Lokale besturen blijven zwaar onder druk staan door de wooncrisis. Uit de OCMW-barometer van de VVSG blijkt dat OCMW’s in 2025 naar schatting 9.735 meldingen kregen van vorderingen tot uithuiszetting. Dat zijn er meer dan 187 per week. Ten opzichte van 10 jaar geleden is dit een lager aantal, maar het ligt wel in dezelfde lijn als de voorbije jaren en is ongeveer evenveel als in 2020. Uithuiszettingen komen in iedere gemeente voor. Tegelijk raken doorgangswoningen moeilijker opnieuw vrij, omdat mensen moeite hebben om een woning te vinden op de reguliere huurmarkt. Een doorgedreven woon- en welzijnsbeleid blijft nodig.
OCMW’s komen vaak laat in beeld
Wanneer een verhuurder het huurcontract wil ontbinden, stapt die naar de vrederechter. Het vredegerecht heeft dan als wettelijke taak het OCMW hiervan te verwittigen, in de hoop nog te kunnen vermijden dat de huurder op straat staat. OCMW proberen dan de huurder te bereiken om nog tot een oplossing te komen. Niet elke vordering leidt dus tot een effectieve uithuiszetting. Toch geven de meeste OCMW’s aan dat ze op het moment van de melding nog maar sporadisch een uithuiszetting kunnen voorkomen. OCMW’s komen vaak pas in beeld wanneer de problemen al (te) ernstig zijn. Dan blijft er weinig ruimte om nog een duurzame oplossing te vinden. Dat blijkt ook één van de redenen te zijn waarom het Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen weinig gebruikt wordt.
Fonds tegen uithuiszettingen blijft beperkt gebruikt
Het Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen helpt sinds 2020 OCMW’s in de aanpak van dreigende uithuiszettingen. Het OCMW onderzoekt of begeleiding mogelijk is, maakt een afbetalingsplan op en sluit samen met de huurder en de verhuurder een begeleidingsovereenkomst. De verhuurder ontvangt daarna snel een aanzienlijk deel van de huurachterstal terug. Uit het jaarverslag van het Agentschap Wonen in Vlaanderen blijkt dat het gebruik beperkt blijft. In 2025 maakten 76 OCMW’s gebruik van het Fonds en dienden ze samen 278 overeenkomsten in. De voorbije vijf jaar deden 132 OCMW’s een beroep op het Fonds.
OCMW’s ondersteunen het bestaan van het Fonds maar geven aan dat het niet altijd aansluit bij de realiteit op het terrein. Soms is de huurachterstal al te groot, is er een structureel financieel tekort of komt de melding te laat. Ook de administratieve procedure, de beperkte begeleidingscapaciteit en de bereidheid van huurder of verhuurder spelen een rol. Bovendien geldt het Fonds niet voor alle sociale huurwoningen. Recent keurde de Vlaamse regering wel principieel goed dat het Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen binnenkort ook voor sociale huurwoningen kan toegepast worden.
Doorstroming uit noodopvang stokt
Ook de druk op tijdelijke opvang blijft groot. Bijna negen op de tien lokale besturen die de bevraging invulden, beschikken over minstens één doorgangswoning. Op basis van 153 antwoorden (van de in totaal 285 OCMW’s) gaat het om 1.205 doorgangswoningen. In 2025 kregen 1.813 huishoudens tijdelijk opvang in zo’n woning, bijvoorbeeld na een brand of een uithuiszetting. In 60% van de situaties blijven mensen langer dan zes maanden in een doorgangswoning. In 20% loopt dat op tot een jaar. Verschillende OCMW’s geven aan dat vooral gezinnen met kinderen steeds moeilijker doorstromen naar een betaalbare woning.
De recente oproep van de Vlaamse overheid voor noodwoningen helpt lokale besturen om het aanbod uit te breiden en bestaande doorgangswoningen te renoveren. In 2025 kwamen er in 22 gemeenten 62 noodwoningen bij en werden er 92 gerenoveerd. De Vlaamse regering besliste om die jaarlijkse projectoproep om doorgangswoningen te realiseren en/of te renoveren te vervangen door een financiering met een voordelige lening via de woonmaatschappijen. Het is nog onduidelijk wat dit net betekent voor de lokale besturen.
VVSG vraagt structurele oplossingen
De cijfers van de OCMW-barometer tonen aan dat de woonproblematiek groot blijft. Dit vergt duurzame en structurele oplossingen. Dat is een verantwoordelijkheid van alle overheden samen.
Vergroot het aanbod van sociale en betaalbare huurwoningen
Alleen zo maken we het recht op wonen effectief waar. Ook lokale besturen hebben daarin een rol op te nemen.
Investeer in preventieve woonbegeleiding
Voorzie in voldoende structurele middelen voor lokale besturen en de hulpverlenende organisaties om een aanbod uit te werken met een tijdige ambulante begeleiding en ondersteuning voor mensen die hun woning dreigen te verliezen. Versterk de OCMW’s om hun taak bij de preventie van uithuiszettingen en bij opvang van gezinnen die uit huis worden gezet en dak- en thuislozen beter te kunnen opnemen, want vandaag beschikken ze hiervoor vaak niet over voldoende personeelscapaciteit. Zo geeft nog altijd een derde van de OCMW's aan dat het hen aan voldoende capaciteit ontbreekt om de noodzakelijke begeleiding op te nemen bij het gebruik van het Fonds ter bestrijding van uithuiszetting. Ook een recente studie van steunpunt Wonen(opent nieuw venster) over de procedure van uithuiszetting geeft terecht aan dat een afdoende financiering van OCMW’s en CAW’s een onmisbare implementatievoorwaarde is voor een duurzame omslag naar meer preventie op het terrein.
Nood aan eenvoudige procedure
De voorgestelde wijzigingen aan het Fonds ter bestrijding van uithuiszetting zijn positief. Maar OCMW's geven aan dat de procedure en het gebruik van het Fonds een administratieve last blijft. Lokale besturen hebben nood aan eenvoudige en makkelijk toepasbare instrumenten om vroeger in te grijpen bij huurachterstal of dreigende dakloosheid.
Ken de huurpremie sneller toe
Ken de huurpremie sneller toe en werk ondertussen aan een bijsturing en hervorming van de huurpremie en -subsidie. (Kandidaat-) huurders moeten er sneller recht op hebben, ze moeten automatisch toegekend en verder uitgebreid worden.