Toenemende dementie en de plaats van lokale dienstencentra
Dat mensen in onze samenleving steeds langer leven, is een maatschappelijk succes, maar brengt ook uitdagingen met zich mee, zoals een toenemend aantal personen met dementie. Onze residentiële zorg is daar niet op voorbereid, en bovendien woont naar schatting 70% van de personen met dementie thuis. Dit vergroot de druk op mantelzorgers en niet-residentiële zorg. Hoe zijn lokale dienstencentra (LDC) betrokken bij het thema, en wat is hun potentieel voor de toekomst?
Dementie is een aandoening die de hersenen aantast en invloed heeft op minstens twee cognitieve domeinen zoals geheugen, taal, aandacht, probleemoplossing, oordeelsvorming en het uitvoeren van dagelijkse taken. Deze veranderingen zijn niet het gevolg van normale veroudering. Recent onderzochten we – in het kader van een masterproef – de betrokkenheid van lokale dienstencentra bij dementie. Lokale dienstencentra zijn ontmoetingsplekken in de buurt waar mensen samenkomen, deelnemen aan activiteiten en terecht kunnen voor dienstverlening. Iedereen is welkom, maar de centra richten zich in het bijzonder op ouderen, mantelzorgers en kwetsbare personen. Ze ondersteunen mensen om zo lang mogelijk thuis en in hun eigen buurt te blijven wonen, ze versterken de zelfredzaamheid en het sociaal netwerk van bezoekers en ook de samenhorigheid in de buurt.
De resultaten van het gevoerde onderzoek maken duidelijk dat personen met (voornamelijk beginnende) dementie en hun mantelzorgers de weg vinden naar lokale dienstencentra. Soms bestaan er enkel vermoedens van dementie en is een officiële diagnose afwezig. Anderen bezoeken het dienstencentrum al geruime tijd vóór ze geconfronteerd worden met dementie, bij zichzelf of bij een geliefde.
“Nu steken andere vrijwilligers een tandje bij voor haar, maar ik vraag me af hoelang we dat nog kunnen volhouden. En wat als ze zelf geen stapje achteruit zetten? Want ze zijn zeker welkom, maar in die rol begint dat moeilijk te worden. Dat vind ik heel moeilijk... Laat ik dat op zijn beloop? Ga ik in gesprek?’
Uitdagingen voor lokale dienstencentra
Lokale dienstencentra kampen met diverse uitdagingen. We illustreren en omschrijven ze hierna telkens aan de hand van uitspraken die LDC-medewerkers of -coördinatoren lieten optekenen tijdens ons onderzoek.
Dementie komt niet alleen voor onder bezoekers, maar ook sommige vrijwilligers ontwikkelen het. Professionals worstelen hiermee en vragen zich af hoe ze het best handelen. Welke oplossingen zijn er? Moet dit besproken worden met de persoon in kwestie, en hoe? Hoe zorg je ervoor dat het aanpassen of het stopzetten van het vrijwilligerswerk geen afbreuk doet aan de waardering voor het jarenlange engagement?
“Wij hebben bijvoorbeeld een bezoeker, die zit een hele dag bij ons en heeft verder gevorderde dementie. Wij hebben haar al een paar keer tegengehouden omdat ze met haar jas aan het pand wou verlaten, maar zij wordt door onze vrijwilligers op een bepaald uur thuisgebracht, omdat de mantelzorger pas thuis kan zijn om 17 uur.
‘Het is wel iets waar we heel hard mee bezig zijn, en ook wel zoekend in zijn. Bij ons moet je bijvoorbeeld reserveren voor de maaltijden en dan merken we dat ze dat vergeten zijn en is het volzet. Dus we proberen wel een zorgende hand te zijn en we zijn aan het zoeken hoe ver we daarin gaan.'
Hoewel de meeste bezoekers met dementie zich in een vroeg stadium bevinden, komen er af en toe ook personen met verder gevorderde dementie over de vloer. De accommodatie van lokale dienstencentra is hier echter niet op voorzien; er is een beperkte personeelsploeg aanwezig en voor vrijwilligers is het een grote verantwoordelijkheid. Ze vinden het niet altijd veilig voor de persoon met dementie zelf of andere bezoekers, en soms komt wat de familie wil niet helemaal overeen met wat de professionals van het lokaal dienstencentrum als aanvaardbaar of veilig ervaren.
Uitzonderingen toestaan in de werking van lokale dienstencentra kan een bezoek voor personen met dementie en mantelzorgers aangenamer maken. Het blijft voor professionals wel zoeken naar waar dit mogelijk is binnen de werking.
Sommige bezoekers storen zich aan het gedrag van een bezoeker met dementie. Af en toe reageren ze er negatief op. Ze worden kwaad, reageren bot of confronteren de persoon met dementie met zijn problematiek. Al hoeft dit niet altijd zo te zijn. Soms is er sprake van tolerantie en in bepaalde gevallen worden personen met dementie gedragen door de groep.
“Je hebt ook mensen die zonder nadenken eruit flappen: “Die Jef tegenwoordig, die slaat een beetje door.” Als je thuis al voelt dat er toch iets mis is, dan zijn zulke opmerkingen zeer confronterend. Als het vaste bezoekers zijn, dan worden ze er soms ook op aangesproken dat Jef “toch niet meer de Jef van vroeger is”.
Een blik op de toekomst
In de regelgeving worden personen met dementie niet expliciet vermeld als prioritaire doelgroep van lokale dienstencentra, wel de brede groep ‘kwetsbare personen’. Professionals interpreteren deze termen niet op dezelfde manier. Dit bepaalt mee hoe zij naar de toekomst kijken. ‘Ik denk dat het niet echt enkel van willen is, maar ook van moeten,’ zegt een medewerker van een lokaal dienstencentrum hierover. ‘Dementie is een ziekte die meer en meer voorkomt. We worden allemaal ouder. En een dienstencentrum is constant aan het kijken wat er leeft in de maatschappij, in de samenleving, in de buurt. We zullen er dus meer mee geconfronteerd worden.’
Verschillende professionals willen zich in de toekomst meer richten op personen met dementie en hun mantelzorgers, omdat ze verwachten dat deze groep in de toekomst zal groeien en ze er meer mee geconfronteerd zullen worden. Zij beschouwen personen met dementie als een belangrijke doelgroep. Anderzijds horen we ook waarschuwende geluiden. ‘Ik denk dat je ook moet oppassen,’ meent weer een andere LDC-medewerker. ‘Een dienstencentrum, kijk naar de wetgeving, daar wordt al heel veel in die boot geduwd… Het woonzorgdecreet is een continuüm tussen aan de ene kant woonzorgcentrum en eigenlijk aan de andere kant lokaal dienstencentrum, en we moeten oppassen dat wij geen dagopvang of woonzorgcentrum worden.’
De groep professionals die personen met dementie en hun mantelzorgers niet als prioritaire doelgroep beschouwen, geeft aan dat sterke aandacht voor één specifieke doelgroep of één thema onhaalbaar is. Lokale dienstencentra werken rond een verscheidenheid aan thema’s en met verschillende doelgroepen. Verder onderstreept bovenstaande uitspraak de bezorgdheid dat lokale dienstencentra evolueren naar een meer intensieve vorm van zorg, wanneer ze een extra engagement opnemen. Bij sommige professionals leeft de angst dat wanneer lokale dienstencentra het thema dementie in de kijker zetten, er misbruik van wordt gemaakt. Ze vrezen dat de familie van personen met gevorderde dementie het lokaal dienstencentrum mogelijk als een goedkoop alternatief voor dagopvang zullen beschouwen. Dit is echter niet het opzet van lokale dienstencentra, bovendien kunnen ze niet dezelfde begeleiding en veiligheid verschaffen.
De uiteenlopende stemmen tonen aan dat er geen eensgezindheid bestaat over de vraag of lokale dienstencentra zich specifiek moeten richten op personen met dementie en hun mantelzorgers. Daarnaast zullen ze wanneer zij hier wel prioriteit aan willen geven, door een tekort aan personeel, tijd en middelen vaak doen wat haalbaar is en niet wat zij als wenselijk beschouwen. Op welke manier kunnen beide groepen, vanuit hun eigen visie en met de mogelijkheden die er zijn, hier dan wel mee omgaan?
Een impliciete aanpak vermag veel
Een impliciete aanpak is, tegenover een expliciet activiteitenaanbod, meer realistisch, rekening houdend met het vermelde gebrek aan tijd, middelen en personeel. Daarnaast hoeft hij de werkwijze van lokale dienstencentra, die terughoudend zijn tegenover een groter engagement, niet fundamenteel te veranderen. Al zijn er meer waardevolle redenen om een impliciete aanpak bij lokale dienstencentra aan te moedigen. Het sluit aan bij dé troef die ze al langer in handen hebben: professionals van lokale dienstencentra kennen hun bezoekers vaak al langer, het langdurige en regelmatige contact verlaagt voor bezoekers en vrijwilligers de drempel om vragen te stellen, wanneer er veranderingen optreden in hun leven.
Voor professionals zelf maakt de duurzame betrokkenheid het makkelijker om delicate onderwerpen op het gepaste moment ter sprake te brengen. Daardoor vinden gesprekken plaats binnen de alledaagsheid en zijn formele afspraken niet nodig. Er zijn sterke overeenkomsten met twee decretale opdrachten van lokale dienstencentra, namelijk de vroegdetectie van beginnende zorgsituaties en een doorverwijzing waar nodig.
Een impliciete aanpak ligt dus ook in lijn met de decretale opdrachten van lokale dienstencentra. Een ander voorbeeld hiervan heeft te maken met de preventieve functie van lokale dienstencentra. Voor de preventie van dementie is het promoten van een gezonde levensstijl belangrijk, iets waar nu al aandacht voor is in de verschillende centra. Een andere manier om een impliciete aanpak te hanteren, is het toestaan van uitzonderingen binnen de werking. Dit kan rust bieden aan zowel de persoon met dementie als de mantelzorger. Een voorbeeld hiervan is het toewijzen van een vaste plaats tijdens de middagmaaltijden.
Een impliciete aanpak kan ertoe leiden dat het lokaal dienstencentrum als een veilige omgeving wordt ervaren. Vrijwilligers en professionals die gepast reageren op het gedrag en de interacties van personen met dementie, dragen hier eveneens aan bij. Verder organiseren lokale dienstencentra vaak al activiteiten die in het bijzonder interessant zijn voor personen met dementie, denk maar aan zangnamiddagen. Door deze activiteiten gericht te promoten presenteert een lokaal dienstencentrum zich als dementievriendelijk.
Meer middelen, meer kansen
Wat is er mogelijk met meer tijd, personeel en middelen? Zoals al vermeld merken sommige professionals op dat ze doen wat haalbaar is en niet wat wenselijk is. Onder betere omstandigheden is beter werk mogelijk. Een treffend voorbeeld hiervan is contact opnemen als een bezoeker met dementie vergeten is dat hij/zij een warme maaltijd in het middagrestaurant gereserveerd heeft. Soms zijn hiervoor al handen tekort, wat als een gemis wordt ervaren.
Met meer tijd, middelen en personeel is het ook makkelijker om een expliciet activiteitenaanbod te organiseren. Dit staat tegenover de impliciete aanpak. Ons onderzoek maakt duidelijk dat dit type activiteiten een nieuw publiek aantrekt. Via een eerste deelname aan een dementiegerichte activiteit leren personen met dementie en hun mantelzorgers het lokaal dienstencentrum kennen en als een veilige plek ervaren. Het merendeel van deze personen blijft het dienstencentrum nadien bezoeken.
Kortom: hoewel een impliciete benadering het meest past binnen de context van lokale dienstencentra, is een dementiegericht aanbod ook waardevol. Beide benaderingen zullen meer tot hun recht komen als de middelen volgen. —
De masterproef van de auteur, waarop dit artikel is gebaseerd, kwam tot stand in samenwerking met de VVSG en het Vlaams Expertisecentrum Dementie. In een eerste fase vulden professionals van lokale dienstencentra, hun bezoekers en medewerkers van de regionale expertisecentra dementie verschillende digitale vragenlijsten in. Vervolgens vonden focusgroepen (groepsgesprekken) plaats met professionals van lokale dienstencentra. Het onderzoek voor de masterproef werd gevoerd tijdens het academiejaar 2023-2024.
De beelden bij dit artikel zijn van de campagne www.warmethuis.be(opent nieuw venster), ze hebben niet specifiek betrekking op dementie maar wel op de werking van LDC in het algemeen.
Auteur
-
AlienVerdick
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Magazine Lokaal
Gezond beleid maakt lokaal het verschil
Zorg en gezondheid -
Nieuws
Vernieuwde website Generatie Rookvrij bundelt alle tools
Zorg en gezondheidEconomieVrije tijd -
Nieuws
Vermijd problemen om dienstencheques te innen
Zorg en gezondheid