De belastingaangifte van een lokale mandataris is net iets complexer dan die van andere belastingplichtigen. De VVSG helpt je op weg bij deze jaarlijkse klus.
Uitvoerend mandataris of raadslid?
Voor de belastingaangifte maakt het al een groot verschil of je burgemeester of schepen bent, dan wel raadslid of lid van het bijzondere comité. In het eerste geval verdien je een inkomen. Dat komt terecht in deel 1 van het aangifteformulier. Kreeg je in 2025 alleen presentiegelden uitbetaald, dan heb je deel 2 nodig.
Kostenaftrek wordt minder gunstig
Elke belastingplichtige heeft voor de aangifte van de beroepskosten de keuze tussen twee systemen: de werkelijk gemaakte kosten of het wettelijke forfait. De eerste moeten uiteraard te maken hebben met het beroep of mandaat en moeten kunnen worden gestaafd met bewijsstukken. Wie geen werkelijke kosten aangeeft, heeft automatisch recht op het wettelijke kostenforfait, zonder verdere plichtplegingen.
Tot aanslagjaar 2025 konden burgemeesters en schepenen ook nog een beroep doen op een speciaal kostenforfait voor lokale uitvoerende mandatarissen. De federale regering besliste bij haar aantreden begin vorig jaar om hier komaf mee te maken. Dit paste binnen de beoogde vereenvoudiging van de fiscale regels. Bovendien was er geen wettelijke basis voor deze bijzondere regeling. Het gevolg is wel dat sommige lokale mandatarissen plots een pak meer personenbelasting gaan betalen. Dat daarvan een klein stukje weer bij hun gemeente terechtkomt via de aanvullende personenbelasting is daarbij maar een heel magere troost.
VVSG-leidraad
De VVSG biedt de lokale mandatarissen een handige leidraad aan die hen door de belastingaangifte loodst. Alle bedragen zijn aangepast aan aanslagjaar 2026. Wie de aangifte digitaal doet, heeft hiervoor tijd tot 15 juli. Op papier moet dit al ten laatste op 30 juni.