Waar blijven de doortastende klimaatadaptatiemaatregelen?
Zeven hoog, de kantoortoren van de FOD Volksgezondheid in Brussel. De schermen in de gangen en de koffiehoek tonen een luchtvervuilingswaarschuwing. ‘Typisch in een stedelijke context,’ zegt Luc Bas, directeur van het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac). ‘Warm, zonnig weer: het lijkt zorgeloosheid troef. Maar net in die omstandigheden is de luchtkwaliteit vaak extra pover.’
Niet alleen de afnemende luchtkwaliteit kan adembenemend werken. Ook andere kwalijke gevolgen van de klimaatverandering – wateroverlast, droogteperiodes, hittegolven, biodiversiteitsverlies – roeren zich steeds intenser en frequenter. Om de milieu- en klimaatrisico’s voor België beter op te volgen werd in 2021 beslist Cerac op te richten. De officiële inhuldiging van het Centrum voor de Risicoanalyse van Klimaatverandering volgde in 2024. ‘Met onze risicoanalyses, studies en aanbevelingen hopen we de dringendheid van doortastende adaptatie en bijhorende veiligheidsmaatregelen duidelijk te maken,’ zegt Luc Bas.
Kunt u de missie van Cerac even toelichten?
‘Met het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering evalueren we de klimaat- en milieurisico’s voor België en adviseren we de beleidsmakers over het klimaatadaptatiebeleid en over strategieën om ons land weerbaarder te maken. We zijn een onafhankelijk federaal centrum met een tiental medewerkers. Onze missie is: maken dat België goed geïnformeerd is, zodat het beleid – en de bijhorende financiering – onze weerbaarheid kan versterken.’
‘In eerste instantie adviseren we het federale niveau en meer bepaald de Nationale Veiligheidsraad. Maar natuurlijk zijn ook de lokale besturen betrokken partij, aangezien zij onmisbaar zijn bij de uitvoering van klimaataanpassingsplannen. Of het nu gaat om hitte-eilanden, overstromingen, droogte, biodiversiteitsverlies of andere gevolgen van de klimaatverandering: het zijn de lokale besturen die in de frontlinie staan. We hopen ze met onze analyses inzichten te kunnen aanreiken en we doen ook zelf ons best om de lokale realiteit te doorgronden en zo een beter inzicht te krijgen in wat lokale klimaatrisico’s in België betekenen.’
“‘We hopen de lokale besturen met onze analyses inzichten te kunnen aanreiken en we doen ook zelf ons best om de lokale realiteit te doorgronden en zo een beter inzicht te krijgen in wat lokale klimaatrisico’s in België betekenen.
![]()
Jullie leggen jullie in het werk toe op klimaatadaptatie en niet op mitigatie?
‘Mitigatie, het tegengaan van de klimaatopwarming door CO2 -reductiemaatregelen en het op die manier verzachten van de effecten van klimaatverandering, is broodnodig en biedt vele voordelen op het vlak van gezondheid, levenskwaliteit, competitiviteit, innovatie enzovoort. Het is van doorslaggevend belang dat Europa en België daarop blijven inzetten.
Maar we kunnen niet ontkennen dat de klimaatverandering al volop bezig is. Door een te eenzijdige nadruk op mitigatie hebben we niet genoeg aandacht voor de adaptatiemaatregelen die nodig zijn. Daar willen we met Cerac verandering in brengen.’ ‘We weten dat de extreme weereffecten van de klimaatverandering alleen maar zullen toenemen, met gevolgen op tal van domeinen die op elkaar inhaken: gezondheid, economie, infrastructuur, landgebruik, de toevoerketens van voeding en grondstoffen, het verlies van biodiversiteit… De prijs van nietsdoen en ons niet voorbereiden is vele malen hoger dan die van wel handelen. Sociaal en ecologisch, maar ook puur economisch.
De rechtstreekse kosten van de waterbom in de Vesdervallei in 2021 bedroegen 2,7 miljard euro en dat bedrag is intussen al opgelopen tot 5,2 miljard euro. Er vielen 39 doden en honderdduizend mensen werden getroffen door de ramp. Het kan nog erger: bij de overstroming vorige zomer in Valencia liepen de kosten op tot meer dan 40 miljard euro.’
Maar investeringen in klimaatadaptatie zijn minder makkelijk te ‘verkopen’, omdat het terugverdieneffect minder eenduidig is?
‘Inderdaad, bij adaptatie gaat het over een publiek voordeel – het is minder afgelijnd dan bij mitigatiemaatregelen waarbij bijvoorbeeld privébedrijven nieuwe technologieën zoals elektrische auto’s ontwikkelen. Fysieke adaptatiemaatregelen zijn vaak ook natuurgebaseerde oplossingen: het gaat over vergroenen, ontharden, meer ruimte geven aan water en natuur, de openbare ruimte slimmer inrichten… Het publieke positieve effect is direct zichtbaar, maar voor sommige sectoren is het voordeel minder eenduidig en zij moeten dan met transitiemaatregelen ondersteund worden.
Toch zijn die adaptatiemaatregelen absoluut noodzakelijk. Nu al trekken verzekeraars en herverzekeraars zich terug, als ze vinden dat er te weinig rekening wordt gehouden met klimaatrisico’s. We zullen als maatschappij dus verplicht zijn om meer publieke middelen te investeren in adaptatie. In die zin hebben we niet alleen een rampenfonds nodig, maar meer nog een preventiefonds, een soort klimaatdefensiefonds voor maatregelen waarmee we onze weerbaarheid versterken. Dat betekent dat er dus meer en meer druk zal komen op de publieke financiën, maar daar wordt nog onvoldoende bij stilgestaan.’
Meteen de reden waarom jullie hieromtrent een project zijn opgestart?
‘Inderdaad: Cerac werkt samen met het Federaal Planbureau om deze kosten voor de publieke financiën in kaart te brengen. Het is belangrijk om die toekomstige kosten op te lijsten en om de economische impact te becijferen, om zo ook meer draagvlak te creëren voor bijkomende ingrepen en financiering op het vlak van klimaatadaptatie. Onze samenwerking is trouwens een echte wisselwerking: we constateren dat de huidige economische modellen eigenlijk niet meer realistisch zijn. Ze houden veel te weinig rekening met de effecten van de klimaatverandering, die er nochtans onvermijdelijk aankomen.’
“Nu al trekken verzekeraars en herverzekeraars zich terug, als ze vinden dat er te weinig rekening wordt gehouden met klimaatrisico’s. We zullen als maatschappij dus verplicht zijn om meer publieke middelen te investeren in adaptatie.
Er bestaat al veel informatie over de klimaatverandering en de bijhorende risico’s. Wat is de meerwaarde van Cerac?
‘Er zijn inderdaad al veel data beschikbaar, de hoeveelheid beschikbare informatie is immens. Er is dus geen enkele reden om niet nu al in actie te schieten als overheid. Wel zitten de gegevens soms verspreid of is niet altijd genoeg gekeken naar hoe bepaalde invloeden elkaar versterken en op elkaar ingrijpen.
Als centrum willen we die informatie samenbrengen en inzichtelijk maken via duidelijke analyses en rapporten, waarbij we ons concentreren op de risico’s op middellange en lange termijn: op vijftien à twintig jaar, maar ook op vijftig jaar. Dat doen we op verschillende manieren: met risicoanalyses, maar ook met studies over specifieke onderwerpen. Zo brachten we recent in samenwerking met het Nationaal Geografisch Instituut een rapport uit over het toenemende risico op natuurbranden in België, met als onderzoeksvraag: is ons land wel goed voorbereid? Alles wijst erop dat de frequentie en de intensiteit van natuurbranden door klimaatverstoring zal toenemen in de volgende vijftien, twintig jaar en dat ook het risico op gelijktijdige uitbraken op verschillende locaties vergroot.’
Daarnaast zijn we ook de eerste federale risicoanalyse ooit aan het maken, waarvan we de resultaten in het najaar zullen voorstellen. Het gaat om een nulmeting voor België. Voor de uitvoering laten we ons inspireren door de European Climate Risk Assessment (EUCRA). We nemen de gevaren in vijf verschillende domeinen onder de loep: ecosystemen, infrastructuur, menselijke gezondheid, economische activiteiten en voedselsystemen. Daaruit hebben we nu 29 risico’s op middellange termijn geïdentificeerd. Zes daarvan zijn geen klimaatveranderingsrisico’s maar biodiversiteitsverlies-risico’s. Anders gezegd: de afname van ecosysteemdiensten. We hopen dat die eerste risicoanalyse kan helpen bij het prioriteren van de inspanningen en bij het uitdokteren van de duale voordelen van nieuwe investeringen. Ons advies is in de eerste plaats gericht aan het federale niveau, maar we willen dat ons werk ook nuttig is voor de regionale en lokale beleidsniveaus die het zullen moeten waarmaken.’
Wat de lokale besturen betreft: jullie deden ook onderzoek naar lokale risico’s om te kijken of die moeten worden opgeschaald naar het nationale niveau?
‘We hebben een grote hoeveelheid lokale klimaatplannen geanalyseerd, met een representatieve vertegenwoordiging van de verschillende types gemeentes. We identificeerden achttien risico’s, die in grote mate ook terug te vinden zijn in onze federale risicoanalyse. Er is op nationaal en lokaal niveau dus een grote overlap, wat leerrijk en zinvol was om te constateren. De drie risico’s die op gemeentelijk niveau het vaakst terugkeren, zijn wateroverlast voor infrastructuur, hitte-eilanden in steden en gezondheidsrisico’s door hitte en sterkere luchtvervuiling. Het is ook interessant om vast te stellen dat droogtegerelateerde risico’s – in de eerste plaats als gevolg van overconsumptie en snel slinkende grondwatervoorraden – in Vlaanderen vaker worden aangehaald dan in de rest van het land. De impact van de landbouw in West-Vlaanderen, wereldwijd de grootste exporteur van diepvriesgroenten, is daar niet vreemd aan.’
‘We hebben net ons rapport uitgebracht over die lokale risico’s, mét aanbevelingen, en organiseerden in maart al een evenement voor lokale beleidsbeleidsmakers. Daar kwamen de behoefte aan meer overleg tussen de bestuursniveaus en de mogelijkheid om meer middelen te investeren in klimaatadaptatie duidelijk tot uiting.’
“We constateren dat de huidige economische modellen eigenlijk niet meer realistisch zijn. Ze houden veel te weinig rekening met de effecten van de klimaatverandering, die er nochtans onvermijdelijk aankomen.
![]()
Wat zou u de gemeenten aanraden? Wat gebeurt er al en wat kan nog beter?
‘Aan de ene kant zien we dat er in het hele land al vele adaptatieplannen en kwetsbaarheidsdiagnoses zijn opgesteld. De gemeenten nemen klimaatrisico’s wel degelijk ernstig. Aan de andere kant zijn er nog steeds structurele middelen nodig om op lokaal niveau solide en ambitieuze adaptatieplannen uit te voeren. Soms merken we ook dat er bij diensten die niet rechtstreeks betrokken zijn bij het klimaatbeleid, toch nog een gebrek aan bewustzijn over klimaatrisico’s heerst. Het gebeurt nog te vaak dat bijvoorbeeld stedenbouwkundige vergunningen of stedenbouwkundige regelgevingen daar geen rekening mee houden.’
‘De inspanningen op een hogere schaal leveren is echt wel belangrijk. Dat brengen we ook in beeld, onder andere met ons project “upscaling local risks” waar we het net over hadden. Klimaatrisico’s stoppen uiteraard niet aan de gemeentegrenzen, en veel klimaatplannen houden daar al rekening mee. De inspanningen en de plannen op elkaar afstemmen is belangrijk om gelijkaardige maatregelen te kunnen doorvoeren. In die zin is de coördinatie op provinciaal niveau al voordelig.
Maar er zijn ook andere vormen van bovenlokale samenwerking mogelijk. Waarom niet meer intergemeentelijke samenwerking voor klimaat?’
Hoe delen jullie jullie analyses met het publiek en de lokale niveaus?
‘De analyses die Cerac ter beschikking stelt, zijn in de eerste plaats volledig publiek en de methodologie is transparant. We organiseren geen publiekscampagnes, maar alle informatie is voor iedereen vrij raadpleegbaar. Met de federale risicoanalyses gaan we heel breed, maar het is wel degelijk de bedoeling dat we voor sommige projecten, zoals het rapport over natuurbranden, meer in detail gaan, waardoor lokale besturen deze informatie behapbaar krijgen aangereikt.
We schrijven ons natuurlijk ook in andere projecten in en maken gebruik van informatie die bijvoorbeeld al bestaat op het regionale niveau: de hemelwater- en droogteplannen, de Blue Deals, de waterinfokaarten, het dashboard van de Vlaamse Milieumaatschappij enzovoort. We brengen die informatie samen en proberen daar een hub-functie te vervullen. Tegelijk willen we beleidsmakers ook informeren over andere initiatieven. Ook uit de private sector, zoals de recent gelanceerde klimaatschademonitor van Assuralia. Idealiter komen we in de toekomst tot een dashboard waarop we alle nationale kennis kunnen samenbrengen: klimaatrisico’s, sociale kwetsbaarheid, onderverzekering, schadegevallen… Met gegevens die dan raadpleegbaar zijn tot op het lokale niveau.’
“In alle nationale en internationale veiligheidsrapporten figureren milieu- en klimaatrisico’s als grote, potentieel maatschappijontwrichtende bedreigingen. Toch is er nog altijd geen gevoel van urgentie. Een klimaatramp brengt het onderwerp even onder de aandacht, maar even vaak ebt die aandacht snel weg.
Merkt u iets van een mindshift bij het grotere publiek?
‘Er is momenteel veel te doen over militaire veiligheid, maar eigenlijk zouden we ook dringend werk moeten maken van meer klimaatdefensie. In alle nationale en internationale veiligheidsrapporten figureren milieu- en klimaatrisico’s als grote, potentieel maatschappij-ontwrichtende bedreigingen. Toch is er nog altijd geen gevoel van urgentie. Een klimaatramp brengt het onderwerp even onder de aandacht, maar even vaak ebt die aandacht snel weg. In Frankrijk deden ze zonet een nationale risicoanalyse waarbij ze uitgingen van een toekomstscenario met een temperatuurstijging van vier graden.
Dat is helaas geen doemscenario, maar een realistische mogelijkheid: alle indicatoren inzake de klimaatopwarming staan wereldwijd op rood. In Nederland zijn ze nu al volop aan het plannen en voorbereiden over hoe ze zullen omgaan met de verwachte stijging van de zeespiegel. Ook in Vlaanderen zullen we daar de gevolgen van ondervinden. Niet alleen in de kuststreken maar ook bijvoorbeeld in Scheldestad Antwerpen. Duitsland heeft zonet 500 miljard euro vrijgemaakt voor defensie-uitgaven. Honderd miljard daarvan is gereserveerd voor civiele weerbaarheid, inclusief klimaatadaptatie. In het Verenigd Koninkrijk hebben ze intussen al vier risicoanalyse-cycli achter de rug, en het beleid neemt die adviezen ook ter harte. Ik denk dus dat we ook in België een groter gevoel van urgentie zouden kunnen gebruiken, waarbij de beschikbare publieke middelen anders ingezet worden en waarbij klimaatadaptatie de aandacht krijgt die ze verdient.’
Hebt u op dat vlak nog een gouden tip voor lokale besturen?
‘Wat heel belangrijk is, denk ik: dat de coördinerende instantie, in dit geval de burgemeester, heel nauw betrokken is bij het adaptatiebeleid en dat hij of zij doordrongen is van het belang ervan. Adaptatie kan het economische, ecologische en sociale weefsel versterken en een gemeente ook vele voordelen brengen. Het komt eropaan de beschikbare middelen anders aan te wenden. Heel vaak zien we nu nog grote investeringen in harde infrastructuur: wegen, gebouwen.
De verharding in steden en gemeenten blijft nog toenemen, terwijl we weten dat dat een heilloze weg is. Als een burgemeester andere keuzes maakt, kan hij of zij ook anderen op sleeptouw nemen. Dat zie je vaak in gemeenten die wat vooruitstrevender zijn: de oppositiepartijen verzachten hun harde standpunten, omdat ze mee werk willen maken van een leefbare, klimaatbestendige en gezonde leefomgeving.’ —
Auteur
-
GuyBourgeoisRedacteur Lokaal
Foto
- Stefan Dewickere
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Magazine Lokaal
Klimaatbeleid dat je elke dag ziet
Energie en klimaat -
Magazine Lokaal
Klimaatbeleid op koers houden
Energie en klimaat -
Oproep
Ben jij helemaal mee met de patrimoniumverplichtingen?
Energie en klimaat