De gemeenteraad van Oudenaarde is – letterlijk – op de dool. Zelfs sommige raadsleden moeten heel even zoeken naar de vergaderplek voor deze frisse donderdagavond. Nochtans staat de raadsleden normaliter een schitterend decor ter beschikking, met name de raadzaal van het magnifieke stadhuis, een pronkstuk van de Scheldegotiek.
‘De raadzaal kunnen we voorlopig niet gebruiken,’ vertelt algemeen directeur Bart Baele. ‘Er hangen stukken plafond in de kruisgewelven los. Niet dat het plafond morgen naar beneden zal storten, maar we houden het toch liever veilig.’ En dus moet het hele circus van de Oudenaardse gemeenteraad, te weten 31 raadsleden, een handvol technici en een journalist, de ‘komende maanden’ telkens op zoek naar een geschikte vergaderruimte. ‘Zo zullen we een van de volgende zittingen in het Centrum voor de Ronde van Vlaanderen laten plaatsvinden. Waarom gebruiken we niet telkens dezelfde ruimte?’ Baele stelt de logische vraag met een logisch antwoord: ‘Omdat veel zalen al lang van tevoren geboekt zijn door het verenigingsleven. Bijna alles is volzet.’ Waar we vanavond de tenten opslaan, dat verklappen we straks.
Rij je, zoals deze verslaggever, van Gent naar Oudenaarde via de N60, dan beland je van een agrarisch decor in een industriezone. Meer nog: hoe dichter bij Oudenaarde, hoe meer baanwinkels, showrooms, ateliers. Colora hier, Volvo daar, het aloude koffertje van vertrouwen Samsonite ginds. Het is niet allemaal even esthetisch, maar die hele zone is natuurlijk wel een gigantische bron van werk en welvaart voor Oudenaarde. De N60 is zowat de slagader van de Oudenaardse economie.
Hoe anders ziet diezelfde N60 eruit, zodra je Oudenaarde voorbij bent en verder rijdt richting Ronse. De viervaksweg krimpt tot een tweevaksweg, de winkels ruimen baan voor akkers en weiden. Ronse, traditioneel de concurrent voor Oudenaarde, ligt ingesloten in het dal waar ooit de textielsector bloeide. Ronse, dat op de taalgrens ligt, gunde en gunt zijn Franstalige inwoners faciliteiten, dat wil zeggen dat Franstaligen bij contact met de overheid mogen kiezen om in het Frans bediend te worden. Die faciliteiten lokten veel mensen met een laag inkomen en een gebrekkige kennis van het Nederlands vanuit Brussel naar Ronse. Nog enkele jaren geleden kocht je in Ronse een huis voor de prijs van een gezinswagen.
De crash van het textiel dreef Ronse verder in de armoede. Jarenlang wou Ronse uit zijn verstikkende dal ontsnappen door, net als in Oudenaarde, langs een verbrede N60 industrie mogelijk te maken. Maar hier duikt een van de hardnekkigste politieke geruchten uit de Vlaamse Ardennen op: niemand minder dan CVP-boegbeeld Jan Verroken, gestaald flamingant en als burgemeester fervent Oudenaardist, hield die verbreding keer op keer tegen. Ronse was rood en blauw, Franstalig, stedelijk, bourgeois. Alles wat Verroken en Oudenaarde níét waren. Dus gunde hij Ronse geen bredere weg. Tot aan zijn dood in 2020 (hij was 103) bleef elke hint naar verbreding van de N60 dode letter. En de rest is geschiedenis, zoals dat heet.
Klokslag 19 uur opent voorzitter Andy Vandekerckhove de eerste gemeenteraadszitting na het zomerreces. We weten intussen waar we zijn: in de kapel van het Onze-Lieve-Vrouwe Ziekenhuis, pal naast de Walburgakerk. ‘Een eenvoudige kapel maar met een sublieme akoestiek,’ zegt algemeen directeur Bart Baele. Die akoestiek zal hard nodig zijn om de stem en de aandacht erbij te houden met een officiële agenda van 33 agendapunten en 13 extra vragen.
De akoestiek mag al meteen zijn deugdelijkheid bewijzen bij de tussenkomst van gemeenteraadslid Luc Lammens. Die windt zich op over geruchten dat hijzelf eigenaar zou zijn van een stuk grond met kapelletje. Geplande werkzaamheden aan die site zouden dus ten bate zijn van het raadslid. Maar: ‘Daar is nu eens niets maar dan ook niets van waar,’ aldus Luc Lammens, ‘die plek is géén eigendom van mij.’ Hij heeft alle bewijsstukken bij zich, maar niemand voelt zich geroepen om de documenten te inspecteren en het incident eindigt dan ook met een sisser.
Wie denkt dat dergelijk gekissebis de hele avond in beslag zou nemen, komt bedrogen uit. Meer nog: wat opvalt hier in Oudenaarde, is de grote courtoisie waarmee de politici elkaar bejegenen. Het gaat de hele tijd van ‘Dank u wel Mathieu, voor die vraag’ of ‘Dank u wel schepen, voor dit antwoord, heel duidelijk’. Er valt geen onvertogen woord, hoewel de oppositie van Iedereen 9700 bij de coalitievorming hard op machtsdeelname had ingezet, na meer dan twintig jaar ‘blauw’ bewind onder één en dezelfde burgemeester. Dat de poging tot machtsovername gefaald heeft, is ongetwijfeld een bron van tristesse en frustratie. Maar daar is vanavond weinig van te merken.
Een tweede rode draad in de agendapunten is dat de Oudenaardse gemeenteraad zich moet beraden over thema’s die behoorlijk ingrijpend zijn. Zo gaat het onder meer over de mogelijke sluiting van de drie kantoren van de FOD Financiën in Oudenaarde. Een dergelijke maatregel zou voor veel inwoners betekenen dat ze willens nillens via internet hun fiscale zaken afhandelen. Of neem de kwestie van een minimumoppervlakte voor nieuw te bouwen wooneenheden. Op vraag van oppositiekopstuk Mathieu De Cock herbevestigt het bestuur dat 65 m2 een minimum is. De Cock vat het standpunt van oppositie en meerderheid samen: ‘Oudenaarde wil geen eldorado worden voor projectontwikkelaars die zoveel mogelijk kleine appartementen bouwen voor winstmaximalisatie en niet altijd aandacht hebben voor woonkwaliteit.’
Maar er zijn natuurlijk ook agendapunten van louter lokaal belang. Zo krijgen de verenigingen die zich inspannen om in deelgemeenten zoals Mater of Eine de jaarlijkse fietel (een mix van reuzenprocessie en volksfeest) in ere te houden, alles samen 44.200 euro stedelijke subsidie. De fietsersbrug over de N60 is een zorgenkindje: in een half jaar tijd is de raming van de kostprijs met de helft gestegen. Een andere lokale kwestie is de overlast vanwege enkele drinkebroers in en rond het station: het bestuur vaardigt een (tijdelijk en plaatselijk) verbod op alcoholconsumptie uit. In diezelfde stationsbuurt is het aantal diefstallen sinds het inzetten van een ‘lokfiets’ met ruim een kwart gedaald maar ‘de lokfiets zelf is nog nooit gestolen’. Hilariteit alom.
Na 3,5 uur beleefd praten eindigt de zevende Oudenaardse gemeenteraad van 2025. Wandelend door het centrum bedenk ik dat het adjectief ‘pront’ voor een stad als deze is bedacht. De monumenten zijn gezandstraald, de cafés noemen zich ‘brasserie’, Oudenaarde by night is veilig en stil. —