Scroll naar beneden voor de lijst met documenten

Opvangmodel Verzoekers Internationale Bescherming

In het huidige opvangmodel voor verzoekers internationale bescherming (IB) is collectieve opvang de regel. Individuele opvang in onder andere lokale opvanginitiatieven (LOI) is ofwel het sluitstuk (de zgn.transitieopvang) ofwel eerder de uitzondering. Dit opvangmodel moest leiden tot een efficiënt beheer van het opvangnetwerk en toelaten om meer in te zetten op de toewijzing van de meest aangepaste opvangplaats van bij het indienen van de verzoek IB. In werkelijkheid werd het opvangnetwerk de laatste jaren vooral geconfronteerd met crisissituaties die gepaard gingen met indrukwekkende opbouw gevolgd door al even indrukwekkende afbouw. Een groot aandachtspunt voor de OCMW’s is dan ook het tegengaan van de sterke schommelingen in het opvangnetwerk. Vooral de laatste opbouw-en-afbouw beweging heeft het draagvlak voor het openen van bijkomende LOI-plaatsen aangetast. OCMW’s vragen meer stabiliteit op langere termijn gericht op het verzekeren en respecteren van hun rol in de opvang van verzoekers IB.

De bevoegde staatssecretaris, Sammy Mahdi, wil werken aan een stabiel en flexibel opvangmodel met voldoende bufferplaatsen en oog voor een langetermijnbeleid. Er komt een nieuw evenwicht tussen collectieve opvangcentra en individuele opvang. Voor de meeste verzoekers IB zal de opvang nog steeds collectief zijn maar er is sprake van individuele opvang voor kwetsbaren, gezinnen met kinderen en verzoekers met een hoge beschermingsgraad. De staatssecretaris is zich er ook van bewust dat er ongenoegen en frustraties zijn bij de lokale besturen. Daarom zal er op korte termijn een dialoog met de lokale besturen worden aangegaan om samen tot betere samenwerkingsverbanden te komen. Om het draagvlak voor bijkomende LOI-plaatsen te vergroten, verwachten de OCMW’s een antwoord van de staatssecretaris op hun vragen. De OCMW’s hebben nood aan zekerheid m.b.t. hun rol in het toekomstige opvangbeleid zowel qua opgevangen personen, aantal LOI-plaatsen en bezettingsgraad als qua ruimere ondersteuning zoals het zoeken naar huisvesting, de beschikbaarheid van tolken en dergelijke meer.

 Voor de LOI betekent het opvangmodel concreet dat zij momenteel instaan voor:

◾ de transitie-opvang: de opvang van bewoners die al een positieve beslissing gekregen hebben (erkenning, subsidiaire bescherming, regularisatie ten gronde, enz. voor zover het een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden betreft) met als doel dat zij binnen de 2 maanden (2 keer verlengbaar met telkens 1 maand) het LOI kunnen verlaten voor een eigen woning;
 hoge beschermingsgraad: de opvang van verzoekers IB die afkomstig zijn uit een land waarvoor er een hoge beschermingsgraad geldt (concreet 80% positieve beslissingen), die op een beslissing ten gronde van het CGVS wachten en die al minstens 2 maanden in een collectief opvangcentrum verblijven;
specifieke kwetsbare groepen: In principe worden deze verzoekers IB  aan de NGO's toegewezen die specifieke opvangplaatsen voorzien hebben waar extra en/of specifieke begeleiding geboden wordt maar ook de LOI kunnen een specifiek aanbod hebben.

In tijden van hoge bezetting van het opvangnetwerk kan er afgeweken worden van dit opvangmodel.

Volgens de VVSG is de transitie-opvang een moeilijke opdracht waarvan het succes niet alleen bepaald wordt door de inspanningen die het LOI en de bewoner leveren maar ook door heel wat externe factoren. Daarom heeft de VVSG er van bij de start op aangedrongen dat de uitstroomtermijn moet toelaten om duurzame huivesting te vinden. Duurzame huisvesting betekent dat bewoners niet onder tijdsdruk in een te dure woning terecht komen of in een woning in slechte staat of tijdelijk opgevangen worden door familie en vrienden waarna de zoektocht in nog lastigere omstandigheden verdergezet moet worden. De uitstroomtermijn van 2 maanden kon uiteindelijk toch 2 keer met telkens één maand verlengd worden (in uitzonderlijke gevallen langer). Uit de recenste bevraging van de VVSG volgt evenwel dat een meerderheid van de LOI er niet in slaagt om de termijn van 4 maanden te respecteren. De VVSG pleit nog steeds voor een grondige evaluatie van de uitstroomtermijn waarbij niet alleen wordt nagegaan of de 4 maanden gehaald worden maar ook hoe vaak er duurzame huisvesting gevonden wordt.

Volgens de VVSG staat de voorwaarde dat verzoekers IB met een hoge beschermingsgraad pas naar een LOI kunnen als ze al minstens 2 maanden in een collectief opvangcentrum opgevangen werden, haaks op de doelstelling om deze groep verzoekers IB versneld te integreren. Een andere bezorgdheid is dat er zo bijna geen verschil meer is tussen de transitie-opvang en de opvang hoge beschermingsgraad. Ten minste in de periodes dat het CGVS binnen de streeftermijn van maximaal 6 maanden een beslissing kan nemen, wat in periodes van verhoogde instroom niet altijd het geval is.

Voor de OCMW’s is het nochtans belangrijk dat zij ook nog verzoekers IB in procedure gedurende een langere periode kunnen begeleiden en niet alleen voor de uitstroom van bewoners met een positieve beslissing moeten zorgen. Dat zijn ten slotte twee verschillende opdrachten. Als de LOI hoofdzakelijk instaan voor de uitstroom, dreigen opgebouwde expertise in het begeleiden van verzoekers IB en de rond het LOI uitgebouwde netwerken van andere hulpverleners, organisaties en vrijwilligers verloren te gaan.  Volgens de VVSG moet de toewijzing na maximaal 4 weken gebeuren tenzij er duidelijke tegenindicaties zijn.

De VVSG pleit voor een evaluatie van het opvangmodel zodat er desgevallend bijgestuurd kan worden.

 

Instructies Fedasil en VVSG-nota's