Lokaal zet de spotlichten op verschillende initiatiefnemers in het realiseren van Agenda 2030 en de 17 SDG’s (Sustainable Development Goals) van de Verenigde Naties. Dat is immers een taak voor vele handen en uiteraard speelt het internationale niveau een aanzienlijke rol: als geldschieter maar ook als inspirator, monitor, klankbord. Schuiven bij aan tafel om hun tanden in dit omvangrijke thema te zetten: Wim Dries, voorzitter van de VVSG en burgemeester van Genk; en Raf Tuts, voorzitter van de Global Solutions Division UN-Habitat.
Onze logische eerste vraag is: Hoe concreet is jullie bijdrage aan de SDG-ambities?
Raf Tuts: ‘Wij zijn het agentschap van de Verenigde Naties dat zich al bijna vijftig jaar bezighoudt met de ondersteuning van stedelijk beleid en huisvesting. Ons hoofdkwartier staat in Nairobi. Ik coördineer de globale programma’s van UN-Habitat, onder meer het programma over samenwerking met lokale besturen. Wij hebben 270 collega’s in onze divisie gespreid over een achttal programma’s. Hun taak is vooral probleemoplossend werk en verticale rapportering aan het senior management van de organisatie. Wat we vooral proberen is die globale programma’s nauw te doen aansluiten bij wat er gebeurt op het terrein. We hebben kantoren in zestig landen, zodat we de vinger aan de pols houden van wat de landen en lokale besturen belangrijk vinden. We proberen ook bilaterale financiering te zoeken voor de uitvoering van programma’s op landenniveau. We zijn dus een beetje een brug tussen verschillende actoren.’
Wim Dries: ‘Sinds december 2016 ben ik voorzitter van de VVSG en zodoende betrokken bij de lokalisering, dus het lokaal vertalen van het morele kader van de SDG’s waarvoor we binnen de VVSG al heel wat werk hebben gedaan. Ik ben ook burgemeester van Genk, dus ik heb wel enige ervaring met het invoeren van SDG’s op het lokale vlak.’
65 procent van de doelstellingen kunnen niet uitgevoerd worden zonder een sterke plaatselijke overheid. Ik wil dus wijzen op het grote belang van de eigen financiering; dat is een heel belangrijk thema, ook in Vlaanderen.
Kunt u een voorbeeld geven van hoe Genk de SDG’s inpast in het lokale beleid?
Wim Dries: ‘Ik denk dat je steeds op twee borden moet schaken. Ten eerste is daar de vraag hoe je de SDG’s in je meerjarenbeleidsplan verwerkt. Wij gebruiken vooral een moreel kader waarin we de 17 SDG’s steeds in het vizier houden als kompas voor het concrete beleid. Zo zijn we door het hele stedelijke gebied van Genk een groen-blauwe long aan het realiseren door de natuur weer op te waarderen, door inzet op een goeie waterkwaliteit, door de vallei van de Stiemerbeek als slagader voor dat gebied te gebruiken, om mensen te verbinden, om economie te verbinden, om natuur te verbinden, om een fietspad langs de beek aan te leggen. Dat zijn concrete projecten die perfect in de SDG’s passen. Voor mij dagen de SDG’s het lokale bewind uit om de stad socialer, schoner, inclusiever en groener te maken.’
De voordelen voor lokale besturen die zich mee inschrijven in de SDG-logica, waar moeten we die zoeken?
Wim Dries: ‘Het is een internationaal kader, het borduurt voort op de millenniumdoelstellingen die iedereen kent. Eigenlijk heeft men in september 2015 binnen de Verenigde Naties besloten: hier is een kader dat op de millenniumdoelstellingen voortbouwt, met een horizon van vijftien jaar waarin we proberen om deze doelstellingen allemaal samen te realiseren.
Het is een universeel kader dat de behoeften en doelstellingen van zowel het globale Zuiden als het Noorden combineert. Ikzelf zie het zoals gezegd als een duidelijk moreel kader waar men elkaar kan vinden op lokaal niveau, of op Vlaams niveau maar evengoed op internationaal niveau, en dat vind ik toch een ongelooflijke sterkte. Of we nu praten met Nederlandse collega’s of met mensen uit Botswana, zij kennen dat kader allemaal en willen daarbinnen denken en werken.
Voor mij is het ook een beetje het gezond verstand gestructureerd gebruiken. Gezond verstand gebruiken om die toekomstgerichte stad te maken, die inclusief is, die democratisch is, die denkt aan de volgende generaties. Genk heeft al in de vorige legislatuur, onder het vorige bestuur en met de toenmalige meerjarenplannen, de SDG’s omhelsd. Zo kunnen we al gedurende twaalf jaar ons beleid afstemmen op dat internationale kader. Het is ook geen wedstrijd tussen de lokale besturen, het is de vraag hoe je met je beleid impact kunt hebben, en daartoe zijn de SDG’s een uitermate geschikt instrument. Natuurlijk zul je niet overal dezelfde blauwdruk voor goed beleid hebben.
Strijd tegen armoede, om één voorbeeld te geven, zal er in Knokke-Heist anders uitzien dan in Genk. En in Genk zal de strijd tegen armoede er dan weer anders uitzien dan in een stad in Afrika.’
Wij, lokale besturen, wij zijn te vertrouwen. Geef ons het SDG-beleid gerust in handen.
Raf Tuts, voor Wim Dries is de SDG-problematiek naar eigen zeggen een moreel kader. Is dat, vanuit het globale Zuiden gezien, geen luxeprobleem? Snakt men niet simpelweg naar een beter leven?
Raf Tuts: ‘Het is niet alleen een kader om lokale en internationale prioriteiten af te stemmen, het is ook een kader om beleid met impact te genereren en je in te schrijven in heel concreet beleid: we praten over een pakket van 169 precieze doelstellingen en specifieke indicatoren die per land en per regio hard worden gemaakt. Zo schept het de mogelijkheid om na te gaan waar en hoe de gemeentelijke investeringen het efficiëntst zijn in de strijd tegen armoede, bij de aanleg van stedelijke infrastructuur, de voorziening van proper water enzoverder. Het is een heel brede waaier maar algemeen gezegd gaat het om die impact.
Wanneer komen steden en gemeenten bij u langs? Is dat voordat ze plannen opmaken, tijdens de realisatie van projecten of nadien om een evaluatie te vragen? Raf Tuts: ‘Het is vooral in de opmaak van de meerjarenplannen dat besturen ons vragen om een keertje zo’n audit te doen, om de wensen en ambities van de stad in kaart te brengen en om te zien of en hoe de beschikbare financiële middelen daarin passen.
Als jullie raad en mening zo vaak worden gebruikt tijdens de opmaak van meerjarenplannen, dan is het nu waarschijnlijk erg druk in uw kantoren?
Raf Tuts: ‘Wij werken uiteraard niet alleen in Europa maar overal ter wereld en we hebben gezien dat het aantal steden die bij ons om een local review vragen, over de jongste drie jaar toegenomen is van 120 naar 360. Natuurlijk is dat nog maar een kleine fractie van alle steden en gemeenten die er zijn. Maar we zien toch dat die aanvragen een beetje van overal komen en we wereldwijd actief zijn. In elke regio zijn er landen of steden die voortrekkers zijn en dan proberen wij om die succesverhalen te delen met andere landen die tot nu toe minder met de SDG’s bezig zijn.’
Een vraag voor Wim Dries: kan de VVSG als Vlaamse koepelorganisatie nog iets toevoegen aan de audits, de goede raad en de samenwerking met de besturen die de mensen van Raf Tuts nog níét zouden aanbieden?
Wim Dries: ‘Ik denk dat wij veel tools gebruiken die de organisatie van mijnheer Tuts ook aanbiedt, maar wij vertalen die dan toch naar het lokale niveau. Ik denk dat wij drie taken hebben. Een is de mensen van lokale besturen bij elkaar brengen, kennisoverdracht organiseren en de vele goede voorbeelden tonen aan de collega’s. Ten tweede: hoe vertalen we al die kennis in praktische, bruikbare handvatten? Ook op internationale fora waar ik via de VVSG aanwezig mag zijn, merk ik dat men internationaal kijkt hoe goed Vlaanderen het doet. Drie: de afstemming met de andere overheden. Zo hebben de Vlaamse en de federale regering allebei heel wat beleid rond de SDG’s, maar dat geldt ook voor het Europese en het internationale niveau. Dat allemaal in kaart brengen en er helder beleid uit puren, dat is een taak voor de VVSG.
Als je tegenwoordig met lokale bewindslui praat, dan is het opstellen van de meerjarenplannen het alfa en omega op dit moment. Merkt ook u dat de meerjarenplannen voor veel besturen het ideale moment lijken om de SDG’s in hun beleid op te nemen?
Wim Dries: ‘Ja. Absoluut. Dat is ook waarop de VVSG hard heeft ingezet. Vlaanderen heeft een politieke cyclus van zes jaar, en op dit ogenblik zijn er zowat 200 van de 300 gemeenten die de gelegenheid hebben aangegrepen. Dat is best veel. De nieuwe plannen voor de komende zes jaar moeten klaar zijn tegen november-december van dit jaar, en nu zien we nog meer gemeenten die SDG’s opnemen in de planning. Hoeveel precies weten we nog niet, maar zeker méér dan tot nu toe het geval is.’
In Gent en op vele andere plaatsen daalt het stedelijk inkomen, onder meer door de besparingen op hoger niveau. Hoe ongerust moet u zijn?
Wim Dries: ‘Als de middelen schaarser worden, dan is de noodzaak nog groter om met het nog beschikbare geld zoveel mogelijk effect te creëren. Dan stippel je een koers uit waar je niet van af stapt. Elke gemeente kiest haar prioriteiten en accenten. In Genk gaat het bijvoorbeeld om armoedebestrijding en strijd tegen schoolachterstand, terwijl dat in veel plaatsen in Vlaanderen niet zo’n probleem is.’
Heeft elk van u een argument, een slogan, een methodiek om burgemeesters die nog altijd aarzelend tegenover de SDG’s staan, te overtuigen om mee aan boord te stappen?
Raf Tuts: ‘Er zijn twee dimensies ter zake. Ten eerste kan de weigering puur ideologisch gemotiveerd zijn. Daar kun je niet veel aan doen. Het is duidelijk dat een aantal landen – ik zal en mag ze niet noemen maar iedereen weet vast wel over welke landen het gaat – gewoon niet willen deelnemen aan de SDG’s. Landen waar begrippen als duurzame ontwikkeling op een koude steen vallen. Maar vaak zie je dan toch dat deelstaten of steden in die landen toch een eigen beleid voeren mét aandacht voor de SDG’s.’
U denkt ongetwijfeld aan Californië waar milieu een bekommernis betekent tegen de wil in van de nationale overheid?
Raf Tuts: ‘Milieuvriendelijk en vooruitziend zijn is goed, maar er is nu ook kritiek op een te strikt milieubeleid. De regels zijn zo streng dat de woningen onbetaalbaar zijn geworden. Ik denk dat de bewindslui in Californië er nu ook van overtuigd zijn dat de regels maar beter wat soepeler worden. Anders krijg je een clash tussen twee SDG’s, met name milieuduurzaamheid en betaalbaar wonen.
Er zijn landen waar begrippen als duurzame ontwikkeling op een koude steen vallen. Maar vaak zie je dan toch dat deelstaten of steden in die landen toch een eigen beleid voeren mét aandacht voor de SDG’s.
Uw organisaties lopen zich het vuur uit de sloffen om besturen te overtuigen mee te werken aan duurzaamheid, democratie, inclusiviteit, maar dat zijn allemaal begrippen die zwaar onder druk staan in deze woelige geopolitieke tijden. Het is moeilijk plannen maken in een wereld die klotst en deint op de golven van de internationale politiek en economie.
Raf Tuts: ‘Het is misschien net nu dat er behoefte is aan vastigheid. Leiders komen en gaan en het beleid is soms grillig, maar ik denk dat beleid dat het hoofd koel houdt over enkele jaren opnieuw in de cockpit kan zitten. Waar ik zeker een lans voor wil breken, is de financiering van lokale acties. 65 procent van de doelstellingen kunnen niet uitgevoerd worden zonder een sterke plaatselijke overheid. Ik wil dus wijzen op het grote belang van de eigen financiering; dat is een heel belangrijk thema, ook in Vlaanderen.’
Wim Dries: ‘Om nog even terug te komen op de vraag hoe je burgemeesters en lokale besturen overtuigt om mee aan boord van de SDG’s te gaan. Ik heb het al vaak gezegd: de SDG’s zullen lokaal zijn of ze zullen niet zijn. Ik herhaal bij elke stad of gemeente dat iedereen in Vlaanderen al best veel doet qua SDG-beleid. Vanuit de VVSG stellen we graag kennis en tools ter beschikking. Daarnaast werken wij heel breed in Vlaanderen. We hebben eigen indicatoren, meetpunten waar gemeenten kunnen nagaan hoe goed ze scoren en waar ze eventueel nog een tandje bij kunnen steken. Meten is weten en meten toont je SDG-score.’
Raf Tuts: ‘Ook internationaal broeit er wat. In de schoot van de VN is er een coalitie opgericht van veertien agentschappen die lokaal beleid toepassen in hun landenprogramma’s. Alle projecten die deze programma’s uitrollen, worden eerst voorwerp van intens overleg met het lokale niveau, zowel wat betreft de formulering als wat betreft de uitvoering. Dat gaat over het ontwikkelingsprogramma van de VN, het gezondheidsprogramma, het voedselprogramma, het kinderprogramma en meer.’
Wim Dries: ‘Dan kom ik tot de conclusie: wij, lokale besturen, wij zijn te vertrouwen. Geef ons het SDG-beleid gerust in handen.’ —