Elke ruimtelijke beslissing lijkt wel een schietschijf
‘We hebben dialoog nodig, geen procedureslag,’ zegt professor Sigrid De Bois. Met haar opleiding tot omgevingsbemiddelaar wil ze een nieuwe generatie opleiden die geen standpunt verdedigt, maar bruggen bouwt tussen wetgeving, belangen en engagement. Al twee jaar bestaat de opleiding tot omgevingsbemiddelaar aan de Universiteit van Antwerpen. Ook dit jaar waren alle plaatsen bezet. Goed voor een 70-tal alumni, van ambtenaren tot advocaten en ondernemers.
‘Ruimte is een schaars goed, maar we blijven er slordig mee omgaan. Onze verhardingsgraad blijft stijgen, de stikstofdruk loopt op, de waterhuishouding hapert, de biodiversiteit gaat achteruit en betaalbaar wonen komt steeds meer onder druk. Alles botst. De problemen zijn niet alleen acuut, ze zijn ook met elkaar verweven. De echte uitdaging bestaat erin juridische, ecologische, economische en ruimtelijke belangen op één lijn krijgen, mét voldoende maatschappelijk draagvlak. Dat lukt niet met beleidsplannen die van bovenaf worden opgelegd. Daarvoor is de realiteit te complex geworden.’
Sigrid De Bois is jurist en hoofddocent aan de faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Ze is oprichter en coördinator van de opleiding tot omgevingsbemiddelaar, een microcredential voor ervaren professionals uit de publieke en private sector. Ontdek de opleiding. Ze was juridisch adviseur op het kabinet Mobiliteit en Openbare Werken, en combineert wetenschappelijk onderzoek met maatschappelijke inzet voor een breed gedragen ruimtelijke transitie.
De overheid legt nu stedenbouwkundige voorschriften op zonder dat de voorschriften inhoudelijk gebaseerd zijn op wetskrachtige kaders. De wetgeving verplicht participatie, maar burgers voelen zich vaak niet gehoord. En wie zich verzet, krijgt opvallend vaak gelijk. Niet omdat het slechte projecten zijn, maar omdat ze juridisch zo zwak onderbouwd zijn. Daar hoef je geen groot advocaat voor te zijn.’
‘Ik geloof in een niet-hiërarchisch overlegmodel, waarbij een professionele omgevingsbemiddelaar alle betrokken partijen rond de tafel brengt om samen gedragen doelstellingen vast te leggen. Die samenwerking gebeurt binnen duidelijke juridische contouren, zodat het algemeen belang gewaarborgd blijft. Want beleidsplannen bieden vandaag te weinig rechtszekerheid: ze zijn veranderlijk en missen wettelijke kracht. Daarom pleit ik voor wetskrachtige doelstellingen op hoofdlijnen, waarbinnen de omgevingsbemiddelaar met alle betrokken partijen concrete beslissingen neemt. Dat vraagt omdenken en nieuw wetgevend werk, maar het is nodig, als we de ruimtelijke transitie écht willen doen slagen.’
‘Er is wél ruimte voor discussie. En dat moet ook. Maar met een goede juridische basis wordt het veel moeilijker om als enkeling een breed gedragen project onderuit te halen. Nu gebeurt dat te vaak. En het kost tijd, geld en energie. We hebben beslissingen nodig die standhouden, omdat ze gedragen zijn én juridisch sterk. In het overlegmodel dat ik bepleit, wordt bovendien sterker ingezet op betrokkenheid in een vroeg stadium, niet wanneer alles al is beklonken. Op die manier geef je elke burger wel rechtszekerheid en vooral inspraak en inzicht in de veranderingen. In overleg kunnen mensen veel meer aanvaarden. Als je bijvoorbeeld een parkje inplant, een tramhalte inricht of het zicht compenseert met extra groen, dan verzacht je de impact. Als mensen zich gehoord voelen, komt er ruimte voor oplossingen. Dan voel je ook: het is niet gewoon mijn probleem, het is ons project.’
‘Ik heb gemerkt dat de administratie veel kennis in huis heeft, maar dat de politiek de richting bepaalt. Ik wil niet zeggen dat het allemaal de schuld van de politiek is. Dat zou wel erg plat zijn. Maar politiek is vaak gericht op de korte termijn. Daar wringt het. Want de ruimtelijke transitie vraagt net langetermijndenken. Je wordt er niet populair mee bij burgers en ondernemers, maar het is noodzakelijk. Daarom geloof ik in een generatiepact: een breed gedragen koers die over meerdere regeerperiodes loopt en waar een brede groep medestanders aan werkt.’
‘Omgevingsmanagement is in de wetenschappelijke wereld nog een blanco blad. Ik vond veel inspiratie in Anglo-Amerikaans onderzoek over ruimtelijke reorganisatie in Nieuw-Zeeland en Canada, waar samenwerking en transparantie centraal staan. Ook daar botsen belangen, maar ze gaan er anders mee om. De nadruk ligt er op de kwaliteit van governance, veel meer dan op de regelgeving zelf.
“Als mensen zich gehoord voelen, komt er ruimte voor oplossingen. Dan voel je ook: het is niet gewoon mijn probleem, het is ons project.
![]()
Die cultuur ontbreekt bij ons nog, maar ik voel dat de tijd rijp is om hem te ontwikkelen. Dat merk ik ook aan wie zich inschrijft voor de opleiding tot omgevingsbemiddelaar. Het is voorlopig een korte opleiding, bedoeld voor mensen met ervaring, maar de groep is mooi in evenwicht: ongeveer de helft komt uit de overheid, de andere helft uit de privésector – projectontwikkelaars, architecten, studiebureaus…
Dat vind ik hoopgevend. Het toont dat zowel ambtenaren als ondernemers openstaan voor het overlegmodel dat ik heb ontwikkeld. Ze beseffen allemaal dat het anders moet. En ik ben ervan overtuigd dat de vraag naar professionele bemiddelaars alleen maar zal groeien, zeker in tijden van woningnood, natuurrampen of geweigerde vergunningen. Op termijn kan de opleiding uitgroeien tot een volwaardige afstudeerrichting, maar laten we stap voor stap gaan.’
‘Om het overlegmodel ingang te doen vinden, werk ik op drie sporen. We doen wetenschappelijk onderzoek, deels ook gefinancierd door bedrijven. Daarnaast zetten we onze alumni in als ambassadeurs, want zij brengen het model tot leven in de praktijk. En we zoeken actief het gesprek op met politici die met ruimte bezig zijn, om hen te informeren en te sensibiliseren. Zo proberen we het concept breder ingang te doen vinden.’
‘Dat vraagt natuurlijk tijd. Dat besef ik. Het blijft een universitaire opleiding, geen commercieel product. Het concept is stevig onderbouwd, en ook de docenten zijn wetenschappelijk actief. Maar ik zie ook groeiende interesse bij burgerbewegingen, ondernemers en lokale besturen. Het sijpelt langzaam door. Je kunt honderd artikels schrijven, maar uiteindelijk moet je ook een groter verhaal vertellen. Dat dit gesprek doorgaat, is al een stap in de goede richting.’
‘We moeten lotsverbonden keuzes leren maken. Nu kiezen we te vaak op basis van persoonlijk comfort. Maar ruimtelijke keuzes raken ons allemaal. Ik geloof dat we met kennis, moed en samenwerking betere plekken kunnen maken om te leven. En ik blijf daarvoor ijveren.’ —
*Dit artikel is eerder verschenen in cOM, het vakblad voor omgevingscommunicatie (editie najaar 2024). In dit vakblad komen diverse onderwerpen en stemmen uit de wereld van omgevingscommunicatie aan bod. Benieuwd naar meer? (opent nieuw venster)
Auteurs
-
MichaeëlVan TilborgCommunicatiestrateeg Connect
-
ElieneRijckenCommunicatiemedewerker
Foto
- Connect
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Nieuws
Vlaams warmteactieplan start waakzaamheidsfase
Zorg en gezondheidKinderen en gezinnenVrije tijdPublieke ruimteMilieuLokaal sociaal beleidArmoedeKlimaatadaptatie -
Magazine Lokaal
Goudenaarde: kompas met kernwaarden voor de organisatie
PersoneelsbeleidCommunicatie -
Magazine Lokaal
Historische villa wordt nieuw cultuurhuis in Hansbeke
Vrije tijdRuimtelijke ordeningPublieke ruimte