De Vlaamse regering wijzigt naar aanleiding van het recente begrotingsakkoord de financiering van noodwoningen. Vandaag kunnen lokale besturen via een jaarlijkse projectoproep voor noodwoningen een subsidie krijgen tot 50% van de investeringskost. Volgens het begrotingsakkoord wordt die subsidie vervangen door een 100% FS4-lening aan de woonmaatschappij, die dan voor lokale besturen noodwoningen zou kunnen realiseren.
Een FS4-lening is een door Vlaanderen gesubsidieerde lening voor woonmaatschappijen, met een looptijd van 33 jaar en een rentevoet van -2%, waardoor de terugbetalingslast aanzienlijk lager ligt dan bij een marktconforme lening. Het lokaal bestuur zou de noodwoning vervolgens vermoedelijk huren van de woonmaatschappij.
Nog heel wat onduidelijkheden
De concrete uitwerking van die nieuwe regeling moet echter nog grotendeels gebeuren. Hoe die veranderende financiering in de praktijk zal doorwerken naar lokale besturen, is dus nog niet duidelijk. Lokale besturen hebben daarbij nog een aantal belangrijke vragen.
Zo moet duidelijk worden onder welke voorwaarden woonmaatschappijen deze woningen buiten het sociale huurstelsel aan lokale besturen kunnen verhuren, of de beperking op verhuur buiten stelsel wordt verhoogd, welke huurprijs en contractduur daarbij gelden en hoe wordt omgegaan met periodes van tijdelijke leegstand. Noodwoningen worden per definitie niet altijd permanent gebruikt. Ook is nog niet duidelijk of bestaande noodwoningen in eigendom van lokale besturen via deze formule kunnen worden gerenoveerd. Daarnaast is het belangrijk dat lokale besturen voldoende ruimte behouden om zelf te bepalen hoe ze de noodwoning ter beschikking stellen van tijdelijke bewoners en welke vergoeding ze daarbij hanteren.
Ook de precieze rolverdeling tussen woonmaatschappijen en lokale besturen vraagt verdere uitklaring. Noodwoningen hebben een specifieke, tijdelijke functie en zijn vaak verspreid over het grondgebied. Hoe zal een woonmaatschappij dit inpassen in hun werking? Tegelijk moet duidelijk worden hoe deze woningen zich verhouden tot het reguliere sociale woonaanbod als ze gerealiseerd worden door de woonmaatschappij. De VVSG vindt het daarom belangrijk dat lokale besturen betrokken worden bij de verdere uitwerking van de regeling.
Geen wijziging voor projectoproep 2026
Voor de projectoproep voor noodwoningen in 2026 verandert er volgens Wonen in Vlaanderen niets. De nieuwe financieringswijze heeft dus geen gevolgen voor die lopende oproep.
De VVSG volgt de verdere uitwerking van de maatregel op.
Deel je vragen en aandachtspunten
Heb je als lokaal bestuur nog vragen of aandachtspunten over de nieuwe financiering van noodwoningen? We nemen ze mee in het verdere overleg met Vlaanderen.