Scroll naar beneden voor de lijst met documenten

Impulsfonds: Premie voor openen LOI-plaatsen overtuigt niet

Vrijdag 2 september 2022 verstuurde Fedasil een oproep aan de lokale besturen om bijkomende LOI-plaatsen te openen. Om de lokale besturen over te streep te trekken, is er voor het eerst een Impulsfonds dat premies geeft in functie van het type LOI-plaats dat bijkomend geopend wordt (meer details in de oproep). Uit de eerste reacties blijkt dat er weinig enthousiasme is om op deze vraag van Fedasil in te gaan. Niet omdat de lokale besturen niet beseffen hoe ernstig de opvangcrisis is. Wel omdat er nog steeds geen antwoorden zijn op de vragen die de lokale besturen nu al meerdere jaren stellen. Bovendien staan de lokale besturen momenteel onder zware druk door de energiecrisis, de opvang en begeleiding van tijdelijk beschermde vluchtelingen uit Oekraïne, een steeds nijpender wordend personeelstekort en de nasleep van de coronacrisis.

Voor de lokale besturen is de opvang van verzoekers internationale bescherming (IB) nog steeds belangrijk. Zij organiseren immers vele duizenden opvangplaatsen voor verzoekers IB in lokale opvanginitiatieven (LOI). Na vele opeenvolgende opbouw-en-afbouw-bewegingen is het draagvlak voor het openen van bijkomende LOI-plaatsen sterk aangetast. Om dat draagvlak te herstellen, verwachten de lokale besturen een antwoord op hun vragen.

Algemeen is er absoluut nood aan meer stabiliteit op langere termijn in het opvangnetwerk. Concreet voldoende structurele opvangplaatsen, effectief gerealiseerde bufferplaatsen en een systeem van monitoring om sneller te kunnen ingrijpen bij dreigende overbezetting van het opvangnetwerk.

Specifiek is er nood aan zekerheid m.b.t. de rol van de LOI in het toekomstige opvangbeleid zowel qua opgevangen personen (niet alleen transitieopvang maar ook voldoende verzoekers IB met een hoge beschermingsgraad) en aantal LOI-plaatsen met een gegarandeerde stabiele bezetting als qua ruimere ondersteuning zoals het zoeken naar huisvesting, de beschikbaarheid van tolken en dergelijke meer. Ook de volledige financiering van de opvang van verzoekers IB door de federale overheid moet gegarandeerd en het gebruik van de reserves moet verduidelijkt worden waarbij het mogelijk moet worden om die reserves in te zetten om renovaties door te voeren of af te ronden.

Ten slotte is er ook het grote tekort aan betaalbare kwaliteitsvolle woningen. Om meer LOI-plaatsen te openen, moeten de lokale besturen ook woningen huren. Zo komen zij in concurrentie met hun hulpvragers die in hetzelfde segment van de huurmarkt op zoek zijn naar een geschikte woning.

Verzadigd Opvangnetwerk - Opheffing toewijzing opvangstructuur (code 207)

De federale overheid voorziet in een nieuwe mogelijkheid voor asielzoekers om de opvangstructuur waar ze verblijven, te verlaten. De instructie komt er in het kader van de verzadiging van het bestaande opvangnetwerk, maar kan verregaande gevolgen hebben voor de lokale besturen. Door de uitzonderingsmaatregel (opheffing van toewijzing aan een opvangstructuur) verkrijgen asielzoekers immers onder zekere voorwaarden recht op maatschappelijke dienstverlening, wat betekent dat ze bij een OCMW equivalent leefloon en andere aanvullende hulp kunnen aanvragen. De VVSG is bezorgd over de implicaties van de nieuwe regelgeving en wil de impact ervan nauwgezet opvolgen.

Opheffing van toewijzing aan opvangstructuur: instructie Fedasil

Vanaf de verzending op 12 juli 2022 van de instructie van Fedasil is een uitzonderlijke maatregel van toepassing tot opheffing van de toewijzing aan een opvangstructuur voor verzoekers internationale bescherming (de zogenaamde code 207 - voordien asielzoekers). Een belangrijk gevolg van zo een 'opheffing van de code 207' is dat de betrokken verzoeker internationale bescherming (asielzoeker) het recht opent op maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon), mits vervulling van de andere toekenningsvoorwaarden. De VVSG werd pas over deze maatregel ingelicht tijdens een overleg op vrijdag 8 juli 2022. Ondanks de impact van de maatregel op de OCMW’s was er jammer genoeg geen voorafgaand overleg. Samen met de zusterverenigingen in Wallonië en Brussel hebben we onze bezorgdheden over deze maatregel nog diezelfde vrijdag overgemaakt aan de federale regering. Onze tussenkomst heeft een paar aanpassingen teweeggebracht maar de maatregel blijft grotendeels behouden.

Welke voorwaarden?

Verzoekers internationale bescherming (IB) die vijf cumulatieve voorwaarden vervullen, kunnen op vrijwillige basis een aanvraag tot opheffing van hun code 207 indienen. Die vijf cumulatieve voorwaarden zijn, kort samengevat:

  1. minstens vier maanden ononderbroken verblijf in een opvangstructuur,
  2. een hangend verzoek IB bij DVZ of CGVS (niet beroep bij RvV),
  3. een nationaliteit hebben met een beschermingsgraad van 66%,
  4. werk hebben, de afgelopen vier maanden regelmatig gewerkt hebben of concrete vooruitzichten op werk op zeer korte termijn kunnen aantonen en
  5. een duurzame verblijfsoplossing hebben door een adres te kunnen opgeven.

Lees meer in de Instructie van Fedasil.

Impact op de OCMW's

Tussen het indienen van de aanvraag en het effectieve vertrek van de bewoners zitten er minstens nog een paar weken (vijf werkdagen om de beslissing tot opheffing te nemen, twee werkdagen om de beslissing te betekenen, het organiseren van het vertrek dat binnen de 30 dagen vanaf het indienen van de aanvraag moet gebeuren). De impact voor de OCMW’s in de vorm van aanvragen equivalent leefloon zal er dus met enige vertraging komen. Om de impact van deze maatregel te kunnen opvolgen, vragen wij dat jullie ons op de hoogte brengen als jullie een (groot) aantal hulpvragen van deze groep ontvangen. 

De VVSG blijft van mening dat dergelijke maatregelen te vermijden zijn. Zowel voor de OCMW’s die al zwaar overbevraagd zijn als voor de betrokken verzoekers IB zelf. Het risico bestaat immers dat zij toch niet duurzaam terecht kunnen op het adres (vaak van familie of vrienden) dat ze als duurzame verblijfsoplossing opgegeven hebben. Dan moet er een andere oplossing gevonden worden en dat zal niet eenvoudig zijn want de private huurmarkt is ook compleet verzadigd. Er is m.a.w. een risico op dakloosheid. Bovendien kan het gebeuren dat de gemeente de betrokkene niet wil inschrijven op het adres wegens redenen van ruimtelijke ordening. De oplossing voor die situaties, de voorlopige inschrijving, wordt jammer genoeg niet systematisch gebruikt. Ten slotte is het OCMW van de plaats van inschrijving voor het hoofdverblijf in het wachtregister op de dag van de hulpvraag bevoegd. Dat houdt het risico in dat de hulpvragen zich concentreren bij de OCMW’s met een collectief opvangcentrum op hun grondgebied met mogelijk lange(re) wachttijden tot gevolg.  

De VVSG vraagt dat er steeds voldoende opvangplaatsen voor verzoekers internationale bescherming zijn. Ook bij deze opvangcrisis werd er opnieuw te laat gereageerd. De verzadiging van het opvangnetwerk voor verzoekers internationale bescherming laat momenteel dan ook weinig andere keuze dan een pakket maatregelen waaronder ook meer beslissingen van het CGVS om de uitstroom te verhogen en zo plaatsen vrij te maken, alsook 750 bijkomende opvangplaatsen via defensie. De VVSG pleit voor voldoende bufferplaatsen zodat een volgende opvangcrisis vermeden kan worden. Ook moet de rol van de lokale opvanginitiatieven eindelijk uitgeklaard worden zodat de lokale besturen terug bereid gevonden worden om in opvangplaatsen te voorzien.

Opvangmodel Verzoekers Internationale Bescherming

In het opvangmodel voor verzoekers internationale bescherming (IB) is collectieve opvang het uitgangspunt. Individuele opvang in onder andere lokale opvanginitiatieven (LOI) is ofwel het sluitstuk (de zgn.transitieopvang) ofwel eerder de uitzondering. Dit opvangmodel moet leiden tot een efficiënt(er) beheer van het opvangnetwerk en toelaten om meer in te zetten op de toewijzing van de meest aangepaste opvangplaats van bij het indienen van de verzoek IB. In werkelijkheid werd het opvangnetwerk de laatste jaren vooral geconfronteerd met crisissituaties die gepaard gingen met indrukwekkende opbouw gevolgd door al even indrukwekkende afbouw. Een groot aandachtspunt voor de OCMW’s is dan ook het tegengaan van de sterke schommelingen in het opvangnetwerk. Vooral de laatste opbouw-en-afbouw beweging in 2018 heeft het draagvlak bij de lokale besturen voor het openen van bijkomende LOI-plaatsen aangetast. Lokale besturen vragen meer stabiliteit op langere termijn gericht op het verzekeren en respecteren van hun rol in de opvang van verzoekers IB.

De federale overheid wil een stabiel en flexibel opvangmodel met voldoende bufferplaatsen en oog voor een langetermijnbeleid. Daarbij wordt gestreefd naar een nieuw evenwicht tussen collectieve opvangcentra en individuele opvangplaatsen. Voor de meeste verzoekers IB zal de opvang nog steeds collectief zijn maar er is ook sprake van individuele opvang voor gezinnen met kinderen naast de specifiek kwetsbare verzoekers en verzoekers met een hoge beschermingsgraad die nu al in de individuele opvang terechtkunnen. De federale overheid is zich er ook van bewust dat er ongenoegen en frustraties zijn bij de lokale besturen. Daarom wil de federale overheid een dialoog met de lokale besturen  aangaan om samen tot betere samenwerkingsverbanden te komen. Voorlopig is die dialoog evenwel nog steeds niet opgestart. Om het draagvlak voor bijkomende LOI-plaatsen te vergroten, verwachten de lokale besturen een helder antwoord op hun vragen. Zij hebben nood aan zekerheid m.b.t. hun rol in het toekomstige opvangbeleid zowel qua opgevangen personen, aantal LOI-plaatsen en bezettingsgraad als qua ruimere ondersteuning zoals het zoeken naar huisvesting, de beschikbaarheid van tolken en dergelijke meer.

 Voor de LOI betekent het opvangmodel concreet dat zij momenteel instaan voor:

◾ de transitie-opvang: de opvang van bewoners die al een positieve beslissing gekregen hebben (erkenning, subsidiaire bescherming, regularisatie ten gronde, enz. voor zover het een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden betreft) met als doel dat zij binnen de 2 maanden (2 keer verlengbaar met telkens 1 maand) het LOI kunnen verlaten voor een eigen woning;
 hoge beschermingsgraad: de opvang van verzoekers IB die afkomstig zijn uit een land waarvoor er een hoge beschermingsgraad geldt (concreet 80% positieve beslissingen), die op een beslissing ten gronde van het CGVS wachten en die al minstens 2 maanden in een collectief opvangcentrum verblijven;
specifieke kwetsbare groepen: In principe worden deze verzoekers IB  aan de NGO's toegewezen die specifieke opvangplaatsen voorzien hebben waar extra en/of specifieke begeleiding geboden wordt maar ook de LOI kunnen een specifiek aanbod hebben.

In tijden van hoge bezetting van het opvangnetwerk kan er afgeweken worden van dit opvangmodel.

Volgens de VVSG is de transitie-opvang een moeilijke opdracht waarvan het succes niet alleen bepaald wordt door de inspanningen die het LOI en de bewoner leveren maar ook door heel wat externe factoren. Daarom heeft de VVSG er van bij de start op aangedrongen dat de uitstroomtermijn moet toelaten om duurzame huivesting te vinden. Duurzame huisvesting betekent dat bewoners niet onder tijdsdruk in een te dure woning terecht komen of in een woning in slechte staat of tijdelijk opgevangen worden door familie en vrienden waarna de zoektocht in nog lastigere omstandigheden verdergezet moet worden. De uitstroomtermijn van 2 maanden kon uiteindelijk toch 2 keer met telkens één maand verlengd worden (in uitzonderlijke gevallen langer). Uit de recenste bevraging van de VVSG volgt evenwel dat een meerderheid van de LOI er niet in slaagt om de termijn van 4 maanden te respecteren. De VVSG pleit nog steeds voor een grondige evaluatie van de uitstroomtermijn waarbij niet alleen wordt nagegaan of de 4 maanden gehaald worden maar ook hoe vaak er duurzame huisvesting gevonden wordt.

Volgens de VVSG staat de voorwaarde dat verzoekers IB met een hoge beschermingsgraad pas naar een LOI kunnen als ze al minstens 2 maanden in een collectief opvangcentrum opgevangen werden, haaks op de doelstelling om deze groep verzoekers IB versneld te integreren. Een andere bezorgdheid is dat er zo bijna geen verschil meer is tussen de transitie-opvang en de opvang hoge beschermingsgraad. Ten minste in de periodes dat het CGVS binnen de streeftermijn van maximaal 6 maanden een beslissing kan nemen, wat in periodes van verhoogde instroom niet altijd het geval is.

Voor de LOI is het nochtans belangrijk dat zij ook nog verzoekers IB in procedure gedurende een langere periode kunnen begeleiden en niet alleen voor de uitstroom van bewoners met een positieve beslissing moeten zorgen. Dat zijn ten slotte twee verschillende opdrachten. Als de LOI hoofdzakelijk instaan voor de uitstroom, dreigen opgebouwde expertise in het begeleiden van verzoekers IB en de rond het LOI uitgebouwde netwerken van andere hulpverleners, organisaties en vrijwilligers verloren te gaan.  Volgens de VVSG moet de toewijzing na maximaal 4 weken gebeuren tenzij er duidelijke tegenindicaties zijn.

De VVSG pleit voor een evaluatie van het opvangmodel zodat er desgevallend bijgestuurd kan worden.

 

Instructies Fedasil en VVSG-nota's

Hier vindt u de meest relevante instructies van Fedasil alsook een aantal VVSG-nota's.

Recente items

Premie voor openen extra lokale opvangplaatsen overtuigt niet 1
Nieuws - 09-09-2022
Premie voor openen extra lokale opvangplaatsen overtuigt niet
# Vreemdelingen, Materiële opvang, Samenleving, gezin & welzijn Lees meer