De SDG-ambities worden wijd en zijd gedragen maar ook kritisch tegen het licht gehouden. Soo-Jin Kim is adjunct-diensthoofd van de afdeling van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) die werkt op de stedelijke problematiek. Lokaal vroeg naar haar kijk als nuttige bijkomende commentaar en reflectie op het interview met Wim Dries en Raf Tuts.
Steden, Stedelijk Beleid en Duurzame Ontwikkeling, zo heet mijn afdeling voluit. Vanuit ons werk en onze visie is het evident dat we meewerken aan en nadenken over de SDG-problematiek. Omdat die steeds lokaal wordt ingeplant, hebben wij al met ontzettend veel landen, regio’s en steden samengewerkt. Vlaanderen is er daar een van; omdat Vlaanderen heel goed lokaal werkt, past de regio perfect in het programma. Dus ik denk dat je kunt zeggen dat ik een helikoptervisie aanbied.’
‘Als je me vraagt om één succesverhaal van Vlaanderen in de spots te zetten, dan is het uiteraard het SDG-beleid. Maar sta me toe toch de aandacht te richten op een initiatief dat wij zeer inspirerend vonden voor andere steden en regio’s en dat is de Week van de Duurzaamheid waarvan de VVSG de motor is. Met name bijzonder boeiend is te zien hoe in die week een zeer actieve benadering plaatsvindt om mensen en territoriale betrokkenen in de actie mee te trekken. Als ik me het goed herinner, is dit een jaarlijks initiatief waar meer dan honderd Vlaamse gemeenten eigenlijk hun “duurzame helden” in de bloemetjes zetten. Ik verneem dat al bijna twee derde van alle Vlaamse gemeenten deel heeft genomen. Dat is een indrukwekkende score en ik denk dat dit initiatief als voorbeeld voor andere steden en regio’s kan dienen.’
Het eeuwige geld
‘Bij mijn afdeling Stedelijk Beleid hebben we zicht op de meest veeleisende en de moeilijkste zaken in de opzet van een SDG-beleid. We hebben daarover trouwens een onderzoek gedaan bij steden en gemeenten zelf. Een van de problemen is de daadwerkelijke vertaling van duurzaam beleid.’
De rol van organisaties zoals de mijne of de VVSG is niet om te prediken over SDG’s maar te tonen dat de SDG’s in de realiteit bestaan als probleemoplosser. Het is geen verhaal van theorie of ideologie, maar een verhaal dat start met wetenschappelijke gegevens en data.
'Een obstakel dat heel veel besturen noemen, en dat was geen verrassing, is geld. Financiële middelen en het tekort, dat is een probleem dat bij de meeste mensen prompt naar boven komt. Niet minder dan twee derde van de nationale besturen zei dat het gebrek aan geld hun allergrootste uitdaging is.’
‘Het goede nieuws is wel dat lokale besturen niet schaapachtig wachten op geld van de hogere overheid maar er ook zelf naar op zoek gaan. Je kunt bijvoorbeeld financiële eisen opleggen aan projectontwikkelaars in je regio. Of je kunt specifieke belastingen heffen ten voordele van SDG-projecten. Ook modellen van publiek-private samenwerking kunnen helpen. En er is een groeiend potentieel aan peer-to-peernetwerken waar men kan leren van elkaar. Innovatieve financiële oplossingen, dat is alvast één oplossing.’
‘Tweede uitdaging die werd gemeld in het onderzoek, waren de gevolgen van politieke instabiliteit. Maar het omgekeerde geldt ook. Politieke stabiliteit en politieke kwaliteit blijken van heel groot belang. Tot 70 procent van de lokale en regionale bestuursniveaus zegt dat goed politiek leiderschap een topfactor is voor geslaagd SDG-beleid. Maar natuurlijk, zodra je verkiezingen hebt en er zich een wissel van de macht opdringt, moet je soms van nul herbeginnen. Lokale en regionale bewindslui proberen die barrière te overwinnen door langetermijnplannen uit te stippelen. Zo overleven ze de mogelijke politieke transities.’
Een ander probleem waar lokale besturen naar eigen zeggen op botsen is het gebrek aan ervaren, goed opgeleide stafmedewerkers. Bijna 50 procent van de deelnemers aan onze bevraging noemde dat een doorslaggevende factor. Daarom is opleiding en training van gemeentelijke en regionale stafleden een prioriteit. Dat kan op vele manieren en dat hoeft niet steeds in een klassieke, schoolse sfeer. Opleiding kan ook peer-to-peer, via samenwerking met universiteiten of met praktische leerkits. Dergelijke samenwerkingen helpen de ambtenaren om SDG’s begrijpelijker te maken. Je ziet: met creativiteit, de juiste tools, de juiste ondersteuning en een juiste mindset kunnen de problemen die in het onderzoek werden aangestipt – geldgebrek, politieke instabiliteit en tekort aan goed opgeleide medewerkers – beheersbaarder gemaakt en weggewerkt worden.
Probleemoplossend
‘Mocht ik een burgemeester ontmoeten van een gemeente die nog niet deelneemt aan het SDG-beleid, dan zou mijn stevigste argument om hem/haar te overtuigen niet eens zijn te wijzen op de toegevoegde waarde voor zijn stad en zijn eigen politieke loopbaan. Het gaat hem er eigenlijk niet zo direct om het SDG-beleid te verkopen aan een burgemeester. Het gaat hem erom te tonen dat de SDG’s een hulpmiddel zijn voor burgemeesters en lokale besturen om echte problemen op te lossen.
Want dat zijn problemen die de lokale besturen vandaag, hier en nu, kopzorgen geven. De rol van organisaties zoals de mijne of de VVSG is dus niet om te prediken over SDG’s maar te tonen dat de SDG’s in de realiteit bestaan als probleemoplosser. Het is geen verhaal van theorie of ideologie, maar een verhaal dat start met wetenschappelijke gegevens en data.’
We delen de lessen, we delen de good practices. Niets overtuigt een burgemeester meer dan de successen van een andere burgemeester.
‘Zo kan iedereen ook de SDG-scores van zijn eigen stad of gemeente raadplegen. Zo ziet de burger waar “zijn” stad staat in vergelijking met andere steden uit hetzelfde land of met vergelijkbare steden in het buitenland. Wanneer een burgemeester ziet dat zijn stad slecht scoort, dan zal hij/zij wel geneigd zijn om het SDG-beleid eens te proberen. Ook hier gaat achter de cijfers harde realiteit schuil. Aangaande sociale woningbouw of luchtkwaliteit zijn de SDG’s plots niet langer abstract. Ze worden een middel om je stad competitiever en daardoor attractief te maken. Zulke succesverhalen kunnen dan de mond-tot-mondreclame aanwakkeren. We delen de lessen, we delen de good practices. Niets overtuigt een burgemeester meer dan de successen van een andere burgemeester.’
Hoop, vrees en weerbaarheid
‘Als ik één element uit Agenda 2030 mee zou nemen naar een hoger niveau, dus de post-2030, dan zou dat “resilience” zijn, weerbaarheid. Het is nu al verspreid aanwezig in de 2030-agenda maar ik zou die weerbaarheid graag meer aandacht geven en er een prominenter aandachtspunt van maken. Concreet gaat het mij om weerbaarheid tegenover toekomstige schokken en disrupties. Dat kan gaan over steviger infrastructuur maar evengoed over weerbaarheid tegenover een nieuwe pandemie. We zien elke dag weer nieuwe schokken of rampen. En ze worden steeds frequenter, complexer en ze kennen ernstiger gevolgen. Meer nog: ze kunnen de vooruitgang die we voor duurzame ontwikkeling boekten voor jaren, zelfs decennia, tenietdoen.’
‘Als slot wil ik zweefvliegen tussen hoop en vrees. Als je de harde cijfers bekijkt, dan lijkt de zaak een beetje verloren. Dat is niet bemoedigend. Maar anderzijds moeten we er ons van bewust zijn dat het SDG-beleid niet uitgevoerd zal geraken in een of andere conferentieruimte in New York of Genève. Het SDG-beleid zal lokaal zijn of het zal niet zijn. Het zal zijn beslag krijgen in het beleid van gemeenten, in stadhuizen en in talrijke projecten van en voor ons allemaal.’ —