De Vlaamse regering legde op 16 januari 2026 de nieuwe regels voor de ondersteuning van gemeentelijke fusies vast in een conceptnota(opent nieuw venster). De VVSG ziet daarin duidelijke verbeteringen, zoals een vaste schuldovername voor alle fusiegemeenten en meer rechtszekerheid via inwonersschijven. Tegelijk blijven er aandachtspunten zoals de bevolkingsdrempel van 20.000 inwoners. De regering giet de nieuwe regels de komende maanden in een besluit en past daarbij ook het decreet lokaal bestuur aan.
Derde fusiegolf, derde systeem van schuldovername
De schuldovername bestaat voortaan uit twee delen. Alle fusiegemeenten krijgen, ongeacht de grootte, een schuldovername van 1 miljoen euro om de transitiekosten te dragen. Daarmee gaat de Vlaamse regering in op een vraag van de VVSG.
Net als bij de fusies van 2025 is het tweede deel van de schuldovername alleen beschikbaar voor gemeenten die door de fusie minstens 20.000 inwoners tellen. De VVSG pleitte ervoor om die drempel van minimale bevolkingsomvang te schrappen, maar dat voorstel haalde het niet.
Waar de Vlaamse regering wel in meeging, is in de vraag vanuit de gemeenten om de steun te baseren op inwonersschijven in plaats van op het totale aantal inwoners. Op die manier voorkomen we dat fusiegemeenten die flirten met een van de drempels lang onzeker blijven over het totale bedrag dat hun toekomt. De geplande schuldovername ziet er als volgt uit:
- 300 euro/inwoner voor de schijf 1-19.999 inwoners
- 400 euro/inwoner voor de schijf 20.000-29.999 inwoners
- 500 euro/inwoner voor de schijf 30.000-39.999 inwoners
- 400 euro/inwoner voor de schijf 40.000-49.999 inwoners
- 300 euro/inwoner voor de schijf vanaf 50.000 inwoners
De totale schuldovername bedraagt maximaal 16 miljoen euro per fusie. In de vorige ronde was dat nog 50 miljoen euro. Wanneer drie of meer gemeenten bij de fusie betrokken zijn, stijgt dat plafond tot 20 miljoen euro. Dat laatste element sluit aan bij een vraag van de VVSG.
Belangrijk: de garantieregeling van het Gemeentefonds blijft behouden. Fusiegemeenten ontvangen dus niet minder middelen dan de afzonderlijke gemeenten vóór de fusie.
Eén extra schepen in de eerste legislatuur
Fusiegemeenten mogen in het eerste jaar van de bestuursperiode één schepen meer aanstellen dan een 'gewone' gemeente van dezelfde omvang. Bij de vorige fusierondes ging het nog om twee bijkomende schepenen, en één in de tweede legislatuur.
Voor de VVSG mocht de verhoging van het aantal schepenen helemaal verdwijnen, vooral vanuit een democratische bezorgdheid over een te groot gewicht van het college ten opzichte van de gemeenteraad. De ene extra schepen in de tweede legislatuur blijft behouden voor de fusies van 2025.
Duidelijke keuze over rechtspersoonlijkheid
Fusiegemeenten behouden voortaan expliciet de keuze tussen twee modellen:
- een nieuwe rechtspersoon oprichten (enige keuze bij de fusies van 2019), of
- voortbouwen op de rechtspersoonlijkheid van één bestaande gemeente en die uitbreiden naar het nieuwe geheel.
Die keuze bestond al bij de fusies van 2025. Op basis van de evaluatie door het Agentschap Binnenlands Bestuur(opent nieuw venster) verankert de Vlaamse regering dit nu uitdrukkelijk in het decreet lokaal bestuur.
Sneller beslissen, meer voorbereidingstijd
Een fusie vergt, naast een zwaar en complex voorbereidend traject, op lokaal vlak twee formele beslissingen.
- een principiële fusiebeslissing, waarmee gemeenteraden aangeven dat ze de voorbereiding opstarten
- een definitieve fusiebeslissing, die rechtsgevolgen heeft en leidt tot bekrachtiging door de Vlaamse overheid via een decreet
Bij de fusies van 2019 en 2025 moest die definitieve beslissing uiterlijk één jaar vóór de fusiedatum vallen. Omdat de Vlaamse regering vindt dat er meer voorbereidingstijd nodig is, vervroegt ze voor de fusies van 1 januari 2031 nu de datum van de definitieve fusiebeslissing naar uiterlijk 31 december 2028, dus twee jaar vóór de fusiedatum.