzocht in afwachting van de installatie van de nieuwe politieke organen, met de uitdrukkelijke betrokkenheid van de ontslagnemende politieke organen van de ‘oude’ gemeenten. Dat betekent bijvoorbeeld dat de burgemeester (respectievelijk BCSD-voorzitter) van de grootste gemeente waarnemend burgemeester (respectievelijk BCSD-voorzitter) wordt (met eventueel de mogelijkheid om in onderling overleg een andere keuze te maken), dat het tijdelijke college (vast bureau) bestaat uit alle leden van de ‘oude’ colleges en dat de tijdelijke gemeenteraad bestaat uit de leden van de ‘oude’ gemeenteraden.
Uiteraard zijn ook aan deze pistes nadelen verbonden, waaronder de potentieel grote omvang, het niet beschikken over aangepaste vergaderinfrastructuur, enz. Ze hebben wel het voordelen dat er geen twee of meer identieke organen naast elkaar bevoegd zijn in één nieuwe gemeente. Bovendien moeten we ervan uitgaan dat dit in de meeste gevallen zal gaan over een zeer korte periode, behalve als er nieuwe gemeenteraadsverkiezingen moeten worden georganiseerd.
Minder schepenen
Vandaag bepaalt het decreet lokaal bestuur dat een fusiebestuur in de eerste legislatuur twee schepenen meer mag aanstellen dan het maximale aantal voor een gemeente met dezelfde omvang en in de tweede bestuursperiode nog één extra schepen.
De Vlaamse regering stelt voor om dit in de eerste legislatuur te beperken tot één extra schepen en dit vanaf de tweede legislatuur te schrappen. Voor de fusiegemeenten van 2025 zou er niets veranderen: zij behouden hun huidige twee extra schepenen en kunnen er in de bestuursperiode 2031-2036 nog één extra aanstellen.
De VVSG heeft al vóór de fusies van 2019 gezegd dat ze geen meerwaarde ziet in de mogelijkheid voor fusiegemeenten om meer schepenen aan te stellen dan een gewone gemeente van dezelfde omvang. De belangrijkste reden was dat het college van burgemeester en schepenen hierdoor nog dominanter wordt ten opzichte van de rest van de gemeenteraad. De VVSG schoof toen (tijdelijk) twee extra raadsleden als alternatief voor fusiegemeenten naar voor. Vanuit dat oogpunt is het goed dat de Vlaamse regering het aantal bijkomende schepenen terugschroeft.
Andere elementen
Naast de voorgestelde aanpassingen van het decreet lokaal bestuur, wil de Vlaamse regering ter ondersteuning van gemeentelijke fusies ook andere acties ondernemen, zoals de toevoeging van een stappenplan aan het fusiedraaiboek voor de aanpassing van besluiten en reglementen, de ondersteuning van prefusiebesturen op het vlak van (nieuwe) ICT-contracten, waardoor die na een fusie gemakkelijker kunnen worden stopgezet of uitgebreid, een uitgebreide analyse van Vlaamse en federale regels om een herhaling van de problemen die begin 2025 opdoken in fusiebesturen (bijvoorbeeld voor de inschrijving van voertuigen) te voorkomen en een ambtelijk (en indien nodig ook politiek) overleg met de federale overheid om door fusiebesturen gedetecteerde drempels maximaal weg te werken.
De VVSG verwelkomt de geplande inspanningen door de Vlaamse overheid om de Vlaamse en federale wetgeving maximaal fusievriendelijk te maken.
Vergeet faciliteitengemeenten niet
Naar aanleiding van deze geplande wijziging van de organieke regels, herhaalt de VVSG haar vraag uit het Memorandum verkiezingen 2024 aan de Vlaamse (en federale) regering om de nodige initiatieven te nemen zodat ook voor faciliteitengemeenten fusies mogelijk worden.