Extremistische ideeën duiken vandaag niet alleen op aan de rand van de samenleving. Ze verschijnen ook in online discussies, betogingen, politieke debatten en soms zelfs in parlementaire taal. Onderzoeker Teun van Dongen waarschuwt dat democratische waarden steeds vaker worden gebruikt om de democratie zelf aan te vallen. Voor lokale besturen ligt daar een belangrijke opdracht: herken hoe ideeën worden verpakt, verklein de afstand tussen burger en overheid en spreek je uit wanneer grenzen verschuiven.
‘We zijn gewend om aan extremisme te denken als een marginaal fenomeen dat de samenleving van buitenaf aanvalt, vaak in de vorm van terroristische aanslagen. Dat beeld is sterk bepaald door de periode na 9/11. Maar vandaag zit extremisme niet langer alleen in de marge. Het duikt op in demonstraties, online discussies, politieke debatten en zelfs in parlementen. Het verspreidt zich bovendien op een veel minder als extremistisch herkenbare manier.’
‘Wat deze tijd kenmerkt, is de normalisering van ideeën die tien of twintig jaar geleden ondenkbaar waren om uit te spreken. Dat gebeurt niet toevallig. Er zijn bewegingen die heel bewust de grenzen van het aanvaardbare proberen op te schuiven.’
Teun van Dongen onderzoekt radicalisering, extremisme, terrorisme en nationale veiligheid. In 2014 behaalde hij een doctoraat aan de Universiteit Leiden over de effectiviteit van terrorismebestrijding. Hij schreef onder meer Radicalisering ontrafeld (2017) en Te vuur en te zwaard (2020). Zijn meest recente boek is Sluiproutes naar geweld: hoe het nieuwe extremisme zijn ideeën verspreidt, en wat u en ik daartegen kunnen doen. Daarin legt hij uit hoe extremistische bewegingen aan de normalisering van hun ideeën werken.
‘Je ziet die normalisering op heel verschillende plaatsen. Mensen vinden het bijvoorbeeld geen probleem meer wanneer er bij een betoging een extreemrechtse groep meeloopt. Vroeger zouden veel mensen zich daarvan hebben gedistantieerd. Er komen bovendien signalen vanuit de politiek die suggereren dat bepaalde extremistische ideeën eigenlijk niet zo problematisch zijn. Begrippen die vroeger buiten het politieke debat vielen, worden nu in parlementen gebruikt. Dat zijn indicatoren van een groeiende ontvankelijkheid voor extremistische ideeën.’
‘Vroeger liet een extremist heel duidelijk zien dat hij zich tegen de bestaande democratische orde keerde. Nu gebeurt bijna het tegenovergestelde. Democratische waarden worden gebruikt om diezelfde democratische orde aan te vallen. Mensen zeggen: ik ben de echte democraat, ik kom juist op voor vrijheid van meningsuiting, ik verdedig vrouwenrechten. Door dat soort woordspelletjes kun je mensen verleiden om zich in die ideeën te verdiepen. Dat is een heel andere manier van werken dan die waarop we onze aanpak van extremisme hebben gebouwd.’
‘Sociale media spelen daarin een enorme rol. Ideeën verspreiden zich sneller en worden verpakt in video’s, memes en korte boodschappen die perfect aansluiten bij de online logica. Daardoor verschuift de grens van wat aanvaardbaar is.’
‘Sommige jongeren komen via ogenschijnlijk onschuldige online content in aanraking met extremistische ideeën. Dat betekent niet dat ze allemaal vatbaar zijn, maar provocatie en humor maken zulke boodschappen aantrekkelijk. Via memes worden ernstige ideeën als grap verpakt en daardoor gemakkelijker verspreid.’
‘Een andere truc is dat extremistische ideeën worden voorgesteld als wetenschap of filosofische reflectie. Er wordt een grafiek getoond, een onderzoek uit zijn context gehaald of een filosoof geciteerd. Daardoor krijgt de boodschap een schijn van objectiviteit, of zelfs intellectuele allure. Het klinkt heel anders wanneer iemand cijfers en grafieken toont dan wanneer iemand openlijk haat predikt. Die intellectuele legitimiteit is een belangrijke strategie.’
‘Nog een andere strategie is dat extremistische bewegingen de taal van hun tegenstanders overnemen. Ze beroepen zich op democratie, vrijheid van meningsuiting, vrouwenrechten of inclusiviteit. Daarmee trekken ze begrippen naar zich toe die traditioneel in een ander politiek kamp belangrijk zijn. Dat creëert verwarring en maakt hun ideeën aanvaardbaarder.’
‘Lokale bestuurders bepalen mee welke taal en welke ideeën in het publieke debat aanvaardbaar worden.
‘Voor lokale besturen begint het met begrijpen hoe dit spel gespeeld wordt. Je moet leren herkennen hoe ideeën worden verpakt en verkocht. Je mag niet denken dat iets wel in orde zal zijn omdat er niet onmiddellijk openlijke haatspraak of extremistische symbolen aan te pas komen. Je moet begrijpen welke mechanismen aan het werk zijn.
‘Er komen ook verschillende maatschappelijke ontwikkelingen samen die mensen vatbaarder maken voor zulke ideeën. Veel mensen hebben het gevoel dat de overheid zich uit hun leven heeft teruggetrokken. Publieke voorzieningen staan onder druk en op allerlei plaatsen is bespaard en gesneden. Tegelijk ervaren mensen dat diezelfde overheid wel van alles van hen vraagt en hen de les leest, bijvoorbeeld als het gaat om Zwarte Piet of stikstof, of het afsteken van vuurwerk. Dan ontstaat het gevoel dat de overheid niets meer voor je doet, maar wel voortdurend iets van je eist.’
‘Op dat moment ga je je afvragen wie er nog voor je belangen opkomt. Als iemand dan komt vertellen dat jij de echte Nederlander of de echte Belg bent, dat jij niet het probleem bent maar de overheid wel, dan gaat dat resoneren. Dan wordt zo’n verhaal aantrekkelijk.
‘Corona heeft het wantrouwen tegenover de overheid versterkt. Veel mensen hadden het gevoel dat hun vrijheden werden beperkt zonder dat de maatregelen in hun belang waren. Dan wordt het gemakkelijker om de overheid als een vijandige macht voor te stellen.’
‘Je bent dan nog maar een paar stappen verwijderd van een verhaal waarin de overheid niet langer een speler is waarmee je van mening kunt verschillen, maar een vijand. Dan wordt ze voorgesteld als een macht die erop uit is om je manier van leven kapot te maken. Dan ontstaat er een strijd op leven en dood tussen jou en de overheid. Voor mij kom je dan op het terrein van het extremisme terecht.’
‘Daarnaast is het belangrijk om de voedingsbodem aan te pakken. Ontvankelijkheid voor extremistische boodschappen hangt samen met het gevoel dat de overheid een vreemde macht is geworden die tegenover mensen staat en waar ze weinig invloed op hebben. Hoe groter die afstand tussen burger en overheid, hoe gemakkelijker zulke boodschappen aanslaan.’
Hoe kleiner de afstand tussen burger en overheid, hoe minder gemakkelijk extremistische boodschappen aanslaan.
‘Jeugdwerkers, wijkagenten en maatschappelijk werkers geven de overheid een gezicht. Maar zonder voldoende ondersteuning en publieke dienstverlening wordt die brugfunctie steeds moeilijker.’
‘Ik denk ook dat bestuurders zich moeten uitspreken tegen extremistische ideeën, zelfs wanneer die verhuld zijn. Je kunt bepaalde uitspraken niet zomaar laten passeren. Anders werk je onbewust mee aan de normalisering ervan. Bestuurders, burgemeesters en politici bepalen mee welke taal en welke ideeën in het publieke debat aanvaardbaar worden. Dat is een verantwoordelijkheid die je ernstig moet nemen.’
‘Tegelijk moeten we erkennen dat overheden dit probleem niet alleen kunnen oplossen. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de media en bij burgers zelf. We hebben gezien dat maatschappelijke normen kunnen verschuiven. De #MeToo-beweging heeft bijvoorbeeld veranderd hoe we naar grensoverschrijdend gedrag kijken. Dat toont dat een samenleving van richting kan veranderen wanneer mensen zich bewust worden van een probleem en zich ertegen uitspreken.’
‘Als ik tien jaar vooruitkijk, dan hoop ik dat we opnieuw beter herkennen wanneer democratische waarden worden misbruikt om diezelfde democratie van binnenuit aan te tasten. Ik hoop dat we begrijpen hoe die bewegingen werken en dat we sommige ideeën opnieuw buiten de grenzen van het aanvaardbare publieke debat plaatsen.’
‘De voorbije jaren hebben we toegelaten dat de bandbreedte van wat normaal is steeds groter werd. Dingen die vroeger ondenkbaar waren, zijn geleidelijk acceptabel geworden. Ik hoop dat die bandbreedte over tien jaar opnieuw kleiner is. Dat we sommige dingen die we vandaag normaal zijn gaan vinden, dan niet langer normaal vinden.’
‘Mijn boodschap aan burgemeesters en algemeen directeurs is daarom eenvoudig: besef dat er vandaag krachten zijn die proberen de democratie van binnenuit aan te tasten. Wees daar alert voor, laat je niet misleiden door de verhulling van de extremistische boodschap en spreek je uit wanneer dat nodig is. Want de democratie wordt vandaag niet alleen van buitenaf bedreigd. Ze wordt ook van binnenuit op de proef gesteld.’ —