Van historicus tot coördinator mobiliteit: het is niet de meest voor de hand liggende route, maar voor Ewout Depauw voelt ze vanzelfsprekend aan. ‘Ik heb geschiedenis gestudeerd, daarna politieke wetenschappen en EU-studies. Voor mijn masterproef dook ik in het Europese transportbeleid. Daarna ging ik terug naar de vakgroep geschiedenis voor databeheer en statistiek. Toen ik de universiteit wilde verlaten, botste ik toevallig op een vacature voor stafmedewerker mobiliteit en dataverwerking. Ik dacht: ik heb voor beide iets te bieden.’
EWOUT DEPAUW studeerde geschiedenis, politieke wetenschappen en EU-studies. Na enkele jaren onderzoek in kwantitatieve geschiedenis aan de UGent begon hij in 2018 als stafmedewerker mobiliteit en data bij het Streekoverleg Zuid-Oost-Vlaanderen, dat later opging in de streekintercommunale SOLVA. Hij bouwde er de mobiliteitsdienst vanaf de start op en is vandaag coördinator mobiliteit. Met zijn team ondersteunt hij gemeenten bij concrete mobiliteitsvragen, van signalisatieplannen tot regionale projecten zoals autodelen en fietsdelen.
Het Streekoverleg Zuid-Oost-Vlaanderen waar Ewout Depauw begon, ging anderhalf jaar later op in de streekintercommunale SOLVA, actief in de Vlaamse Ardennen en het zuidelijk deel van de Denderstreek. ‘Vanaf het begin kreeg mobiliteit steeds meer gewicht. Het dataluik werd kleiner, het mobiliteitsluik groeide. Ik was er als eerste bij, mocht collega’s aanwerven en de werking uitbouwen. Op een dag was ik vanzelf de coördinator van het team.’
Vandaag stuurt Ewout Depauw een kleine maar veelzijdige dienst aan. ‘SOLVA ontwikkelt op vraag van de gemeenten bedrijventerreinen, scholen, zelfs politiekazernes. Elk project heeft een eigen mobiliteitsprofiel en vraagt andere oplossingen. Wij proberen die component zoveel mogelijk intern te realiseren, zonder meteen op externe studiebureaus terug te vallen.’ Daarnaast ondersteunt zijn team gemeenten rechtstreeks. ‘We zijn een verlengstuk van de lokale mobiliteitsdiensten. Een fietsstraat inrichten of signalisatieplannen uittekenen: wij nemen ervaring van de ene gemeente mee naar de andere. Zo hoeven zij niet telkens van nul te beginnen.’ En er is het regionale luik, waarvan zijn hart sneller gaat kloppen. ‘Als we met tien of vijftien gemeenten samen een project onder handen nemen, hebben we veel meer impact. Maar dat vraagt overleg en tijd. Samenwerken is de sleutel, maar het is nooit de kortste weg.’
Die regionale werkwijze bewees zijn waarde met autodelen. ‘Vijf jaar geleden was daar in de Vlaamse Ardennen nauwelijks draagvlak voor. Een aanbieder wilde niet voor één kleine gemeente komen. Door vijftien besturen te bundelen konden we een businesscase maken, subsidies aantrekken en elektrische deelwagens plaatsen. Vandaag rijden ze in verschillende steden en dorpen. Zonder die gezamenlijke strategie zouden ze er niet staan.’ Hetzelfde gebeurde met een regionaal deelfietsensysteem. ‘Na één jaar is dat een succes. Mobiliteit stopt niet aan de gemeentegrens. Als je samenwerkt, krijg je betere resultaten.’
Toch is mobiliteit voor Ewout Depauw meer dan projecten en plannen. Het gaat over mensen en gewoontes. ‘Iedereen is een beetje specialist in zijn eigen verplaatsingen. Maar we reizen vaak heel “unimodaal”: altijd met de auto of altijd met de fiets. Dat maakt discussies star. Een overtuigde fietser en een doorgewinterde automobilist praten moeilijk met elkaar. Ik hoop dat we multimodaler worden, omdat het gesprek rijker wordt als je verschillende vervoersmiddelen zelf ervaart. Dan weet je waarover je spreekt.’
Gemeenten kunnen met zowat elke mobiliteitsvraag bij SOLVA aankloppen, van klachten over snelheid tot complexe circulatieplannen of nieuwe wegencategorisering. ‘Er is altijd een reden waarom een dossier naar een intercommunale gaat. Meestal is het net dat beetje complexer. Dan kunnen wij onze schaal en ervaring inzetten om de gemeente te versterken.’
De toekomst ziet hij in nauwere regionale samenwerking. ‘De vervoerregio is een sterk forum geworden. Je leert de mensen van bijvoorbeeld AWV, De Lijn, Infrabel beter kennen. Je weet wie je kunt bellen. Ik hoop wel dat het niet bij praten blijft, maar dat we de acties uit het regionaal mobiliteitsplan echt samen uitvoeren. Als intercommunale zijn we perfect geplaatst om dat te trekken.’ ‘Als ik door een van onze steden wandel en deelfietsen zie rijden, weet ik: hier hebben wij iets goeds bereikt. Of wanneer we straks een nieuw stuk fietssnelweg openen. Dat zijn tastbare realisaties. Studiewerk is nodig, maar je wilt ook zien dat er iets op het terrein verandert. Dat geeft energie om weer aan een nieuw project te beginnen.’
Hij beseft dat het debat soms hard kan zijn. ‘Bewonersvergaderingen kunnen zwaar zijn. Mobiliteit is voor iedereen belangrijk en iedereen heeft een mening. Op sociale media lijkt het soms alsof er niets lukt. Maar kijk rond: nieuwe projecten zijn bijna vanzelfsprekend autoluw, elektrische auto’s en laadpalen winnen terrein. We boeken vooruitgang, elk jaar een beetje. Mijn advies aan collega’s? Laat de negativiteit op sociale media achter je. Blijf optimistisch en zie hoeveel je wel bereikt.’
En dat optimisme blijft niet bij woorden. ‘Wij betekenen echt iets voor onze gemeentebesturen. Dankzij de samenwerking hebben we vandaag deelwagens, deelfietsen en betere fietsinfrastructuur. Dat is zichtbaar en tastbaar. Daar doe ik het voor.’—