De Vlaamse regering wil het gebruik van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen stimuleren. OCMW’s krijgen volgens het ontwerp vroeger in het traject een hogere vergoeding, meer sociale huurders krijgen toegang tot het Fonds en er komt een duidelijke termijn om dossiers in te dienen. De wijzigingen zijn nog niet van toepassing. De VVSG volgt de verdere besluitvorming op.
Het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen (FBU) ondersteunt OCMW’s die huurders met een huurachterstal begeleiden om een uithuiszetting te voorkomen. De Vlaamse regering keurde op 17 juli 2026 principieel een aantal wijzigingen goed(opent nieuw venster) om het gebruik van het Fonds te stimuleren.
OCMW krijgt een hogere vergoeding bij de start
OCMW’s krijgen voortaan een groter deel van de vergoeding bij de start van een dossier. Vandaag volgt een relatief groot deel pas op het einde van de begeleiding, wanneer de huurder opnieuw stabiel woont.
Volgens de Vlaamse regering hebben OCMW’s maar beperkt vat op dat eindresultaat. Ook dossiers die niet tot een stabiele woonsituatie leiden, vragen veel tijd en begeleiding.
De nota verwijst daarbij naar de beperkte personeelscapaciteit en hoge werkdruk bij OCMW’s. Zowel de evaluatiestudie van het Steunpunt Wonen als de OCMW-barometer 2025 wijzen op dat knelpunt. OCMW’s geven ook aan dat ze bij de start van een dossier te weinig zekerheid hebben dat hun personeelskosten gedekt zijn.
Daarom verschuift een groter deel van de tegemoetkoming naar het begin van het traject:
- het niet-geïndexeerde forfait voor het OCMW stijgt van 200 naar 400 euro
- de eerste tegemoetkoming stijgt van 25% naar 45% van de huurachterstal, met een maximum van 1.125 euro in plaats van 625 euro
- de tweede tegemoetkoming bij een stabiele woonsituatie daalt van 35% naar 15%, met een maximum van 375 euro in plaats van 875 euro
De eerste en tweede tegemoetkoming samen blijven maximaal 60% van de huurachterstal dekken. Het OCMW ontvangt het grootste deel voortaan wel vroeger in het traject. Ook de forfaitaire vergoeding verdubbelt.
Met de indexering voor 2026 stijgt de maximale tegemoetkoming per dossier volgens de nota van 2.133 naar 2.384 euro. Dat bedrag bestaat uit 502 euro forfait, maximaal 1.412 euro als eerste tegemoetkoming en maximaal 470 euro zodra de huurder opnieuw stabiel woont.
Fonds wordt toegankelijk voor alle sociale huurders
De Vlaamse regering wil het Fonds ook openstellen voor alle sociale huurders.
Vandaag kunnen OCMW’s het FBU gebruiken voor huurders op de private huurmarkt en voor sociale huurders die wonen in een woning die een woonmaatschappij inhuurt. Voor sociale huurders in een woning die eigendom is van de woonmaatschappij kan dat niet.
Die beperking verdwijnt. Zo krijgen alle sociale huurders toegang tot dezelfde ondersteuning. De Vlaamse regering wijst erop dat ook in de sociale huisvesting uithuiszettingen door huurachterstal voorkomen.
OCMW moet dossier binnen zes maanden indienen
OCMW’s krijgen een duidelijke termijn om een dossier in te dienen. Ze moeten hun beslissing om een beroep te doen op het Fonds uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de begeleidingsovereenkomst melden.
Vandaag geldt daarvoor geen uiterste termijn. Daardoor dienen sommige OCMW’s een begeleidingsovereenkomst pas veel later in. Dat kan problemen veroorzaken bij de behandeling van het dossier, bijvoorbeeld voor de tweede tegemoetkoming of bij de toepassing van de juiste geïndexeerde bedragen.
Datum van begeleidingsovereenkomst bepaalt de voorwaarden
Ook het moment waarop het Fonds de voorwaarden beoordeelt, verandert.
Vandaag kijkt het Fonds naar de datum waarop het dossier binnenkomt. Op dat moment moet er onder meer nog een huurachterstal zijn.
Voortaan telt de datum waarop de begeleidingsovereenkomst is ondertekend. Zo valt een dossier niet uit de boot wanneer het OCMW het later indient en de huurachterstal intussen geheel of gedeeltelijk is betaald.
Ook voor de berekening van het forfait en de eerste tegemoetkoming telt voortaan de datum van de begeleidingsovereenkomst. Dat is bijvoorbeeld belangrijk wanneer het OCMW de overeenkomst in het ene kalenderjaar ondertekent en het dossier pas in het volgende jaar indient, omdat de bedragen jaarlijks worden geïndexeerd.
Wijzigingen zijn nog niet van toepassing
De Vlaamse regering keurde het ontwerp op 17 juli 2026 principieel goed. Onder meer de Raad van State moet nog advies geven. De wijzigingen zijn dus nog niet van toepassing.
De Vlaamse minister bevoegd voor Wonen bepaalt wanneer ze in werking treden.
De VVSG volgt de verdere besluitvorming op.