Auteur:

Gepubliceerd op: 14-02-2024

Naast de nieuwe algemene de-minimisverordening heeft de Europese Commissie een nieuwe de-minimisverordening voor Diensten van Algemeen en Economisch Belang (DAEB) vastgesteld. De-minimisveronderingen regelen de voorwaarden voor steunbedragen die decentrale overheden toekennen aan ondernemingen.

Belangrijke wijzigingen in de nieuwe Algemene de-minimisverordening en DAEB-de-minimisverordening zijn onder andere:

  • De algemene de-minimisdrempel stijgt van maximaal 200.000 euro over de afgelopen 3 belastingjaren naar maximaal 300.000 euro over een periode van 3 jaar per begunstigde.
  • De DAEB de-minimisdrempel verhoogt van 500.000 euro over de afgelopen 3 belastingjaren naar maximaal 750.000 euro over een periode van 3 jaar per begunstigde.
  • Vanaf 1 januari 2026 is er een verplichting tot het gebruik van een de-minimis register op nationaal of EU-niveau voor zowel algemene als DAEB de-minimissteun.

Deze nieuwe verordeningen, namelijk de Algemene de-minimisverordening (EU/2023/2831) en de DAEB-de-minimisverordening (EU/2023/2832), zijn op 15 december 2023 gepubliceerd in het EU Publicatieblad. Ze traden in werking op 1 januari 2024 en blijven van kracht tot en met 31 december 2030.
 

Algemene de-minimisverordening

  • De nieuwe Algemene de-minimisverordening wijzigt de berekening van de periode naar een "rollende periode" van altijd 3 jaar in plaats van het 'huidige boekjaar en de 2 voorgaande'. Hierdoor wordt de referentieperiode altijd 3 jaar terug van dag tot dag.
     
  • De Europese Commissie berekent de steun nog altijd per lidstaat en per ’onderneming.’ Met onderneming bedoelen ze alle verbonden ondernemingen . Bij verbonden ondernemingen mag de volledige groep dus maximaal 300.000 euro de-minimis krijgen.
     
  • De verplichte invoering van een centraal register voor de-minimissteun geldt vanaf 1 januari 2026. Tot die tijd en gedurende de eerste 3 jaar van het register blijft de huidige praktijk van "verklaring op eer" van kracht. De EU heeft beloofd om een EU-register te voorzien dat de lidstaten kunnen gebruiken. Maar het staat België ook vrij om een eigen register te creëren. Dat EU-register zal wellicht grote gelijkenissen vertonen met de huidige transparantieregister van de Europese Commissie (TAM). Meer details hierover zijn nog niet beschikbaar.
     
  • Steungevende overheden moeten de de-minimis steun binnen 20 werkdagen na de beslissing in het register invoeren. Deze termijn is potentieel een probleem omdat op het moment van toekenning van de steun het lokaal bestuur nooit 100% zekerheid heeft over het al dan niet bereikte maximale plafond.
     
  • Die verplichting geldt voor alle steungevende overheden, zowel op federaal als gewestelijk niveau, maar dus ook voor alle lokale overheden, zoals provincies, gemeentes, intercommunales, … Aangezien in België elke overheid bevoegd is om staatssteun te geven binnen de eigen bevoegdheidsverdelingen en ook zelf verantwoordelijk is voor de correcte inhoudelijke en procedurele naleving van de staatssteunregels, is het momenteel niet duidelijk of er nog nieuwe wetgeving nodig is om elke steungevende entiteit te verplichten deze verplichting na te leven. Het register zal werken met “offices” en gedecentraliseerde toegangsrechten. Elke steungevende overheid moet zelf toegang krijgen en de data zelf correct en tijdig invoeren.

 

DAEB de-minimisverordening

De DAEB de-minimisverordening is van toepassing bij openbare dienstverplichtingen waarbij de vergoeding onder de 750.000 euro blijft. Ook hier is een centraal register vereist.
 

Lokale praktijk

De VVSG heeft in haar advies aan de Europese Commissie gepleit voor hogere grensbedragen en tegen de invoering van een verplicht publiek register.

In de lidstaten die hebben gekozen voor eigen aangifte door ondernemingen heeft dit systeem zijn waarde bewezen. Bovendien is de toegevoegde waarde van het geplande verplichte register niet evident. Integendeel, een verplicht register doet de administratieve lasten voor de lokale overheden, vooral bij zeer kleine bedragen, toenemen. De-minimissteun betreft zeer kleine en beperkte steunbedragen die zelf geen invloed hebben op het handelsverkeer of de mededinging.

De lokale autoriteiten beschikken niet over voldoende informatie over de eigendoms- en controlestructuren van de begunstigden en moeten daarom op eigen verklaringen vertrouwen om de-minimissteun op een adequate basis te verlenen. De onderneming die de steun aanvraagt is de enige die 100% zeker kan zijn welke steun door welke steunverlenende instantie is verkregen. Een verklaring op erewoord is dus de enige manier om rechtszekerheid te hebben, aangezien er nooit 100% zekerheid kan zijn dat alle door nationale, regionale of lokale instanties verleende de-minimissteun correct en volledig in het register is opgenomen.

Momenteel overlegt de VVSG met de Vlaamse overheid over de rol van lokale besturen bij de verplichte registratie.

Kris Versaen