De Vlaamse overheid wil de negen ondersteunde amateurkunstenorganisaties vanaf 2027 10,5% laten besparen, boven op de besparing van 3% die al eerder was aangekondigd. Die beslissing raakt niet alleen het amateurkunstenveld, maar zal op termijn voelbaar zijn bij de lokale besturen. Voor steden en gemeenten zijn deze organisaties belangrijke partners in de ondersteuning van cultuurmakers in de vrije tijd.
Amateurkunsten hebben breed draagvlak
Amateurkunsten leven sterk in Vlaanderen. Onderzoek van UGent uit 2019(opent nieuw venster) toont dat vier op de tien Vlamingen ouder dan 14 jaar actief zijn in amateurkunsten. Bij kinderen jonger dan 14 jaar gaat het zelfs om de helft.
Veel cultuurmakers zijn actief in een vereniging, zoals een zangkoor, muziekensemble of theatergroep. Daarnaast zijn er ook heel wat mensen individueel actief, als beeldend kunstenaar bijvoorbeeld.
Lokale besturen ondersteunen makers en verenigingen
Steden en gemeenten ondersteunen het amateurkunstenveld al jaren. Ze organiseren deeltijds kunstonderwijs, ondersteunen verenigingen en individuele makers en voorzien ruimte om te repeteren, op te treden en werk te tonen.
Voor elke discipline bestaat er een erkende en gesubsidieerde amateurkunstenorganisatie(opent nieuw venster). Die organisaties begeleiden amateurkunstenaars en verenigingen in heel Vlaanderen. Samen werken ze bijvoorbeeld aan een lokaal muziekbeleid of zetten ze een toonweekend voor beeldende kunst mee op de kaart bij makers en bezoekers. Lokale besturen zijn daarbij vaak partners.
Negen organisaties vragen om beslissing terug te draaien
Breedbeeld, Kunstwerkt, VLAMO, VI.BE, Koor&Stem, Muziekmozaïek, Creatief Schrijven, Danspunt en OPENDOEK vragen de minister daarom om de extra besparing te herzien en de draagkracht van de amateurkunsten te behouden. De VVSG betreurt deze stevige besparing op organisaties die kunsten in vrije tijd inspireren, doen groeien en ontwikkelen.