Lokale besturen rollen BOA-decreet uit, maar uitdagingen blijven groot
Het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA-decreet) legt de lat hoog. Gevariëerde vrijetijdskansen creëren voor en na school en in de vakanties, en dat voor alle kinderen tussen 2,5 en 12 jaar. Het BOA-decreet geeft daarvoor de regierol aan de lokale besturen. De VVSG steunt die ambitie, maar waarschuwt dat steden en gemeenten ze alleen kunnen waarmaken als Vlaanderen voor voldoende middelen en een sterke kwaliteitsopvolging zorgt.
Ambitieuze doelstellingen vragen meer Vlaamse steun
De VVSG onderschrijft vanaf het begin de ambitieuze doelstellingen van het BOA-decreet. Elk kind heeft recht op een leuke vrijetijd, met speel- en ontplooiingskansen. Tegelijk ondersteunt dat aanbod ouders om te gaan werken, een opleiding te volgen of andere taken, zoals mantelzorg, op te nemen. En door in te zetten op de toegankelijkheid van het BOA-aanbod, draagt het ook bij aan sociale cohesie en gelijke kansen.
Lokale besturen zorgen, samen met de partners in hun gemeente, voor een BOA-beleid afgestemd op de lokale context en behoeften van kinderen en gezinnen. De extra investering van 80 miljoen euro per jaar die de Vlaamse regering voorziet sinds 2025 is een belangrijke stap vooruit. Toch schatten we dat minstens 300 miljoen euro nodig is om de doelstellingen van het decreet waar te maken. Een financieel groeipad blijft dus noodzakelijk om een kwaliteitsvol BOA-aanbod te realiseren, met oog voor de noden van kinderen en gezinnen, organisatoren en medewerkers in de sector.
Opstart voorbereiden in onzekerheid
Het BOA-decreet trad in werking in 2021, met een overgangstermijn tot 31 december 2025. Sinds 2021 werken lokale besturen, op hun eigen tempo, aan de uitrol ervan. Ze deden dat in een context van onzekerheid. De Vlaamse regelgeving, nodig om lokaal vorm te kunnen geven aan het beleid, liet lang op zich wachten. De nieuwe Vlaamse regering kondigde bovendien in februari 2025 verschillende veranderingen aan, met een ingrijpende impact op de opdrachten van het lokale bestuur.
In heel wat steden en gemeenten zorgde die onzekerheid voor een rem om de lokale uitrol van het BOA-decreet. Desondanks is de continuïteit van het aanbod ook voor lokale besturen een belangrijke prioriteit. Kinderen en ouders moeten kunnen blijven rekenen op buitenschoolse kinderopvang.
Oog op kwaliteit
Lokale besturen dragen, door het wegvallen van het kwaliteitslabel kleuteropvang, de volledige verantwoordelijkheid voor de kwaliteitsopvolging van het BOA-aanbod in de gemeente. We vertrouwen erop dat ze zorgvuldig daarmee omgaan. Maar pleiten ervoor dat ook de Vlaamse overheid de kwaliteit van het BOA-aanbod actief opvolgt en evalueert of de minimale kwaliteit voor elk kind voldoende gegarandeerd is.
VVSG volgt op
De VVSG volgt de verdere uitrol van het BOA-decreet op. We blijven in overleg met Opgroeien en de bevoegde ministers, onder meer over de ondersteuning van lokale besturen, en de monitoring en evaluatie van het decreet. Ook de financiële uitdagingen blijven we onder de aandacht brengen.
Auteur
-
RikaVerpoortenStafmedewerker lokaal beleid kinderopvang
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenRelevante kennispagina's
Nieuws
-
Magazine Lokaal
Samen groeien in kwaliteit
Kinderen en gezinnen -
Magazine Lokaal
Breder zoeken, sterker behouden: nieuwe plaatsen vragen nieuwe mensen
Kinderen en gezinnen -
Nieuws