De hoeveelheid zwerfvuil in Vlaanderen daalt nauwelijks, terwijl lokale besturen een steeds groter deel van de opruimlast dragen. In 2025 namen steden en gemeenten 84% van al het ingezamelde zwerfvuil voor hun rekening, tegenover 79% in 2023. De Vlaamse doelstelling uit het Lokaal Materialenplan om de hoeveelheid zwerfvuil tegen 2030 met 20% te verminderen, blijft daarmee ver buiten bereik. Dat blijkt uit de nieuwste resultaten van de zwerfvuilmonitoring van OVAM.
6.874 ton zwerfvuil opgeruimd
Alle 285 Vlaamse gemeenten rapporteerden hoeveel zwerfvuil ze opruimden en hoeveel afval ze inzamelden via straatvuilnisbakken. In totaal werd in 2025 6.874 ton zwerfvuil opgeruimd. Dat is iets minder dan in 2024, toen 6.969 ton werd ingezameld, maar nog altijd aanzienlijk meer dan de 5.297 ton die tegen 2030 moet worden bereikt.
Bijna drie kwart van het zwerfvuil (72,7%) wordt ingezameld via manueel vegen. Ook vrijwilligers die regelmatig zwerfvuil opruimen en machinale reiniging leveren een belangrijke bijdrage.
Opruimlast voor lokale besturen neemt toe
Steden en gemeenten nemen een steeds groter aandeel van de opruiming op het openbaar domein voor hun rekening. In 2025 ging het om 84% van alle ingezamelde hoeveelheden, tegenover 79% in 2023.
Ook in absolute cijfers neemt hun aandeel toe. Tussen 2023 en 2025 steeg de hoeveelheid zwerfvuil die steden en gemeenten inzamelden met 9,8%, van 5.260 ton tot 5.775 ton. Ook de hoeveelheid afval die via straatvuilnisbakken wordt ingezameld, blijft toenemen.
Dat legt een blijvende druk op de inzet en middelen van lokale besturen. Zij kijken uit naar de eerste gedeeltelijke zwerfvuilvergoeding, die eind dit jaar wordt uitbetaald. Voor VVSG blijft een volledige en structurele vergoeding van de opruimkosten door de producenten noodzakelijk.
Geen betekenisvolle dalende trend
Naast de ingezamelde hoeveelheden volgt OVAM nog een tweede indicator op: het aantal afzonderlijke zwerfvuilstukken dat op het terrein wordt aangetroffen. Daarvoor worden op meer dan 6.000 locaties verspreid over Vlaanderen tellingen uitgevoerd.
Ook voor deze indicator voorziet het Lokaal Materialenplan een daling met 20% tegen 2030 op een aantal probleemlocaties. Die doelstelling is voorlopig evenmin in zicht. Vooral autosnelwegparkings en locaties rond afvalverzamelpunten blijven zwaar getroffen. Ook aan haltes van het openbaar vervoer en in winkelwandelstraten wordt relatief veel zwerfvuil vastgesteld.
Beide indicatoren bevestigen het beeld van de voorbije jaren: de zwerfvuilproblematiek blijft hardnekkig. Ondanks de inspanningen van gemeenten, afvalintercommunales, vrijwilligers en andere terreinbeheerders is er vandaag geen betekenisvolle dalende trend zichtbaar. Voor VVSG onderstreept dat de nood aan een volledige en structurele vergoeding van de kosten die lokale besturen maken om het openbaar domein proper te houden.
Meer cijfers en analyses zijn beschikbaar in het rapport van OVAM over de zwerfvuilmonitoring(opent nieuw venster).