Scroll naar beneden voor de lijst met documenten

Einde recht materiële opvang, toewijzing open terugkeerplaats, verlengd recht op materiële opvang

De wet van 14 maart 2024 tot wijziging van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen wijzigt zowel het einde van het recht op materiële opvang als het einde van het recht op maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon) voor uitgeprocedeerde verzoekers internationale bescherming (asielzoekers). Ook de eventuele verlenging van het recht op materiële opvang en het verloop van het terugkeertraject worden gewijzigd.

Vanaf 27 juni 2024 eindigt het recht op materiële opvang niet meer bij het verstrijken van het bevel om het grondgebied te verlaten (de bijlage 13quinquies) maar wel 30 kalenderdagen na de betekening van de definitief negatieve beslissing m.b.t. het verzoek internationale bescherming (IB).  De verzoeker IB moet de opvangstructuur verlaten de eerste werkdag na het verstrijken van die termijn. Uitgeprocedeerde verzoekers IB zullen de opvangstructuur sneller moeten verlaten omdat er niet meer gewacht moet worden op de betekening van de bijlage 13quinquies door de DVZ. Zo komen er sneller opvangplaatsen vrij voor nieuwe verzoekers IB.

Een definitief negatieve beslissing is een beslissing waartegen geen schorsend beroep meer mogelijk is. Concreet ofwel de negatieve beslissing van het Commissariaat Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) waartegen geen schorsend beroep werd ingediend ofwel het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) waarbij het schorsend beroep tegen de negatieve beslissing van het CGVS wordt afgewezen. We herinneren eraan dat een beroep bij de RvV tegen een negatieve beslissing van het CGVS niet meer schorsend is vanaf het derde verzoek IB (dus het tweede volgend verzoek).

Tijdens de periode van 30 kalenderdagen moet de verzoeker IB een terugkeertraject doorlopen in een open terugkeerplaats. Als de verzoeker IB zich niet op tijd aanmeldt in de open terugkeerplaats of voortijdig vertrekt, krijgt hij/zij een code 207 no show voor de resterende duur van de 30 kalenderdagen. Het recht op materiële opvang wordt dan beperkt tot de medische begeleiding door Fedasil.

De oude regels blijven van toepassing voor verzoekers IB die een definitief negatieve beslissing kregen voor 27 juni 2024. Voor hen eindigt het recht op materiële opvang of op equivalent leefloon bij het verstrijken van de termijn op de bijlage 13quinquies.

De wet van 14 maart 2024 werd op 17 juni 2024 in het staatsblad gepubliceerd en zal op 27 juni 2024, 10 dagen na publicatie, in werking treden.

Lees meer in de Instructie van Fedasil en in de BijlageA: Betekening definitief negatieve beslissing en tabel vertrektermijn.

Lees de VVSG-Nota

Lees meer over het einde van het recht op maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon).

Nieuwe regeling werkende LOI-bewoner

Vanaf 1 juli 2024 moet elke bewoner van een opvangstructuur die werkt, zelf zijn inkomsten aangeven bij Fedasil en de bijdrage aan de materiële hulp betalen. Het is niet langer de taak van de opvangstructuren om de bijdrage aan de materiële hulp bij hun werkende bewoners te innen. De opvangstructuren moeten hun bewoners wel nog informeren en ondersteunen bij het nakomen van hun verplichtingen. Voor de LOI betekent dit dat zij niet langer geconfronteerd worden met de machteloosheid tegenover bewoners die hun bijdrage niet willen betalen.

Niet enkel werkende bewoners moeten een bijdrage betalen. Ook bewoners die werken als zelfstandige, die een werkloosheidsuitkering ontvangen of een vergoeding bij het volgen van een opleiding. Bewoners in transitie na een positieve beslissing blijven vrijgesteld.

De controle en het invorderen van de bijdrage als er niet vrijwillig betaald wordt, gebeurt door Fedasil. Wie niet vrijwillige betaalt, moet een hogere bijdrage betalen. Wie blijft weigeren kan zijn recht op materiële opvang geheel of gedeeltelijk verliezen (opheffing code 207 of toekenning code 207 no show).

Fedasil heeft intussen al heel wat informatie aan de opvangstructuren bezorgd alsook materiaal om de bewoners te informeren. Bekijk de Flyer en de Presentatie voor Bewoners (bij Fedasil beschikbaar in meerdere talen noord@fedasil.be)

Het nieuwe Koninklijk Besluit betreffende de toekenning van materiële hulp aan de verzoekers om internationale bescherming met beroepsinkomsten en andere categorieën van inkomsten, zal binnenkort in het staatsblad gepubliceerd worden. We communiceren op voorhand zodat de opvangstructuren zich alvast kunnen voorbereiden op deze nieuwe werkwijze.

Lees alvast de Instructie Cumul van Fedasil alsook de FAQ

Lees de VVSG-nota

Impulsfonds Fedasil: nu ook premie voor heropenen geschorste LOI-plaatsen

Er is nog steeds veel nood aan opvangplaatsen voor verzoekers internationale bescherming. Lokale besturen kunnen nu ook een premie aanvragen voor het heropenen van een geschorste en dus niet beschikbare opvangplaats in een lokaal opvanginitiatief (LOI). Er zijn meer dan 1.900 LOI-plaatsen geschorst.

Het Impulsfonds werd in 2022 opgericht om lokale besturen die bijkomende LOI-plaatsen willen openen een financieel duwtje in de rug te geven. In functie van het type opvangplaats, krijgt het lokaal bestuur een premie die varieert van 3.000 tot 5.250 euro. Er is niet alleen een tekort aan LOI-plaatsen, heel wat LOI-plaatsen zijn ook niet beschikbaar. Daarom komt er nu ook een premie voor lokale besturen die een geschorste LOI-plaats terug beschikbaar maken. Die premier varieert van 1.250 tot 2.500 euro. Een LOI-plaats kan geschorst worden omdat er renovatiewerken nodig zijn maar vaak gebeurt het omdat de bewoners het LOI niet kunnen verlaten omdat ze geen woning gevonden hebben. Het Impulsfonds is natuurlijk een positieve maatregel maar door het gebrek aan geschikte woningen zal de uitstroom uit de LOI blijven  stroppen. Het is dan ook afwachten wat het effect van deze premies zal zijn.

Lees de communicatie van Fedasil

Betere financiering en meer zekerheid moeten lokale besturen overtuigen om lokale opvanginitiatieven te openen

Op 20 juli heeft de Ministerraad een pakket maatregelen goedgekeurd die ertoe moeten leiden dat de lokale besturen meer opvangplaatsen in de lokale opvanginitiatieven (LOI) organiseren. Deze maatregelen worden van toepassing vanaf 1 november 2023.

Het streefdoel in het opvangnetwerk is 60% collectieve opvangcentra en 40% individuele opvang in de LOI. Die verhouding is nodig opdat het opvangmodel goed zou werken. Momenteel bedraagt het aandeel van de LOI in het opvangnetwerk slechts ongeveer 14%. Dat komt door een daling van het aantal LOI-plaatsen maar ook doordat er heel wat LOI-plaatsen niet beschikbaar zijn omdat de bewoners niet kunnen uitstromen omdat ze geen woning vinden. Intussen is het aantal collectieve opvangplaatsen juist sterk gestegen om het hoofd te bieden aan de actuele opvangcrisis. Toch is er maar weinig bereidheid bij de lokale besturen om bijkomende LOI-plaatsen te openen. Bij elke voorgaande opvangcrisis hebben de lokale besturen nochtans steeds op vrijwillige basis een belangrijke inspanning geleverd om bijkomende LOI-plaatsen te openen. Om die bereidheid te herstellen komen er maatregelen gericht op een verbeterde financiering van de LOI en op het verhogen van de stabiliteit en de zekerheid.

De reguliere betoelaging van de LOI wordt met 5% verhoogd. Als een LOI-plaats niet gebruikt kan worden of als er geen bewoner toegewezen wordt, bedraagt de betoelaging 50% (voordien 40%). Er komt een gedifferentieerd persoonsgebonden tarief voor LOI-bewoners met specifieke noden. Belangrijk is ook dat de subsidie duidelijk forfaitair wordt zodat er geen discussies meer ontstaan over reserves. Ingeval van een opzeg door Fedasil, bedraagt de opzegtermijn 1 jaar. Voor het OCMW blijft dat 6 maanden. De bestaande premies bij het openen van een LOI-plaats worden verhoogd. Daarnaast komen er ook premies voor het heropenen van een LOI-plaats na een langdurige schorsing en voor de renovatie van bestaande plaatsen.

Positief is dat de financiering versterkt wordt, dat de subsidie duidelijk forfaitair is en dat opzegtermijn verlengd wordt. Die maatregelen samen geven meer stabiliteit en zekerheid. Deze maatregelen zijn dus zeker een stap in de goede richting maar zullen waarschijnlijk niet volstaan om een betekenisvolle impact te hebben op het aantal LOI-plaatsen. Er blijven immers 2 belangrijke knelpunten ongewijzigd. Er komt geen gegarandeerde bezetting van de LOI en de uitstroomtermijn blijft ongewijzigd.

Het KB met de nieuwe regels is op 1 november 2023 in werking getreden.

Lees hier meer over dit pakket LOI-maatregelen en de beoordeling door VVSG.

Lees hier het Koninklijk Besluit van 24 september 2023.

Rechtspraak veroordeelt Fedasil tot opheffing code 207 – Impact OCMW-dienstverlening voor asielzoekers

Door de verzadiging van het opvangnetwerk voor verzoekers internationale bescherming (asielzoekers) krijgen heel wat verzoekers internationale bescherming (IB) niet de opvangplaats waar ze recht op hebben. De verzoeker IB kan dan een eenzijdig verzoekschrift indienen bij de arbeidsrechtbank. Aanvankelijk leidde dat in princiep tot een veroordeling van Fedasil om binnen de 24u of 48u opvang  te verlenen en dit onder dreiging van een dwangsom. Fedasil kon evenwel vaak geen opvangplaats aanbieden. Die situatie heeft de arbeidsrechters ertoe gebracht om hun veroordelingen aan te passen. Fedasil wordt nu meestal niet alleen veroordeeld tot het verlenen van opvang maar ook tot het opheffen van de code 207 no show. Verzoekers zonder code 207 in het wachtregister hebben recht op maatschappelijke dienstverlening door het OCMW als ze ook de andere voorwaarden vervullen. Zo zijn er al vele honderden veroordelingen van Fedasil.

In de praktijk wordt de code 207 no show echter niet zo vlot opgeheven. De veroordeling moet eerst betekend worden. Daarna pas zal Fedasil de code 207 no show opheffen. We stellen vast dat het aantal opheffingen beperkt blijft in vergelijking met het aantal veroordelingen.

De OCMW’s kunnen geconfronteerd worden met verzoekers IB die zo’n veroordeling voorleggen en een equivalent leefloon vragen. Het probleem is dat de OCMW’s geen partij zijn bij het geding waarbij Fedasil veroordeeld wordt en dat de veroordeling dus niet tegenstelbaar is aan het OCMW. Bovendien is het wachtregister een authentieke bron van informatie voor de OCMW’s en worden zij geacht om rekening te houden met de gegevens die in het wachtregister staan. Dus ook met de niet door Fedasil opgeheven code 207 no show. En verzoekers IB met een code 207 hebben geen recht op maatschappelijke dienstverlening (art. 57ter OCMW-wet). De verzoeker IB heeft dan geen andere optie dan een beroep in te dienen tegen de weigeringsbeslissing van het OCMW waarna de arbeidsrechter het OCMW zal veroordelen.

Om deze verspilling van middelen zowel voor justitie als voor de OCMW’s te vermijden, kan het OCMW dergelijke dossiers ook voorleggen aan de POD MI (zie Echo van 30 november 2022). Het OCMW moet dan de veroordeling  samen met vermelding van de naam en het rijksregisternummer van de hulpvrager aan de POD MI bezorgen.  De POD MI zal het dossier dan samen met Fedasil bekijken. Voor zover er geen tegenindicatie is, zal Fedasil de code 207 no show in de door de POD MI gesignaleerde dossiers prioritair behandelen en de code 207 no show op korte termijn opheffen. Zodra die opheffing gebeurd is, kan het OCMW een equivalent leefloon toekennen als ook de andere voorwaarden vervuld zijn. Als de opheffing toch niet gebeurt, kan het OCMW dat signaleren aan de POD MI. 

Intussen is er ook al rechtspraak waarbij het OCMW in het geding tegen Fedasil betrokken wordt en waarbij de rechter zowel Fedasil veroordeelt als het OCMW. Het OCMW wordt dan meestal veroordeelt tot het toekennen van maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon) ongeacht het al dan niet opheffen van de code 207 no show en dat tot Fedasil opvang heeft verleend. In dat geval zal de POD MI de toegekende maatschappelijke dienstverlening ten laste nemen binnen de wettelijke grenzen.

Bezorg ons de veroordelingen die aan jullie voorgelegd worden zodat wij dit mee kunnen opvolgen.

Opvangmodel Verzoekers Internationale Bescherming

In het opvangmodel voor verzoekers internationale bescherming (IB) is collectieve opvang het uitgangspunt. Individuele opvang in onder andere lokale opvanginitiatieven (LOI) is ofwel het sluitstuk (de zgn.transitieopvang) ofwel eerder de uitzondering. Dit opvangmodel moet leiden tot een efficiënt(er) beheer van het opvangnetwerk en toelaten om meer in te zetten op de toewijzing van de meest aangepaste opvangplaats van bij het indienen van de verzoek IB. In werkelijkheid werd het opvangnetwerk de laatste jaren vooral geconfronteerd met crisissituaties die gepaard gingen met indrukwekkende opbouw gevolgd door al even indrukwekkende afbouw. Een groot aandachtspunt voor de OCMW’s is dan ook het tegengaan van de sterke schommelingen in het opvangnetwerk. Vooral de laatste opbouw-en-afbouw beweging in 2018 heeft het draagvlak bij de lokale besturen voor het openen van bijkomende LOI-plaatsen aangetast. Lokale besturen vragen meer stabiliteit op langere termijn gericht op het verzekeren en respecteren van hun rol in de opvang van verzoekers IB.

De federale overheid wil een stabiel en flexibel opvangmodel met voldoende bufferplaatsen en oog voor een langetermijnbeleid. Daarbij wordt gestreefd naar een nieuw evenwicht tussen collectieve opvangcentra en individuele opvangplaatsen. Voor de meeste verzoekers IB zal de opvang nog steeds collectief zijn maar er is ook sprake van individuele opvang voor gezinnen met kinderen naast de specifiek kwetsbare verzoekers en verzoekers met een hoge beschermingsgraad die nu al in de individuele opvang terechtkunnen. De federale overheid is zich er ook van bewust dat er ongenoegen en frustraties zijn bij de lokale besturen. Daarom wil de federale overheid een dialoog met de lokale besturen  aangaan om samen tot betere samenwerkingsverbanden te komen. Voorlopig is die dialoog evenwel nog steeds niet opgestart. Om het draagvlak voor bijkomende LOI-plaatsen te vergroten, verwachten de lokale besturen een helder antwoord op hun vragen. Zij hebben nood aan zekerheid m.b.t. hun rol in het toekomstige opvangbeleid zowel qua opgevangen personen, aantal LOI-plaatsen en bezettingsgraad als qua ruimere ondersteuning zoals het zoeken naar huisvesting, de beschikbaarheid van tolken en dergelijke meer.

 Voor de LOI betekent het opvangmodel concreet dat zij momenteel instaan voor:

◾ de transitie-opvang: de opvang van bewoners die al een positieve beslissing gekregen hebben (erkenning, subsidiaire bescherming, regularisatie ten gronde, enz. voor zover het een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden betreft) met als doel dat zij binnen de 2 maanden (2 keer verlengbaar met telkens 1 maand) het LOI kunnen verlaten voor een eigen woning;
 hoge beschermingsgraad: de opvang van verzoekers IB die afkomstig zijn uit een land waarvoor er een hoge beschermingsgraad geldt (concreet 80% positieve beslissingen), die op een beslissing ten gronde van het CGVS wachten en die al minstens 2 maanden in een collectief opvangcentrum verblijven;
specifieke kwetsbare groepen: In principe worden deze verzoekers IB  aan de NGO's toegewezen die specifieke opvangplaatsen voorzien hebben waar extra en/of specifieke begeleiding geboden wordt maar ook de LOI kunnen een specifiek aanbod hebben.

In tijden van hoge bezetting van het opvangnetwerk kan er afgeweken worden van dit opvangmodel.

Volgens de VVSG is de transitie-opvang een moeilijke opdracht waarvan het succes niet alleen bepaald wordt door de inspanningen die het LOI en de bewoner leveren maar ook door heel wat externe factoren. Daarom heeft de VVSG er van bij de start op aangedrongen dat de uitstroomtermijn moet toelaten om duurzame huivesting te vinden. Duurzame huisvesting betekent dat bewoners niet onder tijdsdruk in een te dure woning terecht komen of in een woning in slechte staat of tijdelijk opgevangen worden door familie en vrienden waarna de zoektocht in nog lastigere omstandigheden verdergezet moet worden. De uitstroomtermijn van 2 maanden kon uiteindelijk toch 2 keer met telkens één maand verlengd worden (in uitzonderlijke gevallen langer). Uit de recenste bevraging van de VVSG volgt evenwel dat een meerderheid van de LOI er niet in slaagt om de termijn van 4 maanden te respecteren. De VVSG pleit nog steeds voor een grondige evaluatie van de uitstroomtermijn waarbij niet alleen wordt nagegaan of de 4 maanden gehaald worden maar ook hoe vaak er duurzame huisvesting gevonden wordt.

Volgens de VVSG staat de voorwaarde dat verzoekers IB met een hoge beschermingsgraad pas naar een LOI kunnen als ze al minstens 2 maanden in een collectief opvangcentrum opgevangen werden, haaks op de doelstelling om deze groep verzoekers IB versneld te integreren. De VVSG pleit voor een toewijzing na maximaal 4 weken tenzij er duidelijke tegenindicaties zijn. Een andere bezorgdheid is dat er zo bijna geen verschil meer is tussen de transitie-opvang en de opvang hoge beschermingsgraad. Ten minste in de periodes dat het CGVS binnen de streeftermijn van maximaal 6 maanden een beslissing kan nemen, wat in periodes van verhoogde instroom niet altijd het geval is.

Voor de LOI is het nochtans belangrijk dat zij ook nog verzoekers IB in procedure gedurende een langere periode kunnen begeleiden en niet alleen voor de uitstroom van bewoners met een positieve beslissing moeten zorgen. Dat zijn ten slotte twee verschillende opdrachten. Als de LOI hoofdzakelijk instaan voor de uitstroom, dreigen opgebouwde expertise in het begeleiden van verzoekers IB en de rond het LOI uitgebouwde netwerken van andere hulpverleners, organisaties en vrijwilligers verloren te gaan. 

De VVSG pleit voor een evaluatie van het opvangmodel zodat er desgevallend bijgestuurd kan worden.

 

Instructies Fedasil en VVSG-nota's

Hier vindt u de meest relevante instructies van Fedasil alsook een aantal VVSG-nota's.