Federaal Minister Van Bossuyt wil OCMW's de mogelijkheid geven om onderzoekskantoren in te schakelen bij het opsporen van onroerend goed en inkomsten daaruit. De VVSG steunt die mogelijkheid, zolang OCMW's zelf beslissen of ze er gebruik van maken. In haar advies op het voorontwerp van wet vraagt de VVSG duidelijke grenzen en aandacht voor alternatieven om sociale fraude op te sporen.
Extra instrument om fraude op te sporen
Minister Van Bossuyt werkt aan een wetswijziging die OCMW's toelaat om onderzoekskantoren in te schakelen bij het sociaal onderzoek. Die kantoren kunnen nagaan of iemand onroerend goed bezit en welke inkomsten dat oplevert.
Met de wetswijziging wil de minister sociale fraude tegengaan en de werkdruk van maatschappelijk werkers verlagen.
De VVSG staat open voor die extra mogelijkheid. OCMW's beslissen zelf of ze een onderzoekskantoor inschakelen.
Duidelijke grenzen en betere gegevensuitwisseling
De VVSG formuleert in haar advies vier aandachtspunten:
- Beperk de opdracht. Leg duidelijk vast dat onderzoekskantoren alleen onroerend goed en de inkomsten daaruit mogen onderzoeken.
- Maak een afwegingskader. Bepaal wanneer en onder welke voorwaarden OCMW's onderzoekskantoren mogen inschakelen bij het sociaal onderzoek, nu en in de toekomst.
- Verbeter de gegevensuitwisseling. Maak bestaande gegevensstromen beter en ontwikkel nieuwe. Zo krijgen OCMW's ook andere mogelijkheden om sociale fraude op te sporen.
- Hou rekening met de praktijk. Neem de technische en juridische opmerkingen van de VVSG mee, zodat OCMW's de nieuwe wetgeving in de praktijk kunnen toepassen.
De VVSG vraagt om deze aandachtspunten mee te nemen bij de verdere uitwerking van de wetswijziging.