Eind juni publiceerde Vlaanderen de CO₂-inventarissen voor 2024 en laadde ook de nieuwe versies van de inventarissen van 2021, 2022 en 2023 op. De inventarissen worden sinds 2013 jaarlijks opgemaakt door VITO, in opdracht van Vlaanderen. Deze tool bevat alle data en berekeningen per sector die lokale besturen nodig hebben om aan de minimumrapporteringsvereisten van het Burgemeestersconvenant te voldoen.
CO₂-inventarissen tonen daling van zo’n 20 procent sinds 2011
Volgens de nieuwste cijfers daalden de energetische CO₂-emissies binnen de scope van de Vlaamse gemeentelijke CO₂-inventarissen van 37,81 miljoen ton in 2011 naar 30,27 miljoen ton in 2024. Dit komt neer op een daling van zo’n 20 procent.
Belangrijke kanttekening daarbij: Het gaat om emissies op Vlaams grondgebied uit gebouwen, niet-ETS-industrie, wegtransport en energetisch gebruik in landbouw en bosbouw. Het gaat dus niet om álle CO₂- en broeikasgasemissies in Vlaanderen. Zo vallen onder meer de emissies van ETS-industrie, niet-energetische broeikasgassen zoals methaan (CH₄) en lachgas (N₂O), bepaalde industriële procesemissies en indirecte emissies die elders ontstaan buiten deze afbakening. De inventarissen maken gebruik van publiek beschikbare en deels geraamde gegevens, die door gemeenten verder kunnen worden aangevuld of aangepast. Deze CO₂-cijfers geven dus een inschatting van de grootteorde van de uitstoot van de verschillende sectoren en de trend over een langere periode.
Uitzonderlijk sterke daling 2022-2023 zet zich niet voort
De jaren 2022 en 2023 werden gekenmerkt door hoge energieprijzen en zachte winters, waardoor vooral het fossiele energieverbruik voor gebouwen daalde. De inventarissen voor 2024 tonen nog geen fundamentele trendbreuk maar in 2024 namen de cijfers wel opnieuw toe. Waar de lokale uitstoot in 2023 nog op 29,57 miljoen ton CO₂ geraamd werd nam deze in 2024 opnieuw toe tot 30,27 miljoen ton CO₂. Een toename dus van ongeveer 706 000 ton of +2,4% ten opzichte van 2023. De toename in de tertiaire sector verklaart ongeveer twee derde van de totale stijging.
Doorstroming van data publieke gebouwen, openbare verlichting en eigen vloot uit Terra
Belangrijke nieuwigheid bij deze publicatie: de energieverbruiken voor eigen gebouwen, eigen openbare verlichting en eigen vloot vloeien voort uit wat momenteel in Terra-databank (veb) aanwezig is voor de jaren 2023 en 2024. De opendataverplichting verplicht openbare besturen sinds 2025 om bepaalde gegevens over publieke gebouwen openbaar te maken. Momenteel zijn lokale overheden enkel verplicht om te rapporteren in Terra over energieverbruiken van gebouwen met bruikbare vloeroppervlakte >= 250 m². Hoewel de VVSG lokale besturen eerder aanraadde om alle energieverbruiken te blijven registreren in Terra, met het oog op de omzetting van artikel 5 in de EED, is er momenteel geen verplichting om te rapporteren over gebouwen met bruikbare vloeroppervlakte kleiner dan 250 m² en geen verplichting om te rapporteren over niet-gebouwgebonden energiestromen. Gegevens in Terra kunnen dus onvolledig zijn en niet het volledige energieverbruik van eigen gebouwen, eigen vloot en eigen openbare verlichting weerspiegelen.
Transport blijft één van de grootste obstakels voor de klimaatdoelen
Zolang de voertuigkilometers niet structureel dalen, blijft transport één van de grootste obstakels voor de lokale klimaatdoelen. Zo was de sector ‘particulier en commercieel vervoer’ in 2024 goed voor 36,49% van de uitstoot binnen de gemeentelijke CO₂-inventarissen. Op Belgisch niveau nam de uitstoot van het wegvervoer in 2024 trouwens opnieuw toe(opent nieuw venster). Tegelijk werken veel steden en gemeenten nog met cijfers uit 2016 om verkeersemissies te monitoren en zijn ze vermoedelijk een onderschatting van de realiteit. Verkeerspropagatiemodel FLOMOVIA 2.0 zorgt er sinds 2025 voor dat 107 lokale besturen een realistischer zicht krijgen op de lokale verkeersemissies aangezien deze gemeenten over voldoende verkeerstellingen beschikken. Wil je actief inzetten op verkeersemissies? Dan zijn lokale metingen een eerste stap. Tijdens het webinar van 11 september staan we uitgebreider bij stil bij de CO₂-inventarissen 2024 en het verhogen van je lokale bemetingsgraad.
Van tijdelijke naar structurele klimaatwinst
De cijfers bevestigen dat er op lange termijn een duidelijke dalende trend is. Tegelijk tonen de ontwikkelingen van 2022 tot en met 2024 dat het reductietempo sterk kan schommelen.
Voor lokale besturen ligt de uitdaging dan ook niet alleen in het realiseren van een lagere uitstoot, maar vooral in het structureel verankeren van die daling. Verdere vooruitgang vraagt onder meer om een versnelling van renovaties, een verdere omschakeling naar fossielvrije warmte, meer hernieuwbare energie en een blijvende aanpak van de uitstoot door mobiliteit.