De Vlaamse regering keurde op 28 november het samenwerkingsakkoord goed over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor zwerfvuil. Gezien de vertraging zullen de producenten pas moeten betalen voor de zwerfvuilkosten vanaf 2026 in plaats van 2025. Nieuw is dat de lokale besturen wel een voorschot van 50% op de zwerfvuilvergoeding krijgen.
Opnieuw vertraging
De Europese richtlijn voor Single Use Plastics bepaalt dat producenten eigenlijk al sinds 2023 elk jaar moeten betalen om hun producten in het zwerfvuil op te ruimen. Door de vertraging is er nu beslist dat die heffing pas van toepassing zal zijn voor de opruimkosten gemaakt vanaf 2026, en niet vanaf 2025. Wel moeten de producenten de helft van het bedrag vooraf betalen als voorschot.
Eerste jaar enkel 50% voorschot
Voor de lokale besturen betekent dit dat zij ten vroegste in 2026 slechts de helft van de zwerfvuilvergoeding kunnen ontvangen. In het beste geval is dit dus bijna 30,5 miljoen euro in plaats van de verwachte 60,94 miljoen euro als voorafbetaling volgend jaar. Pas in 2027 kan het totale bedrag voor het eerst verdeeld worden over de Vlaamse lokale besturen. Vanaf dan zal er jaarlijks een voorschot van 50% en het nog verschuldigde bedrag van het voorgaande jaar uitbetaald worden.
De VVSG kaartte eerder al het uitblijven van de zwerfvuilvergoeding aan en betreurt dat er nu opnieuw uitstel komt voor de volledige uitbetaling. De lokale besturen hebben op de vergoeding gerekend. Uit recente cijfers blijkt ook dat zij steeds meer inspanningen leveren om zwerfvuil op te ruimen en om te handhaven.
Goedkeuring andere gewesten nog nodig
De volgende stap is de goedkeuring door het Vlaams parlement. Ook het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moeten het dossier nog behandelen. Hun goedkeuring wordt dit jaar niet meer verwacht. Zolang die uitblijft, treedt het samenwerkingsakkoord niet in werking.
Het is dus nog niet duidelijk wanneer lokale besturen het eerste voorschot op de jaarlijkse zwerfvuilvergoeding krijgen.