Nederlands is de taal van de sociale mobiliteit
Hartje Brussel, het hoofdkantoor van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Leidend ambtenaar Jef Van Damme geeft met plezier toelichting over het hoe en waarom van zijn organisatie. ‘De sociale en economische mobiliteit tussen Brussel en Vlaanderen is in beide richtingen heel groot. Elke euro die Vlaanderen investeert in Brussel, investeert het als het ware in zichzelf.’
Na de traditionele begroeting beginnen we dit interview maar meteen in medias res met de vraag: wat doet de Vlaamse Gemeenschapscommissie? ‘Heel simpel gezegd: de Vlaamse Gemeenschapscommissie (de VGC, nvdr) zorgt voor de Nederlandssprekende Brusselaars zoals een Vlaamse gemeente dat doet voor haar inwoners, maar alleen op het vlak van gemeenschapsmateries. Dat is dus cultuur, jeugd, sport, gezondheid, welzijn, gezin, onderwijs, vorming, integratie, stedelijk beleid… We voeren ondersteunend, flankerend beleid voor die thema’s. Wanneer een Brusselse gemeente op een van die vlakken niet tegemoetkomt aan de wensen of behoeften van de Nederlandssprekende Brusselaar, kunnen we ook plaatsvervangend als inrichtende macht optreden.’
Kunt u dat wat toelichten?
‘De socioculturele en institutionele context is anders, maar de manier waarop we onze bevoegdheden uitoefenen is gelijkaardig aan die van een Vlaamse gemeente. Zo voeren we bijvoorbeeld flankerend onderwijsbeleid met subsidies, ons eigen centrum voor leerlingenbegeleiding, een Onderwijscentrum Brussel dat leerkrachten en directies van Nederlandstalige scholen ondersteunt enzovoort, maar we werken ook plaatsvervangend. Momenteel hebben we zo drie Nederlandstalige scholen voor buitengewoon onderwijs in eigen beheer, omdat geen enkel net dat aanbiedt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Tot voor kort hadden we ook een hotelschool.
‘Een ander voorbeeld betreft de ondersteuning van het lokale cultuurbeleid. Wij zijn zelf de organisator van 22 gemeenschapscentra in het Gewest. Die centra zijn een mix van een buurthuis en een cultuurcentrum. Ze bieden laagdrempelige, socioculturele activiteiten voor Nederlandssprekende Brusselaars aan, van optredens tot kaartnamiddagen voor de derde leeftijd of speelweken voor kinderen. Gemeenschapscentra staan dus in rechtstreeks contact met de Brusselaar, en zorgen voor een heel concrete dienstverlening. In Vlaanderen worden cultuur- of gemeenschapscentra door de gemeenten ingericht, in Brussel is dat voor wie zich aangesproken voelt door het N-netwerk, door de VGC.’
Die gemeenschapscentra hebben ook een link met het verleden?
‘Inderdaad. Eigenlijk zijn we als organisatie ontstaan uit het georganiseerde Vlaamse middenveld in Brussel. De gemeenschapscentra bijvoorbeeld waren er al vóór de VGC. Het middenveld is voor ons ook vandaag nog een heel belangrijke partner, misschien is dat een beetje atypisch in het institutionele landschap. Deels omdat we ons over gemeenschapsbevoegdheden ontfermen, maar ook omdat we gegroeid zijn uit ouderenraden, cultuurraden en bijvoorbeeld de trefcentra, de voorlopers van die gemeenschapscentra. Al die initiatieven voor Nederlandstaligen bestonden al in het Brusselse, zijn organisch gegroeid. Pas nadien kwam er een institutionele omslag, toen de VGC in 1989 werd opgericht als opvolger van haar voorganger, de NCC of Nederlandse Cultuurcommissie.
“Heel wat Brusselaars zijn toekomstige Vlamingen, en de VGC investeert daar enorm in. Wanneer mensen met een diverse achtergrond hier Nederlandstalig onderwijs volgen of aan Nederlandstalige activiteiten deelnemen, dan zullen ze ook veel makkelijker kunnen participeren en integreren in Vlaanderen.
![]()
Wat is de plaats van de VGC in het institutionele Brusselse landschap?
‘Gemeenschapsmaterie en gewestmaterie zijn gescheiden bevoegdheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Kort gezegd is het de bedoeling dat Vlaanderen en de Franse Gemeenschap op het vlak van gemeenschapsmaterie het Brussels Hoofdstedelijk Gewest co-besturen. Aan Franstalige kant gebeurt dat door de Franse Gemeenschap samen met de Franse Gemeenschapscommissie of de COCOF (de Commission Communautaire Française, nvdr), de VGC doet dat samen met de Vlaamse Gemeenschap aan Nederlandstalige kant. Maar er zijn wel degelijk verschillen: zo kan de COCOF decreten met wetgevende macht uitvaardigen, wij niet. De theorie is dus redelijk eenvoudig, in de feiten is het soms warriger.’
Is jullie naam, Vlaamse Gemeenschapscommissie, duidelijk of wervend genoeg?
‘De naam is wat hij is. De naam van de VGC veranderen zou een politiek debat vergen. Wel zijn we in Brussel heel goed bekend dankzij ons logo: de n op een appelblauwzeegroene achtergrond prijkt op veel gevels van crèches, scholen en gemeenschapscentra in het Brusselse. En dat logo wordt niet alleen geassocieerd met de Nederlandse taal, maar ook met kwaliteit. Dat hangt sterk samen met de evolutie van de laatste decennia. Tweehonderd jaar geleden spraken de inwoners van Brussel een Nederlands dialect – Brabants of Brussels, zo je wilt.
Nadien volgde anderhalve eeuw verfransing, waarbij het Nederlands in de verdrukking kwam. Maar nu zien we de laatste dertig jaar dat het Nederlands geleidelijk geherwaardeerd wordt en beschouwd wordt als de taal van sociale mobiliteit. Nederlands is belangrijk om werk te vinden, om vooruit te komen in het leven. Ik durf te zeggen dat de VGC daar wel in heeft meegespeeld, in die evolutie van een kleine groep naar een gemeenschap die synoniem is van kwaliteit, goede dienstverlening, degelijke ondersteuning voor welzijn, cultuur, onderwijs.’
Hoeveel Nederlandssprekende Brusselaars zijn er eigenlijk?
‘Daar bestaan verschillende parameters voor, maar als we naar de laatste Taalbarometer van BRIO kijken, dan zien we enkele trends. In dat onderzoek wordt gepeild naar kennis en gebruik van talen – de zogenaamde contacttalen. Daaruit kunnen we afleiden dat de kennis van het Engels erop vooruitgaat, de kennis van het Frans afkalft én dat er - zeker de laatste jaren - steeds meer mensen Nederlands spreken: 22% van de Brusselaars zegt momenteel van zichzelf dat ze goed Nederlands spreken of het beheersen.
Dat is in lijn met de evolutie die we zelf zien: er is de laatste jaren een enorme toestroom in het Nederlandstalige onderwijs. 20 à 22 procent van de Brusselse kinderen in het lager onderwijs volgt Nederlandstalig onderwijs, terwijl minder dan tien procent uit een homogeen Nederlandstalig gezin komt, waar beide ouders Nederlandstalig zijn.’
“Eigenlijk zijn we ontstaan uit het georganiseerde Vlaamse middenveld in Brussel. Dat is voor ons ook vandaag nog een heel belangrijke partner, misschien is dat een beetje atypisch in het institutionele landschap
Daarom ook dat de VGC zich richt op iedereen die Nederlands wíl spreken?
‘Wij richten ons tot de Nederlandssprekende Brusselaar en tot iedereen die aansluiting zoekt bij de Nederlandssprekende gemeenschap. Iedereen die zich aangesproken voelt, is welkom. Het dominante idee van enkele decennia geleden, dat er twee taalgroepen zijn in Brussel, strookt niet meer met de realiteit. De VGC richt zich in de praktijk tot iedereen die in het Nederlands bediend wil worden, een Nederlandstalige activiteit wil bijwonen, Nederlandstalig onderwijs wil genieten… Iedereen die die stap zet, is welkom. Het Nederlands is de kern van onze werking, maar we staan open voor anderstaligen die gebruik willen maken van onze instellingen. Die instroom is er ook: we hebben een heel divers publiek.’
Is die diversiteit typisch Brussels?
‘Brussel is een van de meest superdiverse steden ter wereld. We tellen meer dan 180 nationaliteiten, er worden meer dan honderd talen gesproken. En wanneer het regent in Brussel, dan druppelt het ook in Vlaanderen. De trend van superdiversiteit – meer talen, meer nationaliteiten, een jongere bevolking – zie je nu ook heel duidelijk in de Vlaamse Rand, de regio rond Brussel. En dat hoeft niet te verbazen: er is een heel grote mobiliteit tussen beide, mensen maken dat onderscheid zelfs niet altijd.
Die mobiliteit blijkt duidelijk uit de verhuisbewegingen: jaarlijks verhuizen 20 à 25.000 Brusselaars naar Vlaanderen, omgekeerd komen er jaarlijks 10 à 15.000 Vlamingen naar Brussel. Maar ze manifesteert zich ook op het vlak van werk: dagelijks gaan er meer dan 55.000 Brusselaars naar de Rand werken, terwijl er enkele honderdduizenden mensen uit Vlaanderen naar Brussel pendelen. Die grenzen zijn dus heel poreus, er is een constante wisselwerking.’
Dat heeft een sterke band tussen Vlaanderen en Brussel geschapen?
‘Inderdaad, en persoonlijk vind ik het bijzonder belangrijk dat die hechte band blijft bestaan. Niet alleen voor onze historische en culturele link of om institutionele redenen – Brussel is nog altijd de hoofdstad van Vlaanderen. Ook los daarvan moet Vlaanderen zich op Brussel blijven richten. Waarom?
Ten eerste omdat heel wat Brusselaars toekomstige Vlamingen zijn, en de VGC investeert daar enorm in. Wanneer mensen met een diverse achtergrond hier Nederlandstalig onderwijs volgen of aan Nederlandstalige activiteiten deelnemen, dan zullen ze ook veel makkelijker kunnen participeren en integreren in Vlaanderen.
Ten tweede is er ook een puur economisch argument. Bij werkgevers in de Vlaamse Rand is er een groot tekort aan kortgeschoolde medewerkers, waarin Brussel kan voorzien. Toch steken taalredenen daar dikwijls een stokje voor. Als wij met de VGC die mensen voor een stuk kunnen binnenhalen, via onze crèches, via onze scholen, via ons welzijnsnetwerk, onze gemeenschapscentra…, dan helpen wij eigenlijk ook indirect die Vlaamse bedrijven in de Rand.
Een derde reden: wij bouwen hier expertise op over hoe je omgaat met een meertalige, jonge, superdiverse bevolking. En hoewel dat geen kerntaak van ons is, delen we die expertise ook met andere Vlaamse steden en gemeenten.’
“Wij bouwen hier expertise op over hoe je omgaat met een meertalige, jonge, superdiverse bevolking. En hoewel dat geen kerntaak van ons is, delen we die expertise ook met andere Vlaamse steden en gemeenten.
![]()
Hoe doen jullie dat?
‘Zowel formeel als informeel. We zijn lid van het Kenniscentrum Vlaamse Steden en hebben een band met de VVSG, en we krijgen ook veel middenveldorganisaties uit andere steden op bezoek. En veel scholen uit bijvoorbeeld de Rand contacteren onze diensten, omdat ook zij daar nu geconfronteerd worden met superdiversiteit. We staan daarin natuurlijk niet alleen. De VGC is de draaischijf van het Nederlandstalige netwerk in Brussel, maar niet de enige speler. Ook op het niveau van onze partners – scholen, sportclubs, welzijns- en culturele organisaties – is er een doorgedreven uitwisseling van kennis en beste praktijken. Wel denk ik dat de Vlaamse overheid of de Vlaamse steden en gemeenten indien gewenst onze expertise nog meer zouden kunnen benutten.’
Hoe komen mensen eigenlijk in contact met de VGC?
‘Er zijn verschillende toegangspoorten. Vaak gebeurt dat via onze steunpunten: we ondersteunen honderden organisaties en hebben ook eigen instellingen. Stel je een ouder voor die een crèche zoekt. Dat kan een hele kettingreactie op gang brengen, want rond zo’n Nederlandstalige crèche is er een heel netwerk uitgebouwd: gezinsbegeleiding, welzijn, onderwijs, bibliotheken, gemeenschapscentra… Gemeenten zijn een andere toegangspoort: we zien de laatste twintig jaar dat gemeenten weer meer zelf investeren in Nederlandstalige voorzieningen. Daar leveren wij dan ondersteuning bij. Ook onze gemeenschapscentra blijven als lokale ankerpunten heel belangrijk – ze vervullen een belangrijke onthaalfunctie. Maar evenzeer zijn er tal van initiatieven uit het middenveld waarlangs jonge en minder jonge bewoners in contact komen met ons n-netwerk.’
De VGC wordt hoofdzakelijk gefinancierd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Vlaamse Gemeenschap, en voor een deeltje ook door de federale overheid. Volstaat het budget – de zogenaamde Brusselnorm – van de Vlaamse Gemeenschap?
‘Dat is een politieke vraag. Met de Brusselnorm wordt bedoeld dat de Vlaamse Gemeenschap dertig procent van de Brusselse bevolking als doelgroep voor haar beleid in Brussel ziet en dat ze vooropstelt om vijf procent van de totale Vlaamse gemeenschapsuitgaven te besteden aan het Vlaamse gemeenschapsbeleid in en voor Brussel. Samen met de Vlaamse Gemeenschap monitort de VGC alle Vlaamse uitgaven die naar Brussel gaan. We maken daar samen met de Vlaamse overheid regelmatig rapporten over en hebben dus een duidelijk overzicht van de financiële stromen. Wat ik wel vermeldenswaard vind: de laatste twintig jaar zijn er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest afgerond 250.000 inwoners bij gekomen – dat is een stad ter grootte van Gent. De teller staat nu op ongeveer 1.250.000 Brusselaars. Als je dan tegemoet wilt komen aan de gemeenschapsbehoeften van dertig procent van die bevolking, dan moeten daar ook middelen voor vrijgemaakt worden.’
‘De laatste jaren heeft de VGC, samen met de Vlaamse overheid, immens veel geïnvesteerd in nieuwe crèches en scholen, waar wat de scholen betreft duizenden plaatsen zijn bijgekomen. Een enorme capaciteitstoename dus, maar wel absoluut noodzakelijk door de demografische boom.’
“Ik ben blij te zien dat onze organisatie wijd en zijd gewaardeerd wordt en dat onze impact toeneemt. Andere overheden vertrouwen ons steeds meer taken toe en we zien ook een positieve evolutie in de Nederlandstalige aanwezigheid in gemeenten en gemeentelijke besturen, zowel politiek als operationeel.
De Vlaamse Gemeenschap hanteert ook een zogenaamde Brusseltoets?
‘Dat is een instrument om na te gaan of Vlaamse regelgeving ook toepasbaar is in Brussel. Indien niet, dan worden er aanpassingen doorgevoerd. Zo’n toets is voornamelijk bedoeld voor nieuwe regelgeving, maar het verheugt ons dat men ook naar de bestaande Vlaamse regelgeving voor welzijn en gezondheid gaat kijken, enkele van de bevoegdheden waarvoor we verantwoordelijk zijn hier in Brussel. Specifiek wat welzijn en gezondheid betreft, wordt de Brusselnorm in globo niet bereikt. Het is ook een erg complex beleidsdomein, met veel actoren.
Om af te sluiten: hier zit een tevreden leidend ambtenaar?
‘Ik ben zelf nog maar anderhalf jaar in functie, daarvoor was ik schepen in een Brusselse gemeente. Maar ik ben blij te zien dat onze organisatie wijd en zijd gewaardeerd wordt en dat onze impact toeneemt. Andere overheden vertrouwen ons steeds meer taken toe en we zien ook een positieve evolutie in de Nederlandstalige aanwezigheid in gemeenten en gemeentelijke besturen, zowel politiek als operationeel. Wat betreft onderwijs, cultuur…, in vergelijking met twintig, dertig jaar geleden heeft de Vlaamse aanwezigheid in het Brusselse onmiskenbaar een boost gekregen. Dat is zeker niet alleen onze verdienste, maar je merkt wel dat we waardevol werk leveren.’ —
Tools voor inclusieve communicatie
Te moeilijke taal, stereotiepe beelden of ontoegankelijke formats sluiten onbedoeld mensen uit. Door bewust na te denken over inclusieve communicatie maak je dat iedereen zich aangesproken voelt en toegang heeft tot informatie. Daarom stellen de VGC en de VVSG een Checklist Inclusieve Communicatie en een Gespreksleidraad voor focusgroepen ter beschikking. Met deze hulpmiddelen kun je je communicatie toetsen op helderheid, toegankelijkheid en inclusie.
Check je communicatie met de online checklist
De online Checklist Inclusieve Communicatie helpt je om communicatiematerialen – van folders en websites tot socialemediaberichten – te screenen. De checklist stelt vragen over taalgebruik, beeldmateriaal, toegankelijkheid en de herkenbaarheid van diverse doelgroepen. Nadat je de vragenlijst ingevuld hebt, ontvang je een rapport met je antwoorden en een leeswijzer met tips en uitleg om je communicatie inclusiever te maken. In de leeswijzer vind je per invalshoek meer uitleg en voorbeelden.
Focusgroepen: toets je communicatie bij je doelgroep
Wil je weten hoe je boodschap aankomt? Met een goed samengestelde focusgroep krijg je waardevolle feedback over de begrijpelijkheid en aantrekkelijkheid van je communicatiemateriaal. De Gespreksleidraad voor focusgroepen helpt je om zo’n groepsgesprek te organiseren en te structureren. _
Sabine Van Cauwenberge
vgc.be/inclusieve-communicatie(opent nieuw venster)
Auteur
-
GuyBourgeoisRedacteur Lokaal
Fotograaf
- Stefan Dewickere
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Nieuws
DigiCheck meet digitale basisvaardigheden van medewerkers
Maatschappelijke dienstverleningDigitale transformatieDiversiteit en gelijke kansenPersoneelsbeleid -
Oproep
Extra kansen op werkervaring voor mensen met een arbeidsbeperking
Werk, sociale economie en activering -
Nieuws
Campagne Vlaams Meldpunt wijst de weg na grensoverschrijdend gedrag
Diversiteit en gelijke kansen