Leerlabo gender
In het leerlabo gender onderzoeken lokale besturen hoe meisjes en vrouwen met een migratieachtergrond meer kunnen deelnemen aan sport, vrije tijd en publieke ruimte. Via service design vertrekken we vanuit gebruikersinzichten en testen we oplossingen die lokaal haalbaar en gedragen zijn.
Inhoud van deze pagina
Wat is het leerlabo gender?
Het leerlabo gender brengt lokale besturen en partners samen rond één centrale vraag: hoe betrek je meisjes en vrouwen met een migratieachtergrond sterker bij sport en vrije tijd, ook in de publieke ruimte?
Veel lokale besturen zoeken manieren om hen beter te bereiken. Toch botsen ze op drempels zoals veiligheid, vertrouwen, mobiliteit, sociale controle of een aanbod dat onvoldoende aansluit bij hun leefwereld.
In het leerlabo onderzoeken lokale besturen samen met de VVSG, Ella vzw en de Nationale Vrouwenraad hoe ze die drempels kunnen verlagen. Via service design vertrekken we vanuit ervaringen van gebruikers. We scherpen hun uitdaging aan en testen oplossingen die lokaal haalbaar en gedragen zijn.
Zo bouwen de deelnemers stap voor stap kennis op die ook andere lokale besturen kunnen gebruiken.
Aan het leerlabo nemen medewerkers deel uit onder meer:
- Antwerpen
- Brugge
- Genk
- Gent
- Leuven
- Lokeren
- Ninove
- Willebroek
- Zaventem
De deelnemers werken in uiteenlopende beleidsdomeinen zoals vrije tijd, sport, jeugd, cultuur, samenleven, preventie en lokaal sociaal beleid.
Waarom werken lokale besturen aan dit thema?
Veel lokale besturen willen sterker inzetten op gendergelijkheid, maar zoeken nog naar een haalbare aanpak. Ze stellen zich vragen zoals:
- Hoe maak je gender concreet in je beleid?
- Hoe vertrek je vanuit de leefwereld van inwoners?
- Hoe krijg je collega’s en partners mee?
- Hoe zorg je dat genderbeleid geen apart project blijft?
Tegelijk merken lokale besturen dat er nog weinig praktische instrumenten bestaan om hiermee aan de slag te gaan. Het leerlabo wil daar verandering in brengen met bruikbare inzichten, methodieken en voorbeelden uit de praktijk.
De focus ligt bewust op meisjes en vrouwen met een migratieachtergrond en hun deelname aan sport, vrije tijd en publieke ruimte. Die keuze kwam er na een bredere verkenning van thema’s zoals veiligheid, genderstereotypen, participatie en gendermainstreaming.
Het leerlabo werkt met service design
Het leerlabo gebruikt de principes van service design, een aanpak waarbij je vertrekt vanuit de ervaringen en noden van gebruikers om dienstverlening en beleid beter af te stemmen op hun leefwereld.
De deelnemers springen niet meteen naar oplossingen, maar nemen eerst tijd om het probleem goed te begrijpen. Daarna scherpen we de uitdaging aan, ontwikkelen we ideeën en testen we die op kleine schaal. Zo kunnen we leren wat werkt, voordat besturen het breder gaan uitrollen.
Hoe pasten we het principe van service design toe in dit leerlabo?
De deelnemende lokale besturen verzamelden signalen, verhalen en ervaringen bij hun gebruikers en uit hun eigen praktijk. Daarnaast brachten Ella vzw en de Nationale Vrouwenraad hun expertise binnen en werd bestaand onderzoek bestudeerd.
Zo steunt het leerlabo op een combinatie van gebruikersinzichten, praktijkkennis, onderzoek en inhoudelijke expertise. Die informatie werd samengebracht op een inzichtenmuur waar patronen, drempels en terugkerende thema’s zichtbaar werden.
Daarna maakten de deelnemers keuzes op basis van urgentie, invloed en energie: waar is de nood het grootst, waar kunnen we als lokaal bestuur verschil maken en waar zit voldoende draagvlak of beweging om mee aan de slag te gaan? Drie sporen kwamen sterk naar voren:
- Veiligheid en vertrouwen: hoe zorgen we ervoor dat meisjes en vrouwen zich welkom, op hun gemak en veilig genoeg voelen om deel te nemen?
- Participatie: niet alleen bevragen, maar ook mee rond de tafel brengen
- Interne samenwerking: hoe zorgen we ervoor dat collega’s en partners de genderbril opzetten en het thema niet bij één dienst blijft liggen?
In deze fase herformuleerden we brede of abstracte problemen tot gerichte ontwerpvragen. Voorbeelden van zulke vragen zijn:
- Hoe kunnen we schaamte en angst om er niet bij te horen doorbreken, zodat sport, vrije tijd en de publieke ruimte veilig en vertrouwd aanvoelen?
- Hoe zorgen we ervoor dat het betrekken van vrouwen en meisjes geen extra project wordt, maar een logische reflex in hoe we dingen aanpakken?
- Hoe kunnen we sport, vrije tijd en de publieke ruimte zo organiseren dat ze echt vertrekken van hun vragen en leefwereld, en niet alleen van onze aannames of agenda?
Pas na het herformuleren ontwikkelen de deelnemende lokale besturen ideeën en eerste concepten. Die rollen ze niet meteen volledig uit. Ze testen eerst kleinschalig wat werkt, wat nog bijsturing vraagt en wat haalbaar is in de lokale praktijk.
Uit de ideeënfase kwamen verschillende richtingen naar voren, zoals outreachend werken, brugfiguren inzetten, zorgen voor een warm onthaal en veilige settings, communiceren via vertrouwde kanalen en activiteiten organiseren waarin ontmoeting en samenhorigheid centraal staan.
Welke inzichten kwamen naar voren?
Het leerlabo verzamelt inzichten uit praktijkervaringen, gesprekken, onderzoek en expertise. Die inzichten helpen om beter te begrijpen waarom meisjes en vrouwen met een migratieachtergrond niet altijd de weg vinden naar sport, vrije tijd enpublieke ruimte. Ze tonen ook waar lokale besturen en partners op kunnen inzetten.
Sport, vrije tijd en publieke ruimte zijn onvoldoende toegankelijk wanneer veiligheid en vertrouwen ontbreken. Deze mentale drempels wegen zwaar door. Het gaat zowel over fysieke veiligheid als over sociale veiligheid.
Fysieke veiligheid
- de inrichting en aantrekkelijkheid van de publieke ruimte, bijvoorbeeld verlichting, overzichtelijkheid en de mate waarin plekken uitnodigend aanvoelen;
- Vaststelling dat publieke ruimte vaak vanuit een mannelijk perspectief is ingericht. Publieke ruimte wordt ook vaak door mannen en jongens wordt geclaimd (denk aan voetbalveldjes, basketbalpleintjes,…);
- verplaatsingen naar sport en vrije tijd, zowel georganiseerd als ongeorganiseerd. Die verplaatsingen gebeuren via publieke ruimte. Als die niet veilig is of niet veilig voelt, heeft dat een impact op deelname;
- situaties waarin de bus of bepaalde plekken gedomineerd worden door groepen jongens of mannen;
- plaatsen waar alcohol wordt gedronken en die daardoor onveilig kunnen aanvoelen;
- de keuze voor plekken in de eigen buurt, omdat bekendheid, voorspelbaarheid en vertrouwen belangrijk zijn;
- tegelijk de omgekeerde beweging: sommige vrouwen gaan liever verder weg, net om weg te zijn van sociale controle;
- de “male gaze” en oordeel: de angst of bezorgdheid dat er opmerkingen of blikken komen, bijvoorbeeld over kleding of deelname aan activiteiten in publieke ruimte;
- het gegeven dat “girls only”-aanbod kan helpen, maar politiek soms gevoelig ligt, terwijl dit in private contexten soms makkelijker georganiseerd wordt.
Sociale veiligheid
- vertrouwen in de mensen, de begeleider en de activiteit;
- duidelijkheid over wat de activiteit inhoudt en hoe ze zal verlopen;
- voorspelbaarheid: weten wie aanwezig zal zijn, wat er gebeurt, of er foto’s worden genomen en wat daarmee gebeurt;
- het feit dat een concept of activiteit soms ongekend is voor vrouwen, meisjes of hun ouders;
- beperkte taalkennis;
- het gevoel “anders” te zijn of er niet bij te horen;
- activiteiten die onbewust “all white” of “voor de kenners” zijn;
- het belang dat meisjes en vrouwen zich herkennen in het aanbod, de begeleiding en de andere deelnemers;
- niet graag alleen gaan of niemand hebben om mee te gaan;
- het belang van samen zijn, sociale contacten en gezelligheid;
- angst voor oordeel, opmerkingen of bekeken worden.
Een belangrijk inzicht uit het leerlabo is dat veiligheid niet alleen gaat over objectieve risico’s. Het gaat ook over herkenbaarheid, voorspelbaarheid, vertrouwen, sociale context en het gevoel dat je ergens mag zijn zoals je bent.
Participatie kwam sterk naar voren als een inhoudelijk spoor. Het gaat niet alleen over vrouwen en meisjes beluisteren of bevragen. Ze moeten ook mee rond de tafel zitten om oplossingen samen uit te werken.
- We moeten vrouwen en meisjes beluisteren en bevragen, maar hen ook mee rond de tafel brengen om het samen uit te werken.
- Het moet vanuit “de groep” komen. Activiteiten werken sterker wanneer ze samen worden georganiseerd: voor en door vrouwen en meisjes.
- Vraaggestuurd en participatief werken is beter dan vertrekken vanuit aannames of vanuit een bestaand aanbod.
- Vrouwen en meisjes kunnen een trekkersrol opnemen, als ze daarin goed ondersteund worden en als het geen extra last wordt.
- Er is een blinde vlek: waarom gebeurt er niet meer vanuit “de gemeenschap” zelf? Of weten of kennen lokale besturen dit onvoldoende?
- Lokale besturen en partners moeten niet noodzakelijk alles zelf organiseren. Ze kunnen ook ondersteunen, verbinden, ruimte geven, initiatieven detecteren en mee mogelijk maken.
Kernvraag voor lokale besturen: hoe kunnen we vrouwen en meisjes niet alleen bereiken, maar ook mee laten bepalen wat nodig is, hoe een aanbod eruitziet en welke voorwaarden nodig zijn om deelname haalbaar en betekenisvol te maken?
Het leerlabo maakte ook zichtbaar dat genderbeleid niet alleen een inhoudelijke uitdaging is, maar ook een organisatievraagstuk. Lokale besturen zoeken hoe ze collega’s en partners kunnen meenemen, hoe ze de meerwaarde zichtbaar maken en hoe ze gender niet als apart project, maar als logische reflex in hun werking kunnen verankeren.
Drempels en overtuigingen die op de inzichtenmuur terugkwamen:
- Gender wordt soms niet als een thema gezien,of als iets dat alleen over “gelijke kansen” gaat.
- Gender wordt niet altijd als prioriteit gezien. Voor sommige collega’s voelt het aan als een “nice to have”.
- Er is een sterke voorkeur voor inclusief aanbod, waardoor specifieke noden van vrouwen en meisjes minder zichtbaar worden.
- Er is niet altijd inzicht in of besef van de nood.
- Er komt niet altijd een zichtbare vraag vanuit de doelgroep.
- De vraag bereikt het lokaal bestuur niet altijd.
- Er zijn weinig cijfers of meetinstrumenten om de nood of impact zichtbaar te maken.
- Beperkte capaciteit, budget en mankracht maken samenwerking moeilijker.
- Sommige diensten vrezen dat het extra inspanningen vraagt of dat er onvoldoende mensen zijn om het op te volgen.
- Mensen voelen zich niet altijd verantwoordelijk voor deze groep.
- Transversaal werken tussen diensten komt moeilijk tot stand.
- Er zijn persoonlijke overtuigingen die samenwerking kunnen bemoeilijken.
- Er leven vragen zoals: wat gaat de politieke achterban, het klantenbestand of de bredere omgeving hiervan denken?
- Er is soms onvoldoende ondersteuning binnen het lokaal bestuur om gender structureel op te nemen.
Het leerlabo toont dat deelname niet alleen afhangt van het bestaan van activiteiten. Verschillende factoren spelen tegelijk een rol:
- tijd en zorgtaken
- betaalbaarheid
- mobiliteit
- veiligheid
- sociale netwerken
- communicatie
- herkenbaarheid
- vertrouwen
We vroegen aan de deelnemers wat hun het meeste opviel.
- Eerstelijns- en sleutelfiguren zijn belangrijk, terwijl zij er net minder en minder lijken te zijn.
- Participatie is nodig: vrouwen en meisjes zitten te weinig mee aan tafel.
- Het ontbreekt vaak aan mentale en fysieke ruimte voor vrije tijd. Vrije tijd moet gemakkelijk en laagdrempelig zijn.
- Een vrijblijvend en flexibel aanbod is belangrijk, omdat niet iedereen op elk moment ruimte, tijd of energie heeft om zich te engageren.
- Door kinderen en, breder, door zorg voor familie is er weinig tijd. Door een beperkt netwerk is er bovendien niet altijd een oplossing voor opvang.
- De combinatie met een andere toegangspoort, bijvoorbeeld samen eten, werkt.
- Het sociale aspect is heel belangrijk. “Samen” is geen detail, maar een belangrijke hefboom.
- Veel vrouwen willen graag bij vrouwen deelnemen. Dat gaat over veiligheid en vertrouwen. Etnisch-culturele achtergrond kan meespelen, maar dit geldt voor een hele brede groep van vrouwen.
- Dit heeft ook invloed op het gebruik van de publieke ruimte, die vaak mannelijk is ingericht, om te sporten
- Herkenbaarheid is belangrijk: in communicatie, begeleiding, deelnemersgroep, locatie en sfeer.
- Financiële drempels spelen mee.
- Dichtbij en in de buurt is belangrijk, al kan er tegelijk spanning zijn met sociale controle. Voor sommige vrouwen is nabijheid helpend, voor anderen kan afstand net ruimte geven.
- De manier waarop je communiceert doet ertoe. Ook andere kanalen dan de klassieke zijn belangrijk.
- Er zit een paradox in vrije tijd: vrije tijd kan helpen om een netwerk uit te breiden, maar een netwerk is vaak ook een hefboom om aan vrije tijd te kunnen deelnemen.
- Er is een blinde vlek: waarom gebeurt er niet meer vanuit de gemeenschap zelf? Of kennen lokale besturen die initiatieven onvoldoende?
- Er is meer samenwerking nodig, zowel transversaal binnen het lokaal bestuur als met externe partners.
- Er blijft een spanningsveld tussen wat nodig is en wat lokale besturen kunnen bieden.
Welke oplossingen testen lokale besturen?
De deelnemende besturen werken aan uiteenlopende experimenten. Die concepten zijn nog in ontwikkeling. Het doel is niet om meteen een afgewerkte oplossing uit te rollen, maar om gerichte aannames te testen: wat werkt, voor wie, onder welke voorwaarden en wat is haalbaar voor het lokaal bestuur?
Enkele terugkerende hefbomen zijn:
- vertrouwde toeleiding via brugfiguren, sleutelfiguren, scholen, wijkwerkingen, OCMW’s, verenigingen of bestaande vrouwenwerkingen;
- warm onthaal en soft landing, zodat deelnemers vooraf weten wat ze kunnen verwachten en op een laagdrempelige manier kunnen aansluiten;
- veilige en herkenbare settings, bijvoorbeeld door aandacht voor vrouwelijke begeleiding, privacy, kleding, foto’s, taal, samen deelnemen en ruimte om informeel na te praten;
- participatieve formats, waarbij vrouwen en meisjes niet alleen bevraagd worden, maar ook mee vormgeven wat er georganiseerd wordt;
- communicatie via vertrouwde kanalen, zoals WhatsApp, mond-aan-mondreclame, bestaande groepen en persoonlijke contacten;
- aanpassingen aan bestaand aanbod, zoals tijdstip, locatie, prijs, begeleiding, sfeer of manier van bekendmaken;
- interne samenwerking, waarbij diensten zoals sport, vrije tijd, jeugd, cultuur, gelijke kansen, welzijn en communicatie samen bekijken wat mogelijk is.
Materiaal uit het leerlabo
Lokale besturen kunnen ook gebruikmaken van ondersteunend materiaal uit het leerlabo.
De persona’s geven verschillende gebruikersprofielen een gezicht. Ze tonen hoe leeftijd, zorgtaken, netwerk, taal, mobiliteit, financiële situatie en vertrouwen invloed hebben op deelname aan sport, vrije tijd en publieke ruimte.
De belangrijkste drempels en hefbomen uit de inzichtenmuur zijn erin verwerkt. Zo helpen de persona’s lokale besturen om niet voor een abstracte doelgroep te ontwerpen, maar vanuit concrete leefwerelden te denken.
De design criteria vertalen de inzichten uit het onderzoek naar concrete aandachtspunten voor ontwerp en uitvoering. Ze helpen lokale besturen om ideeën af te toetsen op bruikbaarheid, toegankelijkheid en haalbaarheid.
Vanuit de gebruikersinzichten
- Vrijblijvend, zonder druk: maak het flexibel en mogelijk om vrijwillig aan te haken en ook tijdelijk afstand te nemen.
- Communicatie breder dan klassieke kanalen: nieuwsbrieven of sociale media bereiken niet iedereen. Informele netwerken en persoonlijke contacten zijn vaak effectiever. Outreachend werken werkt.
- Sociaal en samen is sterker: samen eten, samen gaan en samen iets doen verlaagt drempels. De sociale component is geen detail, maar een sleutel.
- Hou rekening met zorgtaken: veel vrouwen dragen zorg voor kinderen of familie. Hou daar rekening mee.
- Dichtbij: hoe gemakkelijker de bereikbaarheid, hoe groter de kans op deelname.
- Betaalbaar: een te hoge kostprijs is vaak een struikelblok. Gratis moet niet, maar de vraagrpijs mag niet te hoog liggen.
Vanuit de blik van lokale besturen
- Werkbaar en haalbaar: het moet iets zijn waar een lokaal bestuur echt mee aan de slag kan. Geen theoretisch model of iets abstract, maar een aanpak die past bij de lokale context en werkrealiteit.
- Samenhangend, geen losse ideeën: het mag geen losstaand lijstje van acties worden, maar een geheel dat richting geeft, van visie tot praktijk.
- Wervend en aantrekkelijk: de aanpak moet ook collega’s kunnen overtuigen die het belang nog niet zien of niet vinden dat het nodig is.
De stakeholdermapping wordt eind juni toegevoegd zodra dit materiaal verder is uitgewerkt. Dit kan lokale besturen helpen bepalen wie ze moeten informeren, overtuigen, betrekken of mee laten ontwikkelen.
Meer weten over stakeholdersmapping diversiteit & gelijke kansen? Lees onze kennispagina Stakeholderanalyse diversiteit en gelijke kansen.
Meer weten?
Wil je meer weten over het leerlabo gender of over werken met service design?
-
SOFIEVAN DEN BUSSCHEInnovator diversiteit & gelijke kansen -
CorinneHuybersStafmedewerker Gelijke Kansen
Meer weten over
Gerelateerde projecten
-
Sociale cohesie onder druk? Werk samen aan de kracht van je lokale weefsel
Diversiteit en gelijke kansenLokaal sociaal beleidVrije tijdZorg en gezondheidKinderen en gezinnenRadicalisering en polarisering -
-
Laagdrempelig melden van discriminatie in Vlaanderen
Diversiteit en gelijke kansen


