De Vlaamse regering wil de regels rond deontologie en integriteit in het lokale bestuur verder aanscherpen. Ze werkt aan nieuwe regelgeving, die waarschijnlijk van kracht wordt voor de zomer. Maar je hoeft niet te wachten op nieuwe regels. Veel lokale besturen versterken vandaag al hun integriteitsbeleid voor mandatarissen. Ze maken duidelijke afspraken, gaan het gesprek aan en zoeken houvast in de praktijk. Daarbij kun je rekenen op de ondersteuning van de VVSG.
Op 3 april keurde de Vlaamse regering een voorontwerp van decreet goed dat een en ander moet wijzigen aan het decreet lokaal bestuur. De wijzigingen bouwen voort op eerdere maatregelen, zoals de deontologische code en commissie, en stelt nieuwe stappen voor zoals de decretale verankering van de rol, taken en verantwoordelijkheden van de deontologische commissie. De nieuwe regelgeving komt er waarschijnlijk voor de zomer. De VVSG heeft haar advies gedeeld met bevoegd minister Hilde Crevits en blijft de ontwikkelingen nauw opvolgen.
Integriteit, zelden een zwart-witverhaal
Als lokaal mandataris ben je het gezicht van je bestuur. Wat je doet en zegt, bepaalt mee het vertrouwen van inwoners in de lokale overheid. Dat vertrouwen is kwetsbaar. Je bouwt eraan door correct en transparant te handelen, in het belang van iedereen. De praktijk is zelden zwart-wit. Je botst op situaties waarin regels, waarden, verwachtingen en politieke realiteit door elkaar lopen. Wat doe je als iets formeel kan, maar toch wringt? Wanneer is iets een inschattingsfout, wanneer wordt het problematisch? Hoe voorkom je inschattingsfouten? En hoe bespreek je ze zonder dat het escaleert? Net daar worden integriteitskwesties tastbaar.
Samen bouwen aan sterke integriteitscultuur
En dat is geen individuele opdracht. Je bouwt er samen aan, met de raad, het college en de hele organisatie. Als mandataris, burgemeester of algemeen directeur speel je daarin een sleutelrol. Door twijfels te bespreken en samen na te denken, creëer je een gedeeld kader dat helpt om ook in moeilijke of nieuwe situaties juiste keuzes te maken. Dat kader zorgt voor bescherming: tegen oordeelsfouten, tegen beschuldigingen van derden, tegen “per-ongelukjes”
De basis ligt er al. Elke gemeente heeft een deontologische code en een deontologische commissie. De code geeft richting en maakt bijvoorbeeld duidelijk wat de ondergrens is, hoe belangenvermenging te vermijden en hoe om te gaan met vertrouwelijke informatie en het gebruik van publieke middelen. De commissie helpt om die afspraken toe te passen in de praktijk en doet voorstellen om het kader te verfijnen. Ze biedt een plek om dilemma’s te bespreken, advies te vragen, bij te sturen en bij te leren.
Toch zoeken veel besturen nog naar een goede manier om van deze wettelijke verplichting een levend verhaal te maken. Want door de code en de commissie actief te gebruiken, veranker je integriteit in je dagelijkse werking.