Lokale besturen engageerden zich via het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 of 2.0 tot CO2 -besparingen van 40 tot 55 procent en jaarlijkse primaire energiebesparingen van 2,09 tot 3 procent. Daarnaast krijgen ze te maken met nieuwe regelgeving zoals verplichte zonnepanelen, strengere eisen voor het energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen (EPC NR), en renovatieverplichtingen voor publieke gebouwen. De normen voor overheden worden logischerwijze strenger. Forse investeringen zijn dus nodig.
De weg naar een klimaatneutraal patrimonium vraagt om een structurele en doordachte aanpak die vele beleidsperiodes overstijgt, waarbij elke bestuursploeg de nodige inspanningen doet en zijn eigen accenten legt. Een langetermijnvisie helpt om keuzes te maken en prioriteiten te stellen voor het kernpatrimonium. Zo kijk je hoe je publieke functies kunt combineren met toekomstbestendig verbouwen of het afstoten van gebouwen.
Een strategisch vastgoedplan toont hoe je het patrimonium op de meest kostenefficiënte manier klimaatneutraal maakt. Maar zo’n plan maak je niet alleen. Geef alle beleidsdomeinen en diensten inspraak. Hou rekening met de verwachte evoluties op het grondgebied, de behoeften van de bevolking en de bijbehorende dienstverlening. Zo investeer je in de juiste gebouwen en neem je de juiste maatregelen op het juiste moment. Maak voor erfgoedgebouwen zeker ook gebruik van de grotere soepelheid tegenover energiemaatregelen sinds de energiecrisis.