De Vlaamse gemeenten en OCMW's hebben in 2025 zoals verwacht minder geïnvesteerd dan in topjaar 2024. Hoewel de overschotten wat dalen en de schulden een beetje stijgen, blijven de lokale financiën over het algemeen goed onder controle.
Stilaan volledig beeld
Via de BBC-databank beschikt de VVSG vandaag over 228 van de 285 jaarrekeningen (80%). Die besturen zijn samen goed voor 73,7% van de Vlaamse bevolking en dus gemiddeld iets kleiner dan alle gemeenten samen. We hebben de data geëxtrapoleerd voor het geheel: de algemene tendensen zullen niet meer veranderen, maar voor de definitieve cijfers is het wachten tot overal de jaarrekening op de raad is geweest en opgeladen in de databank.
Overgangsjaar
2025 was een overgangsjaar voor de Vlaamse lokale besturen: het eerste jaar van de nieuwe bestuursperiode, maar ook het laatste jaar van de beleidscyclus 2020-2025. In 2025 hebben de gemeenten hun meerjarenplan 2026-2031 voorbereid en goedgekeurd.
De jaarrekeningen 2025 zitten dus te paard op uitvoering en plannen. Dat is belangrijk bij de beoordeling van de cijfers.
Minder investeringen
Niet onverwacht, dalen de investeringen in materieel vaste activa met 7,9%, na een piek van net geen 2,7 miljard euro in 2024. Het ziet ernaar uit dat de Vlaamse gemeenten en OCMW's over de hele beleidscyclus 2020-2025 in euro ongeveer 10% meer zullen geïnvesteerd hebben dan in de oorspronkelijke meerjarenplannen stond. Houden we rekening met de inflatie die er intussen is geweest, dan zakt die uitvoeringsgraad onder de 100%.
Vooral bij wegenwerken gaapt vaak een kloof tussen wat gepland werd en effectief uitgevoerd. Dat heeft te maken met de grotere complexiteit van de dossiers. Zo zijn er soms onteigeningen nodig, is het al eens wachten op subsidies voor fietspaden of rioleringen of kan de afstemming met de Vlaamse overheid voor gezamenlijke projecten leiden tot vertraging.
Lagere saldi
De exploitatie-uitgaven gaan 3,6% hoger, de exploitatie-ontvangsten stijgen met 2,6% wat minder snel. Daardoor zou het gezamenlijke exploitatiesaldo ongeveer 4,6% lager uitkomen. Corrigeren we voor een eenmalige dividendmeevaller van 220 miljoen euro in 2024, dan is er in 2025 sprake van een kleine stijging van het exploitatiesaldo.
De gezamenlijke autofinancieringsmarge (AFM), een goede graadmeter voor de financiële gezondheid, zakt met 7,7%. Die daling verdwijnt echter als we dezelfde correctie doorvoeren. Ook van belang is het feit dat slechts zes van de 228 gemeenten (2,6%) 2025 afsluiten met een AFM onder 0.
Hogere schulden
Ondanks de dalende investeringen, nemen de gemeenten toch meer leningen op, waardoor de uitstaande schulden eind 2025 zowat 5,2% hoger uitkomen dan een jaar eerder. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat lokale besturen de verwachte rentestijging wilden voor zijn. Verder was er in 2025 wat minder zelffinanciering vanuit de exploitatie waardoor gemeenten die investeren wel meer moesten lenen.
De financiële schulden blijven wel goed beheersbaar, want ze zijn gemiddeld slechts goed voor 50,8% van de exploitatie-ontvangsten, zowat 1,3 procentpunt meer dan een jaar eerder. Ook de rentelasten nemen met 3% toe, al maken ze nog altijd maar 1,5% uit van de totale exploitatie-uitgaven. In 2014 was dat nog 3,5%.
Meer contractanten, minder statutairen
Een opmerkelijke daling zien we opnieuw bij de loonuitgaven voor statutairen (-3,2%), de bevestiging van een evolutie die al jaren bezig is. Op basis van de meerjarenplannen 2026-2031 weten we dat die trend ook de komende jaren zal aanhouden. Ondanks die daling, betalen diezelfde gemeenten en OCMW's in 2025 wel 3% meer voor de financiering van de pensioenen van hun ex-statutairen.
De loonuitgaven voor contractanten stijgen met 6,8%. Voor die laatste groep medewerkers bouwen de besturen ook een aanvullend pensioen op. In 2025 ging het al om bijna 120 miljoen euro, goed voor een gemiddelde bijdrage van ongeveer 3,6% van de loonmassa.
Boeteontvangsten plafonneren
Na een jarenlange stevige groei, stijgen de gemeentelijke ontvangsten uit boetes in 2025 maar met 4,2%. Hun gemiddelde aandeel in de totale exploitatie-ontvangsten blijft daarmee op 1%. Opgelet, aan de inning van boetes hangen ook uitgaven vast, maar die kunnen we niet zomaar uit de jaarrekeningen halen.
De belangrijkste gemeentelijke fiscale ontvangsten komen uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) en de aanvullende personenbelasting. De inkomsten uit de OOV blijft steken op het niveau van 2024, terwijl de APB-ontvangsten met 14,,8% toenemen. Dat heeft niets te maken met hogere tarieven, maar alles met het inkohieringsritme: een vertraging in de vestiging van aanslagen in 2024 werd in 2025 weer ingehaald.
Auteur
-
JanLeroySenior expert data en analyse
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenRelevante kennispagina's
Nieuws
-
Nieuws
-
Nieuws
Gemeenten met fusieplannen krijgen schuldverlichting
Bestuur en burgerFinanciën -
Nieuws
VVSG vraagt centrale oplossing voor fiscale fiches bij belastbaarheid leefloon
Maatschappelijke dienstverleningLokaal sociaal beleidFinanciën