Tussen hokjes en maatwerk: waarom woonzorgcentra ademruimte nodig hebben
Bewoners centraal, autonomie, samenwerken over sectoren heen en innovatie. Iedereen zegt het belangrijk te vinden. Maar wie dit in de praktijk probeert te realiseren, botst al snel op een web van regels die bepalen wat je moet doen en hoe je het moet doen. De regelgeving maakt schotten tussen zorg, wonen en leven, terwijl net die drie dimensies één geheel vormen in een woonzorgcentrum. Maar zorg is geen rekensom.
Een woonzorgcentrum is de maatschappij in zakdoekformaat: alles wat buiten beweegt, weerspiegelt zich ook in de huizen. Denk maar aan meer diversiteit, meer psychische kwetsbaarheid, veranderende levensstijlen, uitdagingen en nieuwe verwachtingen. Het is een levende praktijk waarin noden verschuiven en elke dag opnieuw inschatting vraagt. Precies daarom heeft de sector zuurstof nodig.
Ook op beleidsniveau groeit het besef dat de huidige personeelsnormen knellen. Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez reageert op de vraag naar meer flexibiliteit in woonzorgcentra.
Wat moet versus wat echt telt
Wie probeert te redeneren vanuit bewonersnoden, loopt vast in een systeem dat vrijheid belooft maar tegelijk begrenst. Dan dreigt ook de bewoner uit beeld te verdwijnen. De kritische reflex van medewerkers verzwakt, terwijl precies hun inschatting essentieel is: zij voelen wanneer angst toeneemt, wanneer onbegrepen gedrag oplaait, wanneer nabijheid nodig is of intensievere zorg. Een gedetailleerde norm vertrekt echter van zorg als een voorspelbaar en stabiel proces dat je netjes kunt opdelen in functies, uren en aantallen medewerkers, los van bewoners en hun dynamieken.
Het probleem is dus niet dat er normen zijn, maar dat ze zo precies bepalen wie er wanneer waar moet staan, los van de realiteit in huis. Te strakke normen laten amper ruimte voor het professioneel oordeel van teams. Daardoor verschuift de vraag stilaan van ‘Wat heeft deze bewoner vandaag nodig?’ naar ‘Voldoen we aan wat er gevraagd wordt?’
Daarom pleit de VVSG voor een fundamentele herziening. Geen vast aantal medewerkers meer per functie en per zorgzwaartecategorie, maar één globaal budget gekoppeld aan bewonersprofielen. Voorzieningen krijgen opnieuw ruimte om hun team samen te stellen op basis van visie, competenties en concrete noden. Dat gaat samen met kwaliteitsgaranties zoals een verantwoordelijke inzet van verpleegkundigen en zorgkundigen, voldoende competent personeel en een gezonde kwalificatiemix, maar zonder die elementen opnieuw te verankeren in rekenkundige voorschriften die de praktijk vastzetten.
Het resultaat? Huizen die weer kunnen ademen, in plaats van alleen binnen de lijntjes te kleuren.
“We hebben niet op elk moment meerdere verpleegkundigen tegelijk nodig. Denk je in diploma’s, dan los je schaarste niet op. Je creëert ze mee.
Piet Vanwambeke
Oude normen, nieuwe noden
Een woonzorgcentrum is geen mini-ziekenhuis. Het is een leefomgeving waar nabijheid, herkenbaarheid, zingeving en levenskwaliteit minstens zo belangrijk zijn als technische zorghandelingen. Precies daar knelt het schoentje: de normering blijft kijken door een medische bril. Dat weet Bjorn Willems, algemeen directeur van Zorggroep Lommel en voorzitter van DOT-zorg, als geen ander. ‘De bewoners van vandaag brengen andere vragen mee,’ legt hij uit: ‘meer mensen met dementie, meer psychische kwetsbaarheid, meer nood aan ondersteuning bij onbegrepen gedrag. Dat vraagt een bredere mix van competenties: psychologen, orthopedagogen, muziektherapeuten, bewegingscoaches, begeleiders wonen en leven. Profielen die een essentieel verschil maken in levenskwaliteit.’
Net die profielen blijven nog te vaak buiten beeld. Niet omdat ze bijkomstig zijn, maar omdat het systeem ze als bijkomstig behandelt. In de normering gelden ze nog te vaak als aanvullend op verpleegkundigen en zorgkundigen, in plaats van als essentieel voor kwaliteitsvolle zorg. ‘Bewoners met een psychische kwetsbaarheid nemen overal toe, maar in de zorgzwaartecategorieën bestaan ze niet,’ vat Bjorn Willems scherp samen. ‘En wat niet bestaat, wordt niet gefinancierd. Dan voelt het alsof hun noden niet worden erkend, en dus ook niet de ondersteuning die we bieden.’
Hoe normen schaarste mee creëren
Het bestaande kader houdt niet alleen vernieuwing tegen, het versterkt ook de schaarste. ‘De normen sturen de vraag naar verpleegkundigen, terwijl het de noden zijn die de vraag moeten sturen,’ zegt Piet Vanwambeke, algemeen directeur van Zorgbedrijf Meetjesland en voorzitter van de Vereniging van algemeen directeurs van openbare zorgbedrijven (VADOZ). ‘Door vast te houden aan historische aantallen verpleegkundigen blijft elk woonzorgcentrum op zoek naar dezelfde profielen, ook wanneer de zorg iets anders vraagt.’ De arbeidsmarkt is intussen uitgeput, maar de concurrentie om dezelfde schaarse verpleegkundigen blijft.
‘We snoepen elkaars verpleegkundigen af, rekruteren in het buitenland, zetten dure interimkrachten in,’ gaat Vanwambeke verder. ‘Niet omdat ze altijd nodig zijn, maar omdat ze er moeten zijn om aan de norm te voldoen. Zo jaagt de sector zichzelf in een wedloop die niemand kan winnen.’ Tegelijk blijven medewerkers met echt relevante expertise soms aan de zijlijn omdat hun diploma niet in een hokje past. ‘Diploma’s wegen zwaarder dan deskundigheid, nabijheid of teamkracht,’ merkt Bjorn Willems op.
De paradox wordt compleet als de aanwezigheid van meerdere verpleegkundigen ertoe leidt dat hun tijd op sommige momenten vooral naar administratie, planning en taken gaat die ook andere medewerkers kunnen opnemen. Piet Vanwambeke: ‘Er is nu ook het Koninklijk Besluit Activiteiten Dagelijks Leven dat toelaat dat bepaalde “verpleegkundige” handelingen, zoals hulp bij het eten, ondersteuning bij hygiëne en bepaalde parameters meten, door andere medewerkers worden uitgevoerd, mits opleiding en goede afspraken. Maar zolang de normen niet mee evolueren, blijft die ruimte grotendeels theoretisch.’ Zijn conclusie is helder: ‘We hebben niet op elk moment meerdere verpleegkundigen tegelijk nodig. De vraag moet zijn: wat is nodig voor kwalitatieve zorg, en niet: welk diploma zorgt ervoor dat we de norm halen? Denk je in diploma’s, dan los je schaarste niet op. Je creëert ze mee.’
“Bewoners met een psychische kwetsbaarheid nemen overal toe, maar in de zorgzwaartecategorieën bestaan ze niet. En wat niet bestaat, wordt niet gefinancierd.
Bjorn Willems
Verpleegkundigen versterken, niet verzwaren
Laat er geen twijfel over bestaan: verpleegkundigen blijven onmisbaar in woonzorgcentra. Ze bewaken het overzicht, herkennen signalen vroegtijdig en vormen de brug tussen artsen, de coördinerend en raadgevend arts, families en teams. ‘Precies daarom moeten we hun expertise slimmer inzetten,’ zegt Bjorn Willems. ‘De nood aan een verpleegkundige is niet op elk moment hetzelfde. Wie is waar het hardst nodig en hoe versterken we elkaar?
Flexibilisering versterkt de rol van verpleegkundigen. Het maakt het mogelijk om hen gerichter en met meer verantwoordelijkheid in te zetten. Dat maakt het beroep aantrekkelijker en waardevoller.’ Piet Vanwambeke bevestigt: ‘Flexibilisering betekent niet minder expertise of afbouw, maar juist beter geplaatste expertise op de juiste momenten, met ruimte voor aanvullende profielen die bewoners vandaag nodig hebben.’
Nachtpermanentie: waar regels en realiteit botsen ’
's Nachts wordt de spanning tussen norm en praktijk het duidelijkst. De verplichting dat er altijd een verpleegkundige fysiek aanwezig moet zijn, vertrekt vanuit een begrijpelijke zorg voor veiligheid. Maar precies die verplichting leidt soms tot het omgekeerde: dure interimkrachten die het huis niet kennen en dus minder continuïteit brengen.
’s Nachts gaat het niet altijd over complexe technische handelingen. Vaak draait het om nabijheid, inschatting en het kennen van bewoners. Wanneer die vertrouwdheid noodgedwongen wordt ingeruild voor een gezicht dat niemand kent om de norm te halen, dan komt net datgene onder druk wat we willen beschermen: kwaliteit, continuïteit en veiligheid.
De VVSG pleit daarom voor vrijheid om nachtpermanentie anders te organiseren, vertrekkend van de vraag ‘Wat is hier, op dit moment, nodig om veilige en kwaliteitsvolle zorg te garanderen?’ Voor sommige voorzieningen blijft dat een vaste verpleegkundige. Voor andere werkt een sterk nachtteam met een verpleegkundige die permanent bereikbaar en snel inzetbaar is. En in bepaalde contexten is een gedeelde permanentie met naburige voorzieningen de veiligste en meest werkbare oplossing. Niet één model, maar de vrijheid om per huis te bepalen welke aanpak op dat moment het best aansluit bij de bewoners en hun noden.
Bewoners als richtingaanwijzer
Wie over flexibiliteit spreekt, moet tegelijk vragen: wat betekent dit voor de mensen die er wonen? Magda De Meyer, voorzitter van de Vlaamse Ouderenraad, is duidelijk: ‘Bewoners zijn geen zorgobjecten die in een systeem moeten passen, maar burgers met rechten. Het Woonzorgdecreet van 2019 spreekt over wonen en leven, maar in de praktijk blijft de regelgeving nog te vaak medisch en technisch georiënteerd. De bewoner wordt gezien als iemand “voor wie gezorgd moet worden”, eerder dan als iemand met een eigen stem, eigen voorkeuren en eigen wensen.’
Die vaststelling is voor de Vlaamse Ouderenraad een belangrijk argument vóór flexibilisering, omdat die ruimte geeft aan wie bewoners werkelijk zijn: mensen met eigen levens, waarden en noden. Maar De Meyer waarschuwt ook: ‘Flexibiliteit brengt risico’s mee wanneer verwachtingen en doelstellingen vaag blijven. Als het niet duidelijk is welke expertise nodig is, dreigt de bewoner de dupe te worden van te weinig of niet bekwaam personeel.’ Ze trekt een duidelijke grens: ‘Flexibiliteit mag nooit betekenen dat bewoners zelf moeten aantonen dat kwaliteit ontbreekt. De verantwoordelijkheid ligt bij voorzieningen en beleid, niet bij de bewoner of familie.’
Flexibiliteit is voor de Vlaamse Ouderenraad daarom een en-enverhaal, met ruimte voor maatwerk maar ook duidelijke randvoorwaarden die bewoners beschermen. Voor Magda De Meyer zijn er drie noodzakelijke garanties. Allereerst transparantie over de kwaliteit van wonen, leven en zorg, maar ook over dagprijzen, middelen en keuzes. Ten tweede een moderne inspectie die luistert naar ervaringen en inspraak en kijkt naar het echte leven in huis in plaats van louter naar structuren en checklists.
En tot slot, correcte financiering. ‘Flexibiliteit mag nooit een verkapte besparing worden,’ benadrukt ze. ‘Voorzieningen moeten voldoende middelen hebben om bekwaam personeel in te zetten.’ Flexibilisering is geen technische ingreep maar een cultuurverandering naar een woon- en leefmodel waarin inspraak, autonomie en participatie vanzelfsprekend zijn. ‘Het is een hefboom voor betere zorg,’ besluit Magda De Meyer, ‘maar alleen als we bewoners écht centraal durven zetten.’
“Flexibiliteit mag nooit betekenen dat bewoners zelf moeten aantonen dat kwaliteit ontbreekt. De verantwoordelijkheid ligt bij voorzieningen en beleid, niet bij de bewoner of familie.
Magda De Meyer
Ruimte geven aan vertrouwen
Onder het debat over flexibiliteit schuilt een diepere vraag: durven we de expertise van onze woonzorgcentra vertrouwen? De voorbije jaren leidde bijna elk incident tot eenzelfde reflex: nieuwe regels, strengere controles en nog meer administratie. Daarbij ervaren woonzorgcentra inspectie steeds vaker als toetsing van structuren en procedures, terwijl toezicht juist een motor voor kwaliteitsverbetering kan zijn als het ook inzet op ondersteuning, reflectie en groei.
Die reflex reikt verder dan de sector. Hij zit in ons maatschappelijk weefsel: elk risico moet worden uitgesloten, elke afwijking gecorrigeerd, elk incident leidt tot nieuwe verstrenging. Zo ontstaat een landschap waarin regels eerder lijden dan leiden, en waarin het spanningsveld tussen veiligheid en vrijheid alleen maar toeneemt.
Maar zorg is mensenwerk. Fouten kunnen gebeuren. Risico’s horen bij het leven. In een huis waar mensen wonen, zullen altijd situaties ontstaan die oordeelsvermogen vragen. Vertrouwen betekent dan ook niet loslaten, maar verstandig vastpakken: met duidelijke kwaliteitscriteria, proportionele handhaving en ruimte voor professioneel oordeel.
Flexibiliteit betekent niet vrijblijvendheid of het verdwijnen van toezicht, maar verantwoordelijkheid nemen.
Kiezen voor de toekomst
Het debat over personeelsnormen gaat uiteindelijk niet over aantallen of diploma’s. Het gaat over visie. Over hoe we willen dat ouderenzorg eruitziet in de komende jaren. Over huizen die kunnen ademen, teams die kunnen groeien en bewoners die leven volgens hun eigen ritme in plaats van volgens een schema.
Zorg op mensenmaat ontstaat niet in een harnas van regels. Ze ontstaat wanneer professionals kunnen oordelen, handelen en samenwerken vanuit expertise en bewoners ruimte krijgen om te zijn wie ze zijn. Wanneer regels richting geven, maar niet verstikken. Vertrouwen is daarbij de enige manier om woonzorgcentra toekomstgericht, menselijk en betekenisvol te houden. —
Waar beleid en praktijk elkaar vinden:
reactie minister Caroline Gennez
De oproep tot ademruimte klinkt duidelijk door op beleidsniveau. Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez erkent het spanningsveld tussen kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid. ‘We willen dat bewoners veilig zijn en de best mogelijke zorg krijgen,’ zegt ze. ‘Maar wanneer regeldrift een waardig leven moeilijker maakt, moeten we zonder taboes durven vereenvoudigen zonder in te leveren op kwaliteit. Flexibiliteit is bovendien een noodzakelijke hefboom in een krappe arbeidsmarkt. Gebrek aan zorgpersoneel is geen geheim. Door expliciet te kiezen voor regelluwte en minder planlast maken we een flexibelere arbeidsorganisatie mogelijk. We zullen meer zuurstof en ruimte geven aan directies en medewerkers om oplossingen op maat te realiseren. Dat vertrouwen verdient de sector en dat wil ik als minister geven.’
‘Alles begint bij de bewoner. Zelfbeschikking en autonomie zijn de uitgangspunten: de bewoner bepaalt wat er gebeurt. Zorgverleners ondersteunen en nemen enkel over wat de bewoner niet meer kan. Dit vraagt respect en dialoog en meer participatie van bewoners en familie in de organisatie van het woonzorgcentrum.
‘Voor personeelsnormen in woonzorgcentra zullen we moeten inzetten op meer samenwerking. We halen figuurlijk de muren van het woonzorgcentrum neer: er moet meer verbinding zijn met de buurt, met andere (gespecialiseerde) diensten én met de eerste lijn. Woonzorgcentra kunnen hun expertise nog meer naar buiten brengen, bijvoorbeeld rond de begeleiding van mensen met dementie. Daarnaast moet het mogelijk zijn om personeel te delen over organisaties heen. Zo zorgen we voor variatie voor medewerkers en maatwerk voor directies, met het welzijn van zorgvrager én zorgverlener centraal. Iemand die hulp nodig heeft, moet altijd de juiste hulp kunnen krijgen, binnen een gepaste tijd.’
‘Zorg is geen bandwerk. Een stabiele zorgequipe brengt de nodige rust en vertrouwen bij bewoners, vooral bij mensen die kwetsbaar zijn. Een zorgverlener die de gewoontes en gevoeligheden van een individu kent, maakt een wereld van verschil. Stagiairs en studenten kunnen hen daarin ondersteunen. Interimmedewerkers zijn de uitzondering in hoge nood.’
‘Ik wil meer vertrouwen geven aan de vele woonzorgcentra die het goed doen, die kwaliteit leveren aan een correcte prijs. Maar vertrouwen werkt in twee richtingen. Ook de Zorginspectie en de Vlaamse administratie verdienen het om vertrouwen te krijgen. We hebben uiteindelijk allemaal hetzelfde doel: de veiligheid en het welzijn van de bewoners én van de medewerkers garanderen. We willen ook meer aandacht voor positieve verhalen, voor wat ontzettend goed gaat. Nieuwe evaluatie-instrumenten zoals tevredenheidsmetingen kunnen bijdragen aan een genuanceerder beeld. Dat is ook minder invasief dan bij elk incident nieuwe regels op te leggen.’ —
De volledige reactie lees je in Waar beleid en praktijk elkaar vinden: reactie minister Caroline Gennez
Auteur
-
EMMEVANDEGINSTEStafmedewerker
Fotograaf
- Stefan Dewickere
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsMeer weten over
Up to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Oproep
Vul de enquête van Generatie Rookvrij in voor 13 februari
Zorg en gezondheidEconomieIntegrale veiligheidVrije tijdPublieke ruimteAfval -
Magazine Lokaal
Waar beleid en praktijk elkaar vinden: reactie minister Caroline Gennez
Zorg en gezondheid -
Oproep
Denk mee over een inclusief Vlaanderen tegen 2040
Zorg en gezondheidDiversiteit en gelijke kansenVrije tijdLokaal sociaal beleid