Een ouder die niet reageert op mails van de school. Een kind dat vaak afwezig is. Schoolfacturen die blijven liggen. Achter zulke signalen gaat soms veel meer schuil dan op het eerste gezicht lijkt. In Tielt proberen vier brugfiguren die signalen op te pikken en gezinnen naar de juiste ondersteuning te leiden. Samen bedienen ze de 15 basisscholen op het grondgebied van Tielt. De brugfigurenwerking ging een tiental jaar geleden van start in Meulebeke (intussen een deelgemeente van Tielt), waar vandaag zes basisscholen zijn.
De brugfigurenwerking ontstond vanuit een eenvoudige vaststelling: vooral jonge, kwetsbare gezinnen vonden niet altijd de weg naar hulpverlening. De school bleek een ideale toegangspoort. Ouders komen er bijna dagelijks en de drempel om er iemand aan te spreken is klein. Tegelijk kregen scholen steeds vaker welzijnsvragen waarop ze zelf geen antwoord konden bieden. Zo groeide de brug tussen onderwijs en welzijn.
Eerst vragen: hoe gaat het met jou?
Brugfiguur Sara Kesteloot vertelt over een alleenstaande mama met vijf kinderen. De school maakte zich zorgen. Mama reageerde nauwelijks op mails, kwam niet naar oudercontacten, schoolfacturen bleven liggen en bij de kinderen waren er verschillende zorgvragen. Het gevoel bij de school: dit wordt haar allemaal te veel.
Sara maakte een afspraak en ging langs. Niet met een lijst problemen, maar met één eenvoudige vraag: “Hoe gaat het met jou?” “Je zag haar schrikken”, vertelt Sara. “Plots vroeg iemand niet wat ze allemaal nog moest doen voor haar kinderen, maar hoe het met háár ging.” Het antwoord was duidelijk: niet goed.
De eerste gesprekken draaiden vooral om luisteren en vertrouwen opbouwen. Vertrouwen opbouwen doet Sara door concrete hulp te bieden. Hulp bij een hardnekkig luizenprobleem. Ondersteuning om het tutje van een kind af te bouwen. Logopedie regelen. Een tandarts zoeken. Thuisbegeleiding inschakelen. Samen bekijken hoe de kinderen hun vrije tijd kunnen invullen. Voor een van de dochters bleek een internaat uiteindelijk de structuur te bieden die ze nodig had. Ook pleegzorg werd betrokken om mama wat ademruimte te geven. Tot slot werd er ook gekeken naar wat mama nodig had om wekelijks even te kunnen ontspannen.
Hulp letterlijk in huis brengen
Net dat outreachende maakt volgens Sara het verschil. “Wij wijzen niet met de vinger, wij reiken de hand.” Een brugfiguur is geen spijbel- of betaalpolitie. Als een schoolfactuur niet betaald raakt, is de eerste vraag niet waarom iemand niet betaalt, maar welke hindernis erachter zit en welke oplossing mogelijk is.
Die aanpak verschilt ook van veel klassieke hulpverlening. Een brugfiguur wacht niet tot iemand zelf een afspraak maakt, maar gaat naar gezinnen toe. Ouders kunnen Sara bellen, sms’en of een WhatsAppbericht sturen. Als er plots iets gebeurt, probeert ze snel te schakelen. Net die flexibiliteit en bereikbaarheid zijn belangrijk voor gezinnen voor wie de stap naar hulpverlening niet vanzelfsprekend is.
Dat speelt zeker in een meer landelijke context. De stap naar het OCMW of een andere hulpverleningsorganisatie kan voor sommige gezinnen een drempel zijn. In een kleinere gemeente speelt bovendien mee dat mensen elkaar vaker kennen en sommigen terughoudend zijn om ergens binnen te stappen uit vrees een bekende tegen te komen. Daarnaast ligt het hulpaanbod op het platteland vaker verder verspreid. Daardoor kan zelfs een afspraak bij het CAW of een andere dienst praktisch een hele stap zijn.
De brugfiguur probeert ook die praktische drempels kleiner te maken. Sara zoekt bijvoorbeeld mee uit welke bus iemand moet nemen, aan welke halte die moet afstappen of welk aanbod dichter bij huis beschikbaar is. Een goede kennis van de sociale kaart is daarom essentieel. Soms maakt de eenvoudige vaststelling dat hulp dichterbij beschikbaar is al het verschil tussen afhaken en de stap toch zetten.
Bij kleine vragen probeert de brugfiguur meteen te helpen. Wordt het dossier complexer, dan komt de expertise van het OCMW of een andere hulpverleningsdienst in beeld. De brugfiguur legt uit wat iemand daar kan verwachten, helpt bij de aanmelding en gaat indien nodig mee naar het eerste gesprek. Voor iemand met weinig vertrouwen in hulpverlening kan zelfs een telefoontje naar de maatschappelijk werker een grote stap zijn. Dan neemt Sara soms samen met de cliënt de telefoon vast. Tegelijk bewaakt ze de grenzen tussen de verschillende hulpverleners en wordt informatie alleen gedeeld wanneer de cliënt daarvoor toestemming geeft.
Niet overnemen, wel versterken
De bedoeling is niet dat een brugfiguur alles uit handen neemt. Soms is dat in het begin wel nodig om de druk te verlagen. Daarna wordt stap voor stap opnieuw de verantwoordelijkheid bij de ouder gelegd.
“Ik kan bijvoorbeeld mee een tandarts zoeken”, legt Sara uit. “Maar de afspraak maken? Dat kan mama zelf, want zij kent haar agenda het best.” Zo groeit het vertrouwen niet alleen in de hulpverlening, maar ook in het eigen kunnen. Bij de mama uit het verhaal loopt de begeleiding ondertussen al enkele jaren. Volgens Sara ligt precies daar de grootste winst: “Ik denk dat ik haar vertrouwen in hulpverlening hersteld heb.”
OCMW en Huis van het Kind onder één dak
Sara combineert haar rol als brugfiguur met die van coördinator Huis van het Kind. Ze zit mee in het sociaal huis. Een fysiek Huis van het Kind is er nog niet, maar de brugfigurenwerking maakt er wel deel van uit. Die combinatie ziet ze als een belangrijke troef.
De samenwerking werkt in twee richtingen. Sara verwijst gezinnen door naar OCMW-collega’s wanneer bijkomende ondersteuning nodig is, maar maatschappelijk werkers doen omgekeerd ook een beroep op het Huis van het Kind, bijvoorbeeld bij vragen over kinderopvang of opvoeding. Nieuwe initiatieven en signalen kunnen snel gedeeld worden tussen collega’s.
Ook haar dubbele rol helpt daarbij. Als brugfiguur hoort Sara rechtstreeks bij gezinnen en scholen welke noden leven. Als coördinator van het Huis van het Kind kan ze die signalen vervolgens meenemen naar het bredere netwerk en er nieuwe acties aan koppelen. Toen scholen bijvoorbeeld aangaven dat steeds meer kinderen niet zindelijk op school verschijnen, kon het Huis van het Kind daarmee aan de slag.
Start met duidelijke afspraken
Voor lokale besturen die zelf een brugfigurenwerking willen opstarten, heeft Sara één duidelijke boodschap: zorg eerst voor een stevige fundering.
Ga vóór de start in gesprek met alle scholen en het CLB. Vraag welke meerwaarde zij zien en spreek duidelijk af wat een brugfiguur wel en niet doet. Wie is het vaste aanspreekpunt op school? Is er een ruimte waar vertrouwelijk met ouders kan worden gesproken? Welke informatie mag worden gedeeld? En wanneer verwijst een brugfiguur door naar het OCMW? Ook binnen het OCMW moeten collega’s goed weten waarvoor ze bij de brugfiguur terechtkunnen en omgekeerd.
Want een brugfiguur kan pas echt een brug zijn als iedereen weet waar die begint en eindigt. Voor de gezinnen zelf moet het vooral eenvoudig blijven: iemand die dichtbij is, tijd maakt, snel kan schakelen en mee de weg wijst wanneer hulp zoeken niet vanzelfsprekend is.