Door de voorgestelde Vlaamse besparingen dreigen minstens 83 van de 285 gemeenten in 2031 een negatieve financiële marge te hebben. Ook de gezamenlijke financiële ruimte van de gemeenten krimpt fors: met 57%. Dat blijkt uit berekeningen van de VVSG. En daarmee is de volledige impact van de Vlaamse begroting op lokale besturen nog niet in beeld.
Wat vertelt de autofinancieringsmarge?
De VVSG berekende wat de voorgestelde Vlaamse besparingen op de basisfinanciering betekenen voor de autofinancieringsmarge van gemeenten. Die geeft aan hoeveel geld een gemeente jaarlijks overhoudt van haar gewone inkomsten, nadat ze haar dagelijkse werking en de aflossingen van haar leningen heeft betaald.
Een positieve marge biedt ruimte om bijvoorbeeld te investeren of financiële reserves op te bouwen. Bij een negatieve marge houdt een gemeente onvoldoende over om haar leningen af te lossen. Ze moet dan haar inkomsten of uitgaven bijsturen.
Gemeenten moeten in het laatste jaar van hun meerjarenplan een positieve autofinancieringsmarge hebben. Voor de huidige meerjarenplannen is dat 2031.
Meer dan helft van verwachte marge verdwijnt
Bij de opmaak van hun meerjarenplannen voor 2026-2031 gingen gemeenten uit van de financiering die de Vlaamse overheid officieel had meegedeeld. Alle 285 gemeenten rekenden voor 2031 op een positieve autofinancieringsmarge. Samen bedroeg die 488 miljoen euro.
Om dat resultaat te bereiken, moesten veel gemeenten al moeilijke keuzes maken over hun dienstverlening, investeringen, belastingen en tarieven.
De voorgestelde besparingen in de Vlaamse begroting voor 2027 veranderen dat vooruitzicht grondig. Volgens de berekeningen van de VVSG ontvangen gemeenten daardoor in 2031 samen 279 miljoen euro minder aan basisfinanciering. Hun gezamenlijke autofinancieringsmarge daalt zo van 488 naar 209 miljoen euro. Dat is een daling met 57%.
Zonder bijsturing dreigt de autofinancieringsmarge bij minstens 83 gemeenten negatief te worden. Dat is bijna één op de drie gemeenten (29,12%). Zij moeten opnieuw keuzes maken om hun financiën in evenwicht te brengen.
Eén graadmeter, geen volledig beeld
De berekening brengt een belangrijk deel van de gevolgen in beeld, maar vertelt niet het hele verhaal. De VVSG hield voorlopig alleen rekening met de besparingen op de algemene financiering van gemeenten. Ook andere Vlaamse beslissingen raken mogelijk de lokale begrotingen. Denk aan besparingen op cultuur en erfgoed, zorg en welzijn, of het schrappen van de premie voor de begeleiding van mensen naar werk. De VVSG heeft nog onvoldoende betrouwbare gegevens per gemeente om ook die gevolgen te berekenen.
Daarnaast spelen economische ontwikkelingen een rol, zoals inflatie, rente en inkomsten uit de aanvullende personenbelasting. Ook die effecten zitten niet in de berekening.
De VVSG blijft de gevolgen in kaart brengen om een vollediger beeld te krijgen van de financiële impact op lokale besturen.
Lokale besturen hebben nood aan betrouwbare financiering
Het Vlaams Parlement bespreekt binnenkort het programmadecreet bij de begroting 2027. Dat bevat onder meer voorstellen om het Gemeentefonds in 2027, 2028 en 2029 minder te laten groeien dan de vastgelegde jaarlijkse 3,5%.
Gemeenten plannen hun dienstverlening en investeringen voor meerdere jaren. Daarvoor moeten ze kunnen rekenen op de financiering die de Vlaamse overheid hun heeft toegezegd.
De VVSG vraagt daarom om de basisfinanciering van lokale besturen juridisch steviger te verankeren.