De in de pers veelbesproken Programmawet is intussen een feit. De federale regering maakt voor het jaar 2025 bijkomende middelen vrij om besturen te ondersteunen die een 2de pijler van minstens 3% toekennen aan hun contractanten. Ze doet dat in de vorm van een tussenkomst in de responsabiliseringsbijdrage.
De financiering van de lokale pensioenlasten gebeurt met twee stromen. Ten eerste betalen de besturen een basisbijdrage die berekend wordt op het salaris van de actieve statutairen. Als dat bedrag op jaarbasis lager is dan de pensioenen die de statutairen krijgen uitbetaald, volgt er ook een tweede stroom: de responsabiliseringsbijdrage.
Sinds 2019 krijgen besturen met een voldoende hoge tweede pijler voor hun contractanten (minimaal 3% bijdrage of equivalent) een korting (bonus) op de responsabiliseringsbijdrage. Die bedroeg tot nu toe 50% van de kosten van de tweede pijler, en verlaagt nu naar 30% van die kosten. Deze korting werd en wordt in eerste instantie gedragen door een malus op de responsabiliseringsbijdrage van andere lokale besturen die geen voldoende hoge tweede pensioenpijler hadden: de financiering van de lokale ambtenarenpensioenen is in wezen immers een gesloten financieringssysteem: de lokale besturen betalen die factuur grotendeels zelf.
Sinds 2023 volstond de malus van de lokale besturen met een responsabiliseringsbijdrage zonder voldoende hoge tweede pijler niet meer voor de toekenning van een bonus aan de lokale besturen met een responsabiliseringsbijdrage met (wel) een voldoende hoge tweede pensioenpijler: het tekort zou ongeveer 54 miljoen euro bedragen in 2023 en bijna 80 miljoen euro in 2024. Om dat tekort op te vangen is de federale regering al in 2023 en 2024 tussengekomen ten belope van die bedragen. Daardoor kon de korting van 50% voor die twee jaren toch behouden blijven.
Wat heeft de federale regering nu beslist?
De huidige federale regering zet het systeem van de bonus-malus verder voor de responsabiliseringsbijdrage van het jaar 2024 (berekend in 2025), maar beperkt tot een bonus van 30% van de kosten van de tweede pensioenpijler. Ze maakt hiertoe 50 miljoen euro vrij. Dat is een daling van de federale tussenkomst ten opzichte van 2023 en 2024, maar de beperking van de bonus tot 30% komt ook doordat er geen of te weinig andere lokale besturen zijn aan wie een malus kan aangerekend worden (cf. gesloten financieringssysteem lokale ambtenarenpensioenen). De korting verlaagt dus van 50 naar 30%, maar zonder deze federale tussenkomst zou ze terugvallen naar slechts 10% van de kosten van de tweede pijler.
Wat is de concrete impact voor lokale besturen?
Het deel van de kosten voor de werkgever van het aanvullend pensioenstelsel dat in mindering gebracht wordt op de responsabiliseringsbijdrage, bedraagt dus 30% voor het jaar 2024, en de Federale Pensioendienst krijgt het gedeelte van de toegekende verminderingen op de responsabiliseringsbijdragen dat niet gedekt wordt door de verhogingen van de responsabiliseringsbijdragen voor het jaar 2024 (berekening 2025) als ontvangst, zo lezen we in artikel 232 en 233 van de Programmawet van 18 juli 2025, BS 29 juli 2025. Inforum nr. 383831.
Wat vindt de VVSG ervan?
De VVSG verwelkomt de extra middelen, maar betreurt dat er geen fundamentele oplossing komt voor de pensioenproblematiek van alle lokale besturen, en niet alleen voor de besturen met een responsabiliseringsbijdrage. De pensioenproblematiek weegt zeer zwaar op hun uitgaven.